Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2013:5696

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
19-09-2013
Datum publicatie
03-10-2013
Zaaknummer
18/830200-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Aanmerkelijk onvoorzichtig en aanmerkelijk onoplettend in de zin van artikel 6 WVW, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander wordt gedood en waardoor aan anderen zwaar lichamelijk letsel is toegebracht. Nu ook verdachte zeer zwaar getroffen is door de gevolgen van het ongeval, past de rechtbank art. 9a van het Wetboek van Strafrecht toe.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht

Locatie Groningen

Parketnummer: 18/830200-13

Op tegenspraak

Raadsman: mr. C. Eenhoorn

vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d.

19 september 2013 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte],

geboren te Groningen op[geboortedatum],

wonende te [adres].

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van

5 september 2013.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 29 december 2012 te Sappemeer, in de gemeente

Hoogezand-Sappemeer,

als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig, een

personenauto (merk Citroën, Xsara Picasso, [kenteken]), daarmede

rijdende over de weg, de rijksweg A7 richting Groningen, ter hoogte van

hectometerpaal 217,3,

aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend,

terwijl hij bezig was een bijzondere manoeuvre uit te voeren, te weten het

inhalen van een voor hem rijdende vrachtwagen, zoals bedoeld in artikel 54 van

het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, en/of

terwijl het zicht ter plaatse niet werd belemmerd, beperkt en/of werd

gehinderd, en/of

heeft gereden met een snelheid van (ongeveer) 130 kilometer per uur, de aldaar

toegestane maximumsnelheid van 130 kilometer per uur, en/of

(daarbij) onvoldoende afstand heeft gehouden van een voor hem rijdende

vrachtwagen, en/of

(daarbij) niet, althans in onvoldoende mate op het voor hem gelegen gedeelte

van die weg, de Rijksweg A7, en/of het overige verkeer gelet en/of is blijven

letten, en/of

(daarbij) in strijd met het gestelde in artikel 19 van het Reglement

verkeersregels en verkeerstekens 1990 zijn snelheid niet zodanig heeft

geregeld dat hij, verdachte, in staat was voormeld motorrijtuig tot stilstand

te brengen binnen de afstand waarover hij die weg, de Rijksweg A7, kon

overzien en waarover deze vrij was, en/of

(vervolgens) een scherpe stuurcorrectie naar links heeft uigevoerd, en/of

(vervolgens) in de middenberm van die weg, de Rijksweg A7, terecht is gekomen,

en/of

(vervolgens) is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met, de

vangrail van die weg, de Rijksweg A7, en/of

(vervolgens) die auto honderdtachtig graden is gedraaid, ten gevolge waarvan

die auto is tegenovergestelde richting op de linker rijbaan terecht is

gekomen, en/of

(vervolgens) is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met, een ander

motorrijtuig (personenauto, merk Ford Mondeo, kenteken [kenteken Ford Mondeo]),

en aldus zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten

verkeersongeval heeft plaatsgevonden,

waardoor een ander ([slachtoffer 1]) werd gedood, en/of

waardoor een ander ([slachtoffer 2]) zwaar lichamelijk letsel, te weten een

polsfractuur en/of een (gehechte) wond boven het oog en/of een of meerdere

gekneusde enkel(s) en/of haar tong doormidden is gebeten, of zodanig

lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijk ziekte en/of

verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan, en/of

waardoor een ander ([slachtoffer 3]) zwaar lichamelijk letsel, te weten een

(gecompliceerde) scheenbeenbreuk en/of een hersenschudding en/of een

gescheurd en gehecht ooglid en/of een of meerdere gekneusde enkel(s), of

zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijk ziekte of

verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan, en/of

waardoor een ander ([slachtoffer 4]) zwaar lichamelijk letsel, te weten twee

ribfracturen en/of diverse kneuzingen, of zodanig lichamelijk letsel werd

toegebracht, dat daaruit tijdelijk ziekte of verhindering in de uitoefening

van de normale bezigheden is ontstaan, en/of

waardoor een ander [slachtoffer 5] zwaar lichamelijk letsel, te weten een

bovenbeenbreuk en/of een ontwrichte heup met een breuk in de bekken en de

heupkom en/of zeven gebroken ribben, of zodanig lichamelijk letsel werd

toegebracht, dat daaruit tijdelijk ziekte of verhindering in de uitoefening

van de normale bezigheden is ontstaan, en/of

waardoor een ander ([slachtoffer 6]) zwaar lichamelijk letsel, te weten een

gebroken grote teen en/of een gebroken middenhandsbeentje, of zodanig letsel

werd toegebracht, dat daaruit tijdelijk ziekte of verhindering in de

uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan;

art 6 Wegenverkeerswet 1994

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij op of omstreeks 29 december 2012 te Sappemeer, in de gemeente

