Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2013:4005

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
26-06-2013
Datum publicatie
03-07-2013
Zaaknummer
C-17-119041 - HA ZA 12-99
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Beroepsaansprakelijkheid belastingadviseur. Schending zorgplicht. Overeenkomst van opdracht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling privaatrecht

Locatie Leeuwarden

zaaknummer / rolnummer: 119041 / HA ZA 12-99

Vonnis van 26 juni 2013

in de zaak van

de besloten vennootschap

GRAMSBERGEN DAKBEDEKKINGEN B.V.,

gevestigd te Harlingen,

eiseres,

advocaat: mr. P. Tuinman te Leeuwarden,

tegen

[eiser],

handelend onder de naam [naam],

wonende te [woonplaats],

gedaagde,

advocaat: mr. M.D. Kalmijn te Leeuwarden.

Partijen zullen hierna Gramsbergen en [eiser] genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding;

  • -

    de conclusie van antwoord;

  • -

    het mondeling tussenvonnis van 28 juni 2012, waarbij een comparitie van partijen is bepaald;

  • -

    het proces-verbaal van de op 27 september 2012 gehouden comparitie;

  • -

    de akte uitlating voortprocederen van de zijde van Gramsbergen van 28 november 2012;

  • -

    de akte uitlating van de zijde van [eiser] van 12 december 2012;

  • -

    de akte uitlating voortprocederen van de zijde van Gramsbergen van 23 januari 2013.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald. De Wet herziening gerechtelijke kaart is op 1 januari 2013 in werking getreden. De rechtbanken Assen, Groningen en Leeuwarden vormen met ingang van die datum tezamen de nieuwe rechtbank Noord-Nederland. Het rechtsgebied van deze rechtbank beslaat de provincies Drenthe, Fryslân en Groningen. De zaak wordt daarom verder behandeld en beslist door de rechtbank Noord-Nederland.

2. De feiten

2.1.

[eiser] drijft een onderneming als register- en belastingadviseur en staat als zodanig ingeschreven in het register van belastingadviseurs.

2.2.

[eiser] heeft gedurende de jaren 2006-2010 werkzaamheden verricht voor Gramsbergen en haar enig aandeelhouder en bestuurder Gramsbergen Smedinga Holding B.V. (hierna te noemen: Gramsbergen Smedinga), bestaande uit onder meer het doen van de maandelijkse aangiften omzetbelasting en de jaarlijkse aangiften vennootschapsbelasting en het opmaken van de jaarverslagen (nu partijen verschillende termen hanteren, variërend van fiscaal (jaar)verslag tot jaarrekening, zal de rechtbank voor de leesbaarheid van de tekst de term jaarverslag(en) hanteren) op basis van de door Gramsbergen aangeleverde boekhouding. De boekhouding van beide vennootschappen werd gedurende deze periode door mevrouw [Y] (hierna te noemen: [Y]) gevoerd.

2.3.

Begin 2011 heeft Gramsbergen zich gericht tot de heer [X] RA (hierna te noemen:[X]), registeraccountant, met de opdracht om de balansposities omzetbelasting en vennootschapsbelasting van Gramsbergen en Gramsbergen Smedinga zoals deze stonden vermeld in het door [eiser] opgemaakte jaarverslag van 2009 te verifiëren. Naar aanleiding van dit jaarverslag heeft[X] [eiser] verzocht om een toelichting te geven. [eiser] heeft bij brief van 20 juni 2011 onder andere het volgende geschreven aan[X]:

"Naar aanleiding van uw vragen inzake Gramsbergen, doe ik u hierbij de informatie toekomen. Die van u hebben zeer waarschijnlijk betrekking op de conceptcijfers over 2009. De conceptcijfers zijn na bespreking met (…) Gramsbergen aangepast. Voor de volledigheid doe ik u hierbij de fiscale verslagen (lees: jaarverslagen, toevoeging van de rechtbank) over 2009 van Gramsbergen en Gramsbergen Smedinga (…) toekomen."[X]

2.4.

