Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2013:3730

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
18-06-2013
Datum publicatie
14-11-2013
Zaaknummer
18.950091-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

De rechtbank houdt echter ook rekening met de bevindingen van de psycholoog Nijhuis-Quanjel die de verdachte in haar rapport van 23 mei 2013 typeert als een persoon met een pervasieve ontwikkelingsstoornis, waardoor hij moeilijk contact kan leggen en moeilijk gezichten en emoties kan lezen en gevoelens van anderen kan interpreteren. Hierdoor heeft verdachte niet kunnen nadenken over wat hij aan het doen was, zich niet kunnen realiseren dat aangeefster pas 15 jaar was en niet kunnen zien of aangeefster wel of geen seksueel contact met hem wilde. Verdachte was onvoldoende in staat de situatie in te schatten.

Hij heeft dan ook niet kunnen bevroeden welke gevolgen zijn handelingen onmiskenbaar hebben gehad en nog steeds hebben voor het slachtoffer en haar naaste familieleden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht

Locatie Assen

Parketnummer: 18.950091-13

vonnis van de Meervoudige kamer d.d. 18 juni 2013 in de zaak van het openbaar ministerie tegen:

[verdachte],

geboren te Hoorn op [geboortedatum] 1981,

wonende te [adres].

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgehad op 4 juni 2013.

De verdachte is verschenen en werd bijgestaan door mr. I.E. Leenhouwers, advocaat te Alkmaar.

Tenlastelegging

De verdachte is bij dagvaarding tenlastegelegd, dat

1.

hij op of omstreeks 19 februari 2013 in de gemeente Emmen, althans in Nederland, opzettelijk een minderjarige, te weten [slachtoffer], geboren op [geboortedatum] 1997, heeft onttrokken aan het wettig over haar gestelde gezag (te weten de ouderlijke macht) of aan het opzicht van degene die dat gezag desbevoegd over haar uitoefende, immers heeft verdachte toen aldaar die [slachtoffer], zonder toestemming en buiten medeweten van degene(n) die het wettig gezag over die [slachtoffer] uitoefende(n), vanuit haar woonplaats Emmen naar de door verdachte bewoonde woning te Enkhuizen gebracht/gehaald en haar daar (gedurende een groot deel van de dag en/of de avond) laten verblijven;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen,

dat hij op of omstreeks 19 februari 2013 te Enkhuizen, althans in Nederland, opzettelijk een minderjarige, te weten [slachtoffer], geboren op [geboortedatum] 1997, die zich onttrokken had aan het wettig over haar gestelde gezag (te weten de ouderlijke macht) of aan het opzicht van degene die dat gezag desbevoegd over haar uitoefende, heeft verborgen en/of aan de nasporing van de ambtenaren van de justitie en/of politie heeft onttrokken, immers heeft verdachte toen aldaar die [slachtoffer], die haar ouderlijke woning had verlaten met het doel een tijdlang niet thuis te willen/hoeven zijn, zonder toestemming en buiten medeweten van dat gezag vanuit haar woonplaats Emmen naar de door verdachte bewoonde woning te Enkhuizen gebracht/gehaald en haar daar (gedurende een groot deel van de dag en/of de avond) laten verblijven;

2.

hij op of omstreeks 19 februari 2013 te Enkhuizen, althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) (telkens) [slachtoffer] heeft gedwongen tot het ondergaan van (een) handeling(en) die (telkens) bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer], hebbende verdachte (telkens)

- zijn penis in de vagina van die [slachtoffer] geduwd/gebracht en/of

- een of meer van zijn vingers in de vagina van die [slachtoffer] geduwd/gebracht en/of

- zijn penis in de mond van die [slachtoffer] geduwd/gebracht en/of

- de borsten van die [slachtoffer] betast en/of

- de vagina van die [slachtoffer] betast en/of

- aan de borsten/tepels van die [slachtoffer] gelikt en/of

- aan de buik van die [slachtoffer] gelikt en/of

- aan de vagina van die [slachtoffer] gelikt,

en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) (telkens) hierin dat verdachte

- die [slachtoffer] naar zijn slaapkamer heeft geduwd en/of

- die [slachtoffer] op een bed heeft geduwd/gelegd en/of

- de polsen/handen van die [slachtoffer] heeft vastgehouden en/of

- die [slachtoffer] (gedeeltelijk) van de door haar gedragen kleding heeft ontdaan en/of