Hoogezand-Sappemeer,

als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig, een

personenauto (merk Citroën, Xsara Picasso, [kenteken]), daarmede

rijdende over de weg, de rijksweg A7 richting Groningen, ter hoogte van

hectometerpaal 217,3,

terwijl hij bezig was een bijzondere manoeuvre uit te voeren, te weten het

inhalen van een voor hem rijdende vrachtwagen, zoals bedoeld in artikel 54 van

het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, en/of

terwijl het zicht ter plaatse niet werd belemmerd, beperkt en/of werd

gehinderd, en/of

heeft gereden met een snelheid van (ongeveer) 130 kilometer per uur, de aldaar

toegestane maximumsnelheid van 130 kilometer per uur, en/of

(daarbij) onvoldoende afstand heeft gehouden van een voor hem rijdende

vrachtwagen, en/of

(daarbij) niet, althans in onvoldoende mate op het voor hem gelegen gedeelte

van die weg, de Rijksweg A7, en/of het overige verkeer gelet en/of is blijven

letten, en/of

(daarbij) in strijd met het gestelde in artikel 19 van het Reglement

verkeersregels en verkeerstekens 1990 zijn snelheid niet zodanig heeft

geregeld dat hij, verdachte, in staat was voormeld motorrijtuig tot stilstand

te brengen binnen de afstand waarover hij die weg, de Rijksweg A7, kon

overzien en waarover deze vrij was, en/of

(vervolgens) een scherpe stuurcorrectie naar links heeft uigevoerd, en/of

(vervolgens) in de middenberm van die weg, de Rijksweg A7, terecht is gekomen,

en/of

(vervolgens) is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met, de

vangrail van die weg, de Rijksweg A7, en/of

(vervolgens) die auto honderdtachtig graden is gedraaid, ten gevolge waarvan

die auto is tegenovergestelde richting op de linker rijbaan terecht is

gekomen, en/of

(vervolgens) is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met, een ander

motorrijtuig (personenauto, merk Ford Mondeo, kenteken [kenteken Ford Mondeo]),

door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt,

althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd,

althans kon worden gehinderd;

De in deze tenlastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voor zover

daaraan in de Wegenverkeerswet 1994 betekenis is gegeven, geacht in dezelfde

betekenis te zijn gebezigd;

art 5 Wegenverkeerswet 1994

Bewijsvraag

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het primair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden in die zin dat verdachte aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend heeft gereden. De officier van justitie heeft daartoe aangevoerd dat verdachte de voor hem rijdende vrachtwagen te dicht was genaderd, omdat hij zijn snelheid niet goed heeft ingeschat. Verdachte heeft niet geremd, maar een manoeuvre naar links gemaakt als gevolg waarvan hij tegen de vangrail is gekomen en de auto in tegenovergestelde richting op de linkerrijbaan terecht is gekomen. Kort daarop is de Ford Mondeo boven op de auto van verdachte gebotst. Door het onvoorzichtige en onoplettend rijgedrag van verdachte is het ongeval ontstaan als gevolg waarvan [slachtoffer 1] is overleden en [slachtoffer 2], [slachtoffer 3], [slachtoffer 4], [slachtoffer 5] en [slachtoffer 6] zwaar lichamelijk letsel hebben opgelopen.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft betoogd dat verdachte geheel moet worden vrijgesproken van het ten laste gelegde. De raadsman wijst erop dat [getuige 1], de vrachtwagenchauffeur, heeft verklaard dat hij een doffe dreun hoorde. Dit geluid zou volgens de raadsman afkomstig kunnen zijn van de aanhanger van de vrachtwagen, die na het invoegen een stukje naar links is geschoten. Als gevolg daarvan was verdachte, die zich schuin achter de vrachtwagen bevond en bezig was met een inhaalmanoeuvre, mogelijk genoodzaakt om een - noodlottige - stuurcorrectie naar links te maken. Deze mogelijkheid wordt ondersteund door [slachtoffer 6] die heeft verklaard dat de vrachtwagen bij het invoegen slingerde van achteren; ineens was hij er. Verdachte werd derhalve geconfronteerd met een situatie waar hij geen rekening mee behoefde te houden. Verdachte heeft niet te hard gereden en heeft niet onvoldoende afstand gehouden. Het ongeval is niet aan de schuld van verdachte te wijten. Verdachte heeft met zijn lichten geseind. De bestuurder van de Ford Mondeo had de auto van verdachte moeten zien en tijdig moeten uitwijken.

Beoordeling

De rechtbank heeft bij de beoordeling acht geslagen op de volgende bewijsmiddelen, zakelijk weergegeven.

