Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2013:4036

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
18-06-2013
Datum publicatie
03-07-2013
Zaaknummer
133559
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

"Het gezamenlijk gezag is niet in het belang van de minderjarige.

De rechtbank komt tot dit oordeel vanwege het ontbreken van vertrouwen van de vrouw in de man, de opstelling van de man ten opzichte van de vrouw en de minderjarige, zijn gebrek aan inlevingsvermogen, het vermoeden van mishandeling gepleegd door de man jegens de vrouw, alsook (het verzwijgen/bagatelliseren van) zijn strafrechtelijke documentatie. Er is derhalve op dit moment sprake van een zodanige situatie dat gevreesd moet worden dat de minderjarige een onaanvaardbaar risico loopt om klem of verloren te raken tussen partijen zonder zicht op voldoende verbetering binnen afzienbare tijd. De rechtbank heeft tevens in haar oordeel betrokken dat zij, gelet op hetgeen zich in het verleden tussen partijen heeft voorgedaan, niet de overtuiging heeft dat de communicatie tussen partijen door middel van deelname aan het ONS-traject weer op gang kan worden gebracht c.q. zodanig wordt hersteld dat een goede communicatie tussen de man en de vrouw tot stand wordt gebracht zodat zij het gezag gezamenlijk uiteindelijk weer kunnen uitoefenen".

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling Privaatrecht

Locatie: Groningen

zaaknr.: C/18/133559/ FA RK 12-907

beschikking d.d. 18 juni 2013

in de zaak van:

[naam 1],

wonende op een geheim adres,

woonplaats kiezende te Groningen aan de Leonard Springerlaan 9,

verzoekster,

hierna te noemen de vrouw,

advocaat mr. F.B. Flooren,

en

[naam 2],

wonende te [adres],

woonplaats kiezende te Emmen, aan de Hooggoorns 60,

verweerder,

hierna te noemen de man,

advocaat mr. J. de Graaf-Bakker.

PROCESVERLOOP

De rechtbank heeft op 27 november 2012 een beschikking gegeven.

De Wet herziening gerechtelijke kaart is op 1 januari 2013 in werking getreden. De rechtbanken Assen, Groningen en Leeuwarden vormen met ingang van die datum tezamen de nieuwe rechtbank Noord-Nederland. Het rechtsgebied van deze rechtbank beslaat de provincies Drenthe, Fryslân en Groningen. De zaak wordt daarom verder behandeld en beslist door de rechtbank Noord-Nederland.

Op 13 februari 2013 is ter griffie een brief van de Raad voor de Kinderbescherming, regio Noord Nederland, locatie Groningen (hierna te noemen: de Raad), ontvangen.

Op 8 april 2013 is ter griffie het rapport van de Raad d.d. 2 april 2013 ontvangen.

OP 22 april 2013 is ter griffie een faxbrief van de advocaat van de vrouw ontvangen.

Op 3 mei 2013 is ter griffie een brief van de advocaat van de man ontvangen.

RECHTSOVERWEGINGEN

De rechtbank neemt over hetgeen is overwogen en beslist in de beschikking van 27 november 2012.

In voornoemde beschikking is een voorlopige contactregeling vastgesteld, inhoudende dat de man een aantal malen per week telefonisch contact heeft met de minderjarige,

[naam 3], geboren op [datum] in de gemeente Emmen.

Voorts is de Raad verzocht een onderzoek in te stellen naar de invulling van het gezag, het hoofdverblijf en het contact tussen de man en de minderjarige en daarvan rapport en advies aan de rechtbank uit te brengen, waarna partijen de gelegenheid krijgen daarop te reageren.

Iedere verdere beslissing is aangehouden.

Bij rapport, uitgebracht d.d. 2 april 2013, adviseert de Raad de rechtbank het hoofdverblijf van het minderjarige kind van partijen bij de vrouw te bepalen. Voorts adviseert de Raad de definitieve beslissingen met betrekking tot het gezag en de contactregeling aan te houden voor de duur van zes maanden, in afwachting van de uitkomsten van het traject Ouderschap na Scheiding en het omgangscentrum bij Elker te Groningen. De Raad heeft zich bereid verklaard om, indien gewenst, vervolgens nader onderzoek te doen en te adviseren omtrent de invulling van het gezag en de definitieve contactregeling.

