Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2013:6302

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
07-10-2013
Datum publicatie
29-10-2013
Zaaknummer
18-670145-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Zeer onvoorzichtig handelen. Overtreding van artikel 6 WVW 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor aan anderen zwaar lichamelijk letsel is toegebracht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht

Locatie Groningen

Parketnummer: 18/670145-13

Op tegenspraak

Raadsman: mr. P.Th. van Jaarsveld

vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d.

7 oktober 2013 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte],

geboren te [plaats] op [geboortedatum],

wonende te [plaats] aan[adres].

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van

23 mei 2013 en 24 september 2013.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 11 maart 2012, in de gemeente Stadskanaal,

als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig

(personenauto), daarmede rijdende over de weg, de Ter Maars, en toen in of ter

hoogte of (kort) na een in die Ter Maars gelegen voor hem, verdachte, naar

links voerende bocht, zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te

wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door roekeloos, in elk geval zeer,

althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend,

terwijl hij, verdachte, toen niet in het bezit was van een geldig rijbewijs,

met een aanmerkelijke snelheid, althans met een ter plaatse te hoge snelheid,

- in plaats van tijdig en/of voldoende verdachtes snelheid aan te passen aan

de omstandigheden ter plaatse en/of in plaats van met dat door verdachte

bestuurde motorrijtuig de rijbaan van die Ter Maars te (blijven) volgen -

de macht over het stuur heeft verloren en/of (gedeeltelijk) buiten de rijbaan

van die weg, de Ter Maars, in de - gezien verdachtes rijrichting - rechterberm

is geraakt en/of (vervolgens) met dat motorrijtuig naar links is gereden,

gezwenkt, geslipt en/of gegleden en/of met dat motorrijtuig is gereden of

gebotst tegen een of meer in de - gezien verdachtes rijrichting - linkerberm

staande bomen en/of struiken, althans een of meer in de - gezien verdachtes

rijrichting - linkerberm staande bomen en/of struiken heeft geraakt,

waardoor een inzittende van dat door verdachte bestuurde motorrijtuig

(personenauto) (genaamd [slachtoffer 1]) zwaar lichamelijk letsel, te weten

(ernstig) hersenletsel, of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat

daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale

bezigheden is ontstaan, en/of

waardoor een inzittende van dat door verdachte bestuurde motorrijtuig

(personenauto) (genaamd [slachtoffer 2]) zwaar lichamelijk letsel, te weten

een gescheurde lever en/of een gescheurde nier en/of een bovenarmfractuur

en/of een longkneuzing of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat

daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale

bezigheden is ontstaan,

terwijl hij, verdachte, verkeerde in de toestand als bedoeld in artikel 8,

eerste of tweede lid van de Wegenverkeerswet 1994, danwel na het feit niet

heeft voldaan aan een bevel gegeven krachtens artikel 163, tweede, zesde,

achtste of negende lid van genoemde wet;

De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover

daaraan in de Wegenverkeerswet 1994 betekenis is gegeven, geacht in dezelfde

betekenis te zijn gebezigd;

art 6 Wegenverkeerswet 1994

art 8 lid 1 Wegenverkeerswet 1994

art 8 lid 2 ahf/ond a Wegenverkeerswet 1994

art 8 lid 2 ahf/ond b Wegenverkeerswet 1994

art 163 lid 2 Wegenverkeerswet 1994

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

A. hij op of omstreeks 11 maart 2012, in de gemeente Stadskanaal,

als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto) dit motorrijtuig heeft

bestuurd na zodanig gebruik van alcoholhoudende drank, dat het alcoholgehalte

van verdachtes bloed bij een onderzoek als bedoeld in artikel 8, derde lid,

aanhef en onder b van de Wegenverkeerswet 1994, 1,40 milligram, in elk geval

hoger dan 0,2 milligram alcohol per milliliter bloed bleek te zijn, terwijl

voor het besturen van dat motorrijtuig een rijbewijs was vereist en verdachte

dit motorrijtuig heeft bestuurd zonder rijbewijs;

