Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2013:2567

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
12-04-2013
Datum publicatie
09-08-2013
Zaaknummer
18.930002-13 promis + tul
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank veroordeelt verdachte voor diefstal in vereniging door middel van inklimming en diefstal door middel van inklimming tot een gevangenisstraf voor de duur van 8 maanden, waarvan 4 maanden voorwaardelijk.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 310, geldigheid: 2013-07-30
Wetboek van Strafrecht 311, geldigheid: 2013-07-30
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht

Locatie Assen

Parketnummers: 18.930002-13

19.190762-10 (vordering na voorwaardelijke veroordeling)

vonnis van de Meervoudige kamer d.d. 12 april 2013 in de zaak van het openbaar ministerie tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

wonende te [adres],

thans verblijvende in [naam HvB].

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgehad op 29 maart 2013.

De verdachte is verschenen en werd bijgestaan door mr. K. Martens te Assen.

Tenlastelegging

De verdachte is bij dagvaarding tenlastegelegd, dat

hij op meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 oktober 2012 tot en met 14 januari 2013 te Roden, gemeente Noordenveld, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening vanaf een terrein bij een bedrijfspand (gelegen aan de [straatnaam]) heeft weggenomen honderdvierenzeventig (176), althans een aantal gasflessen, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [naam winkelbedrijf], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;  

en/of 

hij op meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 oktober 2012 tot en met 14 januari 2013 te Roden, gemeente Noordenveld, in elk geval in Nederland,  (telkens) tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen een aantal gasflessen heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

Kennelijke taal- en/of schrijffouten in de tenlastelegging worden geacht te zijn verbeterd. De verdachte is daardoor, blijkens het onderzoek ter terechtzitting, niet geschaad in de verdediging.

De rechtbank zal, waar in de tenlastelegging staat “verdachte en/of zijn mededader(s)” lezen alsof daar staat “verdachte en/of haar medeverdachte(n)”. De term mededader namelijk impliceert dat verdachte ook als dader moet worden aangemerkt, hetgeen in strijd is met de presumptie van onschuld: een verdachte dient tot aan het moment van onherroepelijke bewezenverklaring van het haar tenlastegelegde voor onschuldig te worden gehouden.

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie mr. G. Souër acht hetgeen aan de verdachte is tenlastegelegd wettig en overtuigend bewezen en vordert dat de rechtbank verdachte voor deze feiten zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden, met aftrek van voorarrest, waarvan een gedeelte van 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren, met als bijzondere voorwaarde reclasseringstoezicht met een meldingsgebod, deelname aan een cognitieve vaardigheidstraining, deelname aan een arbeidsvaardighedentraining en een behandeling bij de A.F.P.N. of soortgelijke ambulante forensische zorg.

Tenslotte vordert de officier van justitie de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf voor de duur van 1 maand voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Assen van 11 februari 2011.

Bewijsmiddelen

Nu verdachte, hetgeen de rechtbank ten aanzien van het tenlastegelegde bewezen zal verklaren, niet heeft weersproken en nadien niet anders heeft verklaard en hij noch zijn raadsvrouw vrijspraak heeft bepleit zal de rechtbank ten aanzien van deze feiten volstaan met een opgave van bewijsmiddelen.

Daarbij overweegt de rechtbank dat zij uit de hieronder opgenomen bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen acht dat verdachte al dan niet met een medeverdachte een groot aantal gasflessen heeft weggenomen en dat verdachte het terrein van [naam winkelbedrijf] telkens is betreden door gebruik te maken van een gat in de omheining, hetgeen naar het oordeel van de rechtbank inklimming oplevert.

De rechtbank hanteert voor het bewijs de navolgende bewijsmiddelen:

1.

de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 29 maart 2013.

2.

het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van Politie Drenthe, District Noord, Basiseenheid Noordenveld/Tynaarlo/Aa en Hunze, registratienummer PL031W 2013012862, d.d. 22 februari 2013 met bijlagen, onder meer inhoudende:

- het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van aangifte van politie Drenthe, district Noord, Basiseenheid Noordenveld/Tynaarlo/Aa en Hunze, proces-verbaalnummer PL031W 2013003594-1 d.d. 15 januari 2013, houdende de aangifte van [aangever], namens [naam winkelbedrijf], [straatnaam] te Roden (pagina’s 24 en 25);

- het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor van politie Drenthe, district Noord, Basiseenheid Noordenveld/Tynaarlo/Aa en Hunze, proces-verbaalnummer PL031W 2013003594-19 d.d. 15 januari 2013, houdende de nadere verklaring van aangever [aangever] (pagina’s 29 en 30);

