Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2013:6180

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
18-10-2013
Datum publicatie
21-10-2013
Zaaknummer
K L 430687 - CV EXPL 13-4138 (E)
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Onregelmatige opzegging / handelen als goed werknemer (7:611 BW)

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2013-0822
XpertHR.nl 2013-400059
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling Privaatrecht

Locatie Leeuwarden

zaak-/rolnummer: 430687 \ CV EXPL 13-4138

vonnis van de kantonrechter d.d. 18 oktober 2013

inzake

De besloten vennootschap

BIRNE ADVOCATEN B.V.,

gevestigd en kantoorhoudende te Leeuwarden,

eiseres,

gemachtigde: mr. P.H. Redeker,

tegen

MR. [A],

wonende te [woonplaats],

gedaagde,

procederende in persoon.

Partijen zullen hierna "Birne" en "[A]" worden genoemd.

Procesverloop

1.1 Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis d.d. 26 juli 2013

- het proces-verbaal van comparitie d.d. 19 september 2013.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

Motivering

De feiten

2.

In deze procedure zal van de volgende vaststaande feiten worden uitgegaan.

2.1.

Birne exploiteert een advocatenkantoor te Leeuwarden.

2.2.

In verband met een ten kantore ontstane vacature voor een advocaat met kennis op het gebied van erfrecht en personen- en familierecht heeft Birne wervingsactiviteiten in die richting ondernomen. Hierop heeft (onder meer) [A] gereageerd. Bij e-mailbericht van 17 september 2010 heeft [A] een sollicitatiebrief en een curriculum vitae aan Birne toegezonden. [A] had op dat moment nog geen ervaring in de advocatuur.

2.3.

Na een sollicitatiegesprek hebben partijen de intentie uitgesproken om een arbeidsrelatie aan te gaan, waarbij [A] als advocaat-stagiaire bij Birne in dienst zou treden. In verband daarmee heeft Birne bij e-mailbericht van 23 september 2010 een concept arbeidsovereenkomst aan [A] toegezonden.

In deze concept arbeidsovereenkomst is onder meer bepaald:

(…)

Artikel 2: Aanvang en duur arbeidsovereenkomst

Partijen zijn een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd aangegaan per 1 oktober 2010. De arbeidsovereenkomst is aangegaan voor de duur van de stage als bedoeld in artikel 9b van de Advocatenwet dan wel maximaal - in geval de stage niet is voltooid - tot 1 oktober 2014.

(…)

Artikel 10: Studie overeenkomst, terugbetalingsregeling

Werkgever is bereid fors te investeren in opleiding, inbegrepen specialisatie opleidingen van werknemer. Ter bescherming van de belangen van werkgever komen partijen ter zake het volgende overeen:

Voor de opleidings- en cursuskosten, de daaraan bestede tijd en reiskosten daarin niet begrepen, geldt een studie overeenkomst oftewel terugbetalingsregeling in geval van vertrek van werknemer vóór het zijn verstreken van de in artikel 2 bepaalde duur van de arbeidsovereenkomst, als volgt:

- 100%

en voor het geval werkgever de arbeidsovereenkomst, na ommekomst van de bepaalde tijd genoemd in artikel 2 op dezelfde voet wil voortzetten maar werknemer daarop niet ingaat:

- 100%

en in geval van continuering van de arbeidsovereenkomst na ommekomst van de in artikel 2 genoemde bepaalde tijd:

- gedurende de opleiding en binnen de eerste twaalf maanden na afronding van de opleiding: 100% van de cursuskosten exclusief BTW;

- gedurende de tweede twaalf maanden na afronding: 66%;

- gedurende de derde twaalf maanden na afronding: 33%.

(…)

2.4.

In reactie hierop heeft [A] bij e-mail van 27 september 2010 onder meer aan Birne medegedeeld:

"(…)

Artikel 2

We hebben besproken dat de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd zou zijn. Uiteraard is dat geen probleem. Ik zou echter graag opgenomen zien dat met inachtneming van de wettelijke regels het contract opgezegd kan worden. Ondanks het feit dat ik een goed gevoel heb bij de functie en jullie kantoor en dolgraag wil beginnen, kan uiteindelijk in de praktijk blijken dat de chemie ontbreekt. Het lijkt me in dat geval niet wenselijk om tot 1 oktober 2014 aan elkaar vast te zitten zonder de mogelijkheid van opzegging.