Ten aanzien van het onder primair ten laste gelegde

De verklaring door verdachte op de terechtzitting afgelegd

Ik reed op de A7 richting Groningen. Ik zag voor mij een vrachtwagen rijden. Ik wilde de vrachtwagen inhalen. Ik heb toen mogelijk de snelheid van de vrachtwagen verkeerd ingeschat. Ik reed 120 km per uur, maar ik was mijn snelheid aan het minderen. Ik hoorde mijn vrouw, [slachtoffer 1], en mevrouw[slachtoffer 5]: "[verdachte]!" roepen. Ik bleef in het midden van de snelweg rijden. De achterkant van de vrachtwagen kwam ineens voor mijn auto. Ik ben toen tegen de vangrail geknald en ik stond uiteindelijk achterstevoren op de linkerweghelft. Ik zag een auto op volle snelheid op ons afkomen. Die auto knalde frontaal op ons. Ik keek achterom naar mijn vrouw en ik zag dat ze overleed.

Het proces-verbaal verhoor verdachte d.d. 29 januari 2013, opgenomen op pagina 12 e.v. van dossier nr. PLO1PC 2012131315-1, d.d. 5 februari 2013 van Regiopolitie Groningen, inhoudende de verklaring van verdachte

Op zaterdag 29 december 2012, omstreeks 18.30 uur, reed ik als bestuurder van mijn personenauto, merk Citroën, type Xsara, [kenteken], over de snelweg A7, komende uit de richting Zuidbroek en rijdende in de richting Groningen met een snelheid van 120 kilometer per uur. Voor mij in dezelfde rijrichting reed een vrachtwagen. De vrachtwagen reed aan de rechterkant. Ik ging de vrachtauto inhalen. Het kan zijn dat ik er te dicht opzat. Ik heb de richtingaanwijzer aan gezet en ben naar links gegaan. Ik heb niet gekeken in mijn spiegel. Ik zag op een gegeven moment reflectoren van de vrachtauto. Volgens mij reed ik schuin naast de vrachtauto op de linkerrijbaan. Ik zie opeens reflectoren voor mijn neus. Ik zag ze in een flits de linkerzijde van de vrachtauto voor mijn auto. Ik voelde en zag dat ik met de auto in de middenberm gekomen ben en tegen de vangrail aanreed. Ik ben met de voorzijde van de auto tegen de vangrail gereden. Ik ben vervolgens achterwaarts met de auto op de linkerrijstrook terecht gekomen. Ik zag toen een auto op ons af komen rijden. Ik voelde en zag toen dat de auto vol op onze auto botste. Hij botste met de voorzijde tegen de voorzijde van mijn auto.

Het proces-verbaal verhoor getuige d.d. 31 januari 2013, opgenomen op pagina 16 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende de verklaring van [getuige 1]

Ik ben werkzaam als vrachtwagenchauffeur en reed op 29 december 2012 rond 18.30 uur in een vrachtauto.

Ik heb al verklaard dat ik dit met een snelheid van ongeveer 60 km per uur deed en dat ik in de spiegels had gekeken om te zien of de rechterrijstrook vrij was. Dit was het geval. De verlichting van mijn vrachtauto was zowel aan de voorzijde als achterzijde goed zichtbaar.

Het proces-verbaal verhoor getuige d.d. 15 januari 2013, opgenomen op pagina 20 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende de verklaring van [getuige 2]

Ik reed omstreeks 18.30 uur als bestuurder van een personenauto op de A7 in de richting van Groningen. Ik kwam vanuit de richting Zuidbroek. Ik reed op de rechterrijstrook. Voor mij reed een personenauto. Dit was een grijze Citroen. Ik heb het over de Citroen die later bij de aanrijding betrokken was. Ik reed 120 kilometer per uur en liep in op de Citroen. Ik reed achter hem en zag dat voor hem een vrachtwagen reed. Het was donker en het was droog weer. Het wegdek was ook droog. Plotseling zag ik dat de Citroën met een ruk naar de linkerrijbaan reed. Later zag ik dat de vrachtwagen stil stond op de vluchtstrook. Ik zag dat de verlichting van de vrachtauto brandde. Deze was duidelijk zichtbaar.

Het proces-verbaal verhoor getuige d.d. 10 januari 2013, opgenomen op pagina 29 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende de verklaring van [slachtoffer 4]

Op 29 december 2012 reed ik als bestuurder van een personenauto, merk Ford Mondeo, kleur zilver grijs met het kenteken: [kenteken Ford Mondeo] over de A7 in de richting van de stad Groningen. Mijn vrouw zat naast mij, mijn dochter[slachtoffer 2] achter mij op de achterbank.[slachtoffer 3] op de achterbank, achter mijn vrouw. Ik reed op de linkerrijbaan. Ik hoorde en voelde een knal en ik stond stil op de linkerrijbaan.