Bij faxbrief, ingekomen ter griffie op 22 april 2013, heeft de vrouw te kennen gegeven dat zij zich in het advies van de Raad kan vinden onder de voorwaarde dat zij kan worden bijgestaan door een tolk.

Bij brief, ingekomen ter griffie op 3 mei 2013, heeft de man te kennen gegeven dat hij instemt met een begeleide omgangsregeling bij het omgangscentrum van Elker mits dit op korte termijn wordt opgestart. De man heeft zijn zoon al geruime tijd niet meer gezien en in de afgelopen periode slechts telefonisch kunnen spreken. De man is bereid deel te nemen aan het ONS-traject. Op grond van het vorenstaande geeft de man er, anders dan het advies van de Raad, de voorkeur aan dat de rechtbank reeds nu een definitieve beslissing geeft over de gezagsvoorziening en de verzochte omgangsregeling.

De rechtbank overweegt als volgt.

Voor gezamenlijk gezag is in het algemeen vereist dat de ouders in staat zijn tot een behoorlijke gezamenlijke gezagsuitoefening en binnen redelijke termijn beslissingen over hun kind in gezamenlijk overleg kunnen nemen, althans daartoe in staat mogen worden geacht. Het - door de moeder aangevoerde - ontbreken van een goede communicatie tussen de ouders brengt evenwel niet zonder meer mee dat in het belang van het kind het ouderlijk gezag aan een van de ouders moet worden toegekend dan wel bij een van hen moet blijven. Dit kan anders zijn indien de bestaande communicatieproblemen zodanig ernstig zijn dat er een onaanvaardbaar risico is dat de minderjarige klem of verloren raakt tussen de ouders wanneer zij het ouderlijk gezag gezamenlijk gaan uitoefenen, zonder dat te verwachten is dat in die problemen binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zal komen. In dat geval kan de conclusie gerechtvaardigd zijn dat aan één van de ouders alleen het ouderlijk gezag over het kind toekomt dan wel blijft toekomen.

De vraag ligt dan ook voor of [de minderjarige] klem en verloren zal raken tussen de ouders, indien het gezag over hem door beide ouders zal worden uitgeoefend, dan wel afwijzing van het verzoek om gezamenlijk gezag anderszins in het belang van het kind noodzakelijk is.

Op basis van de zich in het dossier bevindende stukken, alsmede het verhandelde ter zitting, ziet de rechtbank, anders dan de Raad, aanleiding reeds nu een beslissing over de gezagsvoorziening te geven.

De rechtbank is van oordeel dat het gezamenlijk gezag niet in het belang van de minderjarige is. De rechtbank komt tot dit oordeel vanwege het ontbreken van vertrouwen van de vrouw in de man, de opstelling van de man ten opzichte van de vrouw en de minderjarige, zijn gebrek aan inlevingsvermogen, het vermoeden van mishandeling gepleegd door de man jegens de vrouw, alsook (het verzwijgen/bagatelliseren van) zijn strafrechtelijke documentatie. Er is derhalve op dit moment sprake van een zodanige situatie dat gevreesd moet worden dat de minderjarige een onaanvaardbaar risico loopt om klem of verloren te raken tussen partijen zonder zicht op voldoende verbetering binnen afzienbare tijd. De rechtbank heeft tevens in haar oordeel betrokken dat zij, gelet op hetgeen zich in het verleden tussen partijen heeft voorgedaan, niet de overtuiging heeft dat de communicatie tussen partijen door middel van deelname aan het ONS-traject weer op gang kan worden gebracht c.q. zodanig wordt hersteld dat een goede communicatie tussen de man en de vrouw tot stand wordt gebracht zodat zij het gezag gezamenlijk uiteindelijk weer kunnen uitoefenen.

Nu onduidelijk is of partijen op dit moment gezamenlijk het ouderlijk gezag uitoefenen zal de rechtbank volledigheidshalve het gezag alleen aan de vrouw toekennen.