[X] heeft de uitkomst van zijn onderzoek in een op 21 oktober 2011 opgemaakte rapport van feitelijke bevindingen (hierna te noemen: het rapport) vastgelegd. In het rapport is onder andere het volgende verklaard door[X]:

"Wij hebben vastgesteld dat de balansposities omzet- en vennootschapsbelasting, zoals deze vermeld staan in het fiscaal verslag (lees: jaarverslag, toevoeging van de rechtbank) 2009 van Gramsbergen (…), niet te herleiden zijn uit de boekhoudingen over de jaren 2009 en 2010. Na diverse correspondentie heeft[X] een brief (van 20 juni 2011, toevoeging van de rechtbank) van (…) [eiser] ontvangen (…) waarin (onder andere) een toelichting wordt gegeven op de balansposities omzet- en vennootschapsbelasting (…). Uit deze toelichting blijkt dat de te vorderen omzetbelasting en de verschuldigde vennootschapsbelasting zoals deze in het fiscaal verslag (lees: jaarverslag, toevoeging van de rechtbank) 2009 staan, gesaldeerd worden. Omdat dit twee verschillende belastingsoorten betreft, kunnen deze posten (…) nooit gesaldeerd worden (…).

Vervolgens is [door [eiser]] een opstelling gemaakt waaruit de (gesaldeerde) balanspositie zou moeten bestaan. De volgende opstelling is in bijlage 1 gegeven:

Per 31/12/09: Nog te vorderen omzetbelasting: € - 82.259

Nog te betalen vennootschapsbelasting: € 38.579

€ 43.680


Vpb VA 2009 € 5.666

VA 2008 € 8.885 } te vorderen € 26.620

VA 2005 € 6.080

VA 2002 € 5.989

OB 2007 suppletie € 12.301

2008 suppletie € 2.860 -/- } te vorderen € 10.542
2009 4e kwartaal € 1.101

€ 37.162

Volgens rapport per saldo te vorderen € 43.680

€ 6.518

(…)

Omzetbelasting

Uit het fiscaal verslag (lees: jaarverslag, toevoeging van de rechtbank) over 2009 van (…) [eiser] blijkt een vordering aan omzetbelasting per balansdatum van € 89.259. In de opstelling van (…) [eiser] wordt gerekend met een te vorderen bedrag aan omzetbelasting van € 82.259. Hieruit blijkt een eerste verschil van € 7.000 dat verklaard moet worden.
Volgens de genoemde opstelling moet € 82.259 omzetbelasting afgeboekt worden. Dit is zeer merkwaardig omdat omzetbelastingontvangsten betaald dan wel worden ontvangen direct na de aangifteperiode.
Volgens de toelichting van (…) [eiser] zou er voor de omzetbelasting een vordering zijn van (…) € 10.542. Hieruit blijkt derhalve een verschil van maar liefst € 71.717 of €78.717.
Zoals hiervoor geschetst is het volgens ons praktisch onmogelijk een dergelijk groot verschil in uw boekhouding te creëren indien uit de boekhouding goede aangiften waren gedistilleerd dan wel tijdig een kennelijk structurele fout was gecorrigeerd.

Afloop omzetbelasting

Uit de boekhouding over 2010 en 2011 blijkt alleen de teruggaaf omzetbelasting over het 4e kwartaal 2009 (€ 1.101). Deze teruggaaf wordt ontvangen in februari 2010. Van de overige genoemde (voorlopige) aanslagen/suppleties zijn in de boekhoudingen over 2010 en begin 2011 geen boekingen te zien.

Vennootschapsbelasting

Voor de vennootschapbelasting blijkt uit het fiscaal verslag per eind 2009 per saldo een verschuldigd bedrag van € 38.579.
Wanneer de opstelling van (…) [eiser] wordt gevolgd zou er per saldo een vordering zijn van (…) € 26.620, in plaats van een schuld van € 38.579. Wederom betreft dit een groot boekhoudkundig verschil van € 65.199.

Afloop vennootschapsbelasting

Uit de boekhouding van Gramsbergen (…) blijkt dat de balanspositie per eind 2009 een verschuldigd bedrag betreft van € 168, bestaande uit:

- een teruggaaf van € 241 over de periode maart tot en met december 2008;
- een te betalen bedrag van € 409 over 2009.
Van de overige genoemde (voorlopige) aanslagen zijn in de boekhoudingen over 2010 en begin 2011 geen boekingen te zien.

Uit correspondentie met de Belastingdienst blijkt dat per 8 juli 2011 alleen nog een verzuimboete openstaat voor de vennootschapbelasting 2009 (…).
(…)

Conclusie

De conclusie die hieruit volgt is dat de genoemde opstelling en toelichting van (…)
[eiser] niet juist zijn en tevens niet aansluiten met het door hem opgestelde fiscale verslag (lees: jaarverslag, toevoeging van de rechtbank) over 2009. Daaruit kan geconcludeerd worden dat de balansposities omzet- en vennootschapsbelasting in het fiscaal verslag (lees: jaarverslag, toevoeging van de rechtbank) 2009 niet juist zijn. Gevolg van deze onjuiste verwerking in de boekhouding is dat een onjuist beeld is ontstaan van de vermogenspositie."[X]

2.5.

heeft voor het opstellen van zijn rapport een bedrag van € 3.265,06 in rekening gebracht bij Gramsbergen. Ondanks daartoe bij brieven van 6 oktober en 14 november 2011 in de gelegenheid te zijn gesteld door[X] respectievelijk de advocaat van Gramsbergen heeft [eiser] niet gereageerd op voornoemd rapport.

