Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2013:1783

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
24-01-2013
Datum publicatie
16-08-2013
Zaaknummer
S 880554-11 PROM
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Vrijspraak poging doodslag/zware mishandeling, mishandeling van zijn echtgenote en bedreiging. De rechtbank veroordeelt verdachte voor mishandeling een gevangenisstraf voor de duur van 1 maand voorwaardelijk met bijzondere voorwaarden.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 300
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht

Locatie Leeuwarden

parketnummer 17/880554-11

vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 24 januari 2013 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

wonende te [adres].

De rechtbank heeft gelet op het ter terechtzitting gehouden onderzoek van 10 januari 2013.

De verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. H. de Jong, advocaat te Burgum.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 30 november 2011 te Burgum, (althans) in de gemeente

Tytsjerksteradiel, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf

om opzettelijk [slachtoffer] van het leven te beroven, met dat opzet die [slachtoffer]

bij de keel/hals heeft vastgepakt en/of (vervolgens) heeft vastgehouden en/of

in de keel/hals heeft geknepen en/of een hand op de mond heeft gelegd,

waardoor het voor die [slachtoffer] (nagenoeg) niet mogelijk was om adem te halen,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

(artikel 287 ivm artikel 45 van het Wetboek van Strafrecht)

Subsidiair zo het vorenstaande niet mocht leiden tot schuldigverklaring van en

strafoplegging aan verdachte

hij op of omstreeks 30 november 2011 te Burgum, (althans) in de gemeente

Tytsjerksteradiel, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf

om aan een persoon genaamd [slachtoffer], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel

toe te brengen, met dat opzet die [slachtoffer] bij de keel/hals heeft vastgepakt

en/of (vervolgens) heeft vastgehouden en/of in de keel/hals heeft geknepen

en/of een hand op de mond heeft gelegd, waardoor het voor die [slachtoffer]

(nagenoeg) niet mogelijk was om adem te halen, terwijl de uitvoering van dat

voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

(artikel 302 lid 1 ivm artikel 45 van het Wetboek van Strafrecht)

meer subsidiair zo het vorenstaande niet mocht leiden tot schuldigverklaring van

en strafoplegging aan verdachte

hij op of omstreeks 30 november 2011 te Burgum, (althans) in de gemeente

Tytsjerksteradiel, opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [slachtoffer]),

die [slachtoffer] bij de keel/hals heeft vastgepakt en/of (vervolgens) heeft

vastgehouden en/of in de keel/hals heeft geknepen en/of een hand op de mond

heeft gelegd, waardoor het voor die [slachtoffer] (nagenoeg) niet mogelijk was om

adem te halen, waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

(artikel 300 lid 1 van het Wetboek van Strafrecht)

2.

hij in of omstreeks de periode omvattende het jaar 2006 en/of het jaar 2007

en/of het jaar 2008 en/of het jaar 2009 en/of het jaar 2010 en/of het jaar

2011 (tot en met 29 november 2011) te Wouterswoude, (althans) in de gemeente

Dantumadiel, (meermalen) opzettelijk mishandelend zijn echtgenote, [slachtoffer],

althans een persoon, tegen/op het lichaam en/of in/tegen het hoofd heeft

geslagen en/of bij de keel heeft vastgepakt en/of (vervolgens) tegen een muur

heeft gedrukt,

waardoor deze (telkens) letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

(artikel 300/304 onder 1 van het Wetboek van Strafrecht)

3.

hij in of omstreeks de periode in de maand januari 2010 tot en met 30 november

2011 te of bij Wouterswoude, (althans) in de gemeente Dantumadiel en/of te

Burgum, (althans) in de gemeente Tytsjerksteradiel, (meermalen) [slachtoffer]

heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware

mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde Kuiper dreigend de

woorden toegevoegd:"Ik wou dat je dood was" en/of "Ik kan je wel wat aan

doen", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking.

(art. 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht)]

In de tenlastelegging voorkomende schrijffouten of kennelijke misslagen worden verbeterd gelezen. De verdachte is hierdoor niet in zijn belangen geschaad.

Vordering officier van justitie

De officier van justitie heeft ter terechtzitting gevorderd:

  • -

    vrijspraak van het onder 1. primair, 1. subsidiair en 3. ten laste gelegde;

  • -

    veroordeling voor het onder 1. meer subsidiair en 2. ten laste gelegde;

  • -

    oplegging van een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van een maand met een proeftijd van twee jaren met aftrek van het voorarrest;

  • -

    oplegging van de bijzondere voorwaarde van reclasseringstoezicht;

  • -

    oplegging van de bijzondere voorwaarde van een ambulante behandeling bij de poli Forensische Psychiatrie;

  • -

    opheffing van het geschorste bevel voorlopige hechtenis.

Beoordeling van het bewijs

Met betrekking tot feit 1.

Met de officier van justitie en de raadsman is de rechtbank van oordeel dat verdachte van het onder 1. primair en 1. subsidiair ten laste gelegde moet worden vrijgesproken. De rechtbank overweegt hierbij dat verdachte heeft erkend dat hij zijn vrouw bij de keel heeft vastgepakt.

