Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2013:5410

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
04-09-2013
Datum publicatie
13-09-2013
Zaaknummer
C-17-121766 - HA ZA 12-261
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

garanties; aamdelenoverdracht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling privaatrecht

Locatie Leeuwarden

zaaknummer / rolnummer: C/17/121766 / HA ZA 12-261

Vonnis van 4 september 2013

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

FATUM BEHEER B.V.,

gevestigd te Leeuwarden,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

advocaat mr. R.B. van Beem te 's-Gravenhage,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

LEON HOLDING B.V.,

gevestigd te Leeuwarden,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

advocaat mr. E.J. Rotshuizen te Leeuwarden.

Partijen zullen hierna Fatum en Leon genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding;

  • -

    de conclusie van antwoord in conventie, tevens conclusie van eis in reconventie;

  • -

    de conclusie van antwoord in reconventie;

  • -

    het tussenvonnis van 14 december 2012;

  • -

    het proces-verbaal van comparitie van 14 februari 2013.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

1.3.

De Wet herziening gerechtelijke kaart is op 1 januari 2013 in werking getreden. De rechtbanken Assen, Groningen en Leeuwarden vormen met ingang van die datum tezamen de nieuwe rechtbank Noord-Nederland. Het rechtsgebied van deze rechtbank beslaat de provincies Drenthe, Fryslân en Groningen. De zaak wordt daarom verder behandeld en beslist door de rechtbank Noord-Nederland.

1.4.

De rechtbank heeft deze zaak ter verdere afdoening op de voet van artikel 15 Rv verwezen naar de meervoudige kamer van deze rechtbank. De rechter ten overstaan waarvan de comparitie van partijen heeft plaatsgevonden, maakt onderdeel uit van deze kamer.

2 De feiten in conventie en in reconventie

2.1.

De heer [A] is enig bestuurder en enig aandeelhouder van Fatum. Fatum was enig aandeelhouder van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid HJG Adviesgroep B.V. gevestigd te Bolsward (hierna te noemen: HJG Adviesgroep). HJG Adviesgroep was voor 76% eigenaar van de aandelen in de besloten vennootschap HJG Verzekeringen B.V. (hierna te noemen: HJG Verzekeringen) en voor 100% eigenaar van de aandelen in de besloten vennootschap Fries Volmachtbedrijf B.V. (hierna te noemen: Fries Volmachtbedrijf).

2.2.

De heer[B] en de heer [C] zijn bestuurders van Leon. Enig aandeelhouder van Leon is de Leeuwarder Onderlinge Verzekeringen U.A. (LOV).

2.3.

In juli 2010 heeft in opdracht van [A] in zijn hoedanigheid van algemeen directeur van HJG Adviesgroep en enig indirect aandeelhouder van HJG Adviesgroep ter verkrijging van een herfinanciering een analyse en waardebepaling van de activiteiten van HJG Adviesgroep, althans haar dochter plaatsgevonden. In zijn rapport van 4 augustus 2010 heeft de heer [X] van Haasnoot & Adriaanse Bedrijfsadviseurs B.V. te Uithoorn de waarde van de activiteiten van HJG Verzekeringen, inclusief de waarde van de assurantieportefeuille, op basis van een weging van de intrinsieke- en rentabiliteitswaarde vastgesteld op een bedrag van € 3.895.000,00. De waarde van de activiteiten van het Fries Volmachtbedrijf heeft [X] op basis van een weging van de intrinsieke- en rentabiliteitswaarde vastgesteld op een bedrag van € 727.000,00.

2.4.

Op 13 december 2010 heeft de heer [Y] van SVC Kemper Registeraccountants te Steenwijk (hierna te noemen: SVC) in opdracht van [A] in zijn hoedanigheid van algemeen directeur en enig indirect aandeelhouder van HJG Adviesgroep een rapport uitgebracht ter zake van de waardebepaling van de aandelen in HJG Adviesgroep ten behoeve van de voorgenomen verkoop van de aandelen in HJG Adviesgroep aan LOV. SVC heeft de waarde van de aandelen in HJG Adviesgroep per eind 2010 gewaardeerd op een bedrag van € 1.479.713,00. Uitgaande van een toegekende optie aan LOV om 17% van de aandelen "om niet" te verkrijgen bedraagt de door SVC bepaalde waarde van 83% van de aandelen in HJG Adviesgroep per eind 2010 € 1.228.162,00. Voor de aandelenwaardering heeft SVC de volgende uitgangspunten gehanteerd:

"- De waardering vindt plaats op basis van het eigen vermogen van de HJG Adviesgroep B.V. ultimo 2010, rekening houdend met de meerwaarde van de assurantieportefeuille onder aftrek van 15% latente vennootschapsbelasting;

- Voor het aanwezige eigen vermogen ultimo 2010 is in onze berekeningen in afwachting van de definitieve overdrachtsbalans een waarde van € 18.000,- aangehouden;

- De waarde van de assurantieportefeuille wordt gebaseerd op het waarderingsrapport zoals opgesteld door Haasnoot & Adriaanse B.V. te Uithoorn d.d. 4 augustus 2010;

- Er wordt bij onze berekeningen onderscheid gemaakt tussen HJG Verzekeringen B.V. en Fries Volmacht Bedrijf B.V.;

- Waardering van de aandelen van de HJG Adviesgroep B.V. vindt plaats op basis van de situatie waarbij effectuering van de randvoorwaarden heeft plaatsgevonden."

2.5.

Vanaf april 2011 hebben [A],[Y],[B] en [C] verder met elkaar onderhandeld over de verkoop van de aandelen in HJG Adviesgroep aan LOV. Bij e-mailbericht van 15 april 2011 heeft [B] aan [A] en [Y] het volgende - voor zover van belang - geschreven:

"Bij het ontbreken van gegevens zoals de jaarcijfers 2010 en inzicht in het conversiepotentieel naar volmacht vinden wij het op dit moment te vroeg om een concreet bod uit te brengen. Wel kunnen wij aangeven dat wij op basis van de ons thans bekend zijnde uitgangspunten de waardering van 100% van de aandelen HJG (in dezelfde opstelling als eerder door Frans (aanvulling rechtbank: Frans Kempers van SVC) gedaan) reëel inschatten op EUR 900.000,-. In deze waardering is de waarde van de toezegging van 10% aandelen in dochter HJG Verzekeringen BV aan twee medewerkers verdisconteerd. Deze waardering is gebaseerd op een herrekening van de waarde van de portefeuille aan de hand van de thans gebruikelijke factoren per verzekeringsbranche. De bron daarvan is de uitgave "Waardering van een assurantieportefeuille 2011" van Bureau D&O."

2.6.

Bij e-mailbericht van 19 april 2011 heeft [Y] aan [B] het volgende - voor zover van belang - geschreven:

"Bijgaand nog even - in grote lijnen - de bevestiging van hetgeen wij gisteren telefonisch hebben besproken:

1. Uitgangspunt verkoper is overname per 1/1/2011. Dat betekent dat het resultaat 2011 voor rekening van koper komt;

2. Prijs voor de aandelen, rekening houdende met 15% (3 x 5% i.p.v. 10%) toezegging werknemers, bedraagt EUR 1.100.000,-. Te realiseren per 1/7 waarna [voornaam] "vertrekt";

3. Alternatief is een variant waarbij [voornaam] na 1/7 nog 6 maanden actief blijft tegen een management fee van EUR 10.000, per maand (ex BTW). De prijs voor de aandelen bedraagt dan EUR 1.050.000,-.