(…)

Artikel 10

Voor wat betreft de terugbetalingsregeling van opleidings- en cursuskosten zou ik graag aanknopen bij de regeling zoals die ook is opgenomen in het kantoorhandboek.

(…)"

2.5.

Hierna heeft Birne aan [A] een aangepaste concept arbeidsovereenkomst toegezonden, waarin in artikel 2 - in een toegevoegd tweede lid - tevens een beding van tussentijdse opzegging is opgenomen. Dit beding luidt als volgt:

2.2.

Deze arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd kan tussentijds door elk der partijen worden opgezegd in geval "de chemie ontbreekt", met inachtneming door werknemer van een opzegtermijn van twee maanden en van werkgeverskant met inachtneming van een opzegtermijn van vier maanden.

2.6.

De aldus aangepaste arbeidsovereenkomst is op of omstreeks 29 september 2010 door beide partijen ondertekend.

2.7.

Teneinde tot beëdiging van [A] als advocaat te kunnen komen, is - zoals de Raad van Toezicht van de Orde van Advocaten (hierna: de Raad van Toezicht) dat verlangt - de tussen partijen gesloten arbeidsovereenkomst ter goedkeuring aan de Raad van Toezicht voorgelegd. De Raad van Toezicht heeft naar aanleiding daarvan Birne bij faxbericht van 16 november 2010 bericht:

"(…) De Raad toetst de verhouding tussen de stagiaire en (het kantoor van) de patroon en toetst de voorgelegde arbeidsovereenkomst aan de toepasselijke bepalingen in de Advocatenwet, de Stageverordening 2005, het stagereglement van het arrondissement Leeuwarden en de Richtlijnen Arbeidsvoorwaarden Stagiaires.

Tijdens het gesprek met mevrouw mr. [A] en na overlegging en bestudering van de arbeidsovereenkomst, ben ik tot de conclusie gekomen dat de voorgelegde arbeidsovereenkomst op een aantal punten in strijd met bovengenoemde wetgeving dan wel reglementen was. Op grond van het bovenstaande is afgelopen vrijdagmiddag aan mr. [A] meegedeeld dat ik aan de Raad van Toezicht zou gaan adviseren om de goedkeuring, voorlopig, te onthouden aan het door uw kantoor gedane verzoek. De Raad van Toezicht heeft in zijn vergadering van afgelopen vrijdag, aansluitend op het gesprek met mr. [A], gelijkluidend besloten. (…)"

2.8.

Naar aanleiding van de bezwaren van de Raad van Toezicht tegen de arbeidsovereenkomst hebben Birne en [A] een nieuwe arbeidsovereenkomst d.d. 16 november 2010 gesloten, met een bijbehorende "side-letter" van dezelfde datum.

In deze nieuwe arbeidsovereenkomst - die door beide partijen is ondertekend - zijn onder meer het beding van tussentijdse opzegging en de studiekostenregeling weggelaten.

In vorenbedoelde - door beide partijen ondertekende - "side-letter" is bepaald:

"De ondergetekenden:

1.

Birne Advocaten B.V. te Leeuwarden, (…)

en

2.

mevrouw mr. [A], (…)

verklaren dat het stuk met opschrift "Arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd", door partijen ondertekend op 16 november 2010, door partijen is ondertekend met doel de beëdiging van mevrouw mr. [A] zo snel mogelijk te kunnen realiseren in plaats van dat die langer, wat partijen betreft op onheuse gronden, door de Raad van Toezicht Leeuwarden wordt tegengehouden.

Partijen verklaren dat de afspraken zoals zij die met elkaar hebben vastgelegd in de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd van 29 september 2010 onverkort van kracht blijven en dat partij zich daarnaar zullen blijven richten, inbegrepen de daarin geformuleerde relatie- en non-concurrentiebedingen."

2.9.

