Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2013:4839

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
28-01-2013
Datum publicatie
16-08-2013
Zaaknummer
17/880347-12
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank veroordeelt verdacht voor diefstal, meermalen gepleegd, terwijl nog geen 5 jaren zijn verlopen serdert een eerdere veroordeling tot gevangenisstraf, wegens een soortgelijk misdrijf in kracht van gewijsde is gegaan, tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden, waarvan 2 maanden voorwaardelijk met bijzondere voorwaarden.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 310
Wetboek van Strafrecht 43a
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Locatie Leeuwarden

parketnummer 17/880347-12

vordering na voorwaardelijke veroordeling parketnummer 17/675140-10

vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 28 januari 2013 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

niet als ingezetene ingeschreven in de basisadministratie persoonsgegevens en zonder

bekende feitelijke woon- of verblijfplaats,

thans gedetineerd in [naam P.I].

De rechtbank heeft gelet op het ter terechtzitting gehouden onderzoek van 14 januari 2013.

De verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. A.A. Scholtmeijer, advocaat te Heerenveen.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 13 september 2012,

te Heerenveen, (althans) in de gemeente Heerenveen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen in/uit een

aldaar aan de [straatnaam 1] gevestigde [naam juwelier 1],

twee gouden armbanden, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende

aan [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte,

terwijl tijdens het plegen van voornoemd misdrijf nog geen vijf jaren zijn

verlopen sedert een veroordeling van de schuldige tot gevangenisstraf wegens

een daaraan soortgelijk misdrijf, in kracht van gewijsde is gegaan;

2.

hij op of omstreeks 31 juli 2012,

te Wolvega, (althans) in de gemeente Weststellingwerf,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen in/uit een

aldaar aan de [straatnaam 2] gevestigde [naam juwelier 2],

twee gouden colliers en/of een gouden hanger, in elk geval enig goed, geheel

of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2] in elk geval aan een ander of

anderen dan aan verdachte, terwijl tijdens het plegen van voornoemd misdrijf

nog geen vijf jaren zijn verlopen sedert een veroordeling van de schuldige tot

gevangenisstraf wegens een daaraan soortgelijk misdrijf, in kracht van

gewijsde is gegaan.

In de tenlastelegging voorkomende schrijffouten of kennelijke misslagen worden verbeterd gelezen. De verdachte is hierdoor niet in zijn belangen geschaad.

Vordering officier van justitie

De officier van justitie heeft ter terechtzitting gevorderd:

  • -

    veroordeling voor het onder 1. en 2. ten laste gelegde;

  • -

    oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van zes maanden, waarvan twee maanden voorwaardelijk met aftrek van voorarrest en met een proeftijd van twee jaren;

  • -

    oplegging van de bijzondere voorwaarde van reclasseringstoezicht, met meldingsgebod, deelname aan een cognitieve vaardigheidstraining (CoVa-training) en indien de reclassering dit nodig acht een behandeltraject bij een instelling voor verslavingszorg en opname in een instelling voor begeleid wonen of maatschappelijk opvang.

  • -

    tenuitvoerlegging van de op 1 november 2010 opgelegde gevangenisstraf van zes maanden;

  • -

    toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] van [naam juwelier 1] tot een bedrag van € 3.880,00 met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Beoordeling van het bewijs

De rechtbank past met betrekking tot de ten laste gelegde feiten de volgende bewijsmiddelen toe, met inachtneming van het bepaalde in artikel 359, derde lid, tweede volzin van het Wetboek van Strafvordering:

1.

de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 14 januari 2013;

2.

het in wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal nr. PL02DH 2012098963-1, d.d. 13 september 2012, inhoudende de verklaring van [slachtoffer 1];

3.

het in wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal nr. PL02FW 2012081579-1, d.d. 7 augustus 2012, inhoudende de verklaring van [slachtoffer 2];

4.

een schriftelijk stuk, te weten een uittreksel van de justitiële documentatie van verdachte d.d. 17 december 2012.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht het onder 1. en 2. ten laste gelegde bewezen, met dien verstande dat:

1.

hij op 13 september 2012 te Heerenveen, in de gemeente Heerenveen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen uit een aldaar aan de [straatnaam 1] gevestigde [naam juwelier 1], twee gouden armbanden, toebehorende aan [slachtoffer 1], terwijl tijdens het plegen van voornoemd misdrijf nog geen vijf jaren zijn verlopen sedert een veroordeling van de schuldige tot gevangenisstraf wegens een daaraan soortgelijk misdrijf, in kracht van gewijsde is gegaan;

2.

hij op 31 juli 2012 te Wolvega, in de gemeente Weststellingwerf, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen uit een aldaar aan de [straatnaam 2] gevestigde [naam juwelier 2], twee gouden colliers en een gouden hanger, toebehorende aan [slachtoffer 2], terwijl tijdens het plegen van voornoemd misdrijf

nog geen vijf jaren zijn verlopen sedert een veroordeling van de schuldige tot gevangenisstraf wegens een daaraan soortgelijk misdrijf, in kracht van gewijsde is gegaan.

De verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op de misdrijven:

1.

Diefstal, terwijl tijdens het plegen van het misdrijf nog geen vijf jaren zijn verlopen sedert een vroegere veroordeling van de schuldige tot gevangenisstraf, wegens een daaraan soortgelijk misdrijf, in kracht van gewijsde is gegaan.

2.

Diefstal, terwijl tijdens het plegen van het misdrijf nog geen vijf jaren zijn verlopen sedert een vroegere veroordeling van de schuldige tot gevangenisstraf, wegens een daaraan soortgelijk misdrijf, in kracht van gewijsde is gegaan.

Deze feiten zijn strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

De rechtbank neemt bij de bepaling van de hierna te vermelden strafsoort en strafmaat in aanmerking:

  • -

    de aard en de ernst van de gepleegde feiten;

  • -

    de omstandigheden waaronder deze zijn begaan;

  • -

    de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken en deze naar voren komt uit het uittreksel uit de justitiële documentatie d.d. 17 december 2012 en het reclasseringsadvies d.d. 10 januari 2013;

  • -

    de vordering van de officier van justitie;

  • -

    het pleidooi van de raadsman.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan diefstal van sieraden uit twee juwelierszaken. Beide keren heeft hij zich voorgedaan als een klant die sieraden wilde bekijken en passen, waarna hij in een onbewaakt moment met de sieraden de juwelierszaak is uitgerend. Hiermee heeft hij de betreffende juweliers niet alleen financiële schade berokkend, maar heeft hij ook bijgedragen aan het vergroten van gevoelens van onveiligheid, in het bijzonder bij deze beroepsgroep, die helaas regelmatig slachtoffer is van dergelijke strafbare feiten.

Ondanks zijn jonge leeftijd is verdachte de afgelopen vier jaren al meerdere malen veroordeeld, met name voor vermogensdelicten. Hij liep op het moment waarop de onderhavige feiten zijn gepleegd ook nog in een proeftijd. Uit het door de reclassering uitgevoerde onderzoek komt naar voren dat het verdachte de afgelopen jaren heeft ontbroken aan een vaste woon- of verblijfplaats, dagbesteding en legale inkomsten. Geld dat hij had gaf hij uit aan drugs en pokeren. Verdachte is niet in staat zijn leven zelfstandig op te bouwen, hetgeen verdachte volgens de reclassering nu zelf ook lijkt te beseffen. Hij wil werken aan het verkrijgen van huisvesting en inkomsten en wil een opleiding gaan volgen. Indien er geen veranderingen in de leefsituatie en het gedrag van verdachte plaatsvinden, acht de reclassering de kans op recidive hoog. De reclassering adviseert dan ook een (gedeeltelijk) voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen met daaraan verbonden reclasseringstoezicht en de verplichtingen deel te nemen aan een CoVa-training, zich te laten behandelen bij een instelling voor verslavingszorg en zich te laten opnemen in een instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang, de laatste twee voorwaarden voor zover de reclassering dit nodig acht.

De rechtbank volgt de reclassering in haar advies. Alles afwegende zal de rechtbank, in overeenstemming met de eis van de officier van justitie, aan verdachte een gevangenisstraf opleggen van zes maanden waarvan twee maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar. Aan het voorwaardelijke deel van de straf worden reclasseringstoezicht en de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden gekoppeld.

Benadeelde partij

[slachtoffer 1] van [naam juwelier 1] heeft zich voor de aanvang van de terechtzitting als benadeelde partij in het strafproces gevoegd door middel van indiening van het voorgeschreven formulier bevattende de opgave van een vordering tot vergoeding van de geleden schade ten gevolge van het aan verdachte onder 1. ten laste gelegde en bewezenverklaarde feit alsmede de gronden waarop deze berust.

De rechtbank is van oordeel dat de gestelde schade voldoende aannemelijk is geworden en in zodanig verband staat met het door verdachte gepleegde strafbare feit, dat deze aan hem als een gevolg van zijn handelen kan worden toegerekend. De rechtbank zal daarbij - conform het pleidooi van de raadsman - een bedrag gelijk aan de inkoopwaarde van de ontvreemde sieraden toewijzen. De rechtbank acht de vordering derhalve tot een bedrag van € 3.000,00 gegrond en voor toewijzing vatbaar.

De rechtbank acht daarnaast oplegging van de schadevergoedingsmaatregel aangewezen.

Vordering na voorwaardelijke veroordeling

Bij onherroepelijk geworden vonnis van 1 november 2010, gewezen door de politierechter van de rechtbank te Leeuwarden, is de verdachte veroordeeld tot - voor zover hier van belang - een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van zes maanden, met een proeftijd van twee jaren. De proeftijd is ingegaan op 16 november 2010.

Bij vordering d.d. 3 december 2012 heeft de officier van justitie de tenuitvoerlegging gevorderd van de bij voormeld vonnis voorwaardelijk opgelegde straf.

