Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2022:8381

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
10-08-2022
Datum publicatie
22-09-2022
Zaaknummer
C/15/319033 / HA ZA 21-418
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Inhoudsindicatie

Partijen hebben in het verleden met elkaar samengewerkt in het kader van de verkoop van energiecontracten. De samenwerking is begin 2021 geëindigd. In juli 2021 heeft eiseres per abuis een betaling verricht aan gedaagde 1 en zij vordert terugbetaling daarvan. Gedaagden betwisten dat sprake is van een vergissing en stellen dat zij een tegenvordering hebben op eiseres op grond van onrechtmatige daad. Volgens gedaagden heeft eiseres gebruikt gemaakt van de licentie van gedaagde 1, althans het gebruik van de licentie door een derde gefaciliteerd, zonder een vergoeding te betalen aan gedaagden.

De rechtbank wijst de vordering van eiseres tegen gedaagde 1 toe, omdat sprake is van onverschuldigde betaling. Ook de vordering van eiseres tegen de bestuurder van gedaagde 1 (gedaagde 2) is toewijsbaar, omdat de bestuurder in de partnerovereenkomst met eiseres hoofdelijke aansprakelijkheid heeft aanvaard. De tegenvordering van gedaagden op eiseres wordt afgewezen, want in deze procedure niet is gebleken van onrechtmatig handelen van eiseres.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

Zittingsplaats Haarlem

zaaknummer / rolnummer: C/15/319033 / HA ZA 21-418

Vonnis van 10 augustus 2022 (bij vervroeging)

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

PROVIDERADVISEUR B.V.,

gevestigd te Baarn,

eiseres in conventie, verweerster in reconventie,

advocaat: mr. W.T. Broer te Utrecht,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

MULTI DRIVE SOLUTIONS B.V.,

gevestigd te Purmerend,

2. [gedaagde],

wonende te [plaats],

gedaagden in conventie, eiseressen in reconventie,

advocaat: mr. S.K. Tuithof te Haarlem.

Partijen zullen hierna ProviderAdviseur, MDS en [gedaagde] genoemd worden. MDS en [gedaagde] worden samen aangeduid als MDS c.s.

De zaak in het kort

ProviderAdviseur en MDS hebben in het verleden met elkaar samengewerkt in het kader van de verkoop van energiecontracten. De samenwerking is begin 2021 geëindigd. In juli 2021 heeft ProviderAdviseur per abuis een betaling verricht aan MDS en zij vordert terugbetaling daarvan. MDS betwist dat sprake is van een vergissing en stelt dat zij een tegenvordering heeft op ProviderAdviseur op grond van onrechtmatige daad. Volgens MDS heeft ProviderAdviseur gebruikt gemaakt van de licentie van MDS, althans het gebruik van de licentie door een derde gefaciliteerd, zonder een vergoeding te betalen aan MDS.

De rechtbank wijst de vordering van ProviderAdviseur tegen MDS toe, omdat sprake is van onverschuldigde betaling. Ook de vordering van ProviderAdviseur tegen de bestuurder van MDS, [gedaagde], is toewijsbaar, omdat zij in de partnerovereenkomst met ProviderAdviseur hoofdelijke aansprakelijkheid heeft aanvaard. De tegenvordering van MDS op ProviderAdviseur wordt afgewezen, want in deze procedure niet is gebleken dat ProviderAdviseur onrechtmatig heeft gehandeld tegenover MDS.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het vonnis in incident van 22 december 2021 en de daarin genoemde stukken;

  • -

    het vonnis van 5 januari 2022, waarbij een mondelinge behandeling is gelast;

  • -

    de conclusie van antwoord (in reconventie) met productie 13 van de zijde van ProviderAdviseur;

  • -

    de door MDS c.s. in het geding gebrachte aanvullende producties 15 en 16;

  • -

    de door ProviderAdviseur in het geding gebrachte aanvullende productie 14;

  • -

    de mondelinge behandeling van 15 juli 2022, waarbij door MDS pleitaantekeningen zijn overgelegd.

1.2.

Ten slotte is een datum voor vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

ProviderAdviseur exploiteert een onderneming die zich richt op de advisering en de bemiddeling bij de verkoop van diensten met betrekking tot telecommunicatie en energie.

2.2.

MDS exploiteerde een onderneming die zich onder meer richt op de verkoop en het bemiddelen bij de totstandkoming van energiecontracten. [gedaagde] is de bestuurder van MDS.