B. hij op of omstreeks 11 maart 2012, in de gemeente Stadskanaal,

als bestuurder van een voertuig (personenauto), daarmee rijdende op de weg, de

Ter Maars,

terwijl hij, verdachte, toen niet in het bezit was van een geldig rijbewijs,

met een aanmerkelijke snelheid, althans met een ter plaatse te hoge snelheid,

- in plaats van tijdig en/of voldoende verdachtes snelheid aan te passen aan

de omstandigheden ter plaatse en/of in plaats van met dat door verdachte

bestuurde motorrijtuig de rijbaan van die Ter Maars te (blijven) volgen -

de macht over het stuur heeft verloren en/of (gedeeltelijk) buiten de rijbaan

van die weg, de Ter Maars, in de - gezien verdachtes rijrichting - rechterberm

is geraakt en/of (vervolgens) met dat motorrijtuig naar links is gereden,

gezwenkt, geslipt en/of gegleden en/of met dat motorrijtuig is gereden of

gebotst tegen een of meer in de - gezien verdachtes rijrichting - linkerberm

staande bomen en/of struiken, althans een of meer in de - gezien verdachtes

rijrichting - linkerberm staande bomen en/of struiken heeft geraakt,

door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt,

althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd,

althans kon worden gehinderd;

De in deze tenlastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voor zover

daaraan in de Wegenverkeerswet 1994 betekenis is gegeven, geacht in dezelfde

betekenis te zijn gebezigd;

art 8 lid 3 ahf/ond b Wegenverkeerswet 1994

art 8 lid 4 ahf/ond a Wegenverkeerswet 1994

Bewijsvraag

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het primair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden. Verdachte heeft zonder rijbewijs gereden, terwijl hij in de toestand verkeerde als bedoeld in artikel 8 van de Wegenverkeerswet (WVW). Voorts heeft verdachte te hard gereden, in ieder geval harder dan 80 km per uur. De officier van justitie wijst daartoe op de verklaring van verdachte, het NFI-rapport betreffende het bloedonderzoek van verdachte d.d. 15 maart 2012, het NFI-rapport snelheidsbepaling d.d. 22 oktober 2012 alsmede de medische verklaringen.

Het letsel van het slachtoffer [slachtoffer 1] kan als zwaar lichamelijk letsel worden aangemerkt. Door het ongeval heeft [slachtoffer 1] ernstig hersenletsel opgelopen als gevolg waarvan [slachtoffer 1] verzorging en verpleging nodig heeft gehad. Het letsel van het slachtoffer [slachtoffer 2] kan eveneens als zwaar lichamelijk letsel worden aangemerkt. Door het ongeval heeft [slachtoffer 2] een gescheurde lever, een gescheurde nier, een fractuur en een longkneuzing opgelopen. Er zijn bovendien complicaties opgetreden.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft betoogd dat verdachte moet worden vrijgesproken van het primair ten laste gelegde. Er heeft geen geldig bloedonderzoek plaatsgevonden in de zin van artikel 8 WVW. In het proces-verbaal is verzuimd aan te geven waarom er een bloedonderzoek heeft plaatsgevonden. Verdachte was weliswaar in het ziekenhuis maar niet is gebleken waarom hij niet kon blazen. Verdachte was immers wel in staat aan een voorlopig ademonderzoek mee te werken. Nu geen geldig alcoholonderzoek heeft plaatsgevonden weegt de uitslag daarvan niet mee bij het bewijs. Als gevolg daarvan kan niet worden aangenomen dat verdachte aanmerkelijk onvoorzichtig dan wel roekeloos heeft gereden enkel omdat hij niet in het bezit was van een rijbewijs. Verdachte heeft verklaard dat hij 4 à 5 biertjes heeft gehad, 1 biertje bij [slachtoffer 1] en een paar slokjes in de auto. Gelet op het tijdsverloop kan op grond van die verklaring niet zonder meer worden aangenomen dat verdachte verkeerde in de toestand als bedoeld in artikel 8 WVW.

De raadsman heeft betoogd dat, gelet op zijn standpunt, de rechtbank niet toekomt aan de beoordeling van het subsidiair onder A ten laste gelegde. De raadsman heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank voor wat betreft het subsidiair onder B ten laste gelegde.

Beoordeling

De rechtbank heeft bij de beoordeling acht geslagen op de volgende bewijsmiddelen, zakelijk weergegeven.

Ten aanzien van het onder primair ten laste gelegde

De verklaring door verdachte op de terechtzitting afgelegd

Ik ben niet in het bezit van een rijbewijs. De dag voor het ongeluk heb ik dropshots gedronken. Thuis had ik bier gedronken, ik geloof zo'n 4 flesjes. Bij [slachtoffer 1] heb ik ook 1 flesje bier gedronken. Ik ben toen in de auto gestapt en [slachtoffer 1]ook. We hebben toen een stukje gereden en vervolgens hebben we [slachtoffer 2] opgepikt. Ik heb in de auto ook 1 flesje bier gedronken. Het ongeval gebeurde rond 22.20 uur. Ik had niet door dat ik zo snel reed. Ik raakte van de weg af doordat ik de bocht verkeerd heb ingeschat. Ik raakte aan de rechterkant in de berm en ben toen gaan slippen. Ik heb een stuurcorrectie gemaakt en ik ben vol in de remmen gegaan waardoor de auto over de weg is geschoven.