Zoals ook toegelicht is dit een "finaal standpunt"."

2.7.

Bij e-mailbericht van 29 april 2011 heeft [B] aan [A] en [Y] het volgende - voor zover van belang - geschreven:

"Wij vinden het reëel om in deze afstemming (aanvulling rechtbank: afstemming over de koopprijs) de ontwikkelingen van het afgelopen anderhalf jaar, die materiële invloed hebben op de prijsontwikkeling van assurantiebedrijven, mee te laten wegen. (…) Deze ontwikkelingen komen dan ook tot uitdrukking in de neerwaartse bijstelling van de gebruikelijke factoren voor de bepaling van de waarde van assurantieportefeuilles waarnaar ik in mijn eerdere mail verwees en aan de hand waarvan onze waardering van EUR 900.000,-- is berekend.

Als kopende partijen kunnen wij het ons niet veroorloven geheel aan deze ontwikkelingen voorbij te gaan. Zonder al tot het innemen van definitieve standpunten te komen, vinden wij dat jullie thans voorliggende standpunt nog onvoldoende rekening houdt met voornoemde ontwikkelingen. Echter, wij realiseren ons ook dat alleen een zuiver zakelijke waardering van HJG onrecht doet aan onze relatie en het strategisch belang van LOV bij deze aankoop. Reden waarom wij voor willen stellen uit te gaan van een waarde van de aandelen HJG EUR 1.000.000,-- waarbij de toezegging van 15% in HJG Verzekeringen BV aan een drietal medewerkers is ingecalculeerd."

2.8.

Op 22 juni 2011 hebben Fatum en Leon een intentieverklaring ondertekend. In de intentieverklaring hebben partijen de uitgangspunten en voorwaarden waarover zij overeenstemming hadden bereikt en op basis waarvan zij de akte van koop en verkoop van de aandelen verder zullen uitwerken vastgelegd. Voor zover van belang is daarin het volgende bepaald:

"1. Verkoper levert per 1 augustus 2011 100% van de aandelen HJG Adviesgroep B.V. aan koper. Deze aandelen zijn hierna ook te noemen de aandelen. Behoudens 21% van de aandelen van dochteronderneming HJG Verzekeringen B.V. zullen alle aandelen in het bezit komen van Leon Holding B.V. De genoemde 21% van de aandelen in HJG Verzekeringen B.V. zullen in het bezit worden gesteld van een drietal medewerkers van deze vennootschap.

2. (…)

3. De koopprijs voor het in bezit verkrijgen van 100% van de aandelen van de vennootschap (behoudens de genoemde aandelen voor de drietal medewerkers als genoemd onder 1) bedraagt het zichtbaar eigen vermogen per 31 december 2010 verhoogd met de meerwaarde van de portefeuille, onder aftrek van 15% latente vennootschapsbelasting. Op basis van een ingeschat eigen vermogen van € 18.000,- zou de koopprijs van de aandelen per 31 december 2010 € 1.050.000,- bedragen. De koop vindt plaats per 1 januari 2011 waardoor de resultaten vanaf 1 januari 2011 voor rekening zijn van koper. (…).

4. Alle financiële verhoudingen, direct of indirect, per datum van verkoop tussen verkoper en de over te dragen vennootschap zullen voor de levering van de aandelen worden geschoond.

6. Voor de verkoop zullen de gebruikelijke balansgaranties worden verstrekt. De hoogte, de aard en de duur van de garanties zullen in de overeenkomst van koop en verkoop worden vastgelegd.

5. (…)

7. Koper heeft het recht een boekenonderzoek (due diligence) uit te voeren nadat deze intentieverklaring getekend is. Verkoper zal hieraan alle medewerking verlenen. Verkoper neemt het initiatief tot het laten uitvoeren van een "vendor due diligence" waarvan de aard en inhoud zal worden afgestemd met koper. (…)

8. Partijen zullen, zodra koper een due diligence onderzoek over de jaarrekening 2010 met een voor koper acceptabele uitkomst heeft uitgevoerd, de bereikte overeenstemming uitwerken in een overeenkomst van koop en verkoop. Acceptabel is de uitkomst voor koper indien het onderzoek niet tot de conclusie leidt dat de door verkoper verstrekte informatie tijdens het gehele overnameproces in belangrijke mate afwijkt. Hiervan is sprake indien hiermee een financieel belang van € 100.000,- (zegge honderdduizend euro) of meer is gemoeid. Indien het financieel belang de € 100.000,- (zegge honderdduizend euro) niet te boven gaat, zullen de onderhandelingen worden heropend om te komen tot een nieuwe koopsom. Tot de datum voorafgaand aan de ondertekening van de akte van koop en verkoop, zoals omschreven in artikel 10 van deze intentieverklaring kan koper zich hierop beroepen."

2.9.

Ingevolge de intentieverklaring heeft een boekenonderzoek door SVC plaatsgevonden. SVC heeft op 18 juli 2011 een rapport uitgebracht. Dit rapport maakt als bijlage D deel uit van de overeenkomst van 24 oktober 2011. Ten aanzien van de assurantieportefeuille heeft SVC het volgende opgemerkt:

"Aangezien er separaat een waardering heeft plaatsgevonden van de waarde van de assurantieportefeuille van HJG Verzekeringen B.V. (wij verwijzen naar het rapport van Haasnoot & Adriaanse Bedrijfsadviseurs B.V. d.d. 9 augustus 2010) hebben wij geen werkzaamheden verricht met betrekking tot de waardering van de assurantieportefeuille ("immateriële vaste activa") op de balans van HJG Verzekeringen B.V."

2.10.

[B] heeft namens Leon naar aanleiding van het rapport van 18 juli 2011 van SVC met een beroep op het in artikel 8 van de intentieverklaring bepaalde aan Fatum bij brief van 25 juli 2011 kenbaar gemaakt dat zij de onderhandelingen wenst te heropenen.

2.11.

Bij brief van 26 juli 2011 heeft [A] namens Fatum aangegeven dat hij de intentieverklaring als ontbonden beschouwd.

2.12.

Vervolgens hebben partijen de onderhandelingen heropend. Bij e-mailbericht van 5 augustus 2011 heeft [B] aan [A] en [Y] kenbaar gemaakt dat een aantal punten nog nadere bespreking behoeft alvorens tot een definitieve besluitvorming inzake de voorgenomen overname van HJG Adviesgroep door Leon kan worden gekomen en dat het de nadrukkelijke intentie en wens is de transactie door te laten gaan.

2.13.

Op 5 september 2011 heeft [A] desgevraagd aan [B] en [C] per e-mail de definitieve jaarrapporten 2010 van HJG Adviesgroep en HJG Verzekeringen gezonden.

2.14.