2.3.

ProviderAdviseur en MDS beschikten beide over een zogenaamde CIRE-licentie. CIRE is een register waarin wederverkopers van energiecontracten zich registreren.

2.4.

ProviderAdviseur sluit contracten met energieleveranciers op basis waarvan ProviderAdviseur producten mag opnemen in haar productportfolio. Zij heeft een digitaal verkoopplatform dat door bij haar aangesloten wederverkopers (resellers) kan worden gebruikt om producten uit het portfolio aan te bieden aan afnemers en om orders in te dienen bij energieleveranciers.

2.5.

Tussen partijen is op 1 november 2019 een partnerovereenkomst gesloten op grond waarvan MDS als reseller gebruik kon maken van het platform van ProviderAdviseur. In de partnerovereenkomst is bepaald dat ProviderAdviseur aan MDS een vergoeding zal uitkeren per afgesloten order. De betaling door ProviderAdviseur vond plaats door middel van een wekelijks voorschot, gevolgd door een definitieve afrekening. De partnerovereenkomst is namens MDS ondertekend door [gedaagde] “zowel handelend in hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordiger van Reseller, als in persoon als bedoeld in artikel 8.9” (bedoeld zal zijn: artikel 8.7). In artikel 8.7 van de partnerovereenkomst is het volgende bepaald:

De natuurlijke persoon die deze Overeenkomst namens de Reseller ondertekent, verklaart door ondertekening van deze Overeenkomst dat Reseller deze Overeenkomst zal nakomen, waaronder in het bijzonder de verplichtingen tot het terugbetalen van eventuele door ProviderAdviseur teveel betaalde bedragen. Als gevolg van deze verklaring worden Reseller en de natuurlijk persoon die deze overeenkomst namens Reseller ondertekent, hoofdelijk aansprakelijk voor de nakoming van deze overeenkomst

2.6.

MDS gebruikte voor haar verkoopactiviteiten een buitenlands callcenter van de heer [betrokkene].

2.7.

MDS heeft op 5 januari 2021 haar laatste order ingediend op het platform van ProviderAdviseur.

2.8.

Op enig moment is ook Yale Adviseur bij ProviderAdviseur aangesloten als reseller. Yale Adviseur is opgericht op 17 februari 2021. Zij heeft gebruik gemaakt van hetzelfde callcenter als MDS.

2.9.

Vanaf 7 maart 2021 beschikt MDS niet langer over een CIRE-licentie.

2.10.

Op 15 maart 2021 heeft [gedaagde] ProviderAdviseur als volgt bericht:

Bij deze willen wij u laten weten dat de samenwerking is stop gezet per eind januari 2021.

Dit zijn de orders van Multi Drive Solutions bv, Consumenten Saver en Uw regio adviseur.

Deze mogen vanaf 01-02-2021 niet meer worden verwerkt.”

2.11.

ProviderAdviseur heeft op 8 juli 2021 een betaling verricht aan MDS van € 31.387,79, met omschrijving “fact: 20202802”.

2.12.

Onder meer op 9 juli 2021 heeft ProviderAdviseur aan MDS verzocht het betaalde bedrag terug te betalen. MDS heeft daaraan niet voldaan.

2.13.

ProviderAdviseur heeft op 16 juli 2021 ten laste van MDS conservatoir derdenbeslag gelegd onder ABN AMRO N.V.

3 Het geschil

in conventie

3.1.

ProviderAdviseur vordert samengevat - dat de rechtbank bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, MDS veroordeelt tot betaling aan ProviderAdviseur van:

  1. een bedrag van € 31.387,79, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 8 juli 2021;

  2. de buitengerechtelijke kosten van € 1.088,88, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag der dagvaarding;

  3. de beslagkosten van € 1.668,52, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag der beslaglegging, dan wel de dag der dagvaarding;

  4. de proceskosten, bestaande uit het griffierecht en de volledige gemaakte advocaatkosten, althans het liquidatietarief, en de verschotten, te vermeerderen met de wettelijke rente en de nakosten;

en daarnaast voorwaardelijk:

5. [gedaagde] veroordeelt tot betaling van al hetgeen waartoe MDS wordt veroordeeld, onder de voorwaarde dat MDS niet, althans niet volledig, binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis aan haar betalingsverplichtingen jegens ProviderAdviseur heeft voldoen.

3.2.