2.6.

In opdracht van Gramsbergen heeft[X] een begroting opgesteld voor het reconstrueren van de administraties over de jaren 2006 tot en met 2010 van Gramsbergen en Gramsbergen Smedinga, welke is uitgekomen op een bedrag van € 40.876,50 inclusief btw.

2.7.

Bij akte van 12 december 2012 heeft [eiser] de navolgende stukken in het geding gebracht:

Over het jaar 2006:

  • -

    aangifte vennootschapsbelasting Gramsbergen Smedinga

  • -

    overzicht van de ingediende aangiften omzetbelasting Gramsbergen;

  • -

    proef- en saldibalans Gramsbergen;

  • -

    uitdraai grootboek Gramsbergen;

Over het jaar 2007:

  • -

    aangifte vennootschapsbelasting Gramsbergen;

  • -

    vier kwartaalaangiften omzetbelasting Gramsbergen;

  • -

    periodebalans Gramsbergen;

  • -

    grootboek mutatiekaarten Gramsbergen;

Over het jaar 2008:

  • -

    aangifte vennootschapsbelasting Gramsbergen;

  • -

    vier kwartaalaangiften omzetbelasting Gramsbergen;

  • -

    periodebalans Gramsbergen;

  • -

    grootboek mutatiekaarten Gramsbergen;

Over het jaar 2009:

  • -

    aangifte vennootschapsbelasting Gramsbergen;

  • -

    vier kwartaalaangiften omzetbelasting Gramsbergen;

  • -

    periodebalans Gramsbergen;

  • -

    grootboek mutatiekaarten Gramsbergen.

2.8.

Bij brief van 20 december 2012 heeft[X] - voor zover relevant - met betrekking tot bovenstaande stukken het volgende geschreven aan Gramsbergen:

"Door ons is geprobeerd een aansluiting in deze stukken te vinden, zodat ze eventueel als uitgangsbasis zouden kunnen dienen voor het verder uitzoeken van de fouten die (…) [eiser] heeft gemaakt (verschillen in de omzet- en vennootschapsbelasting).

In de bijlage hebben we een aansluiting geprobeerd te maken tussen de (fiscale) winst, het eigen vermogen en de (balans)positie vennootschaps- en omzetbelasting, uitgaande van de verschillende stukken. Uit de bijlagen blijkt dat er geen aansluiting is te vinden in bovenstaande posten. Een van de redenen hiervoor is dat het grootboek niet aansluit op de jaarrekeningen (lees: jaarverslagen, toevoeging van de rechtbank) c.q. de aangiften vennootschapsbelasting. In de proef- en saldibalans/periodebalans van alle jaren (2006 t/m 2009) staat namelijk een bedrag op grootboekrekening 'tegenrekening balans' (2941), 'tussenrekening balans' (2000) of 'vraagposten' (2500). Deze posten komen niet voor in de jaarrekening (lees: jaarverslagen, toevoeging van de rechtbank) of aangifte vennootschapsbelasting en veroorzaken zo een verschil. Omdat het onderliggende stuk van de jaarrekening (lees: jaarverslag, toevoeging van de rechtbank), het grootboek en de grootboekkaarten, niet aansluit op de jaarrekening (lees: jaarverslag, toevoeging van de rechtbank) zelf, is het voor ons niet mogelijk om de fouten van (…) [eiser] verder uit te zoeken. Onze conclusie is dat de aangeleverde stukken ons geen nadere informatie verschaffen over de fouten die (…) [eiser] heeft gemaakt. Waarschijnlijk heeft (…) [eiser] nog buiten de boekhouding om boekingen gemaakt, die de verschillen kunnen verklaren."

2.9.

Ter verzekering van het verhaal van de door haar gestelde vorderingen heeft Gramsbergen ten laste van [eiser] op 14 maart 2012 conservatoire beslagen gelegd.

3 De vordering

3.1.