De onderhandelingen hebben uiteindelijk geresulteerd in de overeenkomst van 24 oktober 2011 tot koop door Leon en verkoop door Fatum van achttienduizend aandelen in het kapitaal van HJG Adviesgroep B.V. De levering van de aandelen heeft eveneens op 24 oktober 2011 plaatsgevonden.

2.15.

De overeenkomst van 24 oktober 2011 luidt - voor zover van belang - als volgt:

"Artikel 2 - Verkoop en koop; omschrijving Aandelen; Koopprijs

1. (…).

2. De Koopprijs bedraagt in totaal één miljoen vijftigduizend euro (€ 1.050.000,00).

Aan de bepaling van de Koopprijs liggen voor Koper onder meer de volgende uitgangspunten ten grondslag: de koopprijs bedraagt het zichtbare eigen vermogen van de vennootschap per 31 december 2010 verhoogd met de meerwaarde van verzekeringsportefeuille, rekening houdend met vijftien procent (15%) latente vennootschapsbelasting. Koper heeft vervolgens kennisgenomen van het Due Diligence rapport uitgevoerd door SVC Registeraccountants B.V. (…). Verkoper deelt de conclusies in dit rapport.

Artikel 3 - Betaling Koopprijs; Belastingen en kosten

1. De Koopprijs zal worden voldaan door Koper bij het verlijden van de akte van levering van de Aandelen.

De voldoening van de Koopprijs en van de kosten als bedoeld in lid 2 vindt plaats door storting op een kwaliteitsrekening van de Notaris. (…) De Notaris zal het bedrag van de Koopprijs voor Koper houden tot het verlijden van de akte van levering van de Aandelen. Daarna houdt de Notaris de Koopprijs voor Verkoper, met uitzondering van het hierna te noemen depot bedrag dat door de Notaris wordt gehouden voor Verkoper en Koper onder de voorwaarden als opgenomen in de hierna genoemde escrowovereenkomst. Een bedrag groot éénhonderdduizend euro (€ 100.000,00) zal in depot worden gehouden door de Notaris tot uiterlijk één juli tweeduizend twaalf. (…).

2. (…).

Artikel 6 - Baten en lasten

1. Vanaf één januari tweeduizend elf komen de baten Koper ten goede, zijn de lasten voor zijn rekening en draagt hij het risico van de Aandelen, onverminderd het elders in de Koopovereenkomst bepaalde.

2. (…).

Artikel 7 - Garanties van Verkoper

I Garanties

1. Verkoper garandeert ten opzichte van Koper en de Vennootschap (lees: HJG Adviesgroep, rechtbank) dat wat is opgenomen in de Koopovereenkomst, waaronder mitsdien in Bijlage B zowel bij het aangaan van de Overeenkomst als op de Leveringsdatum juist volledig en niet misleidend is.

2. Verkoper garandeert dat alle informatie die voor Koper relevant is of kan zijn, is verstrekt.

3. Verkoper is zich ervan bewust dat de Garanties wezenlijk zijn voor het besluit van Koper tot het aangaan van de Overeenkomst.

4. Verkoper doet afstand van elk recht dat Verkoper heeft of mocht hebben als gevolg van het verstrekken van onjuiste of incomplete dan wel misleidende informatie door (een van) de werknemers of adviseurs in verband met het afgeven van de Garanties.

5. Noch op basis van het na ondertekening van de Intentieovereenkomst door of namens de Vennootschap verrichte due diligence onderzoek, noch op basis van andere informatie, zijn Koper per de datum van ondertekening van de Koopovereenkomst feiten en/of omstandigheden bekend die aanleiding zouden kunnen zijn om een claim in te dienen bij Verkoper op grond van een schending. Koper zal niet gerechtigd zijn enige claim bij Verkoper in te dienen voor zover een zodanige claim is gebaseerd op feiten waarvan Koper per de datum van ondertekening van deze Koopovereenkomst op de hoogte was.

6. Elke Garantie is een afzonderlijke garantie en wordt niet beperkt door enige verwijzing naar een andere Garantie.

Artikel 8 - Inbreuken, tekortkomingen

1. In geval van onjuistheid, onvolledigheid, misleidendheid of niet nakoming van - of enige andere Inbreuk op - (een van) de door Verkoper verstrekte Garantie(s) of ingeval van een tekortkoming in de nakoming door Verkoper van enige andere verplichting uit hoofde van de Overeenkomst, zal Verkoper Koper schadeloos stellen en houden met inachtneming van het bepaalde in dit Artikel; een en ander onverminderd de overigens aan Koper toekomende wettelijke rechten.

2. (…).

3. Koper zal aan de Garanties geen rechten kunnen ontlenen, als de schending van de desbetreffende Garanties niet uiterlijk op één juli tweeduizend twaalf bij aangetekende brief aan Verkoper is kenbaar gemaakt.

4. (…).

5. Er zal geen verplichting tot schadevergoeding bestaan zolang de totale Schade de som van vijftienduizend euro (€ 15.000,00) niet overschrijdt; zodra die som wordt overschreden, zal Verkoper voor het geheel aansprakelijk zijn. Een Inbreuk die een Schade van minder dan vijftienduizend euro (€ 15.000,00) tot gevolg heeft, blijft buiten beschouwing.

6. (…).

7. Bij fraude, bedrog of misleiding door Verkoper is elke bepaling van dit Artikel ten behoeve van Verkoper niet van toepassing.

Artikel 9 - Balansgarantie/verrekening Koopprijs; kosten Jaarrekening en aangiften

1. Als te eniger tijd, maar uiterlijk twaalf (12) maanden na de dag van levering van de Aandelen, blijkt dat het eigen vermogen wijzigingen ondergaat doordat de activa en passiva van de Vennootschap onjuist of voor een onjuist bedrag zijn vermeld in de Overnamebalans dan wel dat verzuimd is activa en passiva in de Overnamebalans op te nemen, zal - na vaststelling hiervan door de accountant van de Vennootschap - de Koopprijs dienovereenkomstig worden aangepast en zal verrekening binnen één maand na deze vaststelling plaatsvinden. Geen verplichting tot verrekening zal bestaan zolang het door de accountant van de Vennootschap vastgestelde waardeverschil de som van vijftienduizend euro (€ 15.000,00) niet overschrijdt.

2. (…).

Artikel 15 - Afstand ontbindingsrechten en toepassing Titel 1 Boek 7 BW

1. Partijen zullen bij de levering van de Aandelen afstand doen van het recht om op welke grond dan ook - geheel of gedeeltelijk - ontbinding van de Overeenkomst respectievelijk de levering van Aandelen te vorderen.

2. Partijen sluiten de toepassing van Titel 1 Boek 7 Burgerlijk Wetboek op de Overeenkomst uit."

2.16.

In bijlage B bij de overeenkomst zijn de volgende garanties - voor zover van belang - opgenomen:

"G. Bedrijfsvoering sinds Balansdatum

1. In de periode vanaf de Balansdatum tot de Leveringsdatum is niet anders dan in de Bedrijfsvoering beschikt over de activa en de passiva van de Vennootschap en/of de Groepsvennootschappen en zijn de Vennootschap en/of de Groepsvennootschappen niet anders dan in de Bedrijfsvoering verplichtingen aangegaan. In de financiële, commerciële en vermogenspositie van de Vennootschap en/of de Groepsvennootschappen heeft zich sinds de Balansdatum geen nadelige wijziging voorgedaan.

