Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2013:4379

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
27-06-2013
Datum publicatie
23-07-2013
Zaaknummer
18/670239-12
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

De rechtbank legt een werkstraf van 120 uren en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 2 maanden op wegens bezit kinderporno.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 240b
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht

Locatie Groningen

parketnummer 18/670239-12

vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 27 juni 2013 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 1952 te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats en adres].

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 13 juni 2013. Verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. O.G. Schuur, advocaat te Groningen.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij

in of omstreeks de periode van 1 januari 2010 tot en met 15 oktober 2010

in de gemeente Bedum, in elk geval in Nederland,

(een) gegevensdrager(s) bevattende (een) afbeelding(en), te weten 76 foto,s en

40

films op twee harde schijven uit een zwarte computer (merkloos) en/of een

externe harde schijf (merkloos) en/of (een) cd(s) en/of (een) DVD('s)

in bezit heeft gehad,

terwijl op die afbeelding(en) (een) seksuele gedraging(en) zichtbaar is/zijn,

waarbij (telkens) een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog

niet had bereikt, was betrokken of schijnbaar was betrokken, welke voornoemde

seksuele gedragingen bestonden uit:

het oraal en/of vaginaal en/of anaal penetreren (met de penis en/of (een)

vinger(s)/hand en/of de mond/tong) van het lichaam van een persoon die

kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt

en/of

het vaginaal penetreren van het lichaam van een (ander) persoon door een

persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt (met de

penis)

en/of

het betasten en/of aanraken van de geslachtsdelen en/of de billen en/of de

borsten van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft

bereikt (met de penis en/of (een) vinger(s)/hand en/of de mond/tong)

en/of

het betasten en/of aanraken van de geslachtsdelen en/of de borsten van een

(ander) persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog

niet heeft bereikt (met (een) vinger(s)/hand en/of de mond/tong)

en/of

het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van (een) perso(o)n(en) die

kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft/hebben bereikt, waarbij deze

perso(o)n(en) poseert/poseren in (een)(erotisch getinte) houding(en)

(op een wijze) die niet bij haar/hun leeftijd past/passen en/of waarbij deze

perso(o)n(en) zich (vervolgens) in opeenvolgende afbeeldingen/filmfragmenten

van haar/hun kleding ontdoet/ontdoen en/of (waarna) door het camerastandpunt

en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de uitsnede van de afbeelding(en)/film(s)

nadrukkelijk de (ontblote) geslachtsdelen en/of borsten en/of billen in beeld

gebracht worden (waarbij) de afbeelding (aldus) een onmiskenbaar seksuele

strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling

en/of

het masturberen boven/bij en/of ejaculeren op het lichaam van een

perso(o)n(en) die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft/hebben

bereikt en/of het houden van een (stijve) penis bij/naast het gezicht/lichaam

van een perso(o)n(en) die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet

heeft/hebben bereikt en/of terwijl op dat gezicht/lichaam een op sperma

gelijkende substantie zichtbaar is,

van welk(e) misdrijf/misdrijven hij, verdachte, een gewoonte heeft gemaakt;

(art. 240b Wetboek van Strafrecht)

Bewijsvraag

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het ten laste gelegde op basis van de in het dossier aanwezige bewijsmiddelen wettig en overtuigend kan worden bewezen.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich, gelet op de bekennende verklaring van verdachte, gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank, met dien verstande dat slechts 33 foto's en 34 films bewezen kunnen worden. De overige afbeeldingen zijn in de "lost files"en de "unallocated clusters" aangetroffen. Verdachte weet niet wanneer hij wat precies voorhanden kreeg en heeft veel weggegooid. Voor een relatieve leek met computers zijn de verwijderde bestanden dan niet (meer) opzettelijk voorhanden, althans niet in de ten laste gelegde periode.

Daarnaast heeft de raadsman gesteld dat het bestanddeel "een gewoonte maken van" niet kan worden bewezen.

Beoordeling

De rechtbank heeft bij de beoordeling acht geslagen op de volgende bewijsmiddelen:

  • -

    de bekennende verklaring door verdachte op de terechtzitting afgelegd.

  • -

    een proces-verbaal van bevindingen kinderporno-onderzoek met bijlagen d.d. 28 juni 2011,

opgenomen op pagina 139 t/m 180 van dossier nr. PL01VG 2010098887 d.d. 2 mei 2012,

inhoudende de relatering van verbalisanten [verbalisanten].

