Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2013:1692

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
29-01-2013
Datum publicatie
24-07-2013
Zaaknummer
19.830289-12 promis
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank veroordeelt verdachte voor diefstal en legt op de maatregel tot plaatsing van verdachte in een inrichting voor stelselmatige daders (ISD) voor de duur van twee jaren.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 38m
Wetboek van Strafrecht 38n
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht

Locatie Assen

Parketnummers: 19.830289-12 en 19.830016-12 (vordering na vw. veroordeling)

vonnis van de Meervoudige kamer d.d. 29 januari 2013 in de zaak van het openbaar ministerie tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

wonende te [woonplaats],

verblijvende in P.I. [naam P.I.].

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgehad op 15 januari 2013.

De verdachte is verschenen en werd bijgestaan door mr. W.A. Velema, advocaat te Assen.

Tenlastelegging

De verdachte is bij dagvaarding tenlastegelegd, dat

hij op of omstreeks 12 oktober 2012 te Assen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een blik bier en/of een fles wijn en/of kaas en/of worst, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan supermarkt [naam supermarkt], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte.

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie, mr. B.D. van der Burg, acht hetgeen aan de verdachte is tenlastegelegd wettig en over bewezen en vordert dat de rechtbank verdachte zal plaatsen in een inrichting voor stelselmatige daders voor de duur van 2 jaren;

Verder vordert de officier van justitie de tenuitvoerlegging van 4 maanden gevangenisstraf voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de politierechter te Assen van 13 april 2012.

Bewijsmiddelen

Nu verdachte, hetgeen de rechtbank bewezen zal verklaren, heeft bekend en nadien niet anders heeft verklaard en hij noch zijn raadsman vrijspraak heeft bepleit zal de rechtbank ten aanzien van dit feit volstaan met een opgave van bewijsmiddelen.

De rechtbank hanteert voor het bewijs de navolgende bewijsmiddelen:

1.

de bekennende verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 15 januari 2013.

2.

het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van politie Drenthe, district Noord, Basiseenheid Assen, registratienummer PL031V 2012072798, met bijlagen, d.d. 14 oktober 2012, onder meer inhoudende:

- het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van aangifte van politie Drenthe, district Noord, Basiseenheid Assen, proces-verbaalnummer PL031V 2012072798-1 d.d. 13 oktober 2012, houdende de verklaring c.q. aangifte van [aangever], wonende te [woonplaats 2], namens [naam supermarkt], [adres supermarkt] te Assen (pagina’s 12 t/m 14);

- het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor van politie Drenthe, district Noord, Basiseenheid Assen, proces-verbaalnummer PL031V 2012072798-6 d.d. 13 oktober 2012, houdende de verklaring van de getuige [getuige 1] (pagina’s 15 en 16);

- het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor van politie Drenthe, district Noord, Basiseenheid Assen, proces-verbaalnummer PL031V 2012072798-7 d.d. 13 oktober 2012, houdende de verklaring van de getuige [getuige 2] (pagina’s 17 en 18);

- het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor van politie Drenthe, district Noord, Basiseenheid Assen, proces-verbaalnummer PL031V 2012072798-8 d.d. 13 oktober 2012, houdende de verklaring van de verdachte (pagina’s 19 t/m 22);

Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig bewezen en zij heeft de overtuiging verkregen dat de verdachte het hem onder tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 12 oktober 2012 te Assen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een blik bier en een fles wijn en kaas en worst, toebehorende aan supermarkt [naam supermarkt].

De in de bewijsmiddelen genoemde feiten en omstandigheden zijn redengevend voor de bewezenverklaring.

De verdachte zal van het meer of anders tenlastegelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Kwalificatie

Het bewezen verklaarde levert op:

Diefstal,

strafbaar gesteld bij artikel 310 van het Wetboek van Strafrecht.

Strafbaarheid

De rechtbank acht de verdachte strafbaar, omdat geen strafuitsluitingsgronden aanwezig worden geacht.

Motivering maatregel plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte de maatregel van plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders (ISD-maatregel) zal worden opgelegd voor de duur van twee jaren.

De rechtbank heeft acht geslagen op het rapport van de Verslavingszorg Noord Nederland d.d. 19 november 2012. Uit de inhoud van genoemd rapport, alsmede de overige gedingstukken blijkt dat verdachte voldoet aan de voorwaarden die artikel 38m van het Wetboek van Strafrecht aan het opleggen van de ISD-maatregel stelt.

Gebleken is dat verdachte niet ontvankelijk is voor reclasseringscontacten en dat hij veelvuldig recidiveert.

De rechtbank is, gelet hierop, van oordeel dat de veiligheid van goederen het opleggen van de maatregel eist. Zij zal daarom de officier van justitie in haar eis volgen.

De rechtbank zal de raadsman niet volgen in zijn voorstel om de ISD-maatregel voorwaardelijk op te leggen met onder meer als bijzondere voorwaarde dat verdachte zich klinisch doet opnemen, omdat dit naar haar oordeel een te vrijblijvend karakter zal hebben voor de verdachte die gebaat zal zijn bij een strak gestructureerde behandeling.

Om de beëindiging van de recidive van verdachte en het leveren van een bijdrage aan de oplossing van zijn problematiek alle kansen te geven en voorts ter optimale beveiliging van de maatschappij, is het van groot belang dat voldoende tijd wordt genomen om de ISD-maatregel ten uitvoer te leggen. Daarom zal de rechtbank de maatregel voor de maximale termijn van twee jaren opleggen. De rechtbank zal op grond van bovenstaande overwegingen geen gebruik maken van haar bevoegdheid om bij het bepalen van de duur van de ISD-maatregel rekening te houden met de tijd die door verdachte in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht.

Vordering tenuitvoerlegging na voorwaardelijke veroordeling onder parketnummer 19.830016-12

De rechtbank zal de vordering van de officier van justitie afwijzen omdat het wenselijk is dat de plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders zo spoedig mogelijk kan plaatsvinden. De rechtbank zal echter wel de proeftijd verbonden aan de voorwaardelijke veroordeling van de politierechter in deze rechtbank van 13 april 2012 verlengen met 1 jaar.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft mede gelet op de artikelen 14g, 14h, 14i, 14j, 38m en 38n van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing van de rechtbank

De rechtbank verklaart bewezen dat tenlastegelegde, zoals hierboven is omschreven, door de verdachte is begaan, stelt vast dat het aldus bewezen verklaarde oplevert het strafbare feit zoals hierboven is vermeld en verklaart de verdachte deswege strafbaar.

De rechtbank verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

De rechtbank legt op de maatregel tot plaatsing van verdachte in een inrichting voor stelselmatige daders voor de duur van twee jaren.

Beslissing op de vordering na voorwaardelijke veroordeling onder parketnummer 19/830016-12:

De rechtbank wijst de vordering van de officier van justitie af.

De rechtbank verlengt de proeftijd verbonden aan de voorwaardelijke veroordeling van de politierechter in deze rechtbank van 13 april 2012 met 1 jaar.

Dit vonnis is gewezen door mr. O.J. Bosker, voorzitter, mr. M.A.A. van Capelle en

mr. S. Zwerwer, rechters, in tegenwoordigheid van J. Bos, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de rechtbank op 29 januari 2013.