Aan haar vorderingen legt ProviderAdviseur ten grondslag dat zij het bedrag van € 31.387,79 onverschuldigd aan MDS heeft betaald, zodat het bedrag moet worden terugbetaald. Subsidiair is volgens ProviderAdviseur sprake van ongerechtvaardigde verrijking. Ook moet MDS de buitengerechtelijke kosten, beslagkosten, wettelijke rente en integrale advocaatkosten aan ProviderAdviseur vergoeden, aldus ProviderAdviseur. Daarnaast stelt ProviderAdviseur dat ook [gedaagde] aansprakelijk is voor de terugbetaling van het onverschuldigd betaalde bedrag (met rente en kosten), op grond van onrechtmatige daad, dan wel op grond van art. 8.7 van de partnerovereenkomst.

3.3.

MDS voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

in reconventie

3.4.

MDS c.s. vorderen samengevat - dat de rechtbank bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, ProviderAdviseur veroordeelt tot betaling van € 700.000,- aan MDS, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente vanaf 27 oktober 2021, met veroordeling van ProviderAdviseur in de kosten van de procedure en de nakosten.

3.5.

MDS c.s. leggen aan de vordering ten grondslag dat ProviderAdviseur tegenover hen onrechtmatig heeft gehandeld, doordat zij zonder toestemming van MDS gebruik heeft gemaakt van de CIRE-licentie van MDS, althans heeft gefaciliteerd dat Yale Adviseur gebruik heeft gemaakt van de licentie van MDS, zonder daarvoor aan MDS een vergoeding te betalen. Daarom is ProviderAdviseur aan MDS een bedrag verschuldigd van € 700.000 aan gemiste omzet, aldus nog steeds het betoog van MDS c.s.

3.6.

ProviderAdviseur voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

in conventie

Onverschuldigde betaling

4.1.

In conventie ligt in de eerste plaats de vraag voor of het bedrag van € 31.387,79 op 8 juli 2021 onverschuldigd aan MDS is betaald. De rechtbank beantwoordt die vraag bevestigend en licht dit oordeel als volgt toe.

4.2.

ProviderAdviseur heeft aangevoerd dat Kasimoglu voorheen in haar (betaal)systeem stond geregistreerd als contactpersoon van MDS en nu als contactpersoon van Yale Adviseur. Als gevolg hiervan heeft de boekhouder van een vergissing gemaakt en een bedrag van € 31.387,79 dat bestemd was voor Yale Adviseur betaald aan MDS.

4.3.

MDS betwist dat sprake is geweest van een vergissing en betoogt dat ProviderAdviseur een factuur van Yale Adviseur had moeten overleggen, waaruit blijkt dat de betaling van € 31.387,79 bestemd was voor Yale Adviseur, en had moeten toelichten welke werkzaamheden Yale Adviseur voor ProviderAdviseur heeft verricht. Omdat ProviderAdviseur dat niet heeft gedaan, heeft ProviderAdviseur volgens MDS onvoldoende onderbouwd dat sprake is van onverschuldigde betaling.

4.4.

Hierin krijgt MDS geen gelijk. Voor een geslaagd beroep op onverschuldigde betaling is niet noodzakelijk dat ProviderAdviseur bewijst dat zij (wel) een betalingsverplichting had aan een derde. MDS heeft erkend dat de betaling van het bedrag van € 31.387,79 aan MDS niet te koppelen is aan werkzaamheden die MDS c.s. hebben verricht voor ProviderAdviseur (vgl. alinea 2 van de conclusie van antwoord).

4.5.

MDS stelt zich op het standpunt dat de betaling van € 31.387,79 op 8 juli 2021 niet berust op een vergissing, omdat MDS vindt dat op ProviderAdviseur een betalingsverplichting rust vanwege gesteld onrechtmatig handelen van ProviderAdviseur. Vast staat echter dat dit gestelde onrechtmatig handelen van ProviderAdviseur niet de grondslag was van de betaling op 8 juli 2021, aangezien in de omschrijving bij die betaling een factuurnummer is vermeld en omdat ProviderAdviseur de aansprakelijkheid betwist. Indien, zoals MDS betoogt, ProviderAdviseur aansprakelijk is tegenover MDS uit hoofde van onrechtmatig handelen, levert dit mogelijk een verrekenbare tegenvordering op (hetgeen in het navolgende nader zal worden besproken), maar doet dit niet af aan het gegeven dat de betaling op 8 juli 2021 onverschuldigd was.

