Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2013:1430

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
22-01-2013
Datum publicatie
16-08-2013
Zaaknummer
S 885546-11 VEV
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank veroordeelt verdachte voor de handel in harddrugs (speed) en het voorhanden hebben van meerdere wapens tot een taakstraf, bestaande uit 240 uren werkstraf en een gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden voorwaardelijk.

Wetsverwijzingen
Opiumwet 2
Wet wapens en munitie 13
Wet wapens en munitie 26
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht

Locatie Leeuwarden

parketnummer 17/885546-11

verkort vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 22 januari 2013 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

wonende te [adres].

De rechtbank heeft gelet op het ter terechtzitting gehouden onderzoek van 8 januari 2013.

De verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. A. Hertogs, advocaat te Leeuwarden.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

verdachte op verschillende tijdstippen, althans enig tijdstip, in of omstreeks de periode van 1 mei 2010 tot en met 31 december 2010, te Drachten, (althans) in de gemeente Smallingerland, meermalen, in elk geval eenmaal, al dan niet tezamen en in vereniging met een ander of anderen, in elk geval alleen, (telkens) opzettelijk heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad, een

hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende amfetamine (speed), zijnde amfetamine een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

(artikel 2 sub B en/of C Opiumwet jo. art. 47 Wetboek van Strafrecht)

2.

verdachte op of omstreeks 1 november 2011, te Drachten, (althans) in de gemeente Smallingerland, een of meer wapens van categorie III, te weten :

een pistool (van het merk EKOL Tuna, kaliber 6.35 mm (voor ombouw : 8 mm

knal) en/of

een semi automatisch gaspistool (van het merk Röhm, model RG 96, kaliber 9

mm knal- en gaspatronen) en/of

een gasrevolver (van het merk Umarex, model Python, kaliber .380 knal)

en/of munitie van categorie III, te weten :

een centraalvuur knalpatroon (van het merk Fiocchi, kaliber 9 mm knal(pistool)) en/of

een drietal, althans een of meer centraalvuur knalpatronen (van het merk RWS, kaliber .380 knal (revolver)) en/of

een tiental, althans een of meer, signaalsterren (van het merk Depyfag), voorhanden heeft gehad;

(art. 26, lid 1 jo. art. 55 Wet wapens en munitie)

de in deze tenlastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voor zover

daaraan in de Wet wapens en munitie betekenis is gegeven, geacht in dezelfde

betekenis te zijn gebezigd;

3.

verdachte op of omstreeks 1 november 2011, te Drachten, (althans) in de gemeente Smallingerland een wapen van categorie II onder 5°, te weten

een voorwerp waarmee door een elektrische stroomstoot personen weerloos kunnen worden gemaakt of pijn kan worden toegebracht, en/of

een busje met pepperspray (van het merk KKS), zijnde een voorwerp bestemd voor het treffen van personen met (een) giftige en/of verstikkende en/of weerloosmakende en/of traanverwekkende stof(fen) van de categorie II, onder 6°, voorhanden heeft gehad;

(art. 26, lid 1, jo. art. 55 Wet wapens en munitie)

de in deze tenlastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voor zover

daaraan in de Wet wapens en munitie betekenis is gegeven, geacht in dezelfde

betekenis te zijn gebezigd;

4.

verdachte op of omstreeks 1 november 2011, te Drachten, (althans) in de gemeente Smallingerland een of meer wapens van categorie I, onder 3e, te weten

een boksbeugel en/of

een ploertendoder, en/of

een wapen van categorie I, onder 7°, te weten

een gasdrukpistool (van het merk GAMO, model PT80, kaliber 4,5 mm), zijnde (een) voorwerp(en) die voor wat betreft zijn vorm en afmetingen een sprekende gelijkenis vertoonde(n) met (een) vuurwapen(s), voorhanden heeft gehad;

(art. 13, lid 1, jo. art. 55 Wet wapens en munitie)

de in deze tenlastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voor zover

daaraan in de Wet wapens en munitie betekenis is gegeven, geacht in dezelfde

betekenis te zijn gebezigd.

In de tenlastelegging voorkomende schrijffouten of kennelijke misslagen worden verbeterd gelezen. De verdachte is hierdoor niet in zijn belangen geschaad.

Vordering officier van justitie

De officier van justitie heeft ter terechtzitting gevorderd:

  • -

    veroordeling voor het onder 1 tot en met 4 ten laste gelegde;

  • -

    oplegging van een werkstraf voor de duur van 160 uren, subsidiair 80 dagen vervangende hechtenis;

  • -

    oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van drie maanden geheel voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren.