[A] is per 1 oktober 2010 als advocaat-stagiaire bij Birne aan de slag gegaan.

2.10.

De Raad van Toezicht heeft de tweede arbeidsovereenkomst van partijen goedgekeurd.

2.11.

[A] heeft Birne op 24 september 2012 mondeling laten weten dat zij ontslag wenst te nemen per 1 november 2012.

2.12.

Bij (interne) e-mailberichten van diezelfde datum heeft Birne [A] bericht:

(i) "Zou je tegenover cliënten van kantoor en (advocaten van) wederpartijen vooralsnog niet willen communiceren over jouw vertrek, althans, slechts na overleg en afstemming daarover met [voornaam] en mij?"

en

(ii) "Met jouw tussentijdse opzegging van de arbeidsovereenkomst vanochtend, tegen 1 november 2012, is de verplichting tot terugbetaling van 100% van de opleidings- en cursuskosten ontstaan. Exclusief BTW komt dat neer op het totaalbedrag ad € 8.333,00. Het overzicht dat leidt tot dit totaalbedrag alsmede kopieën van de onderliggende facturen tref je hierbij als bijlage aan (bijlage). Per 1 november 2012 - mocht het bedrag dan onverhoopt niet zijn voldaan - wordt aanspraak gemaakt op wettelijke rente.

Ik stel mij voor dat je bij jouw nieuwe werkgever de bekostiging van deze verplichting jegens Birne Advocaten B.V. hebt bedongen, maar mocht dat anders zijn, dan kan een deel van het door jou te betalen bedrag worden voldaan via verrekening met hetgeen jou op basis van de looneindafrekening toekomt. Wat dat laatste betreft, laat ik de salarisadministratie een salarisspecificatie oktober 2012 opstellen, waarin de looneindafrekening 2012 wordt meegenomen, inbegrepen vakantiegeld over de periode van 1 juni 2012 tot 1 november 2012.

Aan vakantiedagensaldo resteert (pro rato) tot 1 november 2012 het aantal van 4,1 dagen. Ik ga ervan uit dat je die opneemt (een deel) op woensdag 24 oktober 2012 (0,1 dag) en wat betreft de gehele dagen op donderdag 25 oktober 2012, maandag 29 oktober 2012, dinsdag 30 oktober 2012 en woensdag 31 oktober 2012. Mocht je dat anders zien, wil je dat dan uiterlijk woensdagmorgen 26 september 2012 aan mij laten weten?"

2.13.

[A] heeft in reactie op deze e-mails Birne bij e-mail van 25 september 2012 bericht:

"In goede orde ontving ik jullie mail van 24 september 2012. Ik noteer dat we overeenstemming hebben bereikt over de datum waarop mijn dienstverband eindigt, zijnde 1 november 2012.

(…)

Voor het overige kan ik niet akkoord gaan met de inhoud van jullie mail van 24 september 2012, gericht aan mij. Ik stel mij op het standpunt dat er één rechtsgeldige arbeidsovereenkomst tot stand is gekomen en wel die overeenkomst die door de Raad van Toezicht in Leeuwarden is goedgekeurd. Dit betekent dat aan de niet door de Raad van Toezicht goedgekeurde arbeidsovereenkomst en side letter geen rechtskracht toekomt. Deze stukken zijn in strijd met dwingendrechtelijke wet- en regelgeving (onder meer Stageverordening, Stagereglement, Richtlijnen Arbeidsvoorwaarden Stagiaires en Advocatenwet). Met mijn opzegging is derhalve geen verplichting tot terugbetaling van de opleidings- en cursuskosten ontstaan. Ik ben dan ook niet voornemens in deze enig bedrag te voldoen."

2.14.

Birne heeft [A] bij e-mail van 26 september 2012 - in reactie op de stelling van [A] dat slechts de tweede arbeidsovereenkomst van partijen rechtskracht heeft - onder meer medegedeeld:

"(…) Dat zo zijnde, is er geen mogelijkheid tot tussentijdse opzegging. Een dergelijke bepaling moet immers, om rechtsgeldig te zijn, schriftelijk zijn overeengekomen. Ter voorkoming van misverstanden: dat geldt over en weer.

