Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2013:2564

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
12-04-2013
Datum publicatie
30-07-2013
Zaaknummer
19.910206-12
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank veroordeelt verdachte voor openbare geweldpleging tegen personen tot een taakstraf, bestaande uit 80 uren werkstraf, waarvan 40 uren voorwaardelijk. De vordering van de benadeelde partij wordt niet-ontvankelijk verklaard, daar de rechtbank het causaal verband niet bewezen acht.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 141, geldigheid: 2013-07-29
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht

Locatie Assen

Parketnummer: 19.910206-12

vonnis van de Meervoudige kamer d.d. 12 april 2013 in de zaak van het openbaar ministerie tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

wonende te [adres].

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgehad op 29 maart 2013.

De verdachte is verschenen en werd bijgestaan door mr. C.C.N. Brens-Cats, advocaat te Emmen.

Tenlastelegging

De verdachte is ingevolge de ter terechtzitting gewijzigde tenlastelegging bij dagvaarding tenlastegelegd, dat

hij op of omstreeks 01 januari 2012 te Emmen, in de gemeente Emmen, met een ander of anderen, in een voor het publiek toegankelijke ruimte te weten in [naam café],  openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2], welk geweld bestond uit (in het gezicht) slaan en/of stompen en/of schoppen van [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2];

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie mr. B.A.C. Looijestijn acht hetgeen aan de verdachte is tenlastegelegd wettig en overtuigend bewezen en vordert dat de rechtbank de verdachte voor dit feit zal veroordelen tot een werkstraf voor de duur van 80 uren, subsidiair 40 dagen hechtenis, waarvan 40 uren subsidiair 20 dagen hechtenis voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar.

De officier van justitie vordert voorts dat de benadeelde partij [slachtoffer 1] in haar vordering niet ontvankelijk dient te worden verklaard.

Bewijsmiddelen

Nu verdachte, hetgeen de rechtbank ten aanzien van het tenlastegelegde bewezen zal verklaren, niet heeft weersproken en nadien niet anders heeft verklaard en hij noch zijn raadsvrouw vrijspraak heeft bepleit zal de rechtbank ten aanzien van dit feit volstaan met een opgave van bewijsmiddelen.

De rechtbank hanteert voor het bewijs de navolgende bewijsmiddelen:

1.

de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 29 maart 2013.

2.

het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van Regiopolitie Drenthe, Unit Recherche Zuid West, Onderzoek Reiger, bestaande uit een 3-tal ordners, proces-verbaalnummer 03DRO12002, d.d. 10 februari 2012 met bijlagen, onder meer inhoudende:

- het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen van politie Drenthe, district Zuidoost, Basiseenheid Emmen, proces-verbaalnummer PL032V 2012000168-4 d.d. 1 januari 2012, houdende de eigen waarneming, wetenschap en bevinding van [verbalisant] (pagina’s A040 en A041);

- het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van aangifte van politie Drenthe, stafdienst P&O, Politieonderwijs, proces-verbaalnummer PL037A 2012000656-1 d.d. 2 januari 2012, houdende de aangifte van [slachtoffer 1], wonende te [woonplaats 1] (pagina’s Z119 t/m Z122);

- het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van aangifte van politie Drenthe, district Zuidoost, Basiseenheid Emmen, proces-verbaalnummer PL032V 2012000672-1 d.d. 2 januari 2012, houdende de aangifte van [slachtoffer 2], wonende te [woonplaats 2] (pagina’s Z125 t/m Z127);

- het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor van politie Drenthe, district Zuidoost, Basiseenheid Emmen, proces-verbaalnummer PL032V 2012000168-13 d.d. 9 januari 2012, houdende de verklaring van [getuige 1], wonende te [woonplaats 3] (pagina’s Z129 en Z130);

- het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor van politie Drenthe, district Zuidoost, Basiseenheid Emmen, proces-verbaalnummer PL032V 2012000168-18 d.d. 10 januari 2012, houdende de verklaring van [getuige 2], wonende te [woonplaats 4] (pagina’s Z132 en Z133);

- het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor van politie Drenthe, district Zuidoost, Basiseenheid Emmen, proces-verbaalnummer PL032V 2012000168-22 d.d. 11 januari 2012, houdende de verklaring van [getuige 3], wonende te [woonplaats 5] (pagina’s Z124 en Z135);

- het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor van politie Drenthe, district Zuidoost, Basiseenheid Emmen, proces-verbaalnummer PL032V 2012000168-57 d.d. 16 januari 2012, houdende de verklaring van [medeverdachte], wonende te [woonplaats 6] (pagina’s Z188 en Z189);

- het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor van politie Drenthe, district Zuidoost, Basiseenheid Emmen, proces-verbaalnummer PL032V 2012000168-42 d.d. 16 januari 2012, houdende de verklaring van [medeverdachte], wonende te [woonplaats 6] (pagina’s Z190 t/m Z192);

Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig bewezen en zij heeft de overtuiging verkregen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat

hij op 01 januari 2012 te Emmen, in de gemeente Emmen, met anderen, in een voor het publiek toegankelijke ruimte te weten in [naam café],  openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2], welk geweld bestond uit in het gezicht slaan en/of stompen van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2];

De in de bewijsmiddelen genoemde feiten en omstandigheden zijn redengevend voor de bewezenverklaring.