- op die [slachtoffer] is gaan liggen en/of

- toen hij op bed lag bezig is geweest die [slachtoffer] op zich te tillen en/of

- is doorgegaan met zijn handelingen ondanks dat die [slachtoffer] verdachte (meermalen) van zich af had geduwd en/of

- gebruik heeft gemaakt van zijn fysieke en/of psychische overwicht op die (veel jongere) [slachtoffer],

en/of (aldus) (telkens) voor die [slachtoffer] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij op of omstreeks 19 februari 2013 te Enkhuizen, althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal (telkens) met[slachtoffer], geboren op [geboortedatum] 1997, die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, (telkens) buiten echt, (telkens) een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, die (telkens) bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer], hebbende verdachte (telkens)

- zijn penis in de vagina van die [slachtoffer] geduwd/gebracht en/of

- een of meer van zijn vingers in de vagina van die [slachtoffer] geduwd/gebracht en/of

- zijn penis in de mond van die [slachtoffer] geduwd/gebracht en/of

- de borsten van die [slachtoffer] betast en/of

- de vagina van die [slachtoffer] betast en/of

- aan de borsten/tepels van die [slachtoffer] gelikt en/of

- aan de buik van die [slachtoffer] gelikt en/of

- aan de vagina van die [slachtoffer] gelikt;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij op of omstreeks 19 februari 2013 te Enkhuizen, althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal (telkens) met[slachtoffer], geboren op [geboortedatum] 1997, die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, (telkens) buiten echt, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, hebbende verdachte (telkens)

- met zijn penis de vagina, althans de schaamstreek, van die [slachtoffer] aangeraakt en/of

- met zijn penis de mond van die [slachtoffer] aangeraakt en/of

- de borsten van die [slachtoffer] betast en/of

- de vagina van die [slachtoffer] betast en/of

- aan de borsten/tepels van die Voss gelikt en/of

- aan de buik van die [slachtoffer] gelikt en/of

- aan de vagina van die [slachtoffer] gelikt;

3.

hij op verschillende tijdstippen, althans op enig tijdstip, in of omstreeks de periode van 1 september 2012 tot en met 18 februari 2013 in de gemeente Emmen, althans in Nederland, (telkens) opzettelijk aanwezig is geweest bij het plegen van een of meer ontuchtige handelingen(en) door een persoon, te weten [slachtoffer], geboren op [geboortedatum] 1997, waarvan de verdachte (telkens) wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat deze de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt, (telkens) hierin bestaande dat verdachte op het beeldscherm van de door hem gebruikte computer, welke computer met het internet verbonden was, heeft gezien dat die [slachtoffer], die van de door haar gebruikte en eveneens met het internet verbonden computer de webcamera had ingeschakeld, (op dat moment) haar borsten en/of haar vagina en/of haar billen (ten behoeve van verdachte) ontblootte en/of een of meer van haar vingers in haar vagina bracht (zichzelf vingerde/bevredigde);

4.

hij op verschillende tijdstippen, althans op enig tijdstip, in of omstreeks de periode van 1 september 2012 tot en met 18 februari 2013 te Enkhuizen en/of in de gemeente Emmen, althans in Nederland, (telkens) een persoon, te weten [slachtoffer], geboren op [geboortedatum] 1997, van wie verdachte (telkens) wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat deze de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, (telkens) met ontuchtig oogmerk ertoe heeft bewogen getuige te zijn van een of meer seksuele handeling(en), hebbende verdachte (telkens) die [slachtoffer], van wie hij wist dat zij hem (op dat moment) via het internet op haar computerscherm kon zien, met ontuchtig oogmerk ertoe bewogen naar zijn ontblote penis te kijken en/of naar hem te kijken terwijl hij zich aftrok;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij op verschillende tijdstippen, althans op enig tijdstip, in of omstreeks de periode van 1 september 2012 tot en met 18 februari 2013 te Enkhuizen en/of in de gemeente Emmen, althans in Nederland, (telkens) een afbeelding en/of een voorwerp waarvan de vertoning schadelijk was te achten voor personen beneden de leeftijd van zestien jaar, (telkens) heeft verstrekt en/of aangeboden en/of vertoond aan de minderjarige [slachtoffer], geboren op [geboortedatum] 1997, van wie verdachte (telkens) wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat deze jonger was dan zestien jaar, hebbende verdachte (telkens) met behulp van een webcamera en/of het internet aan die [slachtoffer], van wie de door haar gebruikte computer eveneens met het internet verbonden was en van wie hij wist dat zij hem kon zien, (op dat

moment) zijn ontblote penis laten zien en/of zich ten overstaan van die [slachtoffer] afgetrokken;

Kennelijke taal- en/of schrijffouten in de tenlastelegging worden geacht te zijn verbeterd. De verdachte is daardoor, blijkens het onderzoek ter terechtzitting, niet geschaad in de verdediging.

