Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2013:1780

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
24-01-2013
Datum publicatie
16-08-2013
Zaaknummer
S 885631-12 PROM
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank veroordeelt verdachte voor diefstal, terwijl nog geen vijf jaren zijn verlopen sedert een eerdere veroordeling tot gevangenisstraf voor een soortgelijk misdrijf in kracht van gewijsde is gegaan, tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 weken.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 310
Wetboek van Strafrecht 43a
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht

Locatie Leeuwarden

parketnummer 17/885631-12

vordering na voorwaardelijke veroordeling parketnummer 17/880303-11

vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 24 januari 2013 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

wonende te [adres],

thans gedetineerd in [naam P.I.].

De rechtbank heeft gelet op het ter terechtzitting gehouden onderzoek van 10 januari 2013.

De verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. E. Albayrak, advocaat te Leeuwarden.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 12 december 2012 te Leeuwarden, (althans) in de gemeente

Leeuwarden, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen

een fust bier (merk Heineken), in elk geval enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan het (winkel)bedrijf Albert Heijn, in elk geval aan een ander

of anderen dan aan verdachte,

zulks terwijl tijdens het plegen van voornoemd misdrijf nog geen vijf jaren

zijn verlopen sedert een veroordeling van verdachte tot gevangenisstraf wegens

een daaraan soortgelijk misdrijf in kracht van gewijsde is gegaan.

In de tenlastelegging voorkomende schrijffouten of kennelijke misslagen worden verbeterd gelezen. De verdachte is hierdoor niet in zijn belangen geschaad.

Vordering officier van justitie

De officier van justitie heeft ter terechtzitting gevorderd:

  • -

    veroordeling voor het ten laste gelegde;

  • -

    oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van twee weken;

  • -

    tenuitvoerlegging van de op 3 april 2012 voorwaardelijke opgelegde gevangenisstraf voor de duur van twee maanden.

Beoordeling van het bewijs

De rechtbank past met betrekking tot het ten laste gelegde feit de volgende bewijsmiddelen toe, met inachtneming van het bepaalde in artikel 359, derde lid, tweede volzin van het Wetboek van Strafvordering:

1.

de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 10 januari 2013;

2.

het in wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal nr. 2012133470, d.d. 12 december 2012, inhoudende de verklaring van [naam].

3.

een schriftelijk stuk, te weten een uittreksel uit de justitiële documentatie d.d. 13 december 2012.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht het ten laste gelegde bewezen, met dien verstande dat:

hij op 12 december 2012 te Leeuwarden, in de gemeente Leeuwarden, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een fust bier merk Heineken, toebehorende aan een ander, zulks terwijl tijdens het plegen van voornoemd misdrijf nog geen vijf jaren zijn verlopen sedert een veroordeling van verdachte tot gevangenisstraf wegens een daaraan soortgelijk misdrijf in kracht van gewijsde is gegaan.

De verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op het misdrijf:

Diefstal, terwijl tijdens het plegen van het misdrijf nog geen vijf jaren zijn verlopen sedert een vroegere veroordeling van de schuldige tot gevangenisstraf wegens een daaraan soortgelijk misdrijf in kracht van gewijsde is gegaan.

Dit feit is strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

De rechtbank neemt bij de bepaling van de hierna te vermelden strafsoort en strafmaat in aanmerking:

  • -

    de aard en de ernst van het gepleegde feit;

  • -

    de omstandigheden waaronder dit is begaan;

  • -

    de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken en deze naar voren komt uit het uittreksel uit de justitiële documentatie en het reclasseringsadvies;

  • -

    de vordering van de officier van justitie;

  • -

    het pleidooi van de raadsman.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan winkeldiefstal waarbij hij een fust bier heeft gestolen. Verdachte is vaker veroordeeld voor vermogensfeiten en liep, toen hij de thans bewezen verklaarde diefstal pleegde, in een proeftijd. Verder werden er eerder veroordelingen uitgesproken voor feiten waarbij verdachte, toen hij ze pleegde, in een proeftijd liep. Het heeft er dan ook alle schijn van dat verdachte niet leert van eerdere veroordelingen. Verdachte heeft tijdens de behandeling van zijn zaak erkend veel te drinken en een probleem te hebben met het in bedwang houden van zijn impulsen. Al met al is er in de visie van de rechtbank sprake van een verontrustende ontwikkeling.