(…)

Vervolgens wordt Birne Advocaten B.V. op 24 september 2012 voor het voldongen feit geplaatst dat jij per 1 november 2012 in Assen aan het werk gaat, waarmee je feitelijk zegt vanaf die dag hier niet meer te zullen verschijnen. De (primaire) reactie van Birne Advocaten B.V. op die opzegging luidt dat deze opzegging - dat vloeit immers voort uit je eigen standpunt omtrent hetgeen (niet) tussen partijen geldt - onregelmatig is. Op grond van artikel 7:677 lid 2 jo. 4 BW heeft die onregelmatige opzegging schadeplichtigheid van de werknemer jegens de werkgever tot gevolg. Birne Advocaten B.V. heeft vervolgens de keuze om te vorderen vergoeding van de door haar geleden schade ten gevolge van die onregelmatige opzegging in gefixeerde vorm of in de vorm van daadwerkelijk geleden / te lijden schade. Birne Advocaten B.V. kiest voor de eerste variant: gefixeerde schadevergoeding. (…)"

2.15.

[A] heeft Birne Advocaten hierna bij e-mail van 28 september 2012 onder meer bericht:

"(…) Uit jullie eerdere mail van 24 september 2012 gericht aan mij, leid ik af en mocht ik afleiden, dat jullie met mijn opzegging (mondeling gedaan op 24 september 's ochtends) onvoorwaardelijk akkoord zijn gegaan. In die mail doen jullie (nota bene) een voorstel hoe om te gaan met de resterende vakantiedagen tot datum einde dienstverband en reppen jullie van een "looneindafrekening" oktober 2012. In mijn mail van 25 september 2012 bericht ik jullie onder meer, dat ik akkoord bent met 1 november 2012 als datum einde dienstverband én met de door jullie voorgestelde wijze van opnemen van de resterende vakantiedagen.

Een en ander betekent dat 1 november 2012 als einddatum vaststaat. Jullie zijn akkoord gegaan met mijn (gewenste) opzegging tegen 1 november a.s. en hebben daaraan, in jullie bedoelde mail, nadere invulling gegeven. Dit betekent dat er dus geen enkele grondslag is voor een vordering wegens "onrechtmatige opzegging".

(…)"

2.16.

[A] is per 1 november 2012 in dienst getreden bij Schuth & Koelemaij Advocaten te Assen.

Het geschil

3.1.

Birne vordert dat de kantonrechter, bij vonnis voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

1.

voor recht verklaart dat [A] de op haar rustende normen op gebied van jegens Birne Advocaten in acht te nemen goed werknemerschap in de zin van artikel 7:611 BW heeft geschonden;

2.

voor recht verklaart dat [A] de arbeidsovereenkomst met Birne Advocaten onregelmatig heeft opgezegd per 1 november 2012 en daarmee schadeplichtig heeft doen eindigen, waarmee, althans waarna zij schadeplichtig is jegens Birne Advocaten ter zake van gefixeerde schadevergoeding;

3.

[A] veroordeelt in de kosten van het geding, vermeerderd met wettelijke rente;

4.

[A] veroordeelt in de nakosten, te vermeerderen met wettelijke rente.

3.2.

[A] concludeert tot afwijzing van de vorderingen van Birne, met

veroordeling van Birne - bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad - in de kosten van het geding, te

vermeerderen met wettelijke rente.

Het standpunt van Birne

4.1.

Birne legt aan de door haar gevorderde verklaringen voor recht - samengevat - het volgende ten grondslag.

4.2.

Uitgaande van de eigen stelling van [A] dat slechts aan de tweede arbeidsovereenkomst rechtskracht toekomt, bestond er geen mogelijkheid tot tussentijdse opzegging van deze arbeidsovereenkomst. Nu [A] niettemin tot (tussentijdse) opzegging is overgegaan, is er sprake van een onregelmatige opzegging, als gevolg waarvan [A] schadeplichtig is geworden jegens Birne, in dit geval de gefixeerde schadevergoeding, bedoeld in artikel 7:680 BW.

4.3.