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie, mr. J.F. Severs, acht hetgeen aan de verdachte onder 2 primair is tenlastegelegd niet bewezen en vordert dat de verdachte daarvan zal worden vrijgesproken

Hij acht hetgeen de verdachte onder 1 primair, onder 2 subsidiair, onder 3 en onder 4 primair is tenlastegelegd wettig en over bewezen.

De officier van justitie vordert dat de rechtbank verdachte voor deze feiten zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden, met aftrek van voorarrest, waarvan een gedeelte van 10 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren, met als bijzondere voorwaarde toezicht van de reclassering hetgeen mede een ambulante behandeling zal inhouden.

Verder vordert de officier van justitie de toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Vrijspraak

De verdachte dient van het hem onder 2 primair tenlastegelegde te worden vrijgesproken omdat de rechtbank deze feiten, evenals de verdachte, diens raadsvrouw en de officier van justitie, niet wettig en overtuigend bewezen acht.

Er zijn naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende aanwijzingen om te kunnen bewijzen dat verdachte het slachtoffer heeft gedwongen tot het plegen of ondergaan van seksuele handelingen.

De verdachte zal ook van het hem onder 3 tenlastegelegde worden vrijgesproken omdat de rechtbank dat, evenals de raadsvrouw van verdachte en anders dan de officier van justitie, niet wettig en overtuigend bewezen acht.

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte opzettelijk aanwezig is geweest bij het plegen van ontuchtige handelingen door het minderjarige slachtoffer. Uit de parlementaire discussie bij de totstandkoming van artikel 248c van het Wetboek van Strafrecht blijkt namelijk dat onder "aanwezig zijn" wordt begrepen het lijfelijk aanwezig zijn of in hetzelfde gebouw aanwezig zijn terwijl de voorstelling via een gesloten circuit wordt bekeken. Een amendement om het door middel van een webcam bijwonen van een dergelijke voorstelling onder het begrip "aanwezig zijn bij" te brengen werd door de minister van justitie ontraden en is daarna ingetrokken. De wetgever heeft er derhalve uitdrukkelijk voor gekozen dat het op die manier aanwezig zijn bij voorstellingen waarin door minderjarigen ontuchtige handelingen worden gepleegd niet voldoet aan het vereiste van opzettelijke aanwezigheid. Nu verdachte derhalve niet opzettelijk lijfelijk aanwezig is geweest bij het plegen van de ontuchtige handelingen behoort vrijspraak te volgen.

De verdachte zal eveneens van het hem onder 4 zowel primair als subsidiair tenlastegelegde worden vrijgesproken omdat de rechtbank dat, evenals de raadsvrouw van verdachte en anders dan de officier van justitie, niet wettig en overtuigend bewezen acht.

De rechtbank overweegt hier dat dit feit ziet op het laten aanschouwen van ontuchtige handelingen aan een minderjarige. De rechtbank acht niet bewezen dat verdachte wist dat hij ontuchtige handelingen verrichtte ten overstaan van iemand beneden de 16 jaar. Verdachte ging er vanuit dat het slachtoffer tenminste 17 jaar oud was, zoals hem dat door het slachtoffer was verteld. Bovendien is niet aannemelijk dat verdachte, mede gelet op zijn eigen persoonlijkheid en zijn ontwikkelingsniveau, heeft kunnen inschatten, en derhalve redelijkerwijs moest vermoeden, dat het slachtoffer nog geen 16 jaar oud was. De rechtbank baseert zich hierbij ook op de bevindingen van de psycholoog Nijhuis-Quanjel in haar rapport van 23 mei 2013.

Bewijsmiddelen

Nu verdachte, hetgeen de rechtbank ten aanzien van het tenlastegelegde bewezen zal verklaren, niet heeft weersproken en nadien niet anders heeft verklaard zal de rechtbank ten aanzien van deze feiten volstaan met een opgave van bewijsmiddelen.

