Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2013:6284

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
16-09-2013
Datum publicatie
22-10-2014
Zaaknummer
18/830387-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Gevangenisstraf en verplichte behandeling voor man die zich vele malen schuldig maakt aan oplichting door middel van babbeltruck.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Locatie Groningen

parketnummer 18/830387-13

vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d.

17 oktober 2013 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte],

geboren op[geboortedatum] te[geboorteplaats],

wonende te [woonplaats 1],

verblijvende in de[HvB].

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op 3 oktober 2013. Verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. U. van Ophoven, advocaat te Leek.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 29 maart 2013, te Groningen, op of nabij het Engelse Kamp, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, een persoon, genaamd [slachtoffer 1], heeft bewogen tot de afgifte van een geldbedrag van 15 euro, in elk geval van enig goed, hebbende verdachtemet vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid

- gezegd dat zijn auto op slot zat met de sleutels nog in het voertuig en/of

- als hij de Anwb liet komen dat dit dan 200 euro moest kosten en/of

- dat hij naar Appingedam moest om voetbaltraining te geven en/of

- dat hij geen geld had voor het openbaar vervoer naar Appingedam en/of

- dat hij het geld wel terug zou brengen of overmaken naar de girorekening van voornoemde[slachtoffer 1] en/of

- dat hij bij de Belastingienst werkzaam was,

waardoor die[slachtoffer 1] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

2.

hij op of omstreeks 31 maart 2013, te Groningen, op of nabij de Phebensstraat, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,een persoon, genaamd [slachtoffer 2], heeft bewogen tot de afgifte van een geldbedrag van 50 euro, in elk geval van enig goed, hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of

listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid

- gezegd dat hij zijn autosleutels in de auto had lagen liggen en/of

- dat het openmaken van de auto door de politie 250 euro moest kosten en/of

- dat hij zijn reserve sleutel van huis wilde halen en/of

- dat hij daarvoor geld nodig had voor een treinkaartje en/of

- dat hij het te lenen geld zou terug betalen en/of

- als onderpand een bankpas heeft gegeven

waardoor die [slachtoffer 2] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

3.

hij op of omstreeks 08 april 2013, te Groningen, op of nabij de Kempkensberg, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, een persoon, genaamd van [slachtoffer 3] heeft bewogen tot de afgifte van een geldbedrag van 20 euro, in elk geval van enig goed, hebbende

verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of

listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid

- zich heeft voorgesteld als "[onbekende]" en/of

- gezegd dat hij zijn tas met sleutels in de kofferbak van de auto had gedaan en/of

- dat de portier van een nabijgelegen pand hem niet kon helpen en/of

- dat hij voetbaltraining moest geven in Appingedam en/of

- dat het inschakelen van de Anwb te duur was en/of

- dat hij 12,60 euro wilde lenen om met de trein te kunnen gaan en/of

- dat hij het geld de volgende dag zou kunnen terug brengen op haar werkplek of zou kunnen achterlaten bij de receptie en/of

- op een visitekaartje de gegevens "[onbekende], [adres][woonplaats 2]" genoteerd, welke gegevens door moesten gaan voor de gegevens van verdachte,

waardoor die van [slachtoffer 3] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

4.

hij op of omstreeks 11 juni 2013, te Delfzijl, op of nabij de Vennen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, een persoon, genaamd, [slachtoffer 4], heeft bewogen tot de afgifte van een geldbedrag van 20 euro, in elk geval van enig goed, hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk

en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid

- gezegd dat hij zwemleraar was en/of

- niet in zijn auto kon komen en/of

- dat zijn portemonnee en/of papieren in de auto lagen en/of

- dat hij naar Groningen moest om reservesleutels te halen en/of

- dat de kosten om de auto te laten openen door de brandweer te hoog waren en/of

- dat hij geld wilde lenen voor een trein retourkaartje en/of

- dat hij binnen 2 a3 uur terug zou komen en dan het geld in de brievenbus zou gooien

waardoor die [slachtoffer 4] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

Bewijsvraag

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft op grond van de stukken en de verklaring van verdachte ter terechtzitting gerekwireerd tot bewezenverklaring van het onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft geen bewijsverweer gevoerd.

Beoordeling

De rechtbank heeft bij de beoordeling van het laste gelegde acht geslagen op de volgende bewijsmiddelen.

Ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde

- de bekennende verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting;

- een proces-verbaal van aangifte d.d. 26 april 2013, opgenomen op pagina 35 e.v. van dossier nummer PL01KN 2013047779, d.d. 19 juni 2013, van de politie Groningen, inhoudende de verklaring van [slachtoffer 1].

Ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde

- de bekennende verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting;

- een proces-verbaal van aangifte d.d. 26 april 2013, opgenomen op pagina 39 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende de verklaring van [slachtoffer 2].

Ten aanzien van het onder 3 ten laste gelegde

- de bekennende verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting;

- een proces-verbaal van aangifte d.d. 18 april 2013, opgenomen op pagina 42 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende de verklaring van [slachtoffer 3].

Ten aanzien van het onder 4 ten laste gelegde

- de bekennende verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting;

- een proces-verbaal van aangifte d.d. 13 juni 2013, opgenomen op pagina 49 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende de verklaring van [slachtoffer 4].

Bewezenverklaring

Gelet op de hiervoor genoemde bewijsmiddelen is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat

1.

hij op 29 maart 2013 te Groningen, op of nabij het Engelse Kamp, met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse hoedanigheid en door een samenweefsel van verdichtsels, een persoon, genaamd [slachtoffer 1], heeft bewogen tot de afgifte van een geldbedrag van 15 euro, hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en bedrieglijk en in strijd met de waarheid

- gezegd dat zijn auto op slot zat met de sleutels nog in het voertuig en

- als hij de Anwb liet komen dat dit dan 200 euro moest kosten en

- dat hij naar Appingedam moest om voetbaltraining te geven en

- dat hij geen geld had voor het openbaar vervoer naar Appingedam en

- dat hij het geld wel terug zou brengen of overmaken naar de girorekening van voornoemde [slachtoffer 1] en

- dat hij bij de Belastingienst werkzaam was,

waardoor die [slachtoffer 1] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte.

2.

hij op 31 maart 2013 te Groningen, op of nabij de Phebensstraat, met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse hoedanigheid en door een samenweefsel van verdichtsels, een persoon, genaamd[slachtoffer 2], heeft bewogen tot de afgifte van een geldbedrag van 50 euro, hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en bedrieglijk en in strijd met de waarheid

- gezegd dat hij zijn autosleutels in de auto had lagen liggen en

- dat het openmaken van de auto door de politie 250 euro moest kosten en

- dat hij zijn reserve sleutel van huis wilde halen en

- dat hij daarvoor geld nodig had voor een treinkaartje en

- dat hij het te lenen geld zou terug betalen en

- als onderpand een bankpas heeft gegeven,

waardoor die[slachtoffer 2] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte.

3.

hij op 8 april 2013 te Groningen, op of nabij de Kempkensberg, met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en een valse hoedanigheid en door een samenweefsel van verdichtsels, een persoon, genaamd van [slachtoffer 3] heeft bewogen tot de afgifte van een geldbedrag van 20 euro, hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en bedrieglijk en in strijd met de waarheid

- zich heeft voorgesteld als "[onbekende]" en

- gezegd dat hij zijn tas met sleutels in de kofferbak van de auto had gedaan en

- dat de portier van een nabijgelegen pand hem niet kon helpen en

- dat hij voetbaltraining moest geven in Appingedam en

- dat het inschakelen van de Anwb te duur was en

- dat hij 12,60 euro wilde lenen om met de trein te kunnen gaan en

- dat hij het geld de volgende dag zou kunnen terug brengen op haar werkplek of zou kunnen achterlaten bij de receptie en

- op een visitekaartje de gegevens "[onbekende],[adres], [woonplaats 2]" genoteerd, welke gegevens door moesten gaan voor de gegevens van verdachte,

waardoor die van [slachtoffer 3] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

4.

hij op 11 juni 2013 te Delfzijl, op of nabij de Vennen, met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse hoedanigheid door een samenweefsel van verdichtsels, een persoon, genaamd,[slachtoffer 4], heeft bewogen tot de afgifte van een geldbedrag van 20 euro, hebbende verdachte met

vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid

- gezegd dat hij zwemleraar was en

- niet in zijn auto kon komen en

- dat zijn portemonnee en/of papieren in de auto lagen en

- dat hij naar Groningen moest om reservesleutels te halen en

- dat de kosten om de auto te laten openen door de brandweer te hoog waren en

- dat hij geld wilde lenen voor een trein retourkaartje en

- dat hij binnen 2 à 3 uur terug zou komen en dan het geld in de brievenbus zou gooien,

waardoor die [slachtoffer 4] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte.

De rechtbank acht hetgeen onder 1, 2, 3 en 4 meer of anders is ten laste gelegd niet wettig en overtuigend bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

1.

Oplichting

2.

Oplichting

3.

Oplichting

4.

