Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2013:1781

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
24-01-2013
Datum publicatie
16-08-2013
Zaaknummer
S 753005-12 PROM
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft een poging tot doodslag gepleegd door, rijdend op de snelweg, een zware wielmoersleutel te gooien naar de bestuurder van de auto naast hem. De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een taakstraf, bestaande uit 140 uren werkstraf.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 287
Wetboek van Strafrecht 45
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJFS 2013/225
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht

Locatie Leeuwarden

parketnummer 17/753005-12

vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 24 januari 2013 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

wonende te [adres 1].

De rechtbank heeft gelet op het ter terechtzitting gehouden onderzoek van 10 januari 2013.

De verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. H. de Jong, advocaat te Burgum.

Tenlastelegging

Aan verdachte is, na wijziging van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 19 maart 2010, op de autosnelweg de A7 ter hoogte van

Drachtstercompagnie, gemeente Smallingerland, ter uitvoering van het door

verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [slachtoffer] van het leven te

beroven, met dat opzet verdachte vanuit zijn motorvoertuig (welke een

snelheid voerde van ongeveer 120 km per uur) een wielmoersleutel in de

richting van het motorvoertuig van die [slachtoffer] heeft gegooid, welke

wielmoersleutel (vervolgens) door de portierruit aan de bestuurderszijde van

het voertuig van die [slachtoffer] is gegaan en/of hierbij langs het hoofd

en/of het lichaam van die [slachtoffer] is gegaan, terwijl de uitvoering van

dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Subsidiair zo het vorenstaande niet mocht leiden tot schuldigverklaring van en

strafoplegging aan verdachte

hij op of omstreeks 19 maart 2010, op de autosnelweg de A7 ter hoogte van

Drachtstercompagnie, gemeente Smallingerland, ter uitvoering van het door

verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd [slachtoffer],

opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet

verdachte vanuit zijn motorvoertuig (welke een snelheid voerde van

ongeveer 120 km per uur) een wielmoersleutel in de richting van het

motorvoertuig van die [slachtoffer] heeft gegooid, welke wielmoersleutel

(vervolgens) door de portierruit aan de bestuurderszijde van het

motorvoertuig van die [slachtoffer] is gegaan en/of hierbij langs het hoofd

en/of het lichaam van die [slachtoffer] is gegaan, terwijl de uitvoering van dat

voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

meer subsidiair zo het vorenstaande niet mocht leiden tot schuldigverklaring van

en strafoplegging aan verdachte

hij op of omstreeks 19 maart 2010, op de autosnelweg de A7 ter hoogte van

Drachtstercompagnie, gemeente Smallingerland, opzettelijk en wederrechtelijk

een autoruit, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan

[slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft

vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt;

en

hij op of omstreeks 19 maart 2010, op de autosnelweg de A7 ter hoogte van

Drachtstercompagnie, gemeente Smallingerland, als bestuurder van een voertuig

(personenauto), daarmee rijdende op de weg, de A7, vanuit zijn auto een

wieldopsleutel uit het raam heeft gegooid, door welke gedraging(en) van

verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt,

en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd;

De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover

daaraan in de Wegenverkeerswet 1994 betekenis is gegeven, geacht in dezelfde

betekenis te zijn gebezigd.

In de tenlastelegging voorkomende schrijffouten of kennelijke misslagen worden verbeterd gelezen. De verdachte is hierdoor niet in zijn belangen geschaad.

Vordering officier van justitie

De officier van justitie heeft ter terechtzitting gevorderd:

  • -

    vrijspraak van het onder 1. primair en 1. subsidiair ten laste gelegde;

  • -

    veroordeling voor het onder 1. meer subsidiair ten laste gelegde;

  • -

    oplegging van een voorwaardelijke werkstraf voor de duur van 100 uren, subsidiair 50 dagen vervangende hechtenis met een proeftijd van een jaar;

  • -

    toewijzing van het materiële deel van de vordering van de benadeelde partij met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel;

  • -

    niet-ontvankelijkverklaring van het immateriële deel van de vordering van de benadeelde partij.

Beoordeling van het bewijs

De raadsman heeft gemotiveerd vrijspraak bepleit ten aanzien van het primair ten laste gelegde feit. Hij heeft daartoe -onder meer- aangevoerd dat verdachte geen opzet had op de dood van aangever.

De rechtbank past de hierna te noemen bewijsmiddelen1 toe die de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden bevatten.

1.