4.6.

Het betoog van MDS dat ProviderAdviseur expres het bedrag van € 31.387,79 op 8 juli 2021 heeft betaald aan MDS om [gedaagde] dwars te zitten, omdat zij toen op vakantie was, slaagt evenmin. Het is onduidelijk gebleven welk doel ProviderAdviseur hiermee zou hebben willen bereiken en bovendien doet dit niet af aan het feit dat het bedrag niet verschuldigd was aan MDS.

4.7.

Gelet hierop staat naar het oordeel van de rechtbank vast dat sprake is van onverschuldigde betaling in de zin van artikel 6:203 BW. MDS is daarom in beginsel verplicht tot terugbetaling van het bedrag van € 31.387,79.

Verrekening

4.8.

MDS stelt dat zij een tegenvordering heeft op ProviderAdviseur uit hoofde van onrechtmatige daad, die zij verrekent met de vorderingen van ProviderAdviseur. Dit beroep van MDS op verrekening slaagt niet. Ter toelichting geldt het volgende.

4.9.

MDS verwijt ProviderAdviseur dat ProviderAdviseur in de periode februari 2021 tot en met mei 2021 gebruik heeft gemaakt van de CIRE-licentie van MDS, althans dat ProviderAdviseur opdracht heeft gegeven dan wel heeft gefaciliteerd dat Yale Adviseur gebruik maakte van de CIRE-licentie van MDS. Volgens MDS was de CIRE-licentie van MDS vereist om gebruik te kunnen maken van een buitenlands call center. Yale Adviseur kan niet hebben beschikt over een eigen licentie, omdat zij pas op 17 februari 2021 is opgericht en het doorgaans drie maanden duurt voordat een CIRE-licentie wordt toegekend. Voor ProviderAdviseur is volgens MDS inzichtelijk welke licentie wordt gebruikt voor iedere order.

ProviderAdviseur heeft de stellingen van MDS betwist.

4.10.

De rechtbank is van oordeel dat MDS in het licht van de gemotiveerde betwisting van ProviderAdviseur onvoldoende heeft onderbouwd dat ProviderAdviseur onrechtmatig heeft gehandeld. De stelling dat ProviderAdviseur zelf klanten zou hebben gebeld met gebruikmaking van de licentie van MDS, is in strijd met het businessmodel van ProviderAdviseur, zoals door ProviderAdviseur geschetst en zoals die ook blijkt uit de door MDS ondertekende partnerovereenkomst. Dat businessmodel houdt in dat ProviderAdviseur een platform aanbiedt waarop zij producten van energiemaatschappijen opneemt die vervolgens door resellers worden verkocht aan afnemers. Dit vindt ook bevestiging in de eigen stellingen van MDS: zij stelt bij herhaling dat de callcenters bellen namens MDS of de energiemaatschappij, maar niet namens of in opdracht van ProviderAdviseur.

4.11.

Ook het betoog dat ProviderAdviseur onrechtmatig heeft gehandeld door opdracht te geven, althans te faciliteren dat Yale Adviseur de CIRE-licentie van MDS gebruikte, is onvoldoende onderbouwd. Dát Yale adviseur de licentie van MDS gebruikte, is in deze procedure niet gebleken. De enkele omstandigheid dat Yale Adviseur volgens MDS nog niet over een eigen licentie kon beschikken, rechtvaardigt die conclusie niet.

4.12.

Als door ProviderAdviseur gesteld en door onweersproken staat bovendien vast dat de CIRE-licentie van MDS is geëindigd op 7 maart 2021. Het is dan ook onmogelijk dat Yale Adviseur na die datum gebruik heeft gemaakt van de licentie van MDS.

4.13.

Uit de omstandigheid dat de CIRE-licentie van MDS op 7 maart 2021 is geëindigd, volgt bovendien dat de redenering van MDS niet houdbaar is. Volgens de eigen stellingen van MDS, kon Yale Adviseur pas op zijn vroegst in mei 2021 een eigen licentie hebben gekregen. Yale Adviseur heeft tussen 7 maart 2021 (het eindigen van de licentie van MDS) en mei 2021 (het moment waarop zij een eigen licentie kon verkrijgen) kennelijk haar werkzaamheden kunnen voortzetten zonder de licentie van MDS. Het betoog van dat Yale Adviseur geen eigen licentie had en er dus geen andere mogelijkheid is dan dat Yale Adviseur de licentie van MDS heeft gebruikt, slaagt daarom niet.