De vorderingen van Gramsbergen strekken ertoe, dat de rechtbank bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

I. voor recht verklaart dat [eiser] toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van zijn verplichtingen uit hoofde van de overeenkomst van opdracht;

II. [eiser] veroordeelt tot voldoening van de door Gramsbergen geleden schade ad € 40.876,50, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 6 januari 2012, althans vanaf de dag der dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening en voorts [eiser] veroordeelt tot voldoening van de nog te lijden schade, op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet;

III. [eiser] veroordeelt tot voldoening van de kosten ter vaststelling van de schade en aansprakelijkheid ad € 3.265,06;

IV. [eiser] veroordeelt tot voldoening van de buitengerechtelijke incassokosten ad € 1.190,00;

V. [eiser] veroordeelt in de kosten van dit geding waaronder de beslagkosten ad € 518,60.

3.2.

[eiser] voert verweer, waarbij hij heeft geconcludeerd tot afwijzing van het gevorderde met veroordeling van Gramsbergen - bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad - in de kosten van de procedure.

3.3.

Op de stellingen en verweren van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 Het geschil en de beoordeling daarvan

4.1.

Ter beoordeling ligt primair voor de vraag of [eiser] jegens Gramsbergen toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van zijn verbintenissen uit hoofde van de overeenkomst van opdracht, aldus dat hij zijn zorgplicht als register- en belastingadviseur heeft geschonden.

4.2.

Gramsbergen stelt dat deze vraag bevestigend moet worden beantwoord. Hij heeft daartoe - kort gezegd - gesteld dat [eiser], die verantwoordelijk is voor zowel het doen van aangiften van omzetbelasting en vennootschapsbelasting als voor het opstellen van de jaarverslagen en het controleren van de door Gramsbergen gevoerde boekhouding, niet heeft gehandeld zoals van een redelijk bekwaam en redelijk handelend beroepsgenoot mag worden verwacht. Gramsbergen verwijst hierbij naar de bevindingen gedaan door[X] zoals geformuleerd in zijn rapport van 21 oktober 2011 en zijn brief van 20 december 2012 (overweging 2.4 respectievelijk 2.8). Zo komen bedragen in de aanslagen van de belastingdienst met betrekking tot de omzetbelasting en vennootschapsbelasting over het jaar 2009 niet overeen met de door [eiser] genoemde bedragen in zijn opgemaakte jaarverslag over 2009 ter zake deze zelfde belastingen, hetgeen wel het geval had moeten zijn. Ook sluit, aldus nog steeds Gramsbergen, de toelichting van [eiser], zoals door hem gedaan in zijn brief van 20 juni 2011 aan[X], niet aan op het door hem opgestelde jaarverslag over 2009. Tot slot sluiten de grootboeken niet aan op de jaarverslagen en de aangiften vennootschapsbelasting. Hierdoor is een onjuist beeld ontstaan van de vermogenspositie van Gramsbergen.

4.3.

[eiser] heeft de vordering betwist, daartoe aanvoerend dat de door[X] genoemde verschillen met betrekking tot de te vorderen omzetbelasting en te betalen vennootschapsbelasting niet juist zijn. [eiser] onderbouwt dit door hem gevoerde verweer - samengevat - als volgt. De werkzaamheden die [eiser] voor Gramsbergen heeft verricht, heeft hij verricht aan de hand van de door Gramsbergen zelf gevoerde boekhouding. De cijfers uit het jaarverslag 2009 zijn op die boekhouding gebaseerd. De door[X] geconstateerde fouten zijn, aldus [eiser], terug te voeren op fouten die door Gramsbergen zelf gemaakt zijn. [eiser] is daar niet verantwoordelijk voor. Uit de boekhouding van Gramsbergen bleek dat de nog terug te vorderen omzetbelasting over het jaar 2009 een bedrag van € 89.259,00 betrof (welke vordering [eiser] in zijn brief van 20 juni 2011 aan[X] abusievelijk heeft aangemerkt als een bedrag van € 82.259,00). De nog te betalen vennootschapsbelasting over het jaar 2009 bedroeg volgens dezelfde boekhouding een bedrag van € 38.579,00. Derhalve was er per saldo (de te vorderen omzetbelasting minus de verschuldigde vennootschapsbelasting per 31 december 2009) nog een bedrag te vorderen van de fiscus van € 50.680,00. Dit bedrag heeft [eiser] derhalve opgenomen in het jaarverslag van 2009. Uit de aanslagen van de belastingdienst volgde evenwel dat Gramsbergen een bedrag van € 37.162,00 (€ 10.542,00 + € 26.620,00) van de fiscus te vorderen had; derhalve € 13.518,00 (€ 50.680 - € 37.162) minder. De oorzaak daarvan kan, aldus nog steeds [eiser], mogelijk gevonden worden in het niet door Gramsbergen in de administratie verwerken van boetes, rentes en incassokosten, die de fiscus, net als met de door Gramsbergen verschuldigde vennootschapsbelasting, heeft verrekend met teruggaven in de omzetbelasting. Ter zake van deze verrekeningen heeft Gramsbergen zelf de berichtgevingen van de belastingdienst ontvangen en het is dan ook aan Gramsbergen om deze correct in de boekhouding te verwerken. Volgens [eiser] heeft Gramsbergen geen schade geleden. Tot slot voert [eiser] aan dat het jaarverslag van 2009 slechts een concept betrof, zodat hieraan niet de conclusies kunnen worden verbonden zoals thans wordt gedaan.