[A] heeft jegens Birne in strijd met de normen van goed werknemerschap gehandeld. Birne heeft aan [A] de kans geboden om als advocaat aan de slag te gaan, waarbij zij bovengemiddeld is gesalarieerd. Hiertegenover verwachtte Birne een tegenprestatie van [A], te meer omdat zij intensief door Birne is begeleid. [A] heeft bij de opzegging van de arbeidsovereenkomst echter de belangen van Birne veronachtzaamd en louter aan zichzelf gedacht. [A] had de door haar verlangde beëindiging van het dienstverband ook op een andere wijze kunnen nastreven dan in het onderhavige geval is gebeurd. [A] heeft Birne veel overlast bezorgd met de (onregelmatige) opzegging van de arbeidsovereenkomst, waardoor Birne extra kosten heeft moeten maken. Er ontstond namelijk een gat in de dienstverlening op het gebied van personen- en familierecht. Bij het handelen in strijd met de normen van goed werkgeverschap speelt volgens Birne ook een rol dat [A] bij haar volle verstand de afspraak omtrent het terugbetalen van studiekosten heeft gemaakt en die afspraak nu niet meer wil nakomen.

Het standpunt van [A]

5.1.

voert - samengevat - het volgende verweer.

5.2.

Van een onregelmatige opzegging van het dienstverband is geen sprake geweest. [A] heeft op 24 september 2012 slechts haar wens om per 1 november 2012 bij Birne te vertrekken te kennen gegeven. Birne heeft vervolgens met de door [A] gewenste beëindiging van het dienstverband per deze datum ingestemd. [A] mocht er dan ook gerechtvaardigd op vertrouwen dat de arbeidsovereenkomst per 1 november 2012 zou eindigen en dat Birne (ook) meende dat de opzegging door [A] regelmatig was. Ter onderbouwing hiervan verwijst [A] ook nog naar een in oktober 2012 door haar ontvangen salarisspecificatie over die maand alsmede de eindafrekening. Ook daaruit blijkt dat Birne een beëindiging van de arbeidsovereenkomst per 1 november 2012 voor ogen had. Indien Birne vanaf het begin van mening was dat er sprake zou zijn van een onregelmatige opzegging, dan had het voor de hand gelegen dat Birne dit in het gesprek op 24 september 2012, althans in het meteen daaropvolgende e-mailverkeer aan [A] had gemeld.

Overigens had [A], anders dan Birne meent, wel degelijk de contractuele mogelijkheid om tussentijds op te zeggen. Aan de eerste arbeidsovereenkomst van partijen kwam slechts geen rechtskracht toe, voor zover deze in strijd was met de ter zake geldende regelgeving. Dan gaat het met name over het studiekostenbeding, aldus [A]. Het beding van tussentijdse opzegging was niet in strijd met de geldende regelgeving. [A] heeft dan ook geen afstand gedaan van haar recht op tussentijdse opzegging van het dienstverband. Zou er onverhoopt onregelmatig zijn opgezegd, dan is dit slechts gebeurd met een onjuiste opzeggingstermijn van één maand, zodat [A] in dat geval hoogstens een gefixeerde schadevergoeding ter zake van één maandloon verschuldigd zou zijn geworden.

5.3.

[A] heeft niet gehandeld in strijd met de normen van goed werknemerschap. De arbeidsovereenkomst is op regelmatige wijze beëindigd. Het is juist Birne geweest die artikel 7:611 BW heeft geschonden. Zij heeft zich jegens [A] niet als goed werkgever opgesteld, door bij het aangaan van de arbeidsovereenkomst(en) de belangen van [A] niet mede in acht te nemen. Pas na tussenkomst van de Raad van Toezicht is er een aangepaste arbeidsovereenkomst gekomen. [A] is bovendien misleid en onder druk gezet door Birne voor zover het de noodzaak betrof om de "side-letter" te ondertekenen. De door de Raad van Toezicht genoemde kritiekpunten op de eerste arbeidsovereenkomst hadden tot een eenvoudige aanpassing van die arbeidsovereenkomst kunnen leiden. Birne heeft zich voorts jegens [A] bediend van uiterst grievende e-mailberichten. Voor zover geoordeeld zou worden dat [A] zich jegens Birne niet als een goed werknemer zou hebben gedragen, dan kan Birne geen beroep doen op de rechtsgevolgen daarvan gelet op het handelen van Birne zelf.