Een proces-verbaal d.d. 17 juli 2012 aanrijding misdrijf, opgenomen op pagina 2 van dossier nr. PLO1PF 2012024639-1, d.d. 17 juli 2012 van Regiopolitie Groningen

Op 11 maart 2012 heeft op de openbare weg, te weten op Ter Maars 1 in de gemeente Stadskanaal een ongeval plaatsgevonden. De bestuurder,[verdachte], bleek bij controle bij het rijbewijsregister niet bevoegd te zijn een motorrijtuig te besturen. Bij deze controle bleek mij dat aan de bestuurder nooit een rijbewijs was afgegeven voor de categorie motorrijtuigen waartoe het door de bestuurder bestuurde voertuig behoorde, te weten een Opel, met kenteken[kenteken].

Het proces-verbaal verhoor verdachte d.d. 12 maart 2012, opgenomen op pagina 32 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende de verklaring van verdachte

Ik heb geen rijbewijs. Op 11 maart 2012 had ik alcoholhoudende drank genuttigd. Ik stapte in de auto en heb [slachtoffer 1] opgehaald. Ik heb toen gereden en ik heb later ook[slachtoffer 2] opgehaald. Toen ik buiten de bebouwde kom van Onstwedde reed, raakten bij de bocht mijn wielen in de berm. Ik raakte controle kwijt, ik voelde de achterkant van de auto glijden. De kont van de auto schoof naar rechts, richting de berm. Ik stuurde naar rechts om te corrigeren. Dit lukte niet. Ik zei: "ik hou hem niet meer." Ik trapte vervolgens vol op de rem. Ik hoorde wat knallen en toen lag [slachtoffer 1] daar.

Een proces-verbaal d.d. 17 juli 2012 aanrijding misdrijf met bijlage, opgenomen op pagina 23 van voornoemd dossier

Op zondag 11 maart 2012 te 22:32 uur, kreeg ik, I.H.J.R. Smit, kennis van een verkeersongeval op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, Ter Maars 1, 9591 TH Onstwedde, binnen de gemeente Stadskanaal. Ik, I.H.J.R. Smit, heb de bestuurder,[verdachte], gevorderd mee te werken aan een voorlopig ademonderzoek. Uit de test kwam een alcoholindicatie boven de wettelijk vastgestelde limiet, te weten een A indicatie. Ik, I.H.J.R. Smit heb verdachte aangehouden op verdenking van overtreding van artikel 8 van de Wegenverkeerswet 1994. Verdachte was in verband met zijn toestand naar het Refaja ziekenhuis overgebracht. Ik, I.H.J.R. Smit, heb verdachte gevraagd zijn toestemming te verlenen tot het verrichten van een bloedonderzoek. Verdachte verleende daartoe zijn toestemming.

Daar deze bloedafname heeft plaatsgevonden binnen een uur na het eerste contact, leidend tot de verdenking van een gedraging in strijd met artikel 8 van de Wegenverkeerswet 1994, heb ik, J.G. Jakobs, na de eerste bloedafname de verdachte medegedeeld dat hij een tweede bloedafname kon verzoeken. Verdachte heeft verklaard daarop geen prijs te stellen.

Het proces-verbaal misdrijf d.d. 17 juli 2012, opgenomen op pagina 30 e.v. van voornoemd dossier

Op maandag 12 maart 2012 te 00:25 uur, heeft de arts, N. de Jong - van de Veer, in aanwezigheid van verbalisant R.G. Jacobs, de verdachte, [verdachte], door middel van een venapunctie bloed afgenomen.

Verbalisant R.G. Jacobs, heeft het bloedmonster overeenkomstig het bepaalde in de Regeling van 4 juli 1997 nr. 639325/97/6, Stcrt. 129 houdende regeling Bloed- en urineonderzoek, gewaarmerkt en direct verpakt, alsmede het bloedafnameformulier voorzien van een genummerde en op naam gestelde identiteitszegel met het nummer TAAC9543NL.