4.4.

De rechtbank stelt bij haar beoordeling het volgende voorop. De overeenkomst tussen Gramsbergen en [eiser] is aan te merken als een overeenkomst van opdracht in de zin van artikel 7:400 BW. Als opdrachtnemer was [eiser] bij de uitvoering van zijn werkzaamheden ten opzichte van Gramsbergen gehouden de zorg van een goed opdrachtnemer in acht te nemen ex artikel 7:401 BW. [eiser] diende ten opzichte van Gramsbergen de zorg te betrachten die van een redelijk bekwaam en redelijk handelend beroepsgenoot mag worden verwacht (vgl. HR 10 januari 2003, NJ 2003, 375). Met betrekking tot de omvang van de door Gramsbergen aan [eiser] verstrekte opdracht overweegt de rechtbank het volgende.

4.5.

Onbetwist staat vast dat [eiser] in het kader van de hem verstrekte opdracht verantwoordelijk was voor zowel de maandelijkse aangiften omzetbelasting en de jaarlijkse aangiften vennootschapsbelasting voor Gramsbergen en Gramsbergen Smedinga, alsmede voor het voor beide vennootschappen opstellen van de jaarverslagen. Zoals Gramsbergen terecht heeft gesteld, behoorde het dienaangaande tot de kerntaak van [eiser] dat hij correcte belastingaangiften deed en dat in de jaarrekeningen een getrouw beeld van de vermogenspositie van de vennootschappen zou ontstaan. Indien daarvan geen sprake is, heeft [eiser] niet voldaan aan hetgeen van een redelijk bekwaam en redelijk handelend beroepsgenoot mag worden verwacht.

4.6.

Partijen verschillen van mening over het antwoord op de vraag in hoeverre [eiser] ook verantwoordelijk gehouden kan worden voor de juistheid van de door Gramsbergen gevoerde boekhouding. Anders dan door Gramsbergen is betoogd is naar het oordeel van de rechtbank niet komen vast te staan dat het controleren van de door Gramsbergen gevoerde boekhouding eveneens tot het takenpakket van [eiser] behoorde. De enkele omstandigheid dat [eiser] in de periode van 2006 tot en met 2010 eenmaal, te weten op 4 maart 2010, werkzaamheden bij Gramsbergen in rekening heeft gebracht, betrekking hebbend op "de administratie/vragen van [Y]", rechtvaardigt deze conclusie niet. Sterker nog: het wijst juist eerder op het tegendeel. Immers, indien partijen waren overeengekomen dat [eiser] Gramsbergen zou bijstaan in het voeren van de administratie, zoals is betoogd door Gramsbergen, dan zou het voor de hand liggen dat [eiser] Gramsbergen voor deze werkzaamheden vaker zou hebben gefactureerd dan alleen op 4 maart 2010. Gesteld noch gebleken is dat zulks is gebeurd. Dit brengt met zich dat Gramsbergen in beginsel zelf aansprakelijk is voor (de gevolgen van) eventueel gemaakte fouten in de boekhouding.

4.7.

Vast staat dat[X] geconstateerd heeft dat ten aanzien van het jaar 2009 de aanslagen omzetbelasting en vennootschapsbelasting afwijken van deze posten zoals opgenomen in het jaarverslag van [eiser]. Gramsbergen heeft vervolgens na de comparitie van partijen de stukken gekregen zoals genoemd onder 2.7 waarover zij daarvoor niet beschikte. Bij akte van 13 januari 2013 stelt Gramsbergen zich naar aanleiding van die stukken op het standpunt dat (ook) hieruit blijkt dat [eiser] fouten heeft gemaakt de jaren 2006-2009 en dat de verschillende posten op de door [eiser] opgestelde stukken onderling niet aansluiten. Daarbij verwijst Gramsbergen naar de bevindingen van[X]. [eiser] is in de gelegenheid gesteld om op de akte van Gramsbergen en de bevindingen van[X] te reageren. [eiser] heeft daarop niet inhoudelijk gereageerd, maar heeft verzocht om doorhaling van de procedure.