De hiervoor onder 1. en 2. bewezenverklaarde feiten zijn door verdachte begaan voor het einde van de bij voormeld vonnis gestelde proeftijd.

De rechtbank zal op grond daarvan de tenuitvoerlegging gelasten van een deel van de aan verdachte bij voornoemd vonnis van 1 november 2010 voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf, groot drie maanden.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 14g, 36f, 43a, 43b, 57 en 310 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

DE UITSPRAAK VAN DE RECHTBANK LUIDT, RECHTDOENDE:

Verklaart het onder 1. en 2. ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar in voege als voormeld en verdachte deswege strafbaar.

Veroordeelt verdachte te dier zake tot:

Een gevangenisstraf voor de duur van zes maanden.

Bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot twee maanden niet zal worden tenuitvoergelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond, dat de veroordeelde voor het einde van de proeftijd, welke hierbij wordt vastgesteld op twee jaren, de hierna te noemen algemene of bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd.

Stelt als algemene voorwaarden:

1.

dat veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

2.

dat veroordeelde ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

3.

dat veroordeelde medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht als bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen.

Stelt als bijzondere voorwaarden:

1.

dat veroordeelde zich binnen 14 dagen na de uitspraak meldt bij de reclassering van het Leger Des Heils op het adres Weesperzijde 70 te Amsterdam;

2.

dat veroordeelde zal deelnemen aan een gedragsinterventie, bestaande uit een cognitieve vaardigheidstraining, waarbij veroordeelde zich dient te houden aan de aanwijzingen zoals die gedurende deze gedragsinterventie aan veroordeelde zullen worden gegeven.

3.

dat veroordeelde, indien de reclassering dit nodig acht, zich onder behandeling zal stellen bij een instelling voor verslavingszorg;

4.

dat veroordeelde, indien de reclassering dit nodig acht, zal verblijven in een instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang, en zich zal houden aan het (dag-)programma dat deze instelling in overleg met de reclassering heeft opgesteld.

Draagt de reclassering op toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.

Beveelt dat de tijd door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en/of voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezenverklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1], wonende te [adres], toe tot na te melden bedrag en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van € 3.000,00 (zegge: drieduizend euro).

Legt aan verdachte de verplichting op aan de staat, ten behoeve van [slachtoffer 1], te betalen een som geld ten bedrage van € 3.000,00 (zegge: drieduizend euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 40 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

Bepaalt daarbij dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat ten behoeve van [slachtoffer 1], daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en vice versa, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen.

Bepaalt dat de vordering van de benadeelde partij voor het overige niet ontvankelijk is en dat dit deel van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.

Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil.

Beslissing op de vordering na voorwaardelijke veroordeling onder parketnummer

17/675140-10:

Gelast de gedeeltelijke tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf, voorzover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de politierechter te Leeuwarden d.d. 1 november 2010, en wel voor een deel groot drie maanden.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.G.W. Lootsma-Oude Nijeweme, voorzitter, mr. M. Haisma en mr. C. Krijger, rechters, bijgestaan door mr. C.L. van der Woude, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 28 januari 2013.

Mr. Krijger is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

w.g.

Lootsma-Oude Nijeweme

VOOR EENSLUIDEND AFSCHRIFT

Haisma

de griffier van de rechtbank

Woude

te Leeuwarden,

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Locatie Leeuwarden

parketnummer 17/880347-12

vordering na voorwaardelijke veroordeling parketnummer 17/675140-10

proces-verbaal van de in het openbaar gehouden terechtzitting van de meervoudige strafkamer in bovengenoemde rechtbank op 14 januari 2013

Tegenwoordig:

mr. J.G.W. Lootsma-Oude Nijeweme, voorzitter,

mr. M. Haisma en mr. C. Krijger, rechters,

mr. R.G. de Graaf, officier van justitie en

mr. C.L. van der Woude, griffier.

De voorzitter doet de zaak tegen na te noemen verdachte uitroepen.

De voorzitter belast de oudste rechter met de leiding van het onderzoek.

De verdachte, ter terechtzitting aanwezig, antwoordt op de vragen van de oudste rechter te zijn genaamd:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

niet als ingezetene ingeschreven in de basisadministratie persoonsgegevens en zonder

bekende feitelijke woon- of verblijfplaats,

thans gedetineerd in [naam P.I].

Als raadsman van verdachte is ter terechtzitting aanwezig mr. A.A. Scholtmeijer, advocaat te Heerenveen.

Ter terechtzitting is tevens verschenen [slachtoffer 1], namens benadeelde partij [naam juwelier 1].

……………………………

De oudste rechter verklaart het onderzoek gesloten en deelt mede, dat volgens de beslissing van de rechtbank de uitspraak zal plaatsvinden ter terechtzitting van 28 januari 2013 te 13:30 uur.

Waarvan proces-verbaal, vastgesteld en ondertekend door de voorzitter en de griffier.