Het proces-verbaal verhoor getuige d.d. 24 januari 2013, opgenomen op pagina 32 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende de verklaring van [slachtoffer 5]

We reden in de auto van [verdachte]. Hij bestuurde de auto. [slachtoffer 6] zat naast hem. Ik zat achterin achter [verdachte].[slachtoffer 1], zijn vrouw, zat achter [slachtoffer 6]. We reden op de rechterbaan van de A7 richting Groningen. Ter hoogte van de oprit Sappemeer reden we achter een bietenwagen. [verdachte] wilde er voorbij. Ik weet dat omdat hij iets naar links stuurde. Hij bleef in het midden van de twee rijbanen rijden. We kwamen steeds dichter bij de bietenwagen. Ik zag dat [verdachte] niet genoeg naar links stuurde om de bietenwagen in te halen. Ik zag dat [verdachte] naar links stuurde. Voor mijn gevoel gooide[verdachte] op dat moment het stuur om. We botsten tegen de vangrail. Ik weet dat we rondjes hebben gedraaid. Kort hierna volgde een harde doffe klap.

Het proces-verbaal verhoor getuige d.d. 13 januari 2013, opgenomen op pagina 34 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende de verklaring van [slachtoffer 6]

Op de A7 reed [verdachte] met een snelheid van ongeveer 130 kilometer per uur. Ik hoorde[slachtoffer 1]zeggen:"[verdachte], wat hadden we nou afgesproken? Je zou 111 rijden." Ik zag dat [verdachte] gas terug nam en de kilometerteller op 111 liet staan. [verdachte] rijdt altijd 111 kilometer per uur.

Ter hoogte van de Noordbroeksterstraat zag ik plotseling een vrachtauto die wilde invoegen op de invoegstrook vanaf de oprit Sappemeer. Wij reden op dat moment op de rechterbaan. [verdachte] reed rechtdoor op dezelfde rijstrook. Ik hoorde[slachtoffer 5] zeggen: "[verdachte]" en kort hierna hoorde ik [slachtoffer 1] roepen: "[verdachte]!" Ik zei tegen [verdachte]: "Dit gaat niet goed." Ik voelde dat we slipten naar links en in de middenberm tegen de vangrail botsten. We hebben een pirouette gemaakt en kwamen op de linkerrijstrook tot stilstand. De derde auto die voorbij reed kon ons niet ontwijken en botste tegen ons aan.

Het proces-verbaal verhoor getuige d.d. 25 januari 2013, opgenomen op pagina 36 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende de verklaring van [getuige 3]

Op zaterdag 29 december 2012 ben ik getuige geweest van een verkeersongeval op de A7 nabij Sappemeer.

Die zaterdagavond reed ik rond 18.30 uur samen met mijn collega op de rechterrijstrook van de A7 ter hoogte van Sappemeer. Op geruime afstand voor ons reed een bietenwagen en daar achter reed een personenauto. Dit was de Citroën die later betrokken was bij het ongeval. Beide reden op de rechterrijbaan. Plotseling zag ik dat de achterlichten van de Citroën 'raar' gingen doen. Ik bedoel hiermee alsof het leek dat de achterlichten ineens haaks op de snelweg stonden. Op het moment dat de Citroën in de lichtbundel van onze ambulance verscheen zag ik dat hij met de voorzijde in onze rijrichting stond. Op hetzelfde moment passeerde ons een personenauto op de linkerrijbaan. Ik zag hoe deze personenauto fors op de Citroen klapte.

Een proces-verbaal VerkeersOngevalsAnalyse nr. 29122012.1900.2393/2691, d.d. 11 januari 2013, opgenomen in voornoemd dossier

Conclusie

Wij, verbalisanten, zijn van mening dat het ongeval niet te wijten is aan een technisch gebrek, doch moet worden gezocht in een rij- c.q. beoordelingsfout van de bestuurder van de Citroën, immers hij raakte met zijn voertuig in een slip. De bestuurder van de Citroën nam deel aan het verkeer en gedroeg zich zodanig dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval plaatsvond waardoor aan inzittenden van de Ford en de Citroën zwaar lichamelijk letsel werd toegebracht. Tevens werd 1 inzittende van de Citroën hierbij gedood.

Oorzaak, toedracht en gevolg

De bestuurder van de Citroën reed met zijn voertuig over de autosnelweg A7, komende uit de richting Nieuweschans en gaande in de richting Groningen. Ter hoogte van Sappemeer raakte deze bestuurder met zijn voertuig in een slip. Hierbij ontstonden de slipsporen op de uiterste linkerzijde van rijstrook 1. De Citroën raakte in de middenberm en botste met de voorzijde tegen de vangrail in de middenberm. Na deze slip belandde de Citroën met de voorzijde in de richting Nieuweschans op rijstrook 1. De bestuurder van de Ford reed met zijn voertuig over de autosnelweg A7, komende uit de richting Nieuweschans en gaande in de richting Groningen. Hij werd plotseling geconfronteerd met de Citroën op rijstrook 1. De voorzijde van de Ford botste tegen de voorzijde van de Citroën. Tengevolge van deze aanrijding werd aan inzittenden van de Ford en inzittenden van de Citroën zwaar lichamelijk letsel toegebracht. De passagiere welke rechts achter in de Citroën zat is ten gevolge van deze aanrijding overleden.