2. (…)

6. Sinds de Balansdatum hebben zich overigens geen gebeurtenissen voorgedaan die invloed hebben of nadelige consequenties kunnen hebben op de financiële of functionele positie van de Vennootschap.

I. Overeenkomsten, relaties

1. (…)

3. De Vennootschap is niet toerekenbaar tekortgeschoten in de nakoming van de contractuele of andersoortige verplichtingen. De Vennootschap is geen verplichtingen aangegaan die ongebruikelijk of verliesgevend zijn. Ook is de Vennootschap geen verplichtingen aangegaan waarvan te voorzien is dat zij daaraan niet, of niet tijdig, zal kunnen voldoen, of slechts zal kunnen voldoen door het maken van extra kosten.

4. (…)

6. Naar beste weten van Verkoper heeft de Overeenkomst noch de overdracht van de Aandelen een wezenlijke negatieve invloed op de relatie tussen de Vennootschap en/of haar Groepsvennootschappen enerzijds en haar cliënten en andere zakelijke relaties anderzijds.

P. Informatie

1. Verkoper heeft naar beste weten alle relevante informatie over de Bedrijfsvoering van de Vennootschap en/of haar Groepsvennootschappen aan Koper verstrekt. De gegevens die vervat zijn in de door de Vennootschap, Verkoper en diens adviseurs in verband met de Overeenkomst aan Koper en de adviseurs van Koper verstrekte schriftelijke stukken zijn juist en volledig. De overige door de Vennootschap en/of haar Groepsvennootschappen, Verkoper en diens adviseurs aan Koper en de adviseurs van Koper verstrekte informatie bevat geen onjuistheden.

2. Op de datum van ondertekening van de Koopovereenkomst en op de Leveringsdatum zijn Verkoper geen feiten of omstandigheden bekend die niet aan Koper ter kennis zijn gebracht en waarvan moet worden aangenomen dat de kennisneming daarvan door Koper van invloed zou zijn geweest op de bereidheid van Koper om de Aandelen te kopen, de hoogte van de Koopprijs en/of de bepalingen, voorwaarden en Garanties zoals vervat in de Koopovereenkomst."

2.17.

Partijen hebben in een escrowovereenkomst de voorwaarden waaronder het bedrag van € 100.000,00 bij de notaris in depot is gestort, vastgelegd. [B] en [C] namens Leon en [A] namens Fatum hebben op 7 maart 2012 respectievelijk 16 mei 2012 een rectificatie escrowovereenkomst ondertekend ter rectificatie van artikel 4.1 van de escrowovereenkomst van 24 oktober 2011. In de escrowovereenkomst is - voor zover van belang - het volgende bepaald:

"OVERWEGENDE:

A. (…)

B. Ingevolge artikel 7 en verder van de Overeenkomst heeft Verkoper diverse garanties afgegeven onder andere ziende op de inhoud van de aan de Overeenkomst ten grondslag liggende jaarrekening en balans en aldaar nader gespecificeerd. Conform artikel 3 lid 1 van de Overeenkomst zijn Koper en Verkoper overeen gekomen dat ter zekerheid van de hiervoor bedoelde garanties een bedrag ter grootte van éénhonderdduizend euro

(€ 100.000,00) door Koper aan de Notaris wordt overgeboekt op een daartoe speciaal bestemde rekening als hierna in artikel 2 van deze Escrow-overeenkomst nader bepaald, welk bedrag zal dienen voor het in eerste instantie verrekenen van claims voortvloeiend uit de hiervoor bedoelde vermogensgarantie. Voormeld bedrag zal in bewaring worden gegeven bij de Escrow-agent.

(…)

4. Vrijgeving Escrow-gelden

4.1.

Indien Verkoper en Koper overeenstemming hebben bereikt over het feit dat geen uitkering van het op de Escrow-rekening geplaatste risicokapitaal groot éénhonderdduizend euro (€ 100.000,00), voortvloeiende uit de Overeenkomst, zal plaatsvinden, zullen zij terstond gezamenlijk een door partijen ondertekende vaststellingsovereenkomst met deze strekking ondertekenen en doorleiden naar Escrow-agent, doch uiterlijk op één juli tweeduizend twaalf. Indien Verkoper en Koper geen overeenstemming bereiken over de hoogte van de vermindering van het risicokapitaal zal deze overeenkomst doorlopen na gemelde datum totdat partijen een vaststellingsovereenkomst als bedoeld in paragraaf 4.1 en/of 4.2 van deze overeenkomst hebben gesloten dan wel tussen partijen een in kracht van gewijsde gegane rechterlijke uitspraak betreffende verdeling der Escrow-gelden is gegeven.

4.2.

Indien Verkoper en Koper overeenstemming hebben bereikt over de geldigheid en de hoogte van de vermindering van het geplaatste risicokapitaal als hiervoor bedoeld, voortvloeiend uit de Overeenkomst, zullen zij terstond gezamenlijk een vaststellingsovereenkomst ondertekenen, waarin de uit vermindering van het geplaatste risicokapitaal voortvloeiende verdeling van de Escrow-gelden erkend wordt en deze verklaring onmiddellijk doorleiden naar Escrow-agent."

2.18.

In opdracht van de directie van LOV heeft [X] de waarde van de assurantieportefeuille van HJG Verzekeringen opnieuw vastgesteld per 24 oktober 2011. In haar rapport van 23 maart 2012 heeft [X] het volgende - voor zover van belang - aangegeven:

"Wij hebben de cijfers uitgebreid bestudeerd en waren verrast/geschrokken door de aangetroffen mutaties:

- De omzet is ernstig gedaald

- Het aantal relaties is gestegen

- Het aantal polissen is gedaald

- De polisdichtheid is ernstig afgenomen

- Het aantal fte is nagenoeg gelijk gebleven

- De totale doorlopende provisie is ernstig gedaald

- Het onderdeel AOV-verz. in de branche 'medisch' is substantieel (ca. 70%)

- De omzet per relatie is dramatisch gedeeld

- De omzet per fte is dramatisch gedaald

- De totale kosten zijn gedaald.

In de bovenstaande conclusies treft u een tegenstrijdigheid aan. Het aantal relaties is ca. 10% gestegen terwijl het aantal polissen alsmede de omzet ernstig is gedaald. Dit lijkt onmogelijk. Wellicht is er sprake van aanlevering van onjuiste informatie.

(…)

Op alle fronten zijn de factoren naar beneden bijgesteld en in sommige gevallen zelf fors. De redenen voor de bijstelling naar beneden zijn gelegen in de navolgende feiten:

- Ernstig verslechterde resultaten bij HJG over de gehele linie

- Verder verslechterde marktomstandigheden

Wij wijzen u er nogmaals op dat wij dit onderzoek met spoed hebben uitgevoerd. (…) Dat betekent overigens niet dat het onderzoek niet met alle zorgvuldigheid heeft plaatsgevonden, integendeel, maar wel dat wij ons niet hebben kunnen verdiepen in de omstandigheden tussen het eerdere taxatiemoment (medio 2010) en heden. Wellicht dat dat nog een ander inzicht zou hebben verstrekt.