  • -

    het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor van politie Drenthe, district Noord, Basiseenheid Noordenveld/Tynaarlo/Aa en Hunze, proces-verbaalnummer PL031W 2013003594-3 d.d. 14 januari 2013, houdende de verklaring van [getuige], wonende te [woonplaats 1] (pagina’s 60 t/m 63);

  • -

    het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor van politie Drenthe, district Noord, Basiseenheid Noordenveld/Tynaarlo/Aa en Hunze, proces-verbaalnummer PL031W 2013003594-7 d.d. 14 januari 2013, houdende de verklaring van [medeverdachte 1], wonende te [woonplaats 2] (pagina’s 102 t/m 104);

- het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor van politie Drenthe, district Noord, Basiseenheid Noordenveld/Tynaarlo/Aa en Hunze, proces-verbaalnummer PL031W 2013003594-27 d.d. 15 januari 2013, houdende de verklaring van [medeverdachte 2], wonende te [woonplaats 3] (pagina’s 130 t/m 133);

- het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor van politie Drenthe, district Noord, Basiseenheid Noordenveld/Tynaarlo/Aa en Hunze, proces-verbaalnummer PL031W 2013003594-35 d.d. 17 januari 2013, houdende de verklaring van [medeverdachte 3], wonende te [woonplaats 4] (pagina’s 181 t/m 186);

- het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor van politie Drenthe, district Noord, Basiseenheid Noordenveld/Tynaarlo/Aa en Hunze, proces-verbaalnummer PL031W 2013003594-42 d.d. 18 januari 2013, houdende de verklaring van [medeverdachte 3], wonende te [woonplaats 4] (pagina’s 188 t/m 191);

- het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor van politie Drenthe, district Noord, Basiseenheid Noordenveld/Tynaarlo/Aa en Hunze, proces-verbaalnummer PL031W 2013003594-50 d.d. 21 januari 2013, houdende de verklaring van [medeverdachte 4], wonende te [woonplaats 5] (pagina’s 198 en 199);

Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig bewezen en zij heeft de overtuiging verkregen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat

hij op meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 oktober 2012 tot en met 14 januari 2013 te Roden, gemeente Noordenveld, tezamen en in vereniging met een ander telkens met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening vanaf een terrein bij een bedrijfspand gelegen aan de [straatnaam] heeft weggenomen een groot aantal gasflessen, toebehorende aan [naam winkelbedrijf], waarbij verdachte en zijn medeverdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft door middel van inklimming,  

en 

hij op meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 oktober 2012 tot en met 14 januari 2013 te Roden, gemeente Noordenveld, telkens met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening vanaf een terrein bij een bedrijfspand gelegen aan de [straatnaam] heeft weggenomen een groot aantal gasflessen, toebehorende aan [naam winkelbedrijf], waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft door middel van inklimming;

De in de bewijsmiddelen genoemde feiten en omstandigheden zijn redengevend voor de bewezenverklaring.

Elk bewijsmiddel is slechts gebruikt voor het bewijs van het feit, waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.

De verdachte zal van het meer of anders tenlastegelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Kwalificaties

Het onder bewezen geachte levert respectievelijk op:

Diefstal, door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijfs heeft verschaft door middel van inklimming, meermalen gepleegd,

strafbaar gesteld bij artikel 311 juncto artikel 310 van het Wetboek van Strafrecht;

Diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijfs heeft verschaft door middel van inklimming, meermalen gepleegd,

strafbaar gesteld bij artikel 311 juncto artikel 310 van het Wetboek van Strafrecht;

Strafbaarheid

De rechtbank acht de verdachte strafbaar, omdat geen strafuitsluitingsgronden aanwezig worden geacht.

Strafmotivering

De rechtbank neemt bij de bepaling van de hierna te vermelden straf in aanmerking: de aard en de ernst van de gepleegde feiten; de omstandigheden waaronder deze feiten zijn begaan; hetgeen de rechtbank uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken omtrent de persoon van de verdachte; de eis van de officier van justitie; de inhoud van het de verdachte betreffende uittreksel uit het algemeen documentatieregister d.d. 6 maart 2013, waaruit blijkt dat verdachte eerder ter zake van vermogensdelicten is veroordeeld.

De officier van justitie heeft voor de feiten een gevangenisstraf gevorderd voor de duur van 12 maanden, met aftrek van voorarrest, waarvan een gedeelte van 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren, met als bijzondere voorwaarde reclasseringstoezicht met een meldingsgebod, deelname aan een cognitieve vaardigheidstraining, deelname aan een arbeidsvaardighedentraining en een behandeling bij de A.F.P.N. of soortgelijke ambulante forensische zorg.