Beoordeling van het bewijs

De raadsvrouwe heeft bepleit dat verdachte zal worden vrijgesproken van het onder 1 ten laste gelegde nu zich in het dossier geen resultaten van enig onderzoek bevinden waaruit blijkt dat de verhandelde stof amfetamine is.

De rechtbank overweegt dat de Hoge Raad bij arrest van 5 juni 2007 (NJ 2007, 340) heeft geoordeeld dat het ontbreken van (forensisch) onderzoek naar de samenstelling van de in de tenlastelegging genoemde middelen de bewezenverklaring niet in de weg hoeft te staan. Ook uit andere omstandigheden of gedragingen kan de bewezenverklaring worden afgeleid.

De rechtbank overweegt dat verdachte ter terechtzitting heeft erkend dat hij heeft gehandeld in speed. Daarnaast hebben diverse (mede)verdachten en getuigen, waaronder zijn belangrijkste afnemer [naam], bij de politie verklaard over de kwaliteit en de werking van de door verdachte geleverde drugs, die zij aanduiden als 'speed'. Hun kennelijke tevredenheid over de kwaliteit van de drugs blijkt ook uit het feit dat zij bleven afnemen en bereid waren de gebruikelijke prijs te betalen. Hieruit leidt de rechtbank af dat het in de tenlastelegging genoemde middel speed ofwel amfetamine betreft.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht het onder 1 tot en met 4 ten laste gelegde bewezen, met dien verstande dat:

1.

verdachte op verschillende tijdstippen in de periode van 1 mei 2010 tot en met 31 december 2010 te Drachten, in de gemeente Smallingerland, meermalen, telkens opzettelijk heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine (speed), zijnde amfetamine een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;

2.

verdachte op 1 november 2011 te Drachten, in de gemeente Smallingerland, meer wapens van categorie III, te weten :

een pistool (van het merk EKOL Tuna, kaliber 6.35 mm (voor ombouw : 8 mm

knal) en

een semi automatisch gaspistool (van het merk Röhm, model RG 96, kaliber 9

mm knal- en gaspatronen) en

een gasrevolver (van het merk Umarex, model Python, kaliber .380 knal)

en munitie van categorie III, te weten :

een centraalvuur knalpatroon (van het merk Fiocchi, kaliber 9 mm knal(pistool)) en

een drietal centraalvuur knalpatronen (van het merk RWS, kaliber .380 knal (revolver)) en

een tiental signaalsterren (van het merk Depyfag),

voorhanden heeft gehad;

3.

verdachte op 1 november 2011 te Drachten, in de gemeente Smallingerland, een wapen van categorie II onder 5°, te weten

een voorwerp waarmee door een elektrische stroomstoot personen weerloos kunnen worden gemaakt of pijn kan worden toegebracht, en

een busje met pepperspray (van het merk KKS), zijnde een voorwerp bestemd voor het treffen van personen met (een) giftige en/of verstikkende en/of weerloosmakende en/of traanverwekkende stof(fen) van de categorie II, onder 2°,

voorhanden heeft gehad;

4.

verdachte op 1 november 2011 te Drachten, in de gemeente Smallingerland, wapens van categorie I, onder 3°, te weten

een boksbeugel en

een ploertendoder en

een wapen van categorie I, onder 7°, te weten

een gasdrukpistool (van het merk GAMO, model PT80, kaliber 4,5 mm), zijnde een voorwerp dat voor wat betreft zijn vorm en afmetingen een sprekende gelijkenis vertoonde met een vuurwapen, voorhanden heeft gehad.

De verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op de misdrijven:

1.

ten aanzien van verkopen en afleveren: de voortgezette handeling van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2, onder B, van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd;

ten aanzien van verstrekken en vervoeren: opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2, onder B, van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd;

2.

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III, meermalen gepleegd;

3.

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, begaan met betrekking tot een voorwerp van categorie II, meermalen gepleegd;

4.

handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, meermalen gepleegd.

Deze feiten zijn strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

De rechtbank neemt bij de bepaling van de hierna te vermelden strafsoort en strafmaat in aanmerking:

  • -

    de aard en de ernst van de gepleegde feiten;

  • -

    de omstandigheden waaronder deze zijn begaan;

  • -

    de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken en deze naar voren komt uit het uittreksel uit de justitiële documentatie en het reclasseringsadvies;

  • -

    het bepaalde in artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht;

  • -

    de vordering van de officier van justitie;

  • -

    het pleidooi van de raadsvrouwe.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan handel in harddrugs en illegaal wapenbezit.