De verklaring van verdachte2, inhoudende:

Op 19 maart 2010 reed ik op de weg van Gorredijk naar Drachten in een Mercedes Vito. Ik heb een wielmoersleutel uit mijn rijdende auto naar een andere rijdende auto gegooid. Ik gooide de wielmoersleutel uit het raam aan de bijrijderskant. Ik zag dat de sleutel door het zijraam van de Renault ging.

2.

De verklaring van aangever [slachtoffer]3, inhoudende:

Ik doe aangifte van een poging tot doodslag of zware mishandeling, gepleegd op 19 maart 2010 tussen 15.50 uur en 16.10 uur op de Rijksweg A7 links ter hoogte van hectometerpaal 166.1 linkerrijbaan, binnen de gemeente Smallingerland. Ik was op weg van mijn werk naar mijn woning in Wolvega. Ik reed op de A7 op de linkerrijbaan van de vierbaansweg, op ongeveer 2 kilometer voor de afslag Leeuwarden in de richting van Heerenveen. Ik reed met een snelheid van ongeveer 100 km. Op de rechterrijbaan reed een lichtblauwe metallic bestelbus, volgens mij een Mercedes Vito bedrijfsbus. De Vito reed daarna door met een snelheid van ongeveer 120 kilometer en is weer op de rechterbaan gekomen. Ik ben toen naar links gegaan en ben toen naast hem gaan rijden en heb nog een keer mijn arm omhoog gedaan op een manier van waar ben je mee bezig. Ik heb niet mijn middelvinger of vuist gebruikt. Ik zag toen dat de bestuurder kwaad was en hij wees naar de kant van de weg. Ik heb hem hierna ingehaald en ben op de rechterrijbaan gaan rijden. Hij haalde mij weer in en ik zag dat de bestuurder iets in zijn hand had van metaal en hij maakte daar hakkende beweging mee. Volgens mij was het raam van de bijrijder toen al open. Ik voelde me toen geïntimideerd en vroeg mezelf af waar het zou eindigen. Ik keek hierna naar de weg en ineens hoorde ik een klap en ik voelde een dreun en het raam van mijn voordeur aan de bestuurderskant lag er uit en ik zag een wielmoersleutel bij mijn handrem liggen. Er lag overal kapot glas in de auto en bovenop mij. Ik voelde glassplinters in mijn nek en hals. Ik voelde mij toen erg bedreigd en wilde niet meer in de buurt van de Vito komen en heb een afstand van ongeveer 100 meter genomen. Ik heb nog wel het [kentekennummer] van de Vito genoteerd. Ik herken de wielmoersleutel die u mij laat zien als de sleutel die in mijn auto is gegooid door de bestuurder van de Vito. Toen ik bij het politiebureau kwam zag ik dat het bestuurdersraam van mijn auto totaal kapot was. Het glas zat overal op mijn broek en op mijn trui. Ook zat het in mijn haar, nek en hals.

3.

De verklaring van [getuige]4, inhoudende:

Op 19 maart 2010, omstreeks 15.30 uur, reed ik als passagier van [verdachte], in zijn Mercedes Vito bedrijfsauto, over de A7, komende uit de richting Groningen en gaande in de richting Drachten. [verdachte] bestuurde de auto. Ik zag dat [verdachte] toen een wielsleutel beetpakte. Deze lag achter hem. Ik zeg dat de Renault weer rechts, dicht naast ons kwam rijden. Ik zag dat [verdachte] toen mijn portierruit opende en de wielsleutel naar de Renault gooide. Ik zag dat de wielsleutel het portierraam van de Renault raakte en dat het glas werd vernield.

4.

De verklaring van [verbalisant]5, inhoudende:

Op 19 maart 2010 heb ik de door [slachtoffer] meegenomen wielmoersleutel in beslaggenomen. Ik zag bij het opmeten van de wielmoersleutel dat deze 30 centimeter lang is. Bij weging zag ik dat de sleutel een gewicht heeft van 450 gram.

De rechtbank overweegt dat voor bewezenverklaring van de primair ten laste gelegde poging tot doodslag vereist is dat het opzet van verdachte was gericht op het teweegbrengen van de dood van het slachtoffer, al dan niet in voorwaardelijke vorm. Er is voorwaardelijk opzet op de dood aanwezig indien de verdachte zich bewust heeft blootgesteld aan de aanmerkelijke kans dat de dood zal intreden. Of de gedraging van verdachte een aanmerkelijke kans op de dood van de ander in het leven roept, hangt af van de omstandigheden van het geval, waarbij betekenis toekomt aan de aard van de gedraging en de omstandigheden waaronder de gedraging is verricht.