Een NFI rapport nr. 2012.03.14.017 (aanvraag 001) d.d. 15 maart 2012, opgemaakt door B. Ruiter, als bijlage gevoegd bij het proces-verbaal misdrijf d.d. 17 juli 2012, opgenomen op pagina 30 e.v. van voornoemd dossier

Naam bloedgever[verdachte], geb. datum: [geboortedatum].

Op 13 maart 2012 werd op het NFI ontvangen een bloedblok voorzien van het SIN TAAC9542NL. Het buisje bestemd voor analyse werd voorzien van het SIN TAAC9543NL.

Het buisje bestemd voor contra-expertise werd voorzien van het SIN TAAC9544NL.

De bepaling van het alcoholgehalte in het bloed geschiedde door twee onafhankelijk van elkaar werkende analisten volgens de ADH methode. Het resultaat van de analyse bedroeg, na aftrek van de wettelijk voorgeschreven correctie 1,40 milligram ethanol per milliliter bloed.

Een NFI rapport bij proces-verbaal 11032012.2245.2393/2169, Snelheidsbepaling naar aanleiding van een verkeersongeval in Onstwedde op 11 maart 2012, d.d. 22 oktober 2012

Conclusie:

Op basis van de uitgangpunten als genoemd in dit rapport volgt een kans van 99% dat de snelheid van de Opel bij aanvang van de afgetekende sporen hoger was dan 112 km/h en een kans van 99% dat de snelheid van de Opel lager was dan 144 km/h.

Een proces-verbaal VerkeersOngevalsAnalyse nr. 11032012.2245.2393/2169, d.d. 28 november 2012, opgenomen in voornoemd dossier,

Het verkeersongeval vond plaats op de Ter Maars (N974), gelegen buiten de als zodanig aangeduide bebouwde kom van Onstwedde in de gemeente Stadskanaal.

Wij zagen, ten tijde van het ongeval, het volgende:

•Voor motorvoertuigen bedroeg de ter plaatse toegestane maximum snelheid 80 km/h.

•Genoemde weg was voor het openbaar verkeer opengesteld.

•Ter plaatse waren geen bijzondere verkeerstekens van toepassing.

Er waren verder geen bijzondere verkeersmaatregelen van kracht. Op basis van de uitgangspunten als genoemd in het NFI-rapport d.d. 22 oktober 2012 volgt een kans van 99% dat de snelheid van de Opel bij aanvang van de afgetekende sporen hoger was dan 112 km/h en een kans van 99% dat de snelheid van de Opel lager was dan 144 km/h." (zie blz.7 Rapport NFI.)

Deze aanzienlijke overschrijding van de ter plaatse geldende maximum snelheid is zeer waarschijnlijk van invloed geweest op het ontstaan van het ongeval.

De bestuurder van de Opel reed met zijn voertuig over de Ter Maars nabij Stadskanaal. Hij kwam uit de richting Stadskanaal en reed in de richting Onstwedde.

Kort na de kruising van de Ter Maars met de Knijpeweg maakt de Ter Maars een bocht naar links. Mede gezien de overschrijding van de ter plaatse toegestane maximum snelheid raakte de Opel, in — dan wel kort na - deze bocht in een dwarsslip naar links, waarbij de banden van de Opel de slipsporen aftekenden.

De Opel botste vervolgens in de linkerberm met de rechterzijde tegen twee bomen en struiken. Het voertuig kwam na deze botsing(en) na circa 15 meter in de linkerberm tot stilstand. De naast de bestuurder zittende passagier en de passagiere welke achter in het voertuig zat liepen hierbij zwaar lichamelijk letsel op.

Een schriftelijk bescheid te weten een medische verklaring betreffende [slachtoffer 1] d.d. 5 juli 2012 opgemaakt door dr. E.F.M. Veldhuis, chirurg, opgenomen op pagina 19 in voornoemd dossier

1.Welk(e) letsels(s) dan wel afwijking(en) -zowel in- als uitwendig- heeft u op 11/03/12 bij betrokkene geconstateerd (a.u.b. ook de plek op het lichaam en de afmetingen vermelden)?

Hoofdhersenletsel, ernstig

2.Hoe is betrokkene behandeld en mocht betrokkene tijdens deze behandeling bepaalde dingen niet (bijv. het been belasten, uit bed komen) of moest hij deze juist wél (bijv. oefenen)?

Verpleging en verzorging.

3.Was er sprake van complicaties en zo ja welke?

-

4.

Is de behandeling inmiddels afgesloten en zo niet, wanneer is dat (vermoedelijk) wel het geval?