De raadsvrouw van verdachte heeft een straf bepleit waarvan het onvoorwaardelijk deel gelijk zal zijn aan de tijd die de verdachte reeds in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht. De raadsvrouw heeft verder aangevoerd dat de verdachte inmiddels in zijn gezin hulp heeft toegelaten en zijn leven een wending ten goede wenst te geven.

Verdachte heeft ter zitting verklaard gemotiveerd te zijn voor hulp van de reclassering en hij is bereid trainingen te volgen en een behandeling te ondergaan.

De rechtbank overweegt dat verdachte bij het plegen van de feiten niet alleen vanwege de penibele gezinssituatie heeft gehandeld maar dat hij ook uit winstbejag c.q. geldzucht heeft gehandeld.

Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank verder rekening gehouden met de omstandigheden en achtergronden van de verdachte zoals omschreven in het reclasseringsadvies van Reclassering Nederland van 6 maart 2013.

De rechtbank acht in dit geval een passende bestraffing voor deze verdachte de oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 8 maanden, met aftrek van voorarrest, waarvan een gedeelte van 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren, met als bijzondere voorwaarde reclasseringstoezicht met een meldingsgebod, deelname aan een cognitieve vaardigheidstraining, deelname aan een arbeidsvaardighedentraining en een behandeling bij de A.F.P.N. of soortgelijke ambulante forensische zorg.

Vordering tenuitvoerlegging na voorwaardelijke veroordeling onder parketnummer 19.190762-10

De rechtbank acht de vordering van de officier van justitie toewijsbaar, nu de verdachte, eerder bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Assen van 11 februari 2011 onder meer is veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 1 maand voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren, en verdachte zich tijdens die gestelde proeftijd heeft schuldig gemaakt aan de strafbare feiten zoals die hiervoor bewezen zijn verklaard.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft mede gelet op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 14f, 14g, 14h, 27 en 57 van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing van de rechtbank

De rechtbank verklaart bewezen dat het tenlastegelegde, zoals hierboven is omschreven, door de verdachte is begaan, stelt vast dat het aldus bewezen verklaarde oplevert de strafbare feiten zoals hierboven is vermeld en verklaart de verdachte deswege strafbaar.

De rechtbank verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot gevangenisstraf voor de duur van 8 maanden, waarvan een gedeelte groot 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren.

De rechtbank beveelt, dat de voorwaardelijk opgelegde straf niet zal worden tenuitvoergelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond, dat de verdachte zich voor het einde van voormelde proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt,

of gedurende die proeftijd de hierna te vermelden bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd.

De rechtbank geeft opdracht aan de Reclassering Nederland tot toezicht op de naleving van de voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden overeenkomstig artikel 14d van het Wetboek van Strafrecht.

De rechtbank stelt als algemene voorwaarden dat verdachte:

  • -

    zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

  • -

    ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de Identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

  • -

    medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht als bedoeld in artikel 14d, tweede lid van het wetboek van strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen.

De rechtbank stelt als bijzondere voorwaarden dat verdachte:

  • -

    reageert op de uitnodiging van de reclassering volgend na het onherroepelijk worden van dit vonnis en zich meldt bij de toegewezen reclasseringsorganisatie, in casu Reclassering Nederland, Adviesunit Groningen, Leonard Springerlaan 21, 9727 KB Groningen, en zich hierna blijft melden zo frequent en zolang de reclassering dit noodzakelijk acht;

  • -

    meewerkt aan een ambulante behandeling door A.F.P.N., of soortgelijke instelling voor ambulante forensische zorg, voor zolang dit door de behandelende instelling noodzakelijk wordt geacht

  • -

    zal deelnemen aan een cognitieve vaardigheidstraining (CoVa);

  • -

    zal deelnemen aan een arbeidsvaardighedentraining (ARVA).

De rechtbank beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

De rechtbank heft op het bevel voorlopige hechtenis met ingang van 15 mei 2013.

Beslissing op de vordering na voorwaardelijke veroordeling onder parketnummer 19.190762-10

De rechtbank gelast de tenuitvoerlegging van 1 maand gevangenisstraf voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Assen van 11 februari 2011.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.H.A. Fransen, voorzitter, mr. B.I. Klaassens en

mr. S. Zwerwer, rechters, in tegenwoordigheid van J. Bos, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de rechtbank op 12 april 2013.