Verder delen wij u mede dat wij geen rekening hebben gehouden met onverdiende provisie. In de rapportage van 2010 was de afkoop daarvan al beperkt tot ca. € 8.000. Gezien de negatieve omzetontwikkeling nemen wij aan dat er in het vorige jaar nauwelijks afsluitprovisie leven is gegenereerd waardoor de stand van de onverdiende provisie verder is afgenomen en daarmee ook het afkoopbedrag.

De door ons aangegeven factoren kunt u gebruiken zowel per 1 januari 2012 als per werkelijke overnamedatum 24.10.2011.

BIJLAGE 1

WIJZIGINGEN HJG

Post

Medio 2010

Medio 2011

Algemeen

Aantal fte

15.55

14.4

Aantal cliënten

10.161

11.000

Aantal relaties

29.804

26.789

Financieel

Omzet

1.935.000

1.376.009

Kosten

1.826.000

1.364.677

Resultaat

109.000

11.332

Relevante kerncijfers

Omzet per fte

124.437

95.556

Kosten per fte

117.428

94.769

Omzet per relatie

190

125

Kosten per relatie

65

51

Aantal polissen per relatie

2,90

2,40

Brancheverdeling

Benzine

418.000

307.380

Brand

563.000

438.759

Medische varia

363.000

254.450

Aansprakelijkheid

125.000

101.447

Overige schadeverz.

131.000

100.358

Leven

120.000

68.008

Totale doorlopende prov.

1.720.000

1.270.402

AOV-provisie

-

180.000

BIJLAGE 2

TOEGEPASTE WAARDERINGSFACTOREN

Branche

Oud

Nieuw

Benzine

2,25

2,10

Brand

2,85

2,50

Medische varia

2,65

1,30

Aansprakelijkheid

2,70

2,40

Overige varia

2,65

2,40

Leven

2,00

1,50

Toelichting bepaling factor 'Medisch':

In de branche 'medisch' is de AOV-component gewaardeerd tegen de factor 1,0. De resterende productie is gewaardeerd tegen factor 2,0."

2.19.

Op 30 maart 2012 heeft SVC de jaarrekening van HJG Adviesgroep over het boekjaar 2011 uitgebracht. Daarin is onder meer opgenomen dat het eigen vermogen van HJG Adviesgroep per 31 december 2010 en per 31 december 2011 € 214.821,00 respectievelijk € 47.083,00 bedraagt.

2.20.

Bij brief van 27 juni 2012 hebben [B] en [C] namens Leon aan Fatum het volgende - voor zover van belang - kenbaar gemaakt:

"Bij de vaststelling van de jaarrekening over het boekjaar 2011 hebben wij geconstateerd dat op het moment van levering van de aandelen de verzekeringsportefeuille een substantieel lagere provisieomzet bevatte dan zoals in het rapport [X] weergegeven en dat hierin geen rekening is gehouden met een aftrek in verband met provisie welke aan derden dient te worden doorbetaald. Derhalve staat ons inziens ook de waardering van de aandelen HJG Adviesgroep door SVC ter discussie.

Wij zullen de zaken verder door deskundigen laten onderzoeken en opnieuw met u

in contact treden voor nader overleg, zodra de uitkomsten van dit onderzoek bekend zijn.

Op basis van voornoemde argumenten mag duidelijk zijn dat er op dit moment geen overeenstemming bestaat over de uitbetaling van het depotbedrag per 1 juli 2012, zoals tussen ons is overeengekomen in de Escrow overeenkomst. Wij zullen De Haan AGW notarissen, handelend als Escrow agent, dan ook vragen voorlopig niet tot uitkering van de gelden over te gaan in afwachting van overeenstemming over de verdeling daarvan."

2.21.

Op 8 november 2012 heeft Leon de voorzieningenrechter van de Rechtbank te Leeuwarden verzocht haar vordering te begroten op een bedrag van € 354.000,00 met inbegrip van rente en kosten en aan haar verlof te verlenen voor het doen leggen van conservatoire (derden)beslagen ten laste van Fatum, welk verlof is toegestaan.

3 De vorderingen

in conventie

3.1.

Fatum heeft gevorderd dat de rechtbank bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

  1. verklaart voor recht dat het door Leon bij notaris mr. P.A. van Dijk te Leeuwarden in depot gestorte bedrag van € 100.000,00 integraal aan haar toekomt;

  2. Leon veroordeelt tot betaling aan Fatum van een bedrag van € 100.000,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag, te rekenen vanaf 1 juli 2012 tot aan de dag der algehele voldoening;

  3. Leon te veroordelen in de kosten van deze procedure en tot betaling van de nakosten, te voldoen binnen tien dagen na de dagtekening van het in deze zaak te wijzen vonnis en, indien die proceskosten niet binnen die termijn worden voldaan, te vermeerderen met de wettelijke rente over de proceskosten gerekend vanaf de laatste dag van de voldoeningstermijn.

3.2.

Leon heeft verweer gevoerd.

3.3.

Op de stellingen en verweren van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

in reconventie

3.4.

Leon heeft gevorderd dat de rechtbank bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

1. verklaart voor recht dat het onder de notaris door Leon gestorte bedrag van

€ 100.000,00 (zegge: honderdduizend euro), te vermeerderen met de inmiddels gekweekte rente, toekomt aan Leon;

2. Fatum veroordeelt om te gehengen en gedogen dat de notaris onder wie het hiervoor bedoelde depot is gestort, namelijk mr. P.A. van Dijk te Leeuwarden, op eerste verzoek van Leon overgaat tot betaling van voornoemd depotbedrag van

€ 100.000,00, te vermeerderen met de inmiddels gekweekte rente, aan Leon;

3. Fatum te veroordelen om te betalen aan Leon, tegen behoorlijk bewijs van kwijting, de som van € 272.917,00 (zegge: tweehonderdtweeënzeventigduizend negenhonderdzeventien euro), te verhogen met de wettelijke rente ex artikel 6:119a BW vanaf 14 november 2012, zijnde de dag waarop de conclusie van eis in reconventie is genomen, tot aan die der algehele voldoening, alsmede tot betaling van de beslagkosten van € 3.222,86;

4. Fatum te veroordelen in de kosten van deze procedure alsmede tot betaling van de nakosten, te voldoen binnen tien dagen na dagtekening van dit vonnis en - zo Fatum die (proces)kosten niet binnen die termijn voldoet - te vermeerderen met de wettelijke rente over de (proces)kosten gerekend vanaf de dag nadat de termijn van tien dagen is verstreken.

3.5.

Fatum heeft verweer gevoerd.

3.6.