Aangeefster heeft verklaard dat ze 'om de strot' werd gepakt. Uit de stukken blijkt echter niet dat verdachte aangeefster in haar keel heeft geknepen waardoor ze geen adem meer kon halen.

De meer subsidiair ten laste gelegde mishandeling acht de rechtbank wel wettig en overtuigend bewezen op grond van na te noemen bewijsmiddelen1 die de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden bevatten zoals hieronder weergegeven.

1.

De verklaring van verdachte2, inhoudende:

Vandaag woensdag 30 november 2011, omstreeks 11:00 uur, zat ik in mijn kamer in de Blijenhof te Burgum. Mijn vrouw kwam vandaag bij mij in mijn kamer.

Ik greep haar met mijn linker hand vast bij de keel. Ik weet niet meer precies hoe, ik had haar in ieder geval vast. Ik weet wel dat ik haar keel niet heb dichtgeknepen. Ik zag dat zij vervolgens op de grond naast de koelkast viel. Ik hoorde dat ze vervolgens hysterisch begon te schreeuwen. Ik dacht dat ze niets specifieks schreeuwde. Ze gilde echt. Ik schrok daar van. Ik zat niet op een scene te wachten. Ik heb mijn hand op haar mond gelegd.

2.

De verklaring van aangeefster [slachtoffer]3, inhoudende:

Ik doe aangifte van mishandeling, gepleegd op 30 november 2011 te Burgum door mijn man [verdachte].

Vanmorgen kwam ik in de Blijenhof. Ik had eerst een gesprek met de begeleidster van mijn man. Deze [begeleidster] vroeg me of ik het gesprek alleen wilde aangaan of dat ze erbij moest zijn. Ik wilde dit alleen en ben naar de kamer van mijn man gegaan. Ik trof mijn man daar aan op een stoel. Er ontstond een gesprek en het ging over de eventuele echtscheiding.

Op een gegeven moment zag ik dat mijn man ging staan. Ik zag dat mijn man op me afliep. Ik voelde dat ik om mijn strot werd gepakt. Ik werd benauwd en ik voelde dat mijn man zijn hand voor mijn mond deed.

Omdat mijn man me vaak heeft gedreigd met dit was ik erg bang en het dicht knijpen van mijn strot deed erg zeer. Ik zag dat mijn man rustig en kalm was. Op een gegeven moment liet mijn man me los.

Met betrekking tot feit 2.

De raadsman heeft ook ten aanzien van dit feit gemotiveerd vrijspraak bepleit. Hij heeft hiertoe -onder meer- aangevoerd dat het feit te globaal is omschreven en dat er geen sprake is van stelselmatigheid.

Uit de stukken blijkt dat aangeefster -onder meer- heeft verklaard dat ze in 2007 naar Wouterswoude zijn verhuisd en dat verdachte haar daar een keer bij de strot heeft gegrepen en tegen een muur heeft geduwd. Tevens heeft ze verklaard dat verdachte haar in Burgum een keer tegen haar armen heeft geslagen. Verdachte heeft bij de politie ontkend dat hij in Friesland geweld tegen aangeefster heeft gebruikt.

De rechtbank is van oordeel dat het hetgeen hiervoor is aangegeven onvoldoende is om tot een bewezenverklaring van stelselmatige mishandeling in de periode 2006 tot en met november 2011 te komen. Verdachte zal daarom van dit feit worden vrijgesproken.

Met betrekking tot feit 3.

Ook ten aanzien van dit feit heeft de raadsman gemotiveerd vrijspraak bepleit. De raadsman heeft hiertoe aangevoerd dat er zeker wel woorden zijn gevallen maar dat de context waarin die woorden zijn gezegd, ook van belang is.

Uit de tenlastelegging leest de rechtbank dat verdachte gedreigd zou hebben met de woorden 'ik wou dat je dood was' en/of 'ik kan je wel wat aan doen'. De rechtbank is van oordeel dat voornoemde woorden geen bedreiging inhouden. Verdachte zal daarom ook van dit feit worden vrijgesproken.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht het onder 1. meer subsidiair ten laste gelegde bewezen, met dien verstande dat:

1.

meer subsidiair

hij op 30 november 2011 te Burgum, in de gemeente Tytsjerksteradiel, opzettelijk mishandelend een persoon te weten [slachtoffer] bij de keel/hals heeft vastgepakt en een hand op de mond heeft gelegd, waardoor deze letsel heeft bekomen en pijn heeft ondervonden.

De verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op het misdrijf:

1.

meer subsidiair Mishandeling.

Dit feit is strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

De rechtbank neemt bij de bepaling van de hierna te vermelden strafsoort en strafmaat in aanmerking:

  • -

    de aard en de ernst van het gepleegde feit;

  • -

    de omstandigheden waaronder deze zijn begaan;

  • -

    de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken en deze naar voren komt uit het uittreksel uit de justitiële documentatie en het reclasseringsadvies;

  • -

    de vordering van de officier van justitie;

  • -

    het pleidooi van de raadsman.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan mishandeling van zijn echtgenote toen zij bij verdachte op bezoek was in de instelling waar hij op dat moment verbleef.