Uit de stukken en de door verdachte ter zitting afgelegde verklaring komt naar voren dat verdachte vanuit zijn snel rijdende auto een wielmoersleutel van 30 centimeter lengte en een gewicht van 450 gram heeft gegooid naar de bestuurder van de direct naast hem rijdende auto. De sleutel heeft het raam van het bestuurdersportier gebroken en is terechtgekomen naast de handrem van de auto van aangever. Die auto lag vol glassplinters. Aangever bemerkte enige tijd later pijn aan zijn kin, maar hij weet niet hoe die pijn is veroorzaakt.

De rechtbank acht de kans aanmerkelijk dat de aangever door de wielmoersleutel geraakt zou worden, dan wel dat diens auto zodanig geraakt zou worden dat deze onbestuurbaar werd. De auto van aangever reed immers direct naast die van verdachte, zodat verdachte slechts over zeer korte afstand hoefde te gooien. De wielmoersleutel is zwaar en heeft een klein oppervlak. De wielmoersleutel is dus bij uitstek geschikt om de snelstromende lucht tussen beide auto’s te passeren zonder al te veel richtingverandering, om de ruit van de andere auto te breken en aangever hard te raken. Zelfs indien aangever hierdoor niet gedood of verwond zou worden, is de kans op een ongeval met dodelijke afloop aanmerkelijk wanneer de bestuurder in een snel rijdende auto schrikt door het plotseling versplinteren van de voor- of zijruit. De glassplinters en de wind- en geluidseffecten die dan optreden, leiden de aandacht van een bestuurder bij het verkeer ernstig af. Al deze gevolgen zijn voorspelbaar voor iemand met een rijbewijs en een normaal verkeersinzicht, dus ook voor de verdachte. De rechtbank is dan ook van oordeel dat het handelen van verdachte naar de uiterlijke verschijningsvorm zozeer is gericht op de dood van aangever, dat verdachte zich bewust heeft blootgesteld aan de aanmerkelijke kans dat dat gevolg zou intreden. De rechtbank acht het primair ten laste gelegde feit dan ook bewezen.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht het primair ten laste gelegde bewezen, met dien verstande dat:

hij op 19 maart 2010, op de autosnelweg A7 ter hoogte van Drachtstercompagnie, gemeente Smallingerland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [slachtoffer] van het leven te beroven, met dat opzet vanuit zijn motorvoertuig, rijdend met een snelheid van ongeveer 120 km per uur, een wielmoersleutel in de richting van het motorvoertuig van die [slachtoffer] heeft gegooid, welke wielmoersleutel vervolgens door de portierruit aan de bestuurderszijde van het voertuig van die [slachtoffer] is gegaan en hierbij langs het hoofd en het lichaam van die [slachtoffer] is gegaan, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

De verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde feit levert op het misdrijf:

primair: Poging tot doodslag.

Dit feit is strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

De rechtbank neemt bij de bepaling van de hierna te vermelden strafsoort en strafmaat in aanmerking:

  • -

    de aard en de ernst van het gepleegde feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan;

  • -

    de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken en deze naar voren komt uit het uittreksel uit de justitiële documentatie;

  • -

    de vordering van de officier van justitie;

  • -

    het pleidooi van de raadsman.

Verdachte heeft een poging tot doodslag gepleegd door, rijdend op de snelweg, een zware wielmoersleutel te gooien naar de bestuurder van de auto naast hem. Daarmee is niet alleen de veiligheid van het slachtoffer in groot gevaar gebracht, maar ook de veiligheid van weggebruikers om hen heen. De rechtbank rekent het verdachte aan dat hij zich niet heeft beheerst nadat hij zich had gestoord aan een inhaalmanoeuvre van de aangever. Verdachte heeft de confrontatie met aangever gezocht en uiteindelijk de sleutel gegooid. Daarbij is onbelangrijk of de inhaalmanoeuvre van de aangever al dan niet correct was. In het verkeer wordt elke bestuurder geconfronteerd met verkeersfouten van anderen. Een goede chauffeur anticipeert en vangt die fouten op zonder de situatie te laten escaleren. Gelukkig heeft de handeling van verdachte geen ernstiger gevolg gehad.

Verdachte is eigenaar van een autobedrijf. Ten tijde van het feit was hij onlangs gescheiden, hetgeen hem naar eigen zeggen veel stress opleverde. De rechtbank zal daarmee in de strafmaat geen rekening houden nu een ieder bij tijd en wijle wordt blootgesteld aan stress; een strafmatigend effect heeft dat niet. Uit het strafblad blijkt niet van recente veroordelingen voor soortgelijke feiten. Bij de strafoplegging weegt de rechtbank mee dat het feit oud is. Verdachte heeft sinds 19 maart 2010, derhalve bijna drie jaar, geleefd onder druk van deze vervolging. Niet valt in te zien waarom de zaak niet eerder ter zitting kon worden aangebracht. Normaliter wordt een poging tot doodslag bestraft met een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. In dit geval zal de rechtbank echter een werkstraf opleggen. Omdat de rechtbank een zwaarder feit bewezen acht dan de officier van justitie, zal de werkstraf worden verhoogd tot 140 uren onvoorwaardelijk.