Een schriftelijk bescheid te weten een medische verklaring betreffende [slachtoffer 2] d.d. 10 januari 2013 opgemaakt door S. Rodel, chirurg, opgenomen op pagina 50 e.v. in voornoemd dossier

1.Welk(e) letsels(s) dan wel afwijking(en) — zowel in- als uitwendig - heeft u op --/--/-- bij betrokkene geconstateerd (a.u.b. ook de plek op het lichaam en de afmetingen vermelden)?

1.

Polsbotbreuk

2.

Wond linkerwenkbrauw/ooglid -> gehecht

3.

Overrekte enkel

Het proces-verbaal verhoor getuige d.d. 10 januari 2013, opgenomen op pagina 25 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende de verklaring van [slachtoffer 2]

Door de aanrijding heb ik mijn linkerpols gebroken, mijn tong door midden gebeten, beide enkels gekneusd, neus gekneusd en een verwonding boven mijn linkeroog.

Een schriftelijk bescheid te weten een medische verklaring betreffende [slachtoffer 3] d.d. 10 januari 2013 opgemaakt door S. Rodel, chirurg, opgenomen op pagina 52 e.v. in voornoemd dossier

1.Welk(e) letsels(s) dan wel afwijking(en) — zowel in- als uitwendig - heeft u op --/--/-- bij betrokkene geconstateerd (a.u.b. ook de plek op het lichaam en de afmetingen vermelden)?

-> Botbreuk onderbeen

Het proces-verbaal verhoor getuige d.d. 10 januari 2013, opgenomen op pagina 27 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende de verklaring van [slachtoffer 3]

Ik heb door de aanrijding mijn scheenbeen op twee plaatsen gebroken en moet 12 weken in het gips. Ik heb een gescheurd ooglid, kneuzingen aan schouder en nek, een hersenschudding en verwondingen in mijn gezicht.

Een schriftelijk bescheid te weten een medische verklaring betreffende [slachtoffer 4] d.d. 10 januari 2013 opgemaakt door S. Rodel, chirurg, opgenomen op pagina 54 e.v. in voornoemd dossier

1.Welk(e) letsels(s) dan wel afwijking(en) — zowel in- als uitwendig - heeft u op --/--/-- bij betrokkene geconstateerd (a.u.b. ook de plek op het lichaam en de afmetingen vermelden)?

-> 2 ribbotbreuken, schaafwonden, kneuzing

2.

Hoe is betrokkene behandeld en mocht betrokkene tijdens deze behandeling bepaalde dingen niet (bijv. het been belasten, uit bed komen) of moest hij deze juist wél (bijv. oefenen)?

- pijnstilling

Een schriftelijk bescheid te weten een medische verklaring betreffende [slachtoffer 5] d.d. 22 februari 2013 opgemaakt door dr. E.F.M. Veldhuis, chirurg, opgenomen op pagina 56 e.v. in voornoemd dossier

1.Welk(e) letsels(s) dan wel afwijking(en) — zowel in- als uitwendig - heeft u op --/--/-- bij betrokkene geconstateerd (a.u.b. ook de plek op het lichaam en de afmetingen vermelden)?

- Bovenbeenbreuk

- Ontwrichting heup, met breuk in bekken en heupkom

- Gebroken ribben 3-9

2.

. Hoe is betrokkene behandeld en mocht betrokkene tijdens deze behandeling bepaalde dingen niet (bijv. het been belasten, uit bed komen) of moest hij deze juist wél (bijv. oefenen)?

- operatief

4.

Is de behandeling inmiddels afgesloten en zo niet, wanneer is dat (vermoedelijk) wel het geval?

nee. zal nog maanden duren.

Een schriftelijk bescheid te weten een medische verklaring betreffende [slachtoffer 6] d.d. 11 januari 2013 opgemaakt door dr. E.F.M. Veldhuis, chirurg, opgenomen op pagina 58 e.v. in voornoemd dossier

1.Welk(e) letsels(s) dan wel afwijking(en) — zowel in- als uitwendig - heeft u op --/--/-- bij betrokkene geconstateerd (a.u.b. ook de plek op het lichaam en de afmetingen vermelden)?

- Breuk grote teen re

- Breuk 5e middenhandsbeentje li

2.