De verdachte zal van het meer of anders tenlastegelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Kwalificatie

Het bewezen geachte levert op:

Openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen,

strafbaar gesteld bij artikel 141 van het Wetboek van Strafrecht;

Strafbaarheid

De rechtbank acht de verdachte strafbaar, omdat geen strafuitsluitingsgronden aanwezig worden geacht.

Strafmotivering

De rechtbank neemt bij de bepaling van de hierna te vermelden straf in aanmerking: de aard en de ernst van de gepleegde feiten; de omstandigheden waaronder deze feiten zijn begaan; hetgeen de rechtbank uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken omtrent de persoon van de verdachte; de eis van de officier van justitie; de inhoud van het de verdachte betreffende uittreksel uit het algemeen documentatieregister d.d. 5 maart 2013, waaruit blijkt dat verdachte een keer eerder is veroordeeld ter zake van mishandeling in maart 2012.

De officier van justitie heeft gevorderd een werkstraf voor de duur van 80 uren, subsidiair 40 dagen hechtenis, waarvan 40 uren subsidiair 20 dagen hechtenis voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar.

De raadsvrouw van verdachte heeft onder meer gesteld dat de eis van de officier van justitie onder de gegeven omstandigheden redelijk is en heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

De rechtbank overweegt het volgende.

Ten laste van verdachte is bewezen verklaard dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan het plegen van openlijk geweld op nieuwjaarsdag 2012 in een voor het publiek toegankelijke ruimte, te weten [naam café] te Emmen. Het bewezenverklaarde rekent de rechtbank verdachte aan. Verdachte heeft door zijn handelen inbreuk heeft gemaakt op de lichamelijke en psychische integriteit van de slachtoffers.

De rechtbank zal, gelet op het hiervoor overwogene en gelet op de landelijke oriëntatiepunten voor de straftoemeting, aan verdachte de deels voorwaardelijke werkstraf als door de officier van justitie gevorderd opleggen, als zijnde een passende bestraffing van deze verdachte.

Benadeelde partij [slachtoffer 1]

De benadeelde partij heeft een vordering tot vergoeding van geleden (materiële) schade ingediend ten bedrage van € 199,95.

De rechtbank acht het causaal verband tussen het onder 1 bewezen verklaarde feit en de schade alsmede de aansprakelijkheid van de verdachte voor die schade niet bewezen, nu er kennelijk sprake is geweest van 2 incidenten op 1 januari 2012 waarin de benadeelde partij verzeild is geraakt in [naam café], te weten één incident op de dansvloer en één incident op weg naar de uitgang van het café. Niet is komen vast te staan dat verdachte was betrokken bij het 2e incident, terwijl uit de inhoud van het strafdossier niet valt op te maken bij welke van de twee incidenten de schade is ontstaan.

De rechtbank is van oordeel dat de benadeelde partij daarom niet in haar vordering kan worden ontvangen.

Zij kan haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft mede gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 63 en 91 van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing van de rechtbank

De rechtbank verklaart bewezen dat het tenlastegelegde, zoals hierboven is omschreven, door de verdachte is begaan, stelt vast dat het aldus bewezen verklaarde oplevert het strafbare feit zoals hierboven is vermeld en verklaart de verdachte deswege strafbaar.

De rechtbank verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een taakstraf bestaande uit 80 uren werkstraf, zijnde het verrichten van onbetaalde arbeid met bevel dat, voor het geval de verdachte deze werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis voor de duur van 40 dagen zal worden toegepast, waarvan een gedeelte groot 40 uren werkstraf met bevel dat, voor het geval de verdachte dat gedeelte van deze werkstraf niet naar behoren zou verrichten, vervangende hechtenis voor de duur van 20 dagen zal worden toegepast, voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar.

De rechtbank beveelt, dat het voorwaardelijk opgelegde deel van de werkstraf niet zal worden tenuitvoergelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond, dat de verdachte zich voor het einde van voormelde proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

De rechtbank bepaalt dat de benadeelde partij [slachtoffer 1] te Emmen niet ontvankelijk is in haar vordering en dat zij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

De benadeelde partij en de verdachte dragen de eigen kosten.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.H.A. Fransen, voorzitter, mr. B.I. Klaassens en

mr. S. Zwerwer, rechters, in tegenwoordigheid van J. Bos, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de rechtbank op 12 april 2013.