De rechtbank hanteert voor het bewijs van de feiten 1 primair en 2 subsidiair de navolgende bewijsmiddelen:

1.

de bekennende verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 4 juni 2013.

2.

het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van Regiopolitie Noord Nederland,

Regionale Recherche Drenthe, Onderzoek “Clabecq”, proces-verbaalnummer 2013012681-AH-001, d.d. 27 maart 2013 met bijlagen, opgemaakt door [verbalisant], hoofdagent-rechercheur van Regiopolitie Drenthe, District Zuid-Oost, werkzaam in het onderzoek “Clabeqc”, onder meer inhoudende:

- het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen van Politie Drenthe, District Noord, Unit Recherche Noord, proces-verbaalnummer PL031E 2013012681-1 d.d. 21 februari 2013, houdende de aangifte van[aangever], wonende te Emmen (pagina’s 199 t/m 208);

- het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor van Politie Drenthe, proces-verbaalnummer PL0300 2013012681-17 d.d. 21 februari 2013, houdende de verklaring van getuige [slachtoffer], geboren op [geboortedatum] 1997, wonende te Emmen (pagina’s 209 t/m 221);

- het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor van Politie Drenthe, District Zuidoost, Unit Recherche Zuidoost, proces-verbaalnummer PL032E 2013012681-26 d.d. 7 maart 2013, houdende de verklaring van getuige [slachtoffer], geboren op [geboortedatum] 1997, wonende te Emmen (pagina’s 252 t/m 262).

Nadere bewijsoverweging feit 1 primair

De raadsvrouwe heeft aangevoerd dat het onder 1 primair tenlastegelegde niet bewezen kan worden omdat het niet de verdachte is geweest die het slachtoffer heeft onttrokken aan het gezag, maar dat zij dit zelf heeft gedaan. Verdachte heeft hier geen invloed op gehad. Hij heeft het slachtoffer opgehaald bij het station in Emmen, nadat ze van huis was weggelopen.

Verdachte heeft het slachtoffer, waarvan hij wist dat ze minderjarig was, meegenomen naar zijn huis in Enkhuizen. De raadsvrouw acht wel het verbergen van de minderjarige bewezen, hetgeen subsidiair is tenlastegelegd.

De rechtbank volgt de raadsvrouw niet in haar betoog en acht het primair tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen. Uit desbetreffende jurisprudentie blijkt genoegzaam dat de dader niet zelf het initiatief hoeft te nemen. De delictsbestanddelen kunnen ook zijn vervuld wanneer de minderjarige zelf heeft besloten weg te gaan van degene(n) die het wettig gezag of bevoegd opzicht uitoefenen. Wel is vereist dat de dader beslissende invloed heeft gehad op de scheiding van de minderjarige en degene die het wettig gezag of bevoegd opzicht uitoefent.

Verdachte wist dat het slachtoffer minderjarig was en na een ruzie met haar moeder van huis was weggelopen. Desondanks heeft hij vervolgens het slachtoffer van het station in Emmen gehaald en haar ondergebracht in zijn huis te Enkhuizen.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig bewezen en zij heeft de overtuiging verkregen dat de verdachte het onder 1 primair en onder 2 subsidiair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat

1.

hij op 19 februari 2013 in de gemeente Emmen opzettelijk een minderjarige, te weten [slachtoffer], geboren op [geboortedatum] 1997, heeft onttrokken aan het wettig over haar gestelde gezag te weten de ouderlijke macht, immers heeft verdachte toen aldaar die [slachtoffer], zonder toestemming en buiten medeweten van degenen die het wettig gezag over die [slachtoffer] uitoefenden, vanuit haar woonplaats Emmen naar de door verdachte bewoonde woning te Enkhuizen gehaald en haar daar gedurende een groot deel van de dag en de avond laten verblijven;

2.

hij op 19 februari 2013 te Enkhuizen meermalen met [slachtoffer], geboren op [geboortedatum] 1997, die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer], hebbende verdachte

- zijn penis in de vagina van die [slachtoffer] geduwd/gebracht en/of

- een of meer van zijn vingers in de vagina van die [slachtoffer] geduwd/gebracht en/of

- zijn penis in de mond van die [slachtoffer] geduwd/gebracht en/of

- de borsten van die [slachtoffer] betast en/of

- de vagina van die [slachtoffer] betast en/of

- aan de borsten/tepels van die [slachtoffer] gelikt en/of

- aan de buik van die [slachtoffer] gelikt en/of

- aan de vagina van die [slachtoffer] gelikt;

De in de bewijsmiddelen genoemde feiten en omstandigheden zijn redengevend voor de bewezenverklaring.