. Hoe is betrokkene behandeld en mocht betrokkene tijdens deze behandeling bepaalde dingen niet (bijv. het been belasten, uit bed komen) of moest hij deze juist wél (bijv. oefenen)?

- Niet op lopen ged 1-2 weken

- Gips 4 weken

4.

Is de behandeling inmiddels afgesloten en zo niet, wanneer is dat (vermoedelijk) wel het geval?

- nee, na enkele weken.

Een proces-verbaal van bevindingen met nummer PL01PC 2012131315-24 d.d. 30 augustus 2013, opgenomen in voornoemd dossier

Aan[betrokkene 1], partner van [slachtoffer 4] en moeder van [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] heb ik gevraagd hoe het nu met de familie ging:

[slachtoffer 4] is wel weer aan het werk maar heeft nog wel steeds last van zijn rug en zijn knie. Doordat [slachtoffer 4] jonge collega's om zich heen heeft hoeft hij het zwaardere werk niet aan te pakken. Zijn collega's ondersteunen hem daar in. Als [slachtoffer 4] na het werk thuis komt heb ik een oude man op de bank zitten. Dit was voor het ongeval niet het geval.

De rechtbank overweegt als volgt.

De rechtbank stelt voorop dat het voor de vraag of de schuld in de zin van artikel 6 WVW kan worden afgeleid uit de gebezigde bewijsmiddelen aankomt op het geheel van gedragingen van de verdachte, de aard en de ernst daarvan en de overige omstandigheden van het geval.

De rechtbank gaat uit van de volgende feitelijke gang van zaken.

Op 29 december 2012 reed verdachte als bestuurder van een personenauto, merk Citroën, Xsara Picasso, op de snelweg de A7 in de richting van Groningen met een snelheid van ongeveer 111 km per uur. Verdachte reed op de rechterweghelft en zag voor hem een vrachtwagen rijden. De rechtbank leidt zowel uit verdachtes eigen verklaring als de verklaringen van [getuige 2], [getuige 3] en [slachtoffer 5] af dat de vrachtwagen al volledig was ingevoegd en dat er in ieder geval sprake was van het enige tijd achter elkaar rijden van de vrachtwagen en de Citroën. Verdachte heeft, zo heeft hij verklaard, de vrachtwagen die voor hem reed tijdig gezien.

Verdachte wilde de vrachtwagen inhalen en stuurde daartoe naar links, zo volgt uit de verklaring van getuige [slachtoffer 5], alsmede uit de verklaring van verdachte ter zitting. Tevens volgt uit die verklaringen dat verdachte in het midden van de beide rijstroken is blijven rijden. Verdachte heeft vervolgens, zo leidt de rechtbank af uit de verklaring van getuige [slachtoffer 5], niet voldoende naar links gestuurd om in te kunnen halen. De afstand tussen de vrachtwagen en de Citroën is vervolgens snel kleiner geworden, zo volgt uit de getuigenverklaring van [slachtoffer 5] en van verdachte zelf. Hij verklaart immers dat hij opeens de reflectoren van de vrachtwagen voor zich zag.

Toen vervolgens getuige[slachtoffer 5] en de echtgenote van verdachte [verdachte] riepen, stuurde verdachte blijkens de verklaring van getuige [slachtoffer 5] de auto naar links, waarbij[slachtoffer 5] aangeeft dat verdachte het stuur voor haar gevoel naar links ‘omgooide’. Deze plotselinge beweging naar links wordt bevestigd door de getuigen [getuige 2] en[getuige 3].

De verdediging heeft naar voren gebracht dat niet valt uit te sluiten dat de trailer van de vrachtwagen na, of als gevolg van het invoegen, een slingerbeweging heeft gemaakt, waardoor hetzij de Citroën is geraakt, hetzij verdachte – zo begrijpt de rechtbank het verweer – uit een schrikreactie het stuur heeft omgegooid. Geen van de getuigen verklaart echter over een slingerbeweging van de vrachtwagen kort voor de manoeuvre naar links van de Citroën. Naar het oordeel van de rechtbank is op grond van de bewijsmiddelen komen vast te staan dat, zo er al sprake is geweest van een aanraking tussen de vrachtwagen en de Citroën, dit betekent dat verdachte op enig moment onvoldoende afstand tot de vrachtwagen heeft gehouden. Van oorzaken voor de manoeuvre naar links die geen verband houden met het rijgedrag van verdachte zelf is niet gebleken.

De bestuurder van de Ford Mondeo die aan kwam rijden op de linkerweghelft heeft de Citroën niet tijdig gezien, wat er ook zij van de verklaring van verdachte dat hij met zijn lichten zou hebben geseind, en is frontaal op de voorzijde van de Citroën gebotst.