4.8.

De rechtbank stelt voorts vast dat de bedragen in de aanslagen van de fiscus ter zake omzetbelasting en vennootschapsbelasting over het jaar 2009 niet overeenkomen met de bedragen in het door [eiser] opgemaakte (concept) jaarverslag 2009 ter zake dezelfde belastingen. In dat verband heeft [eiser] in het jaarverslag 2009 aangegeven, dat Gramsbergen ten aanzien van de omzetbelasting een vordering heeft ter grootte van € 89.259,00 en met betrekking tot de vennootschapsbelasting een bedrag verschuldigd is van € 38.579,00. Echter, in zijn bij brief van 20 juni 2011 gegeven toelichting heeft [eiser] aangegeven dat Gramsbergen blijkens de aanslagen van de belastingdienst ter zake de omzetbelasting een vordering heeft van € 10.542,00 en met betrekking tot de vennootschapsbelasting een vordering heeft ter grootte van € 26.620,00. Dit zijn verschillen van € 78.717,00 (€ 89.259,00 - € 10.542,00) respectievelijk € 65.199,00 (€ 38.579,00 +

€ 26.620,00). [eiser] had deze verschillen moeten constateren en van hem had mogen verwacht dat hij nader onderzoek had verricht naar de oorzaak van de verschillen en daarvan melding moeten doen aan Gramsbergen. Van een dergelijk onderzoek is niet gebleken. Dat [eiser], zoals door hem ter comparitie is aangevoerd, daartoe niet in de gelegenheid is gesteld als gevolg van het feit dat Gramsbergen begin 2011 de overstap naar[X] heeft gemaakt, kan geen stand houden. Immers, [eiser] wist reeds in 2010, althans hij behoorde op dat moment te weten, dat voornoemde cijfers niet op elkaar aansloten en wat hiervan voor de aangiften de mogelijke gevolgen zouden zijn.

4.9.

Voor zover [eiser] ten verwere heeft aangevoerd dat de verschillende fiscale posten onderling verrekend zijn (door de fiscus) en er om die reden afwijkingen zijn, had het op zijn weg gelegen zijn stelling nader te onderbouwen. Gramsbergen heeft gemotiveerd betwist dat de posten vennootschapsbelasting en omzetbelasting gesaldeerd mogen worden, dat [eiser] als fiscalist als deskundig moet worden aangemerkt en dat hij degene is geweest die zowel de belastingaangiften heeft gedaan als de jaarverslagen heeft opgesteld. Gelet daarop moet ook het verweer van [eiser] dat het uiteindelijke verschil tussen het nog te vorderen bedrag van de belastingdienst blijkens enerzijds het jaarverslag van 2009

(€ 50.680,00) en de aanslagen van de belastingdienst (€ 37.162,00) anderzijds (na verrekening) 'slechts' € 13.518,00 zou bedragen stranden. Overigens rustte op [eiser]

- zelfs als zijn verweer op dit punt zou dienen te worden gehonoreerd - ter zake van het door hemzelf geconstateerde verschil van € 13.518,00 een onderzoeks- en mededelingsplicht, waarvan niet gebleken is dat [eiser] daaraan heeft voldaan.

4.10.

Het verweer van [eiser], dat de oorzaak in de geconstateerde verschillen mogelijk gevonden moet worden in het niet door Gramsbergen in de boekhouding verwerken van boetes, rentes en incassokosten, die de fiscus, net als met de door Gramsbergen verschuldigde vennootschapsbelasting, heeft verrekend met teruggaven in de omzetbelasting, zal - wat daar verder ook van zij - worden verworpen. De rechtbank heeft immers reeds overwogen dat het op de weg van [eiser] als belastingadviseur had gelegen om nader onderzoek te doen naar de geconstateerde verschillen en om Gramsbergen daarop te wijzen.

4.11.

Ook het door [eiser] gevoerde verweer dat het jaarverslag van 2009 slechts een concept betrof, zodat hieraan niet de conclusies kunnen worden verbonden zoals dat thans wordt gedaan door[X] en in het verlengde daarvan door Gramsbergen, dient te worden gepasseerd. Immers, [eiser] heeft zelf in zijn brief van 20 juni 2011 aan[X] aangegeven, dat de conceptcijfers na een bespreking met Gramsbergen zijn aangepast, zodat er niet van uit kan worden gegaan dat het jaarverslag van 2009 slecht een concept betrof.