De beoordeling van het geschil

Onregelmatige opzegging

6.1.

Naar het oordeel van de kantonrechter is genoegzaam komen vast te staan dat [A] op 24 september 2012 mondeling aan Birne heeft medegedeeld dat zij de arbeidsovereenkomst per 1 november 2012 wilde beëindigen. Birne heeft deze mededeling kennelijk ook als een opzegging opgevat, gelet op de inhoud van haar hiervoor sub 2.12. genoemde e-mails van gelijke datum aan [A]. De reactie daarop van [A] bij e-mail (zie r.o. 2.13.) wijst naar het oordeel van de kantonrechter ook op een opzegging door [A] tegen 1 november 2012, waar zij in deze e-mail stelt dat zij naar aanleiding van de e-mail van Birne "noteert dat partijen overeenstemming hebben bereikt over de datum waarop haar dienstverband eindigt, 1 november 2012." Ook in de latere correspondentie met Birne - bijvoorbeeld de e-mail van 28 september 2013 (zie r.o. 2.15.) rept [A] zelf over een opzegging.

6.2.

Naar het oordeel van de kantonrechter heeft Birne door middel van haar e-mail aan [A] van 24 september 2012 het per 1 november 2012 door [A] genomen ontslag (lees: de opzegging) onvoorwaardelijk aanvaard. Daarmee is de discussie tussen partijen of er nu wel of geen beding van tussentijdse opzegging gold niet meer relevant. Of er sprake is van aanvaarding, hangt - overeenkomstig artikel 3:33 en 3:35 BW - af van wat partijen hebben verklaard en uit elkaars verklaringen en gedragingen, overeenkomstig de zin die zij daaraan in de gegeven omstandigheden redelijkerwijze mochten toekennen, hebben afgeleid (zie HR 17 december 1976, NJ 1977, 241).

Uit de tekst van genoemde e-mail kan naar het oordeel van de kantonrechter namelijk geen andere conclusie worden getrokken dan dat óók Birne uitging van een einde dienstverband per 1 november 2012. Birne stelt immers dat er per die datum een eindafrekening wordt opgemaakt, dat de vakantiedagen tot die datum moeten worden opgenomen en dat er per die datum een verplichting tot terugbetaling van studiekosten ontstaat. In haar e-mail rept Birne echter met geen woord over de (mogelijke) onregelmatigheid van de opzegging, hetgeen zonder meer voor de hand had gelegen indien zij toen meende dat de opzegging door [A] ontijdig was. Gelet op de juridische expertise aan de zijde van Birne - blijkens de door [A] overgelegde productie 21 is de aan Birne verbonden advocaat mr.[B], die de patroon van [A] was, zelfs specialist arbeidsrecht - had zij in vorenbedoelde e-mail naar het oordeel van de kantonrechter tevens en terstond melding moeten maken van de onregelmatigheid van de opzegging. Dit heeft Birne niet gedaan. Opvallend is dat Birne zich pas op het standpunt heeft gesteld dat er sprake is van een onregelmatig ontslag, nadat [A] te kennen had gegeven zich niet gebonden te achten aan het door Birne ingeroepen studiekostenbeding uit de - door de Raad van Toezicht op dat punt niet goedgekeurde - eerste arbeidsovereenkomst. Gelet op het vorenstaande mocht [A] er naar het oordeel van de kantonrechter gerechtvaardigd op vertrouwen dat Birne de gedane opzegging als regelmatig beschouwde.

6.3.

Van een onregelmatige opzegging is mitsdien geen sprake geweest. De ter zake door Birne gevorderde verklaring voor recht zal dan ook worden afgewezen.

Handelen in strijd met artikel 7:611 BW

6.4.

De kantonrechter stelt in dezen het volgende voorop. Op grond van artikel 3:302 BW kan de rechter op vordering van een onmiddellijk bij een rechtsverhouding betrokken persoon omtrent die rechtsverhouding een verklaring voor recht uitspreken. Op grond van artikel 3:303 BW komt aan de eiser van een verklaring voor recht slechts bij aanwezigheid van een voldoende concreet belang de hiervoor bedoelde vordering toe.