Elk bewijsmiddel is slechts gebruikt voor het bewijs van het feit, waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.

De verdachte zal van het onder 1 primair en onder 2 subsidiair meer of anders tenlastegelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Kwalificaties

Het onder 1 primair en onder 2 subsidiair bewezen geachte levert respectievelijk op:

1.

Opzettelijk een minderjarige onttrekken aan het wettig over haar gestelde gezag,

strafbaar gesteld bij artikel 279 van het Wetboek van Strafrecht;

2.

Met iemand, die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren heeft

bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen, die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnen dringen van het lichaam, meermalen gepleegd,

strafbaar gesteld bij artikel 245 van het Wetboek van Strafrecht;

Strafbaarheid

De rechtbank heeft kennis genomen van een psychologisch rapport d.d. 23 mei 2013, opgemaakt door mevr. drs. M.G.J. Nijhuis-Quanjel, GZ-psycholoog te Balkbrug.

Dit rapport houdt onder meer in als conclusie - zakelijk weergegeven -:

Verdachte is lijdende aan een ziekelijke stoornis van zijn geestvermogens in de vorm van een pervasieve ontwikkelingsstoornis NAO met inbegrip van atypisch autisme, seksuele disfunctie door te nauwe voorhuid bij erectie, verslaafd aan masturberen en verslaafd aan webcamseks. Van één en ander was ook sprake ten tijde van het tenlastegelegde en één en ander beïnvloedde verdachtes gedragskeuzes en gedragingen.

Als gevolg van verdachtes pervasieve ontwikkelingsstoornis, waardoor hij moeilijk contact kan leggen en moeilijk gezichten en emoties kan lezen en gevoelens van anderen kan interpreteren heeft verdachte niet nagedacht over wat hij aan het doen was, zich niet gerealiseerd dat aangeefster pas 15 jaar was en niet gezien of aangeefster wel of geen seksueel contact met hem wilde. Verdachte was onvoldoende in staat de situatie in te schatten. Hij was al lang blij dat een meisje contact met hem wilde en heeft verder niet nagedacht.

De psycholoog adviseert om de verdachte als verminderd toerekeningsvatbaar te achten.

De rechtbank verenigt zich, mede gelet op de toedracht van het feit en de persoon van de verdachte, met voormelde conclusie en maakt die tot de hare.

De rechtbank is derhalve van oordeel, dat het hiervoor bewezen verklaarde aan de verdachte kan worden toegerekend, zij het in verminderde mate.

De rechtbank acht de verdachte strafbaar, omdat geen strafuitsluitingsgronden aanwezig worden geacht.

Strafmotivering

De rechtbank neemt bij de bepaling van de hierna te vermelden straf in aanmerking: de aard en de ernst van de gepleegde feiten; de omstandigheden waaronder deze feiten zijn begaan; hetgeen de rechtbank uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken omtrent de persoon van de verdachte; de eis van de officier van justitie; de inhoud van het de verdachte betreffende uittreksel uit het algemeen documentatieregister d.d. 17 mei 2013, waaruit blijkt dat verdachte niet eerder is veroordeeld.

De officier van justitie heeft voor de tenlastegelegde feiten een gevangenisstraf gevorderd voor de duur van 30 maanden, met aftrek van voorarrest, waarvan een gedeelte van 10 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren, en met als bijzondere voorwaarde toezicht van de reclassering hetgeen mede een ambulante behandeling zal inhouden.

De raadsvrouw van verdachte heeft een deels voorwaardelijke gevangenisstraf bepleit, waarvan het onvoorwaardelijk deel gelijk zal zijn aan de tijd die de verdachte reeds in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.

Verder stelde de raadsvrouw nog dat eventueel naast deze deels voorwaardelijke gevangenisstraf nog een werkstraf kan worden opgelegd.

De straf die de rechtbank zal opleggen, is lager dan de officier van justitie heeft geëist. Een wezenlijke factor in dit verband is het feit dat de officier van justitie blijkens zijn requisitoir is uitgegaan van een bewezenverklaring van 4 tenlastegelegde feiten, terwijl de rechtbank 2 tenlastegelegde feiten bewezen acht.