Hij heeft in 2010 gedurende acht maanden speed verkocht en verstrekt aan met name mensen uit zijn vriendenkring. In 2011 heeft hij bovendien een achttal wapens, waaronder een vuurwapen, en munitie in bezit gehad. De rechtbank rekent verdachte deze feiten zwaar aan. Het is algemeen bekend dat het gebruik van speed verslavend is en kwalijke gevolgen met zich brengt voor zowel gebruikers als de maatschappij. Het ongecontroleerd bezit van (vuur)wapens en munitie vormt een groot gevaar voor de samenleving.



Verdachte is niet eerder veroordeeld voor overtredingen van de Opiumwet, maar heeft wel eerder een strafbeschikking gekregen voor een overtreding van de Wet wapens en munitie. Die strafbeschikking is evenwel gegeven nadat onderhavige feiten zijn gepleegd.
Volgens de reclassering heeft verdachte de afgelopen twee jaar een positieve ontwikkeling doorgemaakt, waarbij hij zich nu inzet voor zijn studie, stage en bijbaan en goed overwogen keuzes lijkt te maken. Gelet daarop schat de reclassering de kans op recidive laag in. De reclassering adviseert verdachte een werkstraf en een voorwaardelijke straf op te leggen.

Indien enkel gelet zou worden op de landelijke oriëntatiepunten voor straftoemeting zou voor de onderhavige feiten een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van meerdere maanden in de rede liggen. Gezien de omstandigheid dat verdachte uit eigen beweging (onder druk van zijn ouders) met de drugshandel is gestopt en zijn leven sindsdien een positieve wending heeft gegeven, ziet de rechtbank - evenals de officier van justitie - aanleiding ten gunste van verdachte af te wijken van de oriëntatiepunten en verdachte een werkstraf op te leggen. Gezien de aard en ernst van de feiten is een werkstraf voor de maximale duur passend en geboden. De rechtbank acht het daarnaast van belang dat aan verdachte een voorwaardelijke gevangenisstraf wordt opgelegd om verdachte ervan te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen en de ernst van de gepleegde feiten te onderstrepen.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 56, 57 en 63 van het Wetboek van Strafrecht, de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet en de artikelen 13, 26 en 55 van de Wet Wapens en Munitie zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

DE UITSPRAAK VAN DE RECHTBANK LUIDT, RECHTDOENDE:

Verklaart het onder 1 tot en met 4 ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar in voege als voormeld en verdachte deswege strafbaar.

Veroordeelt verdachte te dier zake tot:

Een taakstraf, bestaande uit het verrichten van 240 uren onbetaalde arbeid.

Beveelt dat voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis voor de duur van 120 dagen zal worden toegepast.

Een gevangenisstraf voor de duur van drie maanden.

Bepaalt dat deze gevangenisstraf niet zal worden tenuitvoergelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond, dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd, welke hierbij wordt vastgesteld op twee jaren, aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Beveelt dat de tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en/of voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde werkstraf geheel in mindering zal worden gebracht naar de maatstaf van 2 uren per dag inverzekeringstelling/voorlopige hechtenis.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezenverklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Dit vonnis is gewezen door mr. M. Brinksma, voorzitter, mr. M. Haisma en mr. H.H.J. Harmeijer, rechters, bijgestaan door mr. C.V. van Overbeeke, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 22 januari 2013.

Mr. Harmeijer is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

w.g.

Brinksma

VOOR EENSLUIDEND AFSCHRIFT

Haisma

de griffier van de rechtbank

Van Overbeeke

te Leeuwarden,

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht

Locatie Leeuwarden

parketnummer 17/885546-11

proces-verbaal van de in het openbaar gehouden terechtzitting van de meervoudige strafkamer in bovengenoemde rechtbank op 8 januari 2013

Tegenwoordig:

mr. M. Brinksma, voorzitter,

mr. M. Haisma en mr. H.H.J. Harmeijer, rechters,

mr. S.T. Kooistra, officier van justitie en

mr. C.V. van Overbeeke, griffier.

De voorzitter doet de zaak tegen na te noemen verdachte uitroepen.

De voorzitter belast de jongste rechter met de leiding van het onderzoek.

De verdachte, ter terechtzitting aanwezig, antwoordt op de vragen van de jongste rechter te zijn genaamd:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

wonende te [adres].

Als raadsman van verdachte is ter terechtzitting aanwezig mr. A. Hertogs, advocaat te Leeuwarden.

De officier van justitie deelt mede voornemens te zijn een vordering ex artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht aanhangig te maken.

--------------------------

De jongste rechter verklaart het onderzoek gesloten en deelt mede, dat volgens de beslissing van de rechtbank de uitspraak zal plaatsvinden ter terechtzitting van 22 januari 2013 te 13:30 uur.

Waarvan proces-verbaal, vastgesteld en ondertekend door de voorzitter en de griffier.