4.12.

De rechtbank is van oordeel dat afdoende is gebleken dat [eiser] met betrekking tot de jaren 2006-2009 tekort is geschoten in de nakoming van de op hem rustende verplichtingen. Enerzijds staat vast dat, zoals de rechtbank hiervoor in rechtsoverweging 4.8 e.v. heeft overwogen, de bedragen in de aanslagen van de fiscus ten aanzien van omzetbelasting en vennootschapbelasting over het jaar 2009 niet overeenkomen met de ter zake dezelfde belastingen door [eiser] in het jaarverslag 2009 opgenomen bedragen. Anderzijds heeft Gramsbergen bij akte van 13 januari 2013 nader onderbouwd en onbetwist gesteld ([eiser] heeft op die akte noch op de bijlage en toelichting Van[X] gereageerd), dat geen aansluiting kan worden gemaakt over de jaren 2006-2009 tussen de (fiscale) winst, het eigen vermogen en de (balans)positie vennootschaps- en omzetbelasting. Uit de toelichting en bijlage van de door Gramsbergen ingeschakelde partijdeskundige[X] blijkt in dat verband dat in de proef- en saldibalans/periodebalans over de jaren 2006 - 2009 substantiële bedragen op de grootboekrekening voorkomen ('tegenrekening balans' (2941), 'tussenrekening balans' (2000) of 'vraagposten' (2500)), welke posten niet voorkomen in de jaarverslagen of aangiftes vennootschapsbelasting. Aangezien voor een getrouw beeld van de vermogenspositie van de vennootschappen verwacht mag worden dat er aansluiting is tussen de (fiscale) winst, het eigen vermogen en de balanspositie vennootschaps- en omzetbelasting, is [eiser] ter zake toerekenbaar tekortgeschoten. Hij was immers verantwoordelijk voor zowel het opstellen van de jaarrekeningen (en derhalve ook voor de aansluiting van de onderliggende stukken op de jaarrekening) als het doen van de betreffende aangiftes. In dat verband mocht van [eiser] verwacht worden dat hij nader onderzoek zou doen naar de geconstateerde verschillen en dat hij Gramsbergen daarop zou wijzen. Zonder nadere toelichting van [eiser] ten aanzien van de geconstateerde verschillen (bijvoorbeeld dat sprake is van boekingen buiten de boekhouding om), die evenwel ontbreekt, is gelet op de ontbrekende aansluiting, niet gebleken van een getrouwe weergave van de vermogenspositie van de vennootschappen, inclusief de fiscale positie zoals overwogen in rechtsoverweging 4.8 e.v. In dat verband geeft Gramsbergen onder verwijzing naar[X] - eveneens onbetwist - aan dat eventuele fouten van [eiser] ten aanzien van de (verwerking van) omzet- en vennootschapsbelasting op basis van deze stukken niet nader te onderzoeken zijn. In zoverre heeft [eiser] niet voldaan aan hetgeen van een redelijk bekwaam en redelijk handelend beroepsgenoot mag worden verwacht.

4.13.

Gelet op het bovenstaande zal de vordering om te verklaren voor recht dat [eiser] toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van zijn verplichtingen uit hoofde van de overeenkomst van opdracht worden toegewezen.

4.14.

Vervolgens is de vraag aan de orde of [eiser] gehouden is de door Gramsbergen gevorderde schade(posten) te vergoeden.

4.15.

Gramsbergen stelt van wel. Zij stelt dat de volledige schade op dit moment nog niet kan worden begroot, doch in ieder geval € 40.876,50 bedraagt, bestaande uit het laten reconstrueren van de administratie over de jaren 2006 tot en met 2009. Voorts vordert Gramsbergen de kosten ad € 3.265,06 die zij heeft moeten maken ter vaststelling van de schade en de aansprakelijkheid van [eiser].

4.16.

[eiser] heeft daarentegen aangevoerd dat een volledige reconstructie van de administratie over de periode vanaf 2006 tot en met 2009 niet voor zijn rekening dient te komen. Immers, het was Gramsbergen zelf die de administratie voerde. Een en ander nog daargelaten dat de offerte van[X] niet enkel op het reconstrueren van de administratie van Gramsbergen ziet, maar ook op die van Gramsbergen Smedinga, die geen zelfstandige partij in deze procedure is. Indien ten aanzien van de omzetbelasting en de vennootschapsbelasting een controle over enkele jaren gewenst is, dan kunnen daartoe de aanslagen van de fiscus en de opgemaakte jaarverslagen worden geraadpleegd aan de hand waarvan het verschil van € 13.518,00 verklaard kan worden.