De rechtbank overweegt verder als volgt:

Het aan de verdachte verwetene is strafbaar, omdat dit handelingen betreffen, waarbij de geldende sociaal-ethische norm, voortvloeiende uit het bepaalde in artikel 245 van het Wetboek van Strafrecht, ruimschoots wordt overschreden. Uit de stukken is de rechtbank niet gebleken dat het slachtoffer door verdachte werd gedwongen tot de verweten handelingen of dat zij zich op enigerlei wijze gedwongen heeft gevoeld door de verdachte.

Daarnaast heeft verdachte de minderjarige onttrokken aan het gezag van haar moeder door deze van Emmen mee te nemen naar Enkhuizen en haar daar enige tijd te houden. Verdachte heeft daarmee de rechten gefrustreerd die de moeder over haar kind heeft.

Door de seksuele handelingen te plegen die de rechtbank bewezen acht heeft verdachte niet alleen op onaanvaardbare wijze inbreuk gemaakt op de fysieke integriteit van het slachtoffer maar heeft verdachte ook mogelijk de kiem gelegd voor psychische problemen voor het slachtoffer in de toekomst. Verdachte wist dat het slachtoffer na een hevige ruzie met haar moeder de woning heeft verlaten en heeft door te handelen zoals hij heeft gedaan de kwetsbare positie van het slachtoffer uitgebuit uitsluitend ter bevrediging van zijn eigen lusten.

Voorts heeft de rechtbank kennis genomen van de slachtofferverklaring van de vader van het slachtoffer waaruit de rechtbank duidelijk is geworden dat verdachtes handelen ook veel verdriet heeft veroorzaakt bij de vader en de moeder van het slachtoffer.

In beginsel is op grond van de ernst van de feiten een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van aanmerkelijke duur geboden.

De rechtbank houdt echter ook rekening met de bevindingen van de psycholoog Nijhuis-Quanjel die de verdachte in haar rapport van 23 mei 2013 typeert als een persoon met een pervasieve ontwikkelingsstoornis, waardoor hij moeilijk contact kan leggen en moeilijk gezichten en emoties kan lezen en gevoelens van anderen kan interpreteren. Hierdoor heeft verdachte niet kunnen nadenken over wat hij aan het doen was, zich niet kunnen realiseren dat aangeefster pas 15 jaar was en niet kunnen zien of aangeefster wel of geen seksueel contact met hem wilde. Verdachte was onvoldoende in staat de situatie in te schatten.

Hij heeft dan ook niet kunnen bevroeden welke gevolgen zijn handelingen onmiskenbaar hebben gehad en nog steeds hebben voor het slachtoffer en haar naaste familieleden.

Bovendien zal de rechtbank rekening houden met de omstandigheden van de verdachte zoals omschreven in het voorlichtingsrapport van Reclassering Nederland d.d. 22 mei 2013 en de omstandigheid dat verdachte nimmer eerder met politie en/of justitie in aanraking is gekomen.

Gelet op deze persoonlijke omstandigheden zal de rechtbank de onvoorwaardelijke gevangenis beperken tot de tijd die hij al in voorarrest heeft doorgebracht en aan verdachte een gevangenisstraf opleggen van 386 dagen, waarvan een gedeelte groot 300 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren, met als bijzondere voorwaarde toezicht van de reclassering en dat het toezicht tevens zal inhouden een meldplicht en een ambulante behandeling als na te melden.

De rechtbank is op grond van de ernst van het bewezen geachte, in samenhang met de hiervoor weergegeven overwegingen, feiten en omstandigheden, van oordeel dat naast deze deels voorwaardelijke gevangenisstraf, in dit geval het verrichten van een werkstraf voor de duur van 240 uren, subsidiair 120 dagen hechtenis geboden is.

Benadeelde partij [slachtoffer] te Emmen

De benadeelde partij heeft een vordering tot vergoeding van geleden schade ingediend ten bedrage van € 2.500,00, bestaande uit immateriële schade.

De raadsvrouw van verdachte verzocht de rechtbank rekening te houden met het feit dat bij het plegen van de feiten geen sprake is geweest van dwang en dreiging, terwijl de vordering daar kennelijk wel is opgestoeld.