Inbeslaggenomen goederen

De rechtbank acht de inbeslaggenomen wielmoersleutel vatbaar voor verbeurdverklaring nu het feit is begaan met behulp daarvan en deze toebehoort aan verdachte.

Benadeelde partij

[slachtoffer] heeft zich voor de zitting gevoegd als benadeelde partij ter zake van zijn schade als gevolg van het feit.

De rechtbank is van oordeel dat de gestelde materiële schade voldoende aannemelijk is geworden en in zodanig verband staat met het strafbare feit, dat deze aan verdachte kan worden toegerekend. De rechtbank acht dat deel van de vordering, dat niet door de raadsman is weersproken, derhalve gegrond en voor toewijzing vatbaar. De rechtbank acht daarnaast oplegging van de schadevergoedingsmaatregel aangewezen.

De rechtbank is van oordeel dat de gestelde immateriële schade dient te worden afgewezen nu enigermate sprake is van medeschuld van de benadeelde partij.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 45, 22c, 22d, 33, 33a, 36f en 287 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

DE UITSPRAAK VAN DE RECHTBANK LUIDT, RECHTDOENDE:

Verklaart het primair ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar in voege als voormeld en verdachte deswege strafbaar.

Veroordeelt verdachte te dier zake tot:

Een werkstraf, bestaande uit het verrichten van 140 uren onbetaalde arbeid.

Beveelt dat voor het geval de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis voor de duur van 70 dagen zal worden toegepast.

Verklaart verbeurd de inbeslaggenomen wielmoersleutel.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezenverklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer], wonende te [adres 2], toe en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van € 95,69 (zegge: vijfennegentig euro en negenenzestig eurocent).

Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op aan de staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer], te betalen een som geld ten bedrage van € 95,69 (zegge: vijfennegentig euro en negenenzestig eurocent), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 1 dag, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

Bepaalt daarbij dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer], daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en vice versa, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen.

Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] voor het overige af.

Dit vonnis is gewezen door mr. K. Post, voorzitter, mr. P.F.E. Geerlings en mr. M.A.M. Wolters, rechters, bijgestaan door D.P. Postma-Westerhof, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 24 januari 2013.

Mr. Geerlings is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

w.g.

Post

VOOR EENSLUIDEND AFSCHRIFT

Wolters

de griffier van de rechtbank

Postma-Westerhof

te Leeuwarden,

RECHTBANK LEEUWARDEN

Sector Straf

parketnummer 17/753005-12

proces-verbaal van de in het openbaar gehouden terechtzitting van de meervoudige strafkamer in bovengenoemde rechtbank op 10 januari 2013

Tegenwoordig:

mr. K. Post, voorzitter,

mr. P.F.E. Geerlings en mr. M.A.M. Wolters, rechters,

mr. P.F. Hoekstra, officier van justitie en

D.P. Postma-Westerhof, griffier.

De voorzitter doet de zaak tegen na te noemen verdachte uitroepen.

De verdachte, ter terechtzitting aanwezig, antwoordt op de vragen van de voorzitter te zijn genaamd:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

wonende te [adres 1].

Als raadsman van verdachte is ter terechtzitting aanwezig mr. H. de Jong, advocaat te Burgum.

……….

De voorzitter verklaart het onderzoek gesloten en deelt mede, dat volgens de beslissing van de rechtbank de uitspraak zal plaatsvinden ter terechtzitting van 24 januari 2013 te 13:30 uur.

Waarvan proces-verbaal, vastgesteld en ondertekend door de voorzitter en de griffier.

1 De genoemde processen-verbaal zijn in de wettelijke vorm op ambtseed en door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren opgemaakt; de genoemde pagina's bevinden zich in het doorgenummerde proces-verbaal met OPS-dossiernummer 2010026957-1, gesloten op 30 november 2010.

2 De verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 10 januari 2013.

3 Het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer], d.d. 19 maart 2010, pagina 13, 14, 15.

4 Het proces-verbaal van verhoor [getuige], d.d. 19 maart 2010, pagina 21.

5 Het stamproces-verbaal van [verbalisant], d.d. 26 november 2010, pagina 4.