Oplichting

Deze feiten zijn strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu ten aanzien van verdachte geen strafuitsluitings-gronden aanwezig worden geacht.

Strafoplegging

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde wordt veroordeeld tot:

- een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden, met aftrek van voorarrest, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, met als bijzondere voorwaarden een verplicht reclasseringstoezicht en een opname in [behandelinrichting] voor de duur van maximaal een jaar, en -zonodig- ter overbrugging, opname in[tijdelijke verblijfplaats].

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft aangegeven zich in de strafeis van de officier van justitie te kunnen vinden. Verdachte wil graag in[behandelinrichting] worden opgenomen. Voorkomen moet worden, ook naar de mening van verdachte, dat hij tussentijds op vrije voeten komt.

Oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen- en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek op de terechtzitting, de aangaande zijn persoon opgemaakte rapportages en het hem betreffende uittreksel uit het justitiële documentatieregister, alsmede met de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de raadsman.

Verdachte heeft zich vier keer schuldig gemaakt aan oplichting. Hij heeft aangevers benaderd en hen in strijd met de waarheid voorgehouden dat zijn auto op slot zat, terwijl zijn sleutels en portemonnee zich nog in die auto bevonden en dat hij geld nodig had voor een treinkaartje. Verdachte heeft het vertrouwen van aangevers weten te winnen en hen ertoe kunnen bewegen hem een geldbedrag “te lenen”, terwijl hij nimmer van plan is geweest hun het geld terug te betalen. Verdachte heeft hiermee het vertrouwen van aangevers, die handelden uit medeleven met verdachte, op laakbare wijze geschonden. Door zijn handelen heeft verdachte aangevers bovendien schade toegebracht.

De rechtbank rekent verdachte de feiten aan, temeer daar hij blijkens het hem betreffende uittreksel uit het justitiële documentatieregister d.d. 10 september 2013 reeds vele malen eerder is veroordeeld ter zake het plegen van soortgelijke vermogensdelicten. Aan verdachte zijn vaker vrijheidsstraffen opgelegd, al dan niet in voorwaardelijke vorm. Deze straffen hebben verdachte er niet van weerhouden om zich wederom aan dergelijk feiten schuldig te maken.

De rechtbank acht op grond hiervan de oplegging van een forse onvoorwaardelijke gevangenisstraf in beginsel passend.

De rechtbank heeft ook gelet op het volgende.

Uit het reclasseringsrapport d.d. 25 september 2013 blijkt dat verdachte delicten pleegt om in zijn drugsgebruik te kunnen voorzien. De reclassering schat bij ongewijzigde omstandigheden het recidiverisico hoog in. Ofschoon eerdere behandelingen en interventies in een gedwongen kader niet het gewenste effect hebben gehad, lijkt verdachte thans gemotiveerd om zijn problemen aan te pakken en staat hij open voor behandeling gericht op zijn persoonlijkheids- en verslavingsproblematiek. Verdachte heeft dit ter terechtzitting bevestigd. Geadviseerd wordt om verdachte binnen het kader van een verplicht reclasseringstoezicht een klinische behandelverplichting op te leggen. In het aanvullende reclasseringrapport d.d. 1 oktober 2013 wordt aangegeven dat verdachte eind november, begin december ter behandeling kan worden opgenomen in de [behandelinrichting], en, zonodig ter overbrugging, in [tijdelijke verblijfplaats]. Verdachte heeft ter terechtzitting aangegeven dat hij bereid is deze opname(s) te ondergaan.

De rechtbank acht een spoedige behandeling van verdachte van groot belang en zal gelet op het reclasseringsadvies aan verdachte een straf opleggen conform de eis van de officier van justitie.

Vorderingen van de benadeelde partijen

Feit 3

Als benadeelde partij heeft zich in het strafproces gevoegd [slachtoffer 3].

De benadeelde partij heeft schriftelijk opgave gedaan van de inhoud van de vordering en van de gronden waarop deze berust.

Naar het oordeel van de rechtbank is uit het onderzoek ter terechtzitting komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden tot een bedrag van € 20,00. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag zal worden toegewezen.

Voor het overige is de rechtbank van oordeel dat de vordering onvoldoende is onderbouwd en behandeling ervan een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. In zoverre kan de benadeelde partij daarom thans in haar vordering niet worden ontvangen en kan zij haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen

Feit 4

Als benadeelde partij heeft zich in het strafproces gevoegd [slachtoffer 4]. De benadeelde partij heeft schriftelijk opgave gedaan van de inhoud van de vordering en van de gronden waarop deze berust en heeft de vordering ter terechtzitting toegelicht.