De rechtbank acht het causaal verband tussen het bewezen verklaarde feit en de immateriële schade alsmede de aansprakelijkheid van de verdachte voor die schade bewezen. De onderbouwing van de vordering is gebaseerd op andere situaties, waar sprake is van dwang of dreiging.

De vordering acht de rechtbank echter tot een bedrag van € 750,00 voldoende aannemelijk gemaakt en niet onredelijk. De civiele vordering is dan ook gegrond en tot dit bedrag voor toewijzing vatbaar.

De rechtbank zal het meer of anders gevorderde aan immateriële schade afwijzen.

Schadevergoedingsmaatregel [slachtoffer] te Emmen

Met betrekking tot de in het bewezen verklaarde acht de rechtbank de verdachte jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht tot een bedrag van € 750,00 aansprakelijk voor de schade, die door dat strafbare feit is toegebracht.

Aan de verdachte zal de verplichting worden opgelegd dat bedrag aan de Staat te betalen ten behoeve van het slachtoffer.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft mede gelet op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 22c, 22d, 27, 36f en 57 van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing van de rechtbank

De rechtbank verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte onder 2 primair, onder 3 en onder 4 zowel primair als subsidiair is tenlastegelegd en spreekt de verdachte daarvan telkens vrij.

De rechtbank verklaart bewezen dat het onder 1 primair en onder 2 subsidiair tenlastegelegde, zoals hierboven is omschreven, door de verdachte is begaan, stelt vast dat het aldus bewezen verklaarde oplevert de strafbare feiten zoals hierboven is vermeld en verklaart de verdachte deswege strafbaar.

De rechtbank verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte onder 1 primair en onder 2 subsidiair meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een taakstraf bestaande uit 240 uren werkstraf, zijnde het verrichten van onbetaalde arbeid met bevel dat, voor het geval de verdachte deze werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis voor de duur van 120 dagen zal worden toegepast.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tevens tot een gevangenisstraf voor de duur van 386 dagen, waarvan een gedeelte groot 300 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren.

De rechtbank beveelt, dat de voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf niet zal worden tenuitvoergelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond, dat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 3 jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt, of gedurende die proeftijd de hierna te vermelden bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd.

De rechtbank geeft opdracht aan de Reclassering Nederland tot toezicht op de naleving van de voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden overeenkomstig artikel 14d van het Wetboek van Strafrecht.

De rechtbank stelt als algemene voorwaarden dat verdachte:

- zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

- ten behoeve van het vaststellen van haar identiteit medewerking verleent aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de Identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

- medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht als bedoeld in artikel 14d, tweede lid van het wetboek van strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen.

De rechtbank stelt als bijzondere voorwaarden dat verdachte:

  • -

    zich binnen vijf werkdagen na het onherroepelijk worden van dit vonnis meldt bij de Reclassering Nederland, Adviesunit Alkmaar, en zich hierna blijft melden zo frequent en zolang de reclassering dit tijdens de proeftijd noodzakelijk acht;

  • -

    meewerkt aan een behandeling voor seksueel overschrijdend gedrag door GGZ Noord Holland, forensische psychiatrie dependance Hoorn, of De Waag in Lelystad of soortgelijke ambulante forensische zorg, zulks ter beoordeling van de reclassering en waarbij verdachte zich zal houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van die behandeling door of namens de instelling en of behandelaar zullen worden gegeven.

De rechtbank beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

De rechtbank heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer] te Emmen, van de som van € 750,00 ter zake van immateriële schade en veroordeelt de verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot op heden begroot op nihil.

De rechtbank wijst af het meer of anders gevorderde aan immateriële schade.

De rechtbank legt aan de verdachte de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 750,00 ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer] te Emmen, bij gebreke van betaling te vervangen door 15 dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

De rechtbank verstaat dat voldoening aan de verplichting tot betaling aan de Staat van voor-meld bedrag ten behoeve van het slachtoffer de veroordeling tot betaling aan de benadeelde partij doet vervallen, alsmede dat betaling van voormeld bedrag aan de benadeelde partij de verplichting tot betaling aan de Staat van dit bedrag doet vervallen.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.H.A. Fransen, voorzitter, mr. M.A.A. van Capelle en

mr. C. Brouwer, rechters, in tegenwoordigheid van J. Bos, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de rechtbank op 18 juni 2013, zijnde mr. C. Brouwer buiten staat dit vonnis binnen de daartoe door de wet gestelde termijn mede te ondertekenen.