Mevrouw [slachtoffer 1], de echtgenote van verdachte, is door het ongeval overleden. Daarnaast hebben anderen, te weten drie van de inzittenden van de Ford Mondeo, [slachtoffer 2], [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4], en de inzittenden van de Citroën,[slachtoffer 5] en [slachtoffer 6], zwaar lichamelijk letsel opgelopen, dan wel zodanig letsel dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering van de normale bezigheden is ontstaan.

De vraag die de rechtbank vervolgens dient te beantwoorden is of de feitelijke gedragingen van verdachte, gelet op de aard en de ernst daarvan en de overige omstandigheden van het geval, de conclusie kunnen rechtvaardigen dat verdachte schuld heeft aan het verkeersongeval in de zin van artikel 6 WVW 1994. Het verkeersgedrag van verdachte moet daarvoor worden afgemeten aan dat wat van een automobilist in het algemeen en gemiddeld genomen mag worden verwacht. Een automobilist heeft onder meer de zorgplicht om goed op te letten op het overige verkeer, voldoende afstand te houden tot het voor hem rijdende verkeer, zijn snelheid aan de verkeerssituatie aan te passen en zijn auto onder controle te houden. Dit geldt temeer op de snelweg, ter hoogte van een invoegstrook, en zeker wanneer een automobilist een bijzondere verrichting als een inhaalmanoeuvre wil gaan uitvoeren. Verdachte heeft deze zorgplichten, gelet op de gebezigde bewijsmiddelen onvoldoende in acht genomen. Verdachte heeft immers de afstand tot de vrachtauto en de snelheid waarmee hij op de vrachtauto inliep niet goed ingeschat en zijn eigen snelheid niet voldoende aangepast. Als verdachte dan vervolgens opeens de vrachtauto voor zich ziet - waaruit naar het oordeel van de rechtbank een aanmerkelijke onoplettendheid valt af te leiden - maakt verdachte vervolgens een stuurcorrectie naar links als gevolg waarvan de Citroën tegen de vangrail is gebotst en in tegengestelde richting op de linkerweghelft terecht is gekomen. Er zijn geen aanwijzingen in het dossier dat verdachte op dat moment niet anders heeft kunnen handelen door bijvoorbeeld in plaats van naar links te sturen zijn snelheid (fors) te minderen dan wel te remmen. Met deze stuurcorrectie heeft verdachte dan ook aanmerkelijk onvoorzichtig gehandeld.

Zodanig verkeersgedrag, onder deze omstandigheden begaan, kan naar het oordeel van de rechtbank de gevolgtrekking dragen dat het verkeersongeval aan de schuld van de verdachte als bedoeld in art. 6 van de Wegenverkeerswet 1994 te wijten is. Dat[slachtoffer 4] niet tijdig voor de auto van verdachte is uitgeweken staat aan toerekening van het verkeersongeval aan verdachte niet in de weg.

Bewezenverklaring

Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het primair ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat

hij op 29 december 2012 te Sappemeer, in de gemeente Hoogezand-Sappemeer,

als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig, een

personenauto (merk Citroën, Xsara Picasso, [kenteken]), daarmede

rijdende over de weg, de rijksweg A7 richting Groningen, ter hoogte van

hectometerpaal 217,3,

aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend,

terwijl hij bezig was een bijzondere manoeuvre uit te voeren, te weten het

inhalen van een voor hem rijdende vrachtwagen, zoals bedoeld in artikel 54 van

het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, en

terwijl het zicht ter plaatse niet werd belemmerd, beperkt en/of werd

gehinderd, en

(daarbij) onvoldoende afstand heeft gehouden van een voor hem rijdende

vrachtwagen, en

(daarbij) in onvoldoende mate op het voor hem gelegen gedeelte van die weg, de Rijksweg A7 is blijven letten, en

(vervolgens) een scherpe stuurcorrectie naar links heeft uitgevoerd, en

(vervolgens) in de middenberm van die weg, de Rijksweg A7, terecht is gekomen,

en

(vervolgens) is gebotst tegen de vangrail van die weg, de Rijksweg A7, en

(vervolgens) die auto honderdtachtig graden is gedraaid, ten gevolge waarvan

die auto is tegenovergestelde richting op de linker rijbaan terecht is

gekomen, en

(vervolgens) is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met, een ander

motorrijtuig (personenauto, merk Ford Mondeo, kenteken [kenteken Ford Mondeo]),

en aldus zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten

verkeersongeval heeft plaatsgevonden,

waardoor een ander ([slachtoffer 1]) werd gedood, en

waardoor een ander ([slachtoffer 2]) zwaar lichamelijk letsel, te weten een

polsfractuur en een (gehechte) wond boven het oog en een of meerdere

gekneusde enkel(s) en haar tong doormidden is gebeten, en

waardoor een ander ([slachtoffer 3]) zwaar lichamelijk letsel, te weten een

(gecompliceerde) scheenbeenbreuk en een hersenschudding en een

gescheurd en gehecht ooglid, en

waardoor een ander ([slachtoffer 4]) zwaar lichamelijk letsel, zodanig lichamelijk

letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijk ziekte of verhindering in de uitoefening

van de normale bezigheden is ontstaan, en

waardoor een ander [slachtoffer 5] zwaar lichamelijk letsel, te weten een

bovenbeenbreuk en/of een ontwrichte heup met een breuk in de bekken en de

heupkom en zeven gebroken ribben, en

waardoor een ander ([slachtoffer 6]) zwaar lichamelijk letsel, te weten een

gebroken grote teen en een gebroken middenhandsbeentje.