Met betrekking tot het verweer van de raadsman betreffende de kinderporno op de "lost files"en de "unallocated clusters" van de harde schijf stelt de rechtbank voorop dat in de jurisprudentie is uitgemaakt dat bestanden met kinderporno aangetroffen in "lost files" en "unallocated clusters" onvoldoende zijn voor het aannemen van bezit in de zin van artikel 240b van het Wetboek van Strafrecht.

Dit is slechts anders indien er sprake is van bijkomende feiten en omstandigheden waaruit bijvoorbeeld blijkt dat de bestanden beschikbaar zijn geweest voor opening gedurende een zekere vast te stellen periode. Verdachte heeft op dit punt verklaard dat hij de meeste bestanden vrijwel meteen heeft verwijderd.

Naar het oordeel van de rechtbank bevindt zich in het strafdossier geen informatie waaruit van (onderzoek naar) dergelijke bijkomende feiten en omstandigheden blijkt en daarvan is evenmin ter terechtzitting gebleken. Dit betekent dat van 42 foto’s en 7 films niet het bezit in de zin van artikel 240b Sr kan worden aangenomen en dat verdachte ten aanzien daarvan dient te worden vrijgesproken

De rechtbank acht derhalve wettig en overtuigend bewezen dat verdachte in de periode van

1 januari 2010 tot en met 15 oktober 2010, 34 foto's en 33 films met kinderpornografische afbeeldingen in bezit heeft gehad. De rechtbank acht niet bewezen dat verdachte hiervan een gewoonte heeft gemaakt, zodat verdachte van dit gedeelte van de tenlastelegging moet worden vrijgesproken.

Bewezenverklaring

Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat

hij in de periode van 1 januari 2010 tot en met 15 oktober 2010 in de gemeente Bedum gegevensdragers bevattende afbeeldingen, te weten 34 foto's en 33 films op twee harde schijven uit een zwarte computer (merkloos) en een externe harde schijf (merkloos) en cd's en dvd's in bezit heeft gehad,

terwijl op die afbeeldingen seksuele gedragingen zichtbaar zijn, waarbij telkens een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken of schijnbaar was betrokken, welke voornoemde seksuele gedragingen bestonden uit:

het oraal en/of vaginaal en/of anaal penetreren (met de penis en/of (een) vinger(s)/hand en/of de mond/tong) van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt

en

het vaginaal penetreren van het lichaam van een (ander) persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt (met de penis)

en

het betasten en/of aanraken van de geslachtsdelen en/of de billen en/of de borsten van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt (met de penis en/of (een) vinger(s)/hand en/of de mond/tong)

en

het betasten en/of aanraken van de geslachtsdelen en/of de borsten van een (ander) persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt (met (een) vinger(s)/hand en/of de mond/tong)

en

het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van (een) perso(o)n(en) die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft/hebben bereikt, waarbij deze perso(o)n(en) poseert/poseren in (een)(erotisch getinte) houding(en) (op een wijze) die niet bij haar/hun leeftijd past/passen en/of waarbij deze perso(o)n(en) zich (vervolgens) in opeenvolgende afbeeldingen/filmfragmenten van haar/hun kleding ontdoet/ontdoen en/of (waarna) door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de uitsnede van de afbeelding(en)/ film(s) nadrukkelijk de (ontblote) geslachtsdelen en/of borsten en/of billen in beeld gebracht worden (waarbij) de afbeelding (aldus) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling

en

het masturberen boven/bij en/of ejaculeren op het lichaam van een perso(o)n(en) die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft/hebben bereikt en/of het houden van een (stijve) penis bij/naast het gezicht/lichaam van een perso(o)n(en) die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft/hebben bereikt en/of terwijl op dat gezicht/lichaam een op sperma

gelijkende substantie zichtbaar is.

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

In de tenlastelegging voorkomende schrijffouten of kennelijke misslagen worden verbeterd gelezen. De verdachte is hierdoor niet in zijn belangen geschaad.

Strafbaarheid van het feit

Hetgeen de rechtbank bewezen heeft verklaard, levert het volgende strafbare feit op:

een gegevensdrager, bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, in bezit hebben, meermalen gepleegd.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu ten aanzien van verdachte geen strafuitsluitings-gronden aanwezig worden geacht.

Strafoplegging

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte voor het ten laste gelegde te veroordelen tot een werkstraf van 120 uren en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 4 maanden met een proeftijd van 2 jaren.

Standpunt verdediging

Namens verdachte is primair betoogd dat dient te worden volstaan met toepassing van artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht, gelet op de relatieve ernst van het feit. Subsidiair heeft de raadsman gepleit voor een beperkte, geheel voorwaardelijke, straf.

Oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek op de terechtzitting,

de aangaande zijn persoon opgemaakte rapportage, het hem betreffende uittreksel uit het justitiële documentatieregister, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de raadsman.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het in bezit hebben van een hoeveelheid kinderpornografische afbeeldingen van seksuele handelingen waarbij jonge kinderen waren betrokken. Door aldus te handelen heeft verdachte indirect het vervaardigen van kinderporno, waar jonge kinderen door volwassenen aan (vaak) zeer verregaande seksuele handelingen worden onderworpen, bevorderd. Dergelijk seksueel misbruik kan - zoals algemeen bekend - leiden tot ernstige lichamelijke en psychische schade aan de slachtoffers. Mede om die reden dient het seksuele misbruik van jeugdigen en de exploitatie daarvan krachtig te worden tegengegaan.

De rechtbank neemt verdachte het bewezen verklaarde kwalijk en acht gezien het voorgaande een werkstraf van aanzienlijke duur passend en geboden.

De rechtbank houdt bij het bepalen van de hoogte van de werkstraf rekening met het feit dat verdachte niet eerder met politie en justitie in aanraking is geweest en met het tijdsverloop tussen het plegen en de berechting van het feit.

Daarnaast houdt de rechtbank rekening met reclasseringsrapport d.d. 16 mei 2013, waaruit naar voren komt dat het recidiverisico als laag wordt ingeschat.

Tevens spreekt het in het voordeel van verdachte dat hij zichzelf heeft aangemeld bij het AFPN en daar behandeling heeft ondergaan.

Daarentegen baart het de rechtbank zorgen dat verdachte ondanks de inmiddels afgeronde behandeling bij het AFPN, nog steeds een ontwijkende houding aanneemt bij vragen over het strafbare feit, de strafwaardigheid daarvan onvoldoende lijkt in te zien en geen volledige verantwoordelijkheid lijkt te nemen voor het feit. Daarnaast komt uit het dossier naar voren dat niet alleen sprake is van het bezit van kinderporno, maar ook van belangstelling voor jonge meisjes.

De rechtbank zal daarom naast een werkstraf een voorwaardelijke gevangenisstraf opleggen.

Enerzijds om de ernst van het feit te benadrukken en anderzijds om verdachte in de toekomst te weerhouden zich wederom met dit soort strafbare feiten bezig te houden.

De rechtbank komt tot een lagere voorwaardelijke straf gezien het feit dat de rechtbank, anders dan de officier van justitie, "een gewoonte maken van" niet bewezen acht en uitgaat van lagere aantallen.

In beslag genomen goederen

De rechtbank acht de in beslag genomen voorwerpen waarop kinderpornografische afbeeldingen zijn aangetroffen, te weten een computer, twee externe harde schijven, de cd's en dvd's genummerd S001, S026 en S028, vatbaar voor onttrekking aan het verkeer nu met behulp van deze voorwerpen het feit is begaan en zij van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit daarvan door verdachte in strijd is met de wet of met het algemeen belang.

De rest van de in beslag genomen voorwerpen kan terug naar verdachte.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 36b, 36c, 57 en 240b van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

De rechtbank:

Verklaart het ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen zoals hiervoor is aangegeven, te kwalificeren als voormeld en verklaart het bewezen verklaarde strafbaar.

Verklaart verdachte voor het bewezen verklaarde strafbaar.

Verklaart het meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Veroordeelt verdachte voor het bewezen- en strafbaar verklaarde tot:

Een taakstraf, bestaande uit het verrichten van 120 uren onbetaalde arbeid.

Beveelt dat voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis voor de duur van 60 dagen zal worden toegepast.

Beveelt dat de tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde taakstraf geheel in mindering zal worden gebracht naar de maatstaf van 2 uren per dag inverzekeringstelling.

Een gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden.

Bepaalt, dat deze gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond, dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd, welke hierbij wordt vastgesteld op twee jaren, aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Beslag

Verklaart onttrokken aan het verkeer de in beslag genomen:

  • -

    computer (merkloos, kleur zwart);

  • -

    een externe harde schijf met adapter (merk Western Extern, kleur zwart);

  • -

    een externe harde schijf (merkloos, kleur blauw);

  • -

    de cd's/dvd's, genummerd S001, S026 en S028.

Gelast de teruggave aan verdachte van de overige in beslag genomen en nog niet teruggegeven goederen.

Dit vonnis is aldus gewezen door mrs. D.M. Schuiling, voorzitter, F. de Jong en

L.W. Janssen, rechters, in tegenwoordigheid van A.W. ten Have-Imminga als griffier en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 27 juni 2013.

De griffier is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.