De rechtbank ziet thans geen andere mogelijkheid dan verdachte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen en de eerder voorwaardelijk opgelegde vrijheidsstraf ten uitvoer te leggen.

De rechtbank hoopt dat verdachte, zoals hij ter zitting heeft toegezegd, gaat werken aan zichzelf en verdere herhaling van strafbare feiten weet te voorkomen.

Vordering na voorwaardelijke veroordeling

Bij onherroepelijk geworden vonnis van 3 april 2012, gewezen door de meervoudige strafkamer van de rechtbank te Leeuwarden, is de verdachte veroordeeld tot

-voor zover hier van belang- een gevangenisstraf voor de duur van twee maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren. De proeftijd is ingegaan op 18 april 2012. Bij vordering d.d. 19 december 2012 heeft de officier van justitie de tenuitvoerlegging gevorderd van de bij voormeld vonnis voorwaardelijk opgelegde straf.

Het hiervoor bewezenverklaarde feit is door verdachte begaan voor het einde van de bij voormeld vonnis gestelde proeftijd. De rechtbank zal op grond daarvan de tenuitvoerlegging gelasten van de aan verdachte bij voornoemd vonnis van 3 april 2012 voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 14g, 43a en 310 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

DE UITSPRAAK VAN DE RECHTBANK LUIDT, RECHTDOENDE:

Verklaart het ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar in voege als voormeld en verdachte deswege strafbaar.

Veroordeelt verdachte te dier zake tot:

Een gevangenisstraf voor de duur van twee weken.

Beveelt, dat de tijd door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en/of voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezenverklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Beslissing op de vordering na voorwaardelijke veroordeling onder parketnummer

17/880303-11:

Gelast de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de meervoudige strafkamer te Leeuwarden d.d. 3 april 2012, te weten: een gevangenisstraf voor de duur van twee maanden.

Dit vonnis is gewezen door mr. K. Post, voorzitter, mr. P.F.E. Geerlings en mr. M.A.M. Wolters, rechters, bijgestaan door D.P. Postma-Westerhof, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 24 januari 2013.

w.g.

Post

VOOR EENSLUIDEND AFSCHRIFT

Geerlings

de griffier van de rechtbank

Wolters

te Leeuwarden,

Postma-Westerhof

RECHTBANK LEEUWARDEN

Sector Straf

parketnummer 17/885631-12

vordering na voorwaardelijke veroordeling parketnummer 17/880303-11

proces-verbaal van de in het openbaar gehouden terechtzitting van de meervoudige strafkamer in bovengenoemde rechtbank op 10 januari 2013

Tegenwoordig:

mr. K. Post, voorzitter,

mr. P.F.E. Geerlings en mr. M.A.M. Wolters, rechters,

mr. H.J. Mous, officier van justitie en

D.P. Postma-Westerhof, griffier.

De voorzitter doet de zaak tegen na te noemen verdachte uitroepen.

De voorzitter belast de jongste rechter met de leiding van het onderzoek.

De verdachte, ter terechtzitting aanwezig, antwoordt op de vragen van de jongste rechter te zijn genaamd:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

wonende te [adres],

thans gedetineerd in [naam P.I.].

Als raadsman van verdachte is ter terechtzitting aanwezig mr. E. Albayrak, advocaat te Leeuwarden.

……….

De jongste rechter verklaart het onderzoek gesloten en deelt mede, dat volgens de beslissing van de rechtbank de uitspraak zal plaatsvinden ter terechtzitting van 24 januari 2013 te 13:30 uur.

Verdachte doet afstand van zijn recht bij de uitspraak van het vonnis aanwezig te zijn.

Waarvan proces-verbaal, vastgesteld en ondertekend door de voorzitter en de griffier.