4.17.

Ten aanzien van gevorderde de kosten ad € 3.265,06 die Gramsbergen gesteld heeft te moeten maken om vast te stellen dat er sprake is van schade en dat [eiser] daarvoor aansprakelijk is, alsmede de vordering tot betaling van de kosten ad € 40.876,50 die Gramsbergen zou moeten maken om haar boekhouding te reconstrueren en de nog te lijden schade nader op de te maken bij staat geldt het volgende. De rechtbank is van oordeel dat zij de schadeomvang ten aanzien van de gevorderde kosten ad € 3.265,06 en € 40.876,50 alsmede de toekomstige schade thans niet afdoende kan beoordelen, maar dat daarvoor de schadestaatprocedure is aangewezen. Voor de toewijzing van een vordering tot schadevergoeding op te maken bij staat is voldoende dat de mogelijkheid dat schade is of zal worden geleden, aannemelijk is gemaakt (HR 17 oktober 1997, NJ 1998, 241). De rechtbank overweegt in dat kader dat Gramsbergen voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de mogelijkheid bestaat dat zij door het toerekenbaar tekort schieten door [eiser] in de nakoming van zijn verbintenissen uit de overeenkomst schade heeft geleden, althans zal lijden. Immers, nu er geen getrouw beeld bestaat van de vermogenspositie van de vennootschappen, is niet zeker wat de vermogenspositie van de vennootschappen is en of de belastingaanslagen juist zijn vastgesteld. Overigens acht de rechtbank het in die procedure zeer wel denkbaar dat een deskundige zal moeten worden benoemd om vast stellen of er schade is, en zo ja, hoe hoog de schade is die als gevolg van de geconstateerde tekortkomingen aan [eiser] kan worden toegerekend.

4.18.

Met betrekking tot de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten overweegt de rechtbank het volgende. Het Rapport Voorwerk II (onder 9.1) neemt tot uitgangspunt dat de schuldeiser die buitengerechtelijke kosten vordert, dient te stellen en te specificeren dat deze kosten zijn gemaakt ter zake van andere verrichtingen dan die waarvoor de in artikel 237 Rv bedoelde kosten een vergoeding plegen in te sluiten. Deze specificatie dient - zo vervolgt het rapport - te bestaan uit een omschrijving van de verrichtingen, het daarmee gemoeide aantal uren en het gehanteerde uurtarief.

4.19.

De rechtbank is van oordeel dat Gramsbergen haar vordering ten aanzien van de buitengerechtelijke kosten onvoldoende gespecificeerd heeft. Met name heeft Gramsbergen verzuimd het met de werkzaamheden gemoeide aantal uren en het gehanteerde uurtarief te vermelden. Op grond daarvan dient de vordering van Gramsbergen te worden afgewezen, nu deze niet voldoet aan de eisen van het Rapport Voorwerk II terwijl de vordering wel daarop is gebaseerd.

4.20.

[eiser] zal als de in het ongelijk te stellen partij worden veroordeeld in de proceskosten, waaronder de gevorderde beslagkosten, met dien verstande dat de beslagkosten tot een bedrag van € 446,66 worden beperkt. Daartoe overweegt de rechtbank dat uit de door Gramsbergen overgelegde beslagstukken niet blijkt dat de beslagkosten meer dan € 446,66 hebben bedragen. De totale kosten worden aan de zijde van Gramsbergen volgt vastgesteld:

  • -

    griffierecht € 1.789,00

  • -

    explootkosten € 76,17

  • -

    explootkosten beslagen € 446,66 (€ 205,65 + € 170,64 + € 70,37)

  • -

    salaris advocaat € 1.344,00 (3,5 punten x € 384,00)

Totaal € 3.655,83.

5 De beslissing

De rechtbank

5.1.

verklaart voor recht dat [eiser] toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van zijn verplichtingen uit hoofde van de overeenkomst van opdracht;

5.2.

veroordeelt [eiser] tot voldoening van de door Gramsbergen geleden en nog te lijden schade, nader op te maken bij staat;

5.3.

veroordeelt [eiser] in de kosten van deze procedure, tot op heden aan de zijde van Gramsbergen vastgesteld op € 3.655,83;

5.4.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

5.5.

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. J. Smit, voorzitter, mr. J.A. Werkema en mr. S.B. van Baalen in het openbaar uitgesproken op 26 juni 2013, in tegenwoordigheid van de griffier.

fn 375