Het vorenstaande impliceert dat de minderjarige zijn hoofdverblijf bij de vrouw zal hebben.

Voor wat betreft de contactregeling zal de rechtbank de beslissing aanhouden teneinde partijen in de gelegenheid te stellen deel te nemen aan het traject Ouderschap na Scheiding (ONS) bij Elker. De rechtbank heeft hierbij hetgeen partijen hebben aangegeven in aanmerking genomen.

De rechtbank zal een kopie van deze beschikking doorzenden aan Elker en tevens aan Bureau Jeugdzorg Groningen. BJZ zal toetsen of er een indicatiebesluit kan worden afgegeven ten behoeve van deelname aan het ONS traject van Elker en in verband daarmee (eventueel) contact opnemen met de ouders.

Daartoe kunnen de volgende telefoonnummers worden gebruikt:

vader [telefoonnummer]

moeder [telefoonnummer].

De rechtbank merkt op dat voor het verzoek van de vrouw te worden bijgestaan door een tolk een oplossing moet worden gezocht.

De rechtbank verzoekt BJZ partijen en Elker te informeren met betrekking tot het indicatiebesluit.

De rechtbank verzoekt voorts Elker om, bij start van een ONS-traject, uiterlijk op de na te melden roldatum of zoveel eerder als mogelijk is, bij de rechtbank de eindrapportage over het verloop van het ONS-traject in te dienen.

De rechtbank zal binnen twee weken na ontvangst deze eindrapportage doorzenden aan de advocaten van partijen, en hen in de gelegenheid stellen daarop binnen een termijn van twee weken te reageren en aan te geven of zij een nadere zitting noodzakelijk achten.

BESLISSING

verstaat c.q. bepaalt dat aan de vrouw het gezag toekomt over het minderjarige kind:

[naam 3], geboren op [datum] in de gemeente Emmen;

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

houdt de beslissing met betrekking tot de definitieve contactregeling aan;

verzoekt BJZ om te onderzoeken of er een indicatiebesluit afgegeven kan worden ten behoeve van het traject Ouderschap na Scheiding en partijen en Elker daarover te informeren;

verzoekt Elker, bij start van een ONS-traject, uiterlijk op de rolzitting van 7 januari 2014 of zoveel eerder als mogelijk, de eindrapportage over het verloop van ONS-traject aan de rechtbank over te leggen;

stelt partijen in de gelegenheid om uiterlijk op de rolzitting van 4 februari 2014 te reageren op deze eindrapportage en aan te geven of zij een nadere zitting noodzakelijk achten.

Deze beschikking is gegeven door mr. K.R. Bosker en door deze uitgesproken ter openbare terechtzitting van 18 juni 2013, in tegenwoordigheid van de griffier, E. Koops.

Coll.:

De griffier deelt mede, dat partijen tegen deze beschikking in hoger beroep kunnen gaan bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, locatie Leeuwarden. Dit beroep dient door partijen te worden ingesteld binnen drie maanden na de datum van de uitspraak. Deze datum staat in de beschikking vermeld.

Voor de partij, die in deze procedure niet is verschenen, vangt de termijn van drie maanden aan na de betekening van deze beschikking aan hem/haar in persoon dan wel op het moment, waarop deze beschikking aan hem/haar op andere wijze is bekend geworden, of - voor zover het een beschikking betreft, waarbij de echtscheiding, de scheiding van tafel en bed of de ontbinding van het huwelijk na scheiding van tafel en bed is uitgesproken - op het moment, waarop deze beschikking aan hem/haar op andere wijze is betekend en door plaatsing van een uittreksel daarvan in de Staatscourant openlijk bekend is gemaakt.

Het beroep moet namens een partij worden ingesteld door een advocaat. Als u in aanmerking wilt komen voor door de overheid (gedeeltelijk) gefinancierde rechtsbijstand, dan kan uw advocaat daartoe namens u een verzoek indienen bij de Raad voor Rechtsbijstand. Uw advocaat kan u daarover nader informeren.