De aanwezigheid van anderen in de onmiddellijke nabijheid heeft verdachte er kennelijk niet van weerhouden zijn echtgenote te mishandelen.

De rechtbank acht het echter positief dat verdachte in therapie is gegaan. Hij werkt daarbij aan zijn depressieve problemen en de daarmee samenhangende agressie. De verhouding tussen verdachte en zijn vrouw lijkt in rustiger vaarwater gekomen. Beiden willen weer contact om zodoende de echtscheiding en de omgang met de kinderen vorm te gaan geven. Deze ontwikkeling maakt dat de rechtbank de vrij milde eis van de officier van justitie zal volgen. De rechtbank zal dan ook 1 maand gevangenisstraf opleggen maar dan geheel voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar. De rechtbank zal hierbij als bijzondere voorwaarden opleggen dat verdachte zich gedurende de proeftijd van 2 jaar zal houden aan de aanwijzingen van de reclassering. Tevens dient verdachte de reeds in gang gezette behandeling bij de GGZ Friesland, poli FP af te ronden zolang zijn behandelaars en de toezichthouders van de reclassering dat nodig oordelen.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d en 300 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

DE UITSPRAAK VAN DE RECHTBANK LUIDT, RECHTDOENDE:

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte onder 1. primair, 1. subsidiair, 2. en 3. is ten laste gelegd en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1. meer subsidiair ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar in voege als voormeld en verdachte deswege strafbaar.

Veroordeelt verdachte te dier zake tot:

Een gevangenisstraf voor de duur van een maand.

Bepaalt dat deze gevangenisstraf niet zal worden tenuitvoergelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond, dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd, welke hierbij wordt vastgesteld op twee jaren, de hierna te noemen algemene of bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd.

Stelt als algemene voorwaarden:

1.

dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

2.

dat de veroordeelde ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

3.

dat de veroordeelde medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht als bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht.

Stelt als bijzondere voorwaarden:

  • -

    dat veroordeelde zich binnen 14 dagen na de uitspraak op een dinsdag of donderdag tussen 15:00 uur en 16:00 uur meldt bij het Leger des Heils, Jeugdzorg en Reclassering te Leeuwarden;

  • -

    dat veroordeelde zich gedurende de proeftijd van twee jaren onder behandeling zal stellen van de GGZ Friesland, Poli Forensische Psychiatrie op de tijden en plaatsen als door of namens de GGZ Friesland, Poli Forensische Psychiatrie aan te geven, zolang de reclassering dat noodzakelijk acht.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezenverklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis.

Dit vonnis is gewezen door mr. K. Post, voorzitter, mr. P.F.E. Geerlings en mr. M.A.M. Wolters rechters, bijgestaan door D.P. Postma-Westerhof, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 24 januari 2013.

Mr. Geerlings is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

w.g.

Post

VOOR EENSLUIDEND AFSCHRIFT

Wolters

de griffier van de rechtbank

Postma-Westerhof

te Leeuwarden,

RECHTBANK LEEUWARDEN

Sector Straf

parketnummer 17/880554-11

proces-verbaal van de in het openbaar gehouden terechtzitting van de meervoudige strafkamer in bovengenoemde rechtbank op 10 januari 2013

Tegenwoordig:

mr. K. Post, voorzitter,

mr. P.F.E. Geerlings en mr. M.A.M. Wolters, rechters,

mr. P.F. Hoekstra, officier van justitie en

D.P. Postma-Westerhof, griffier.

De voorzitter doet de zaak tegen na te noemen verdachte uitroepen.

De voorzitter belast de jongste rechter met de leiding van het onderzoek.

De verdachte, genaamd:

[verdachte]

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

wonende te [adres],

is niet ter terechtzitting verschenen.

De ter terechtzitting aanwezige raadsman van verdachte, mr. H. de Jong, advocaat te Burgum, verklaart uitdrukkelijk door verdachte te zijn gemachtigd hem ter terechtzitting te verdedigen.

De rechtbank laat de advocaat tot de verdediging toe, zodat de zaak op tegenspraak wordt behandeld.

……….

De jongste rechter verklaart het onderzoek gesloten en deelt mede, dat volgens de beslissing van de rechtbank de uitspraak zal plaatsvinden ter terechtzitting van 24 januari 2013 te 13:30 uur.

Waarvan proces-verbaal, vastgesteld en ondertekend door de voorzitter en de griffier.

1 De genoemde processen-verbaal zijn in de wettelijke vorm op ambtseed en door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren opgemaakt; de genoemde pagina's bevinden zich in het doorgenummerde proces-verbaal met OPS-dossiernummer 2011128180, gesloten op 13 januari 2012.

2 De verklaring van verdachte, d.d. 30 november 2011, pagina 32, 33.

3 Het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer], d.d.30 november 2011, pagina 18, 21.