Op de stellingen en verweren van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De standpunten van partijen in conventie en in reconventie

Fatum

4.1.1. Fatum heeft - kort samengevat - nakoming van de escrowovereenkomst gevorderd. Volgens haar is ter bepaling van de aankoopprijs van de aandelen niet het rapport van [X], maar het rapport van SVC leidend geweest en heeft tevens de eigen waardering door Leon een rol gespeeld in de waardebepaling van de aandelen. Leon was ermee bekend dat de doorlopende provisie van HJG Verzekeringen voor 2010 was geschat op een bedrag van € 1.720.000,00 en dat deze uiteindelijk op een bedrag van € 1.496.977,00 is uitgekomen. Nadat Leon de intentieovereenkomst had opgezegd, omdat de uitkomsten van het onderzoek door SVC zodanig afweken dat daarmee een financieel belang zou zijn gemoeid van meer dan € 100.000,00, heeft Leon de onderhandelingen hervat. Op basis van de onderhandelingen tussen partijen is uiteindelijk de koopsom van de aandelen tot stand gekomen. Ten aanzien van het beroep van Leon op de garantiebepalingen heeft Fatum gesteld dat zij geen enkele garantiebepaling heeft geschonden en dat een beroep daarop door Leon beperkt wordt door de bij haar bestaande wetenschap, verkregen door eigen onderzoek en door mededelingen van de verkoper, zijnde Fatum. Fatum heeft in dit kader gesteld dat er een garantie is afgegeven voor het eigen vermogen per 31 december 2010, dat in de jaarrekening 2010 rekening is gehouden met de provisies die aan derden moeten worden doorbetaald en dat partijen zijn overeengekomen dat vanaf 1 januari 2011 de baten en de lasten ten goede respectievelijk ten laste van Leon komen en dat zij het risico draagt van de aandelen. Verder heeft Fatum aangevoerd dat de directie van Leon al jaren betrokken is bij de onderneming en dat mogelijk een verminderd resultaat, hetgeen Leon, aldus Fatum, niet heeft onderbouwd, toegeschreven kan worden aan een krimpende markt, hetgeen haar niet kan worden toegerekend. In dit verband heeft Fatum nog opgemerkt dat uit de jaarcijfers van HJG Verzekeringen blijkt dat het negatieve resultaat wordt veroorzaakt door de reguliere boekhoudkundige afschrijving op de assurantieportefeuille, zijnde een bedrag van

€ 452.514,00, en dat zonder deze afschrijving het resultaat van HJG Verzekeringen over 2011 € 307.965,00 zou bedragen. Volgens Fatum heeft Leon voorts niet voldaan aan de op haar rustende stelplicht dat sprake is van incidenten, voorvallen of andere gebeurtenissen of omstandigheden die aan te merken zijn als een inbreuk op een garantie en dat sprake is van een causaal verband tussen de gestelde inbreuken en de door haar geleden schade. Evenmin heeft Leon, aldus Fatum, concreet gesteld en bewezen welke schade zij heeft geleden door een eventuele inbreuk op een garantie.

4.1.2. Ten aanzien van drie garanties heeft Fatum het volgende aangevoerd:

1. De garantie ingevolge Bijlage B bij de overeenkomst van 24 oktober 2011, onder G

Fatum heeft ten aanzien van deze garantie aangevoerd dat zij nimmer een ongeclausuleerde garantie heeft afgegeven over de omvang van de doorlopende provisie van HJG Verzekeringen en het Fries Volmachtbedrijf. Dat zich geen wijzigingen of gebeurtenissen, als in deze garantie bedoeld, hebben voorgedaan, blijkt volgens Fatum uit het feit dat Leon niet concreet kan aangeven waarom het definitieve resultaat zou afwijken van de verwachtingen die zij op grond van de haar bekende informatie mocht hebben. Ook uit het rapport van 23 maart 2012 van [X] kan dit niet worden afgeleid. Dit rapport ziet bovendien enkel op HJG Verzekeringen en niet op HJG Adviesgroep. Uit het rapport blijkt ook niet van omstandigheden die bij Leon op 24 oktober 2011 niet bekend waren of konden zijn uit het due diligence onderzoek en de verstrekte cijfers. Voorts blijkt uit het rapport ook niet wat de oorzaak van de daling van de doorlopende provisie is en wanneer deze daling is ingezet. Daar komt bij dat volgens [X] onder meer de verder verslechterde marktomstandigheden een rol spelen.

2. De garantie ingevolge Bijlage B bij de overeenkomst van 24 oktober 2011, onder I

Fatum heeft aangevoerd dat er operationeel winst is gedraaid en dat het verlies is veroorzaakt door afschrijvingen. Voorts geldt volgens Fatum dat overeenkomsten met nieuwe klanten slechts omzet opleveren, maar dat een dergelijke overeenkomst niet winst of verlies oplevert, omdat dat afhankelijk is van de totale kosten. Tot slot heeft Fatum aangevoerd dat de overdracht naar haar beste weten geen negatieve invloed heeft gehad op de relatie met cliënten en dat bovendien blijkens het rapport van 23 maart 2012 van [X] het aantal relaties ten opzichte van medio 2010 juist is gestegen.

3. De garantie ingevolge Bijlage B bij de overeenkomst van 24 oktober 2011, onder P

Fatum heeft aangevoerd dat zij vanaf het begin van de onderhandelingen volledige openheid van zaken heeft gegeven, dat zij alle beschikbare definitieve en voorlopige cijfers heeft verstrekt, zodra zij daarover beschikte, en dat in juli 2011 een due diligence onderzoek heeft plaatsgevonden. Leon heeft volgens Fatum nagelaten te stellen en te bewijzen dat sprake is van specifieke informatie die voor de overdrachtsdatum beschikbaar was, die Fatum kende of behoorde te kennen en die niet door Fatum is verstrekt.

4.1.3. Tot slot heeft Fatum aangevoerd dat geen recht bestaat op vergoeding van de wettelijke handelsrente en van de beslagkosten.

Leon

4.2.1. Leon heeft zich op het standpunt gesteld dat de door Fatum gevorderde verklaring voor recht en de veroordeling tot betaling van € 100.000,00, te vermeerderen met de rente, dienen te worden afgewezen. Leon heeft ten verwere - kort samengevat - aangevoerd dat Fatum niet aan haar verplichtingen volgende uit de garantiebepalingen, zoals genoemd in overweging 2.16, heeft voldaan en dat zij derhalve is tekortgeschoten in haar verplichtingen uit hoofde van de overeenkomst van koop en verkoop. Omdat het in het onderhavige geval gaat om garantiebepalingen kan Fatum zich, aldus Leon, niet beroepen op overmacht en treden de in de wet geregelde gevolgen van wanprestatie in. Als gevolg van de schending van de garantiebepalingen heeft Leon schade geleden ten bedrage van tenminste

€ 372.917,00. Primair heeft Leon in reconventie betaling gevorderd van dit bedrag op grond van een tekortkoming in de nakoming van de garantiebepalingen door Fatum en subsidiair op grond van wanprestatie, omdat de geleverde aandelen minder waard zijn dan was overeengekomen. De prijs van de aandelen is gebaseerd op de waarde van de verzekeringsportefeuille. Volgens Leon is duidelijk dat de omzet en de waarde van het eigen vermogen drastisch zijn gedaald en had de omzetdaling gemeld moeten worden door Fatum. Voorts is een meer dan normale daling aan klanten en verzekeringen geconstateerd en zijn de afschrijvingen niet anders dan voorheen meegenomen. Meer subsidiair heeft Leon in reconventie een beroep op gedeeltelijke ontbinding van de overeenkomst gedaan, te weten voor dat deel dat zij teveel heeft betaald aan Fatum. Volgens Leon komt dan ook haar en niet Fatum het in depot gestorte bedrag vermeerderd met de daarop gekweekte rente toe. Verder heeft Leon betwist dat haar directie reeds jaren betrokken is bij de door haar overgenomen onderneming van HJG Adviesgroep. Voor zover nodig heeft Leon een beroep gedaan op verrekening van het schadebedrag met het depot onder de notaris. Leon heeft voorts gesteld dat Fatum gehouden is tot vergoeding van de beslagkosten, omdat Fatum Leon genoodzaakt heeft deze kosten te maken.