Naar het oordeel van de rechtbank is uit het onderzoek ter terechtzitting komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden tot een bedrag van € 20,00. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag zal worden toegewezen.

Voor het overige (de gestelde immateriële schade) is de rechtbank van oordeel dat de vordering onvoldoende is onderbouwd en behandeling ervan een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. In zoverre kan de benadeelde partij daarom thans in haar vordering niet worden ontvangen en kan zij haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen

Schadevergoedingsmaatregel

De rechtbank zal aan verdachte de verplichting opleggen voornoemde geldbedragen ten behoeve van de benadeelde partijen aan de Staat te betalen. De rechtbank heeft daartoe besloten omdat verdachte jegens de benadeelde partijen naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door de strafbare feiten is toegebracht en het belang van de benadeelde partijen ermee is gediend niet zelf te worden belast met het innen van de toegewezen schadevergoeding.

Wettelijke voorschriften

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 24c, 36f, 57 en 326 van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

De rechtbank:

Verklaart het onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen zoals hierboven is aangegeven, te kwalificeren als voormeld en verklaart het bewezen verklaarde strafbaar.

Verklaart verdachte voor het bewezen verklaarde strafbaar.

Verklaart het onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Veroordeelt verdachte voor het bewezen- en strafbaar verklaarde tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 12 (twaalf) maanden.

Beveelt dat bij de tenuitvoerlegging van deze straf de tijd die veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, in mindering zal worden gebracht tenzij die tijd op een andere straf in mindering is gebracht.

Bepaalt dat van deze straf een gedeelte, groot 6 (zes) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders gelast omdat veroordeelde voor het einde van de proeftijd dan wel gedurende de proeftijd van 2 jaren een of meer van de volgende voorwaarden overtreedt:

- de veroordeelde zal zich niet schuldig maken aan een strafbaar feit;

- de veroordeelde zal ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbieden; 

- de veroordeelde zal medewerking verlenen aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen.

Stelt tevens als bijzondere voorwaarden:

- de veroordeelde zal zich ter behandeling laten opnemen in [behandelinrichting] voor de duur van maximaal 12 (twaalf) maanden;

- indien de datum van opname in [behandelinrichting] niet aansluit op de laatste dag van detentie, zal de veroordeelde ter overbrugging verblijven in de[tijdelijke verblijfplaats].

Draagt de Reclassering op toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.

Beslissingen op de vorderingen van de benadeelde partijen

Feit 3

Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 3], toe en veroordeelt de veroordeelde tot betaling aan de benadeelde partij van een bedrag van € 20,00 (zegge: twintig euro).

Verklaart de benadeelde partij voor het overige deel van de vordering niet-ontvankelijk.

Veroordeelt de veroordeelde tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.

Verplicht de veroordeelde aan de Staat te betalen een geldbedrag van € 20,00

(zegge twintig euro) ten behoeve van de benadeelde partij [slachtoffer 3], bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 1 dag hechtenis. Toepassing van de vervangende hechtenis heft de hiervoor opgelegde verplichting niet op.

Heeft de veroordeelde voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 20,00 ten behoeve van de benadeelde partij, dan vervalt de verplichting om dit bedrag aan de benadeelde partij te betalen. Dit geldt ook omgekeerd: heeft de veroordeelde de vordering van de benadeelde partij betaald, dan vervalt de verplichting tot betaling van dit bedrag aan de Staat.

Feit 4

Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 4] toe en veroordeelt de veroordeelde tot betaling aan de benadeelde partij van een bedrag van

€ 20,00 (zegge: twintig euro).

Verklaart de benadeelde partij voor het overige deel van de vordering niet-ontvankelijk.

Veroordeelt de veroordeelde tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.

Verplicht de veroordeelde aan de Staat te betalen een geldbedrag van € 20,00

(zegge twintig euro) ten behoeve van de benadeelde partij [slachtoffer 4] bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 1 dag hechtenis. Toepassing van de vervangende hechtenis heft de hiervoor opgelegde verplichting niet op.

Heeft de veroordeelde voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 20,00 ten behoeve van de benadeelde partij, dan vervalt de verplichting om dit bedrag aan de benadeelde partij te betalen. Dit geldt ook omgekeerd: heeft de veroordeelde de vordering van de benadeelde partij betaald, dan vervalt de verplichting tot betaling van dit bedrag aan de Staat.

Dit vonnis is aldus gewezen door mrs. L.M.E. Kiezebrink, voorzitter, F. de Jong en D.M. Schuiling, rechters, in tegenwoordigheid van W. Brandsma als griffier en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 17 oktober 2013.