Behandeling door neuroloog.

Een schriftelijk bescheid te weten een medische verklaring betreffende [slachtoffer 2] d.d. 5 juli 2012 opgemaakt door dr. E.F.M. Veldhuis, chirurg, opgenomen op pagina 21 in voornoemd dossier

1.Welk(e) letsels(s) dan wel afwijking(en) -zowel in- als uitwendig- heeft u op 11/03/12 bij betrokkene geconstateerd (a.u.b. ook de plek op het lichaam en de afmetingen vermelden)?

1.

Leverscheur, 2. Nierscheur, 3. bovenarmfractuur, 4. Longkneuzing.

2.Hoe is betrokkene behandeld en mocht betrokkene tijdens deze behandeling bepaalde dingen niet (bijv. het been belasten, uit bed komen) of moest hij deze juist wél (bijv. oefenen)?

3: Operatie.

3.Was er sprake van complicaties en zo ja welke?

Longontsteking

4.

Is de behandeling inmiddels afgesloten en zo niet, wanneer is dat (vermoedelijk) wel het geval?

Nee, zal nog wel even duren.

Met betrekking tot de hiervoor weergegeven standpunten overweegt de rechtbank het volgende.

De verdediging heeft betoogd dat verdachte moet worden vrijgesproken van het primair ten laste gelegde nu er geen geldig bloedonderzoek heeft plaatsgevonden.

De rechtbank verwerpt dit verweer en overweegt daartoe als volgt. Uit de gebezigde bewijsmiddelen leidt de rechtbank het volgende af. Op zondag 11 maart 2012 te 22:32 uur, kreeg de politie kennis van een verkeersongeval op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, Ter Maars 1, 9591 TH Onstwedde, binnen de gemeente Stadskanaal. De politie heeft de bestuurder, verdachte, gevorderd mee te werken aan een voorlopig ademonderzoek. Uit de test kwam een alcoholindicatie boven de wettelijk vastgestelde limiet, te weten een A indicatie. De politie heeft verdachte aangehouden op verdenking van overtreding van artikel 8 van de Wegenverkeerswet 1994. Verdachte was in verband met zijn toestand naar het ziekenhuis overgebracht. De verdachte heeft in het ziekenhuis desgevraagd toestemming verleend tot het afnemen van een bloedonderzoek. Uit het bloedonderzoek bleek dat het alcoholgehalte van het bloed van de verdachte ten tijde van het onderzoek 1,40 milligram alcohol per milliliter bloed bedroeg.

De rechtbank is van oordeel dat de enkele omstandigheid dat verdachte ten tijde van de ondergane bloedproef niet eerst is gevraagd zijn medewerking te verlenen aan een ademonderzoek, niet afdoet aan de geldigheid van de bloedproef. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat verdachte om medische redenen is vervoerd naar het ziekenhuis, vervolgens zijn toestemming heeft verleend aan de bloedproef en dat aan verdachte de mogelijkheid is gegeven een tweede bloedafname te ondergaan. De uitslag van het bloedonderzoek kan naar het oordeel van de rechtbank dan ook voor het bewijs gebruikt worden.

De rechtbank stelt voorop dat het voor de vraag of de schuld in de zin van artikel 6 WVW kan worden afgeleid uit de gebezigde bewijsmiddelen, aankomt op het geheel van gedragingen van de verdachte, de aard en de ernst daarvan en de overige omstandigheden van het geval.

Uit de bewijsmiddelen leidt de rechtbank af dat verdachte, die niet in het bezit was van een rijbewijs, met een bloedalcoholgehalte van in ieder geval 1,4 mg/ml met een snelheid van ten minste 112 km per uur met zijn voertuig op de weg de Ter Maars te Onstwedde heeft gereden, waar een maximum snelheid van 80 km per uur was toegestaan. In een bocht naar links heeft verdachte zijn voertuig niet meer onder controle gehad en is hij in een dwarsslip naar links gekomen. Verdachte is vervolgens in de linkerberm met de rechterzijde tegen twee bomen en struiken gebotst, waarna het voertuig tot stilstand kwam. Ten gevolge van de botsing hebben de inzittenden, [slachtoffer 1] en[slachtoffer 2], zwaar lichamelijk letsel opgelopen.