4.2.2. Ten aanzien van drie garanties heeft Leon het volgende aangevoerd:

1. De garantie ingevolge Bijlage B bij de overeenkomst van 24 oktober 2011, onder G

Ter onderbouwing van haar standpunt dat Fatum niet aan haar verplichtingen volgende uit deze garantie heeft voldaan, heeft Leon aangevoerd dat de omzet is gedaald, dat het aantal polissen is gedaald, dat de polisdichtheid ernstig is afgenomen, dat de totale doorloop van de provisie ernstig is benadeeld en dat de omzet per relatie en per FTE zijn gedaald. Leon heeft daarbij verwezen naar het rapport van 23 maart 2012 van [X], zoals weergegeven in overweging 2.18. Voor zover Fatum zich op marktontwikkelingen zou willen beroepen, had zij dat, aldus Leon, moeten doen vóór het sluiten van de overeenkomst op 24 oktober 2011.

2. De garantie ingevolge Bijlage B bij de overeenkomst van 24 oktober 2011, onder I

Ter onderbouwing van haar standpunt dat Fatum niet aan haar verplichtingen volgende uit deze garantie heeft voldaan, heeft Leon aangevoerd dat uit het rapport van 23 maart 2012 van [X] blijkt dat de polisdichtheid ernstig is afgenomen, dat de totale doorlopende provisies ernstig zijn gedaald en dat de omzet per relatie is gedaald. Volgens Leon zijn dat alle opdrachtovereenkomsten van verzekerden die aanmerkelijk minder renderen en per saldo verliesgevend zijn. Voorts blijkt uit het rapport van een afname van de polissen, wat, aldus Leon, betekent dat klanten zijn weggegaan.

3. De garantie ingevolge Bijlage B bij de overeenkomst van 24 oktober 2011, onder P

Ter onderbouwing van haar standpunt dat Fatum niet aan haar verplichtingen volgende uit deze garantie heeft voldaan, heeft Leon aangevoerd dat behoorlijk bestuur van een onderneming met zich meebrengt dat in ieder geval van maand tot maand bekeken wordt hoe de onderneming financieel functioneert. Fatum heeft dit, aldus Leon, nagelaten dan wel dit wel gedaan, maar haar daarover niet geïnformeerd. Leon acht het ongeloofwaardig dat Fatum niet op de hoogte was van de ernstige teruggang in 2011. Volgens Leon had Fatum haar moeten informeren over de ernstige teruggang zoals beschreven in het rapport van 23 maart 2012 van [X]. Voor zover Fatum niet wist van de teruggang, omdat zij haar administratie niet op orde had, stelt Leon zich op het standpunt dat die nalatigheid voor rekening van Fatum dient te komen.

5 De beoordeling in conventie

5.1.

Leon heeft aangevoerd dat Fatum door het schenden van de betreffende drie garanties is tekort geschoten in haar verplichtingen uit hoofde van de overeenkomst van koop en verkoop van de aandelen. De rechtbank overweegt als volgt. Ingevolge artikel 7:47 BW is de kooptitel (titel 7.1 BW) ook van toepassing op de koop van een vermogensrecht, zoals de koop van een aandeel. Op een bedrijfsovername door middel van de verkoop en levering van aandelen is de conformiteitsregeling van artikel 7:17 BW van toepassing (Hof 's-Hertogenbosch 17 december 2002, JOR 2003, 54 en Rechtbank Utrecht 14 juni 2006, NJF 2006,520). Hoofdregel is dat een aandeel niet aan de overeenkomst beantwoordt indien het, mede gelet op de aard van het vermogensrecht en mededelingen die de verkoper over het vermogensrecht heeft gedaan, niet de eigenschappen bezit die de koper op grond van de overeenkomst mocht verwachten (artikel 7:17, lid 2 BW). De verwachtingen ten aanzien van de aandelen worden gevormd door de huidige en toekomstige waarde van de onderneming en derhalve door de (gegarandeerde) eigenschappen van de onderneming.

5.2.

Op de voet van artikel 150 Rv. ligt het op de weg van Leon om gemotiveerd te stellen en - bij voldoende gemotiveerde betwisting - te bewijzen dat het feit of de gebeurtenis waarop vorengenoemde garanties betrekking hebben zich heeft voorgedaan en waaruit blijkt dat de in overweging 2.16 genoemde garanties uit de koopovereenkomst zijn geschonden.

5.3.