6.5.

Naar het oordeel van de kantonrechter heeft Birne op geen enkele wijze onderbouwd welk concreet, rechtens relevant, belang zij heeft bij de gevorderde verklaring voor recht dat [A] als werkneemster de normen van het goed werknemerschap ex artikel 7:611 heeft geschonden. Zo heeft Birne niet gesteld welke rechtsgevolgen er aan het uitspreken van een zodanige verklaring voor recht zouden voortvloeien. Het ter comparitie door Birne aangedragen argument dat zij met de gewenste verklaring voor recht hoopt een onderhandelingspositie over de terugbetaling van studiekosten jegens [A] te verwerven, acht de kantonrechter in dit verband onvoldoende, nog daargelaten dat Birne er met deze stelling klaarblijkelijk aan voorbijgaat dat het studiekostenbeding is opgenomen in een niet door de Raad van Toezicht goedgekeurde arbeidsovereenkomst.

6.6.

Ook in het geval dat Birne de horde van voldoende belang wel met succes zou passeren, is haar vordering niet toewijsbaar. Daartoe wordt het volgende overwogen.

Op grond van artikel 7:611 BW zijn werkgever en werknemer verplicht om zich als een goed werkgever en een goed werknemer te gedragen. Zo dient - in de onderlinge verhouding tot zijn of haar werkgever - een werknemer mede de gerechtvaardigde belangen van de werkgever in acht te nemen.

6.7.

Naar het oordeel van de kantonrechter is niet komen vast te staan dat [A] in haar onderlinge verhouding met Birne de normen van goed werknemerschap heeft geschonden. Hiervoor is reeds geoordeeld dat, in de gegeven omstandigheden, van een onregelmatige opzegging van de arbeidsovereenkomst geen sprake is geweest. Uiteraard moest Birne vervolgens op zoek gaan naar een nieuwe advocaat op het gebied van personen- en familierecht, maar dat is naar het oordeel van de kantonrechter "all in the game" wanneer een werknemer zijn dienstverband opzegt. Het behoort tot het normale bedrijfsrisico van een werkgever dat een werknemer zijn dienstverband kan opzeggen en dat er vervolgens in vervanging moet worden voorzien. Het enkele feit dat [A] - op juridische gronden - niet tot terugbetaling van studiekosten wenst over te gaan, levert geen handelen in strijd met de normen van goed werkgeverschap op. Overigens heeft [A] zich naar het oordeel van de kantonrechter tegenover Birne terecht op het standpunt gesteld dat op haar geen terugbetalingsverplichtingen uit hoofde van het studiekostenbeding rustten, nu dit beding is opgenomen in een niet door de Raad van Toezicht goedgekeurde arbeidsovereenkomst. Hieraan kan niet afdoen dat Birne en [A] in een "side-letter" alsnog zijn overeengekomen dat tussen hen het studiekostenbeding uit de - door de Raad van Toezicht afgekeurde - eerste arbeidsovereenkomst gold.

Proceskosten

6.8.

Birne zal als de in het ongelijk te stellen partij in de proceskosten worden veroordeeld. De proceskosten aan de zijde van [A] worden vastgesteld op € 500,00

(2 punten x € 250,00) aan salaris, nu [A] kennelijk in haar hoedanigheid van advocate de processtukken heeft opgesteld. In zoverre is een vergoeding voor de proceskosten op zijn plaats.

Beslissing

De kantonrechter:

7.1. wijst de vorderingen van Birne af;

7.2. veroordeelt Birne in de kosten van het geding, tot op heden aan de zijde van [A] vastgesteld op € 500,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over deze proceskosten indien deze niet binnen veertien dagen na dagtekening van het vonnis zijn voldaan, tot aan de dag der algehele voldoening;

7.3. verklaart dit vonnis voor wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Aldus gewezen door mr. A. van der Meer, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 18 oktober 2013 in tegenwoordigheid van de griffier.

c 119