4.14.

Zelfs als veronderstellenderwijs ervan wordt uitgegaan dat Yale Adviseur (tot 7 maart 2021) de licentie van MDS heeft gebruikt, leidt dit nog niet tot aansprakelijkheid van ProviderAdviseur tegenover MDS. MDS heeft dat onvoldoende toegelicht. ProviderAdviseur heeft namelijk gemotiveerd uiteengezet dat zij voor haar niet inzichtelijk is welke CIRE-licentie is gebruikt om de orders van Yale Adviseur af te sluiten. Zij kan in haar systeem enkel zien welke reseller een bepaalde order op haar platform heeft geplaatst. Haar administratie is niet gebaseerd op een CIRE-registratienummer, maar op de handelsnaam van de reseller. De controle van de CIRE-registratie gebeurt niet door ProviderAdviseur, maar door de energieleverancier (in het geval van MDS: Eneco) en ProviderAdviseur ontvangt van de energieleverancier daarover geen terugkoppeling. ProviderAdviseur weet dus niet of Yale Adviseur onder de CIRE-registratie van MDS handelde, laat staan dat zij daartoe opdracht heeft gegeven of dat heeft gefaciliteerd. ProviderAdviseur weet enkel dat de laatste order onder de handelsnaam van MDS op het platform van ProviderAdviseur is geplaatst op 5 januari 2021. Ook staat vast dat MDS op eigen initiatief de partnerovereenkomst met ProviderAdviseur heeft opgezegd op 15 maart 2021, met ingang van eind januari 2021, zonder daarbij melding te maken van de stellingen die zij nu inneemt (dat heeft zij pas voor het eerst in deze procedure gedaan, in reactie op de vordering van tot terugbetaling van het onverschuldigd betaalde bedrag).

4.15.

MDS heeft verder haar stellingen onderbouwd door er op te wijzen dat:

  • -

    ProviderAdviseur in februari 2021 facturen voor Yale Adviseur abusievelijk aan MDS heeft gestuurd;

  • -

    over een andere vennootschap van [gedaagde], Holiday Saver B.V. (handelend onder de naam “uw regio adviseur”), een handhavingsverzoek bij de Autoriteit Persoonsgegevens is ingediend in maart 2021;

  • -

    callcenters en een energieleverancier in februari en maart 2021 zijn blijven factureren aan MDS, terwijl haar activiteiten waren gestaakt;

  • -

    een vergelijkbaar geschil speelde tussen MDS en Boem Marketing, en Boem Marketing alsnog een betaling heeft verricht aan MDS.

4.16.

Ook deze argumenten kunnen de stellingen van MDS niet dragen.

Voor zover ProviderAdviseur facturen voor Yale Adviseur heeft verstuurd aan MDS (hetgeen op basis van de overgelegde stukken niet vast staat), volgt daaruit niet dat Yale Adviseur de licentie van MDS heeft gebruikt. Reeds uit de eigen stellingen van MDS (‘abusievelijk’) blijkt dat kennelijk sprake is geweest van een vergissing bij ProviderAdviseur. Omdat de administratie van ProviderAdviseur niet is gebaseerd op CIRE-registraties, maar op handelsnamen, kan uit die vergissing niet worden afgeleid dat Yale Adviseur dezelfde CIRE-registratie gebruikte als MDS. Wel had Yale Adviseur dezelfde contactpersoon als voorheen MDS ([betrokkene]). Dat laatste heeft wellicht tot gevolg gehad dat facturen voor Yale Adviseur zijn verstuurd aan MDS, maar leidt niet tot aansprakelijkheid van ProviderAdviseur tegenover MDS.

4.17.

Het handhavingsverzoek dat is ingediend bij de Autoriteit Persoonsgegevens betreft een andere vennootschap (Holiday Saver B.V.) dan de vennootschap die partij is bij de partnerovereenkomst met ProviderAdviseur en die procespartij is in deze procedure (MDS). Overigens is het handhavingsverzoek gebaseerd op handelingen op 6 januari 2021, op welk moment de activiteiten van MDS nog niet waren geëindigd en de onderhavige discussie tussen ProviderAdviseur en MDS (en Yale Adviseur) nog niet aan de orde was. Daaruit kunnen dus hoe dan ook geen conclusies worden getrokken.