Leon heeft ter onderbouwing van haar stelling dat Fatum de betreffende garanties heeft geschonden onder meer aangevoerd dat de waarde van de aandelen was gebaseerd op de waarde van de verzekeringsportefeuille en dat de geleverde aandelen minder waard zijn dan was overeengekomen. Dat de waarde van de aandelen in HJG Adviesgroep lager is dan was overeengekomen, blijkt volgens Leon uit het door haar overgelegde rapport van 23 maart 2012 van [X]. Naar het oordeel van de rechtbank heeft Leon met dit rapport haar stelling echter onvoldoende onderbouwd. Daartoe overweegt de rechtbank dat [X] in haar rapport heeft aangegeven dat het onderzoek met spoed heeft plaatsgevonden, dat men zich niet heeft kunnen verdiepen in de omstandigheden tussen het eerdere taxatiemoment medio 2010 en maart 2012 en dat nader onderzoek wellicht nog tot een ander inzicht zou hebben geleid. Voorts spreekt [X] in haar rapport over tegenstrijdigheden en mogelijk onjuiste informatie. Gelet op de onvolledigheid van het rapport en de omstandigheden waaronder het rapport tot stand is gekomen, is de rechtbank van oordeel dat Leon met het rapport van [X] onvoldoende heeft aangetoond dat de geleverde aandelen daadwerkelijk minder waard zijn dan is overeengekomen. Voorts overweegt de rechtbank dat in juli 2011 een due diligence-onderzoek is uitgevoerd in het kader van de voorgenomen koop van de aandelen door Leon - waarbij ter zake van de waarde van de verzekeringsportefeuille is verwezen naar het rapport van 9 augustus 2010 (lees: 4 augustus 2010, aanvulling rechtbank) van [X] -, dat Leon van de inhoud van dit rapport kennis heeft genomen en dat Fatum, in de persoon van [A], op 5 september 2011 de definitieve jaarrapporten 2010 van HJG Adviesgroep en HJG Verzekeringen aan Leon, te weten aan [B] en [C], heeft gezonden, en dat Fatum de voorlopige jaarstukken, waaronder de voorlopige verlies- en winstrekening, over het eerste half jaar van 2011 van HJG Verzekeringen in augustus 2011 aan Leon heeft verzonden, zodat Leon voorafgaand aan de koop van de aandelen, bekend moet worden geacht met de bedrijfsgegevens van HJG Adviesgroep. Naar het oordeel van de rechtbank is niet gebleken dat voornoemde stukken onjuistheden bevatten en dat de aandelen niet aan de overeenkomst beantwoorden. Leon heeft naar het oordeel van de rechtbank ook overigens onvoldoende omstandigheden aangevoerd waaruit volgt dat tussen de balansdatum, zijnde 31 december 2010, en de leveringsdatum van de aandelen, zijnde 24 oktober 2011, de activa en de passiva van HJG Adviesgroep een nadelige wijziging hebben ondergaan en zich gebeurtenissen hebben voorgedaan die invloed hebben of nadelige consequenties hebben op de financiële of functionele positie van HJG Adviesgroep. Voorts overweegt de rechtbank dat Leon - na de gemotiveerde betwisting door Fatum - onvoldoende feiten en omstandigheden heeft gesteld waaruit blijkt dat HJG Adviesgroep toerekenbaar is tekortgeschoten in de nakoming van contractuele of andersoortige verplichtingen en dat zij verplichtingen is aangegaan die ongebruikelijk of verliesgevend zijn of waarvan te voorzien was dat daaraan niet of niet tijdig zou kunnen worden voldaan of enkel door het maken van extra kosten. Evenmin heeft Leon - na de gemotiveerde betwisting door Fatum - voldoende feiten en omstandigheden aangevoerd waaruit blijkt dat Fatum Leon onjuist of onvolledig heeft geïnformeerd over de bedrijfsvoering van HJG Adviesgroep en dat Fatum niet alle haar bekend zijnde en voor Leon voor de koop essentiële feiten en omstandigheden ter kennis heeft gebracht aan Leon. Concluderend is de rechtbank van oordeel dat Leon - na de gemotiveerde betwisting door Fatum - onvoldoende gemotiveerd heeft gesteld dat de aandelen in HJG Adviesgroep minder waard zijn dan is overeengekomen. Dat de aandelen in waarde zijn gedaald, is onvoldoende om schending van de garanties aan te nemen. De rechtbank ziet geen aanleiding om Leon nog toe te laten bewijs bij te brengen door het horen van deskundigen en/of getuigen, nu zijn niet voldaan heeft aan haar stelplicht. De rechtbank zal het door Leon ter zake gedane bewijsaanbod dan ook passeren.

5.4.

Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, zal de rechtbank de vordering tot verklaring voor recht dat het door Leon bij notaris mr. P.A. van Dijk te Leeuwarden in depot gestorte bedrag van € 100.000,00 integraal aan Fatum toekomt en de vordering tot veroordeling van Leon tot betaling aan Fatum van een bedrag van € 100.000,00 toewijzen. De over laatstgenoemde vordering gevorderde wettelijke rente zal de rechtbank, nu daartegen geen specifiek verweer is gevoerd, eveneens toewijzen. Aan het beroep op verrekening door Leon wordt dus niet meer toegekomen.

Kosten

5.5.

Leon zal als de in het ongelijk te stellen partij worden veroordeeld in de proceskosten in conventie. De proceskosten aan de zijde van Fatum worden tot op heden vastgesteld op:

- explootkosten € 90,64

- overige kosten € 13,09

- griffierecht € 3.621,00

- salaris gemachtigde € 2.842,00 (2 punten x tarief € 1.421,00)

totaal € 6.566,73.

5.6.

De gevorderde veroordeling in de nakosten is in het kader van deze procedure slechts toewijsbaar voor zover deze kosten op dit moment reeds kunnen worden begroot. De nakosten zullen dan ook worden toegewezen op de wijze zoals in het dictum vermeld.

5.7.

Tegen de over de proceskosten en nakosten gevorderde wettelijke rente is geen specifiek verweer gevoerd, zodat de rechtbank deze zal toewijzen.

6 De beoordeling in reconventie

6.1.

Gelet op hetgeen zij in haar beoordeling in conventie heeft overwogen en geoordeeld, hetgeen hier als herhaald en ingelast moet worden beschouwd, zal de rechtbank de vorderingen, zoals opgenomen in overweging 3.4, onder 1 en 2 afwijzen. Ook de vordering, zoals opgenomen in overweging 3.4, onder 3 zal de rechtbank - daarbij eveneens verwijzend naar hetgeen zij in haar beoordeling in conventie heeft overwogen en geoordeeld - afwijzen. Niet is komen vast te staan dat de aandelen in HJG Adviesgroep minder waard zijn dan was overeengekomen en dat Leon aldus de door haar gestelde schade heeft geleden. Daarmee bestaat er geen aanleiding om Fatum in de door Leon gevorderde beslagkosten te veroordelen.

6.2.

Leon zal als de in het ongelijk te stellen partij worden veroordeeld in de proceskosten in reconventie. De rechtbank merkt ten aanzien van het salaris gemachtigde op dat zij in het feit dat de comparitie in conventie en in reconventie gelijktijdig heeft plaatsgevonden en het feit dat de processtukken vrijwel gelijkluidend zijn in beide procedures, aanleiding ziet om het aantal punten in de procedure in reconventie te halveren De proceskosten aan de zijde van Fatum worden vastgesteld op € 2.000,00 (1 punt x tarief

€ 2.000,00).

7 De beslissing

De rechtbank

in conventie:

7.1.

verklaart voor recht dat het door Leon bij notaris mr. P.A. van Dijk te Leeuwarden in depot gestorte bedrag van € 100.000,00 (zegge: honderdduizend euro) integraal aan Fatum toekomt;

7.2.

veroordeelt Leon tot betaling aan Fatum van een bedrag van € 100.000,00 (zegge: honderdduizend euro), te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119a BW over dit bedrag, te rekenen vanaf 1 juli 2012 tot aan de dag der algehele voldoening;

7.3.

veroordeelt Leon in de kosten van deze procedure, tot op heden aan de zijde van Fatum vastgesteld op een bedrag van € 6.566,73, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over dit bedrag indien die proceskosten niet binnen de termijn van tien dagen na betekening van dit vonnis worden voldaan;

7.4.

veroordeelt Leon in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op een bedrag van € 131,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat Leon niet binnen tien dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 68,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak, en te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de nakosten met ingang van de laatste dag van de voldoeningstermijn;

7.5.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad, behoudens de in 7.1 genoemde verklaring voor recht;

in reconventie:

7.6.

wijst de vorderingen af;

7.7.

veroordeelt Leon in de kosten van deze procedure, tot op heden aan de zijde van Fatum vastgesteld op een bedrag van € 2.000,00;

7.8.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad, voor zover dit betrekking heeft op de proceskosten.

Dit vonnis is gewezen door mr. R. Giltay, mr. S.B. van Baalen en mr. J.A. Werkema en in het openbaar uitgesproken op 4 september 2013 in tegenwoordigheid van de griffier

mr. S. Ambachtsheer.