De rechtbank heeft de in de tenlastelegging voorkomende schrijffouten hersteld. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen primair meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het feit

Hetgeen de rechtbank bewezen heeft verklaard, levert het volgende strafbare feit op:

Primair:

Overtreding van artikel 6 WVW 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander wordt gedood en waardoor aan anderen zwaar lichamelijk letsel is toegebracht.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu ten aanzien van verdachte geen strafuitsluitings-gronden aanwezig worden geacht.

Strafoplegging

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte voor het primair ten laste gelegde te veroordelen tot een werkstraf van 180 uren alsmede een ontzegging van de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen voor de duur van 18 maanden waarvan 9 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 1 jaar.

Standpunt verdediging

De raadsman heeft aangevoerd dat indien de rechtbank het ten laste gelegde bewezen verklaard dat artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht dient te worden toegepast. Verdachte is door het ongeval van alle betrokkenen het zwaarst getroffen nu zijn vrouw als gevolg daarvan is overleden. Daarnaast heeft verdachte ook zelf zwaar lichamelijk letsel opgelopen door het ongeval. Oplegging van een sanctie aan verdachte dient dan ook geen enkel doel.

Oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek op de terechtzitting en de aangaande zijn persoon opgemaakte rapportage, het hem betreffende uittreksel uit het justitiële documentatieregister, alsmede de vordering van de officier van justitie.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft, door aanmerkelijk onvoorzichtig en/of onoplettend te rijden een zeer ernstig verkeersongeval veroorzaakt. Verdachte heeft tijdens het inhalen van een vrachtwagen op de snelweg de snelheid van deze vrachtwagen niet goed ingeschat, waardoor hij er te dicht op kwam te rijden. Verdachte heeft daarop een stuurcorrectie gemaakt waardoor zijn auto tegen de vangrail is gebotst en in omgekeerde richting op de linkerweghelft terecht is gekomen. De bestuurder van de Ford Mondeo, die op de linkerweghelft reed, kon de auto van verdachte niet meer ontwijken en is daar frontaal op gebotst. Door het ongeval is de echtgenote van verdachte, [slachtoffer 1], overleden. De andere twee inzittenden van de auto van verdachte, het echtpaar [slachtoffers 5 en 6], hebben zwaar lichamelijk letsel opgelopen. Daarnaast hebben drie van de inzittenden van de Ford Mondeo, [slachtoffer 4], [slachtoffer 3] en[slachtoffer 2] zwaar lichamelijk letsel opgelopen. De zwaargewonde slachtoffers hebben daar, blijkens het proces-verbaal van bevindingen van 30 augustus 2013, tot lang na het ongeval de lichamelijke en psychische gevolgen van ondervonden.

Verdachte is door het ongeval en de gevolgen daarvan zeer zwaar getroffen. Verdachte heeft immers zijn echtgenote verloren en heeft dagelijks te kampen met het verdriet om het gemis van zijn echtgenote. Daarnaast heeft verdachte ook zelf zwaar lichamelijk letsel opgelopen waarvan hij nog steeds hinder ervaart.

Gegeven het feit dat verdachte niet eerder met justitie in aanraking is geweest, maar vooral gezien bovengenoemde feiten en omstandigheden, ziet de rechtbank niet welk doel een strafoplegging zou kunnen dienen. De rechtbank zal daarom verdachte met toepassing van artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht schuldig verklaren zonder oplegging van een straf of maatregel.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De rechtbank heeft gelet op artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 6, 175 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994.

BESLISSING

De rechtbank:

Verklaart het primair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen zoals hiervoor is aangegeven, te kwalificeren als voormeld en verklaart het bewezen verklaarde strafbaar.

Verklaart verdachte voor het bewezen verklaarde strafbaar.

Verklaart het primair meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Bepaalt dat ter zake van het onder 1 primair bewezen verklaarde geen straf of maatregel wordt opgelegd.

Dit vonnis is aldus gewezen door mrs. F. de Jong, voorzitter, D.M. Schuiling en J.V. Nolta, rechters, in tegenwoordigheid van mr. T.J. de Wind, griffier en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 19 september 2013.