De rechtbank is van oordeel dat het verkeersgedrag van verdachte zonder meer onvoorzichtig is te noemen. Verdachte heeft met een veel te hoge snelheid gereden en zijn voertuig daarbij niet voortdurend onder controle gehad en zodoende een ernstig ongeval veroorzaakt. Dit onvoorzichtige verkeersgedrag is verwijtbaar, zeker nu verdachte, terwijl hij niet in het bezit was van een geldig rijbewijs, toch in een personenauto is gaan rijden. Daarbij heeft verdachte ook twee inzittenden mee laten rijden. Verdachte heeft voordat hij in de personenauto stapte een aanzienlijke hoeveelheid alcohol genuttigd en heeft zelfs tijdens het rijden nog bier gedronken, zodat hij zodanig onder invloed van alcohol was dat hij - zeker als beginnend bestuurder - het wettelijk toegestane bloedalcoholpromillage fors heeft overschreden.

De rechtbank is van oordeel dat het feit dat verdachte zonder geldig rijbewijs heeft gereden, de forse snelheidsovertreding gelet op de verkeerssituatie ter plaatse in combinatie met de beschonken toestand waarin verdachte ten tijde van de aanrijding verkeerde de conclusie rechtvaardigt dat verdachtes handelen als zeer onvoorzichtig moet worden gekwalificeerd.

Zodanig verkeersgedrag, onder deze omstandigheden begaan, kan naar het oordeel van de rechtbank de gevolgtrekking dragen dat het verkeersongeval aan de schuld van de verdachte als bedoeld in art. 6 van de Wegenverkeerswet 1994 te wijten is.

Bewezenverklaring

Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het primair ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat

hij op 11 maart 2012, in de gemeente Stadskanaal,

als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig

(personenauto), daarmede rijdende over de weg, de Ter Maars, en toen in of ter

hoogte of (kort) na een in die Ter Maars gelegen voor hem, verdachte, naar

links voerende bocht, zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te

wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door zeer onvoorzichtig en onoplettend,

terwijl hij, verdachte, toen niet in het bezit was van een geldig rijbewijs,

met een aanmerkelijke snelheid,

- in plaats van tijdig en/of voldoende verdachtes snelheid aan te passen aan

de omstandigheden ter plaatse en in plaats van met dat door verdachte

bestuurde motorrijtuig de rijbaan van die Ter Maars te blijven volgen -

de macht over het stuur heeft verloren en gedeeltelijk buiten de rijbaan

van die weg, de Ter Maars, in de - gezien verdachtes rijrichting - rechterberm

is geraakt en vervolgens met dat motorrijtuig naar links is geslipt en/of

gegleden en met dat motorrijtuig is gebotst tegen in de - gezien verdachtes rijrichting - linkerberm staande bomen en/of struiken,

waardoor een inzittende van dat door verdachte bestuurde motorrijtuig

(personenauto) (genaamd [slachtoffer 1]) zwaar lichamelijk letsel, te weten

ernstig hersenletsel werd toegebracht, en

waardoor een inzittende van dat door verdachte bestuurde motorrijtuig

(personenauto) (genaamd [slachtoffer 2]) zwaar lichamelijk letsel, te weten

een gescheurde lever en een gescheurde nier en een bovenarmfractuur

en een longkneuzing werd toegebracht,

terwijl hij, verdachte, verkeerde in de toestand als bedoeld in artikel 8,

tweede lid van de Wegenverkeerswet 1994.

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen primair meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het feit

Hetgeen de rechtbank bewezen heeft verklaard, levert het volgende strafbare feit op:

Primair:

Overtreding van artikel 6 WVW 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor aan anderen zwaar lichamelijk letsel is toegebracht.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu ten aanzien van verdachte geen strafuitsluitings-gronden aanwezig worden geacht.

Strafoplegging

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte voor het primair ten laste gelegde te veroordelen tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van één jaar alsmede een onvoorwaardelijke ontzegging van de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen voor de duur van drie jaren.

Standpunt verdediging

De raadsman heeft aangevoerd dat indien de rechtbank het ten laste gelegde bewezen verklaart, te volstaan met het opleggen van een taakstraf. Verdachte heeft geleerd van zijn fouten en behoeft er niet van weerhouden te worden dergelijk gedrag opnieuw te vertonen. Gelet op zijn jonge leeftijd is het van belang dat verdachte zijn leven opnieuw kan oppakken.

Oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek op de terechtzitting en de aangaande zijn persoon opgemaakte rapportage, het hem betreffende uittreksel uit het justitiële documentatieregister, alsmede de vordering van de officier van justitie.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft, door zeer onvoorzichtig en onoplettend te rijden een ernstig eenzijdig verkeersongeval veroorzaakt als gevolg waarvan zijn medepassagiers, te weten[slachtoffer 1] en

[slachtoffer 2], zwaar lichamelijk letsel hebben opgelopen. Verdachte, die niet in het bezit was van een rijbewijs, heeft met veel te hoge snelheid gereden waardoor hij in een bocht de macht over het stuur is verloren. Verdachte is gaan slippen en het voertuig is vervolgens gebotst tegen bomen en struiken die langs de kant van de weg stonden. Dit, terwijl verdachte bovendien zoveel alcohol had gedronken, dat het alcoholgehalte 1,40 milligram alcohol per milliliter bloed bedroeg; maar liefst 7 keer de voor hem toegestane hoeveelheid. Door aldus te handelen heeft verdachte blijk gegeven zich weinig gelegen te laten liggen aan de verkeersveiligheid, de veiligheid van zijn inzittenden en andere medeweggebruikers.

Voor de slachtoffers heeft het ongeval, zowel psychisch als lichamelijk, een grote impact gehad. Dit is door de vertegenwoordiger van[slachtoffer 2] en de moeder van [slachtoffer 1] ter zitting van de rechtbank verwoord.

De rechtspraak hanteert oriëntatiepunten voor het bepalen van de hoogte en de aard van de straf voor dergelijke strafbare feiten. Deze oriëntatiepunten houden met betrekking tot de hoogte van de strafmaat onder andere rekening met de gevolgen van het ongeval, maar ook met eventuele strafverzwarende omstandigheden, zoals het gebruik van alcohol door een verdachte en de mate van schuld.

De hiervoor genoemde oriëntatiepunten voorzien in geval van overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994 bij een ademalcoholgehalte van meer dan 570 microgram alcohol per liter uitgeademde lucht, bij een grove verkeersfout met zwaar lichamelijk letsel tot gevolg, in een gevangenisstraf voor de duur van 7 maanden en een ontzegging van de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen voor de duur van 3 jaren als uitgangspunt.

Die oriëntatiepunten gelden voor een first-offender. Anderzijds is er in deze zaak sprake van 2 slachtoffers, terwijl in de oriëntatiepunten wordt uitgegaan van 1 slachtoffer.

Uit het verdachte betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie is gebleken dat verdachte niet eerder met politie en justitie in aanraking is gekomen.

De rechtbank heeft voorts in aanmerking genomen dat verdachte nog erg jong is. Daarnaast neemt de rechtbank in aanmerking dat het feit zwaar op verdachte heeft gedrukt en dat verdachte zich na het ongeval niet opnieuw schuldig heeft gemaakt aan verkeersovertredingen. Verdachte is zelfs gestopt met zijn rijlessen en drinkt naar eigen zeggen geen alcohol meer. Ook neemt de rechtbank in aanmerking dat er geen sprake is van slachtoffers die geheel onverwacht zijn geconfronteerd met en gedupeerd door een onder invloed verkerende medeweggebruiker. De slachtoffers zijn vrijwillig bij verdachte in de auto zijn gestapt, terwijl ze wisten dat hij had gedronken.

In voornoemde omstandigheden ziet de rechtbank aanleiding af te wijken van het hiervoor genoemde oriëntatiepunt en niet overgaan tot het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf.

De rechtbank heeft tevens acht geslagen op het reclasseringsadvies d.d. 17 mei 2013, waarin het risico op recidive als laag wordt ingeschat. Geadviseerd wordt oplegging van een werkstraf met daarnaast een rijontzegging. Voorts wordt geadviseerd een eventuele gevangenisstraf geheel voorwaardelijk op te leggen. De oplegging van bijzondere voorwaarden wordt niet geadviseerd

Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, op de inhoud van het dossier en het verhandelde ter zitting is de rechtbank van oordeel dat een werkstraf van de maximale omvang, alsmede een onvoorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid van na te noemen duur passend en geboden is. Daarnaast zal de rechtbank aan verdachte een voorwaardelijke gevangenisstraf opleggen, dit mede om te voorkomen dat verdachte zich wederom schuldig zal maken aan dergelijke feiten.

Vordering van de benadeelde partij

Als benadeelde partij heeft zich in het strafproces gevoegd [slachtoffer 2], wonende te [plaats]. De benadeelde partij heeft schriftelijk opgave gedaan van de inhoud van de vordering en van de gronden waarop deze berust.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de vordering zal worden toegewezen met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft aangevoerd dat voor wat betreft de immateriële schadevergoeding van

€4500,- niet kan worden aangesloten bij de casus zoals genoemd in de smartengeldgids. De omstandigheden komen niet overeen nu in de genoemde casus een fietser is aangereden. Bovendien heeft de benadeelde partij, [slachtoffer 2], zichzelf in deze situatie begeven, nu zij bij verdachte in de auto is gestapt terwijl zij wist dat hij geen rijbewijs had en dat hij had gedronken.

Subsidiair heeft de raadsman aangevoerd dat de vordering te complex is om te worden behandeld binnen dit strafgeding, zodat deze moet worden afgewezen.

Beoordeling

Naar het oordeel van de rechtbank is uit het onderzoek ter terechtzitting komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. De benadeelde partij heeft de door haar gevorderde materiële schade voldoende onderbouwd.

Hoewel het slachtoffer zich in een riskante situatie heeft begeven door bij verdachte in de auto te stappen, heeft zij op geen enkele wijze een bijdrage geleverd aan het veroorzaken van het ongeval.

De immateriële schadevergoeding zal de rechtbank toewijzen tot een bedrag van € 3000,-, nu de casus niet geheel vergelijkbaar is met de onderhavige zaak. De rechtbank zal de vordering voor wat betreft het immateriële deel voor het overige niet-ontvankelijk verklaren, zodat de benadeelde partij deze kosten kan vorderen bij de burgerlijke rechter. De vordering van de benadeelde partij wordt derhalve toegewezen tot een bedrag van in totaal €3.750,27.

Schadevergoedingsmaatregel

De rechtbank zal aan verdachte de verplichting opleggen bovengenoemd geldbedrag ten behoeve van de benadeelde partij aan de Staat te betalen. De rechtbank heeft daartoe besloten omdat verdachte jegens de benadeelde partij naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het strafbare feit is toegebracht en het belang van de benadeelde partij ermee is gediend niet zelf te worden belast met het innen van de toegewezen schadevergoeding.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 24c, 36f van het Wetboek van Strafrecht en artikel 6, 175 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994.

BESLISSING

De rechtbank:

Verklaart het primair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen zoals hiervoor is aangegeven, te kwalificeren als voormeld en verklaart het bewezen verklaarde strafbaar.

Verklaart verdachte voor het bewezen verklaarde strafbaar.

Verklaart het primair meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Veroordeelt verdachte voor het bewezen- en strafbaar verklaarde tot:

- een taakstraf bestaande uit een werkstraf van 240 urenmet bevel dat vervangende hechtenis voor de duur van 120 dagen zal worden toegepast als veroordeelde deze straf niet naar behoren verricht.

De werkstraf moet zijn voltooid binnen een jaar na het onherroepelijk worden van dit vonnis. De veroordeelde zal zich met betrekking tot de werkstraf gedragen naar de aanwijzingen te geven door of namens de Reclassering Nederland.

Beveelt dat bij de tenuitvoerlegging van de werkstraf de tijd die veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, in mindering zal worden gebracht.

De rechtbank waardeert de dagen die veroordeelde in verzekering en in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht op twee uren werkstraf per dag.

- ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 3 (drie) jaren.

- een gevangenisstraf voor de duur van 1 (één) jaar.

Bepaalt dat deze straf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders gelast omdat de veroordeelde zich voor het einde van de op 2 jaren gestelde proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2], wonende te [plaats], toe en veroordeelt de veroordeelde tot betaling aan de benadeelde partij van een bedrag van

€3.750,27 (zegge: drieduizend zevenhonderd en vijftig euro en zevenentwintig eurocent). Veroordeelt de veroordeelde tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.

Verplicht de veroordeelde aan de Staat te betalen een geldbedrag van €3.750,27 ten behoeve van de benadeelde partij [slachtoffer 2], wonende te [plaats], bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 47 dagen hechtenis. Toepassing van de vervangende hechtenis heft de hiervoor opgelegde verplichting niet op.

Ten aanzien van de vordering benadeelde partij geldt dat indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat van bovenvermeld bedrag ten behoeve van de benadeelde partij, de verplichting vervalt om dit bedrag aan de benadeelde partij te betalen. Dit geldt ook omgekeerd: heeft de veroordeelde de vordering van de benadeelde partij betaald, dan vervalt de verplichting tot betaling van dit bedrag aan de Staat.

Dit vonnis is aldus gewezen door mrs. L.W. Janssen, voorzitter, H. van der Werff en

J.V. Nolta, rechters, in tegenwoordigheid van mr. T.J. de Wind, griffier en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 7 oktober 2013.