4.18.

Wat betreft de facturen van de callcenters en energieleveranciers aan MDS in februari en maart 2021, overweegt de rechtbank dat ook daaruit niet volgt dat Yale Adviseur gebruik heeft gemaakt van de licentie van MDS. Bovendien is niet gebleken dat ProviderAdviseur van deze omstandigheden op de hoogte was of deze gang van zaken heeft gefaciliteerd. Dit betreft klaarblijkelijk een geschil tussen MDS en Yale Adviseur, maar dat gaat ProviderAdviseur niet aan. Dat is door MDS onvoldoende concreet uiteengezet.

De omstandigheid dat met Boem Marketing een regeling is getroffen maakt dit niet anders. Uit productie 7 van MDS c.s. lijkt bovendien te volgen dat de discussie met Boem Marketing betrekking had op orders van MDS zelf, waarvan in dit geschil met ProviderAdviseur geen sprake is (de laatste order van MDS dateert van 5 januari 2021).

4.19.

Het voorgaande leidt tot de slotsom dat MDS onvoldoende concreet heeft toegelicht dat, hoe en waarom ProviderAdviseur onrechtmatig heeft gehandeld tegenover MDS (of [gedaagde]). Van een tegenvordering van MDS of [gedaagde] is dus geen sprake. Het beroep op verrekening slaagt daarom niet.

Tussenconclusie hoofdsom en wettelijke rente

4.20.

Het voorgaande betekent dat het onverschuldigd betaalde bedrag van € 31.387,79 door MDS moet worden terugbetaald aan ProviderAdviseur, te vermeerderen met de onweersproken wettelijke rente vanaf 8 juli 2021.

Buitengerechtelijke kosten

4.21.

De vordering tot vergoeding van de buitengerechtelijke kosten heeft geen betrekking op één van de situaties waarin het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten van toepassing is. De rechtbank zal de vraag of buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd zijn daarom toetsen aan de eisen zoals deze zijn geformuleerd in het Rapport BGK-integraal.

4.22.

De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten zal worden afgewezen. Uit de door ProviderAdviseur gegeven omschrijving van de verrichte werkzaamheden (zie nr. 19 van de dagvaarding) blijkt niet dat kosten zijn gemaakt die betrekking hebben op verrichtingen die meer omvatten dan een enkele (eventueel herhaalde) aanmaning, het enkel doen van een (niet aanvaard) schikkingsvoorstel, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen of het op gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier. De kosten waarvan ProviderAdviseur vergoeding vordert, moeten dan ook worden aangemerkt als betrekking hebbend op verrichtingen waarvoor de proceskostenveroordeling wordt geacht een vergoeding in te sluiten.

Proceskosten en beslagkosten

4.23.

MDS zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten.

4.24.

Primair heeft ProviderAdviseur gevorderd dat MDS wordt veroordeeld in de integrale advocaatkosten, in afwijking van de regeling in art. 237-240 Rv. ProviderAdviseur heeft deze vordering gebaseerd op art. 6:96 lid 2 sub a BW, waarin is bepaald dat onder vermogensschade ook wordt verstaan de kosten ter voorkoming of beperking van schade. Dit betoog van ProviderAdviseur slaagt niet. De regeling van art. 237-240 Rv derogeert namelijk aan de verplichting tot volledige schadevergoeding van de aansprakelijke partij.

4.25.

Op deze regeling kan slechts een uitzondering worden gemaakt in bijzondere omstandigheden, waarbij dient te worden gedacht aan misbruik van procesrecht en onrechtmatig procederen, zoals wanneer het instellen van de vordering of het voeren van een verweer, gelet op de evidente ongegrondheid ervan, in verband met de betrokken belangen van de wederpartij achterwege had behoren te blijven, omdat de vordering respectievelijk het verweer is gebaseerd op feiten en omstandigheden waarvan de desbetreffende partij de onjuistheid kende dan wel behoorde te kennen of op stellingen waarvan hij op voorhand moest begrijpen dat deze geen kans van slagen hadden. De rechter mag evenwel de conclusie dat een partij misbruik van procesrecht heeft gemaakt dan wel onrechtmatig heeft geprocedeerd, slechts met terughoudendheid trekken, gelet op het recht op toegang tot de rechter dat mede gewaarborgd wordt door art. 6 EVRM.

4.26.

ProviderAdviseur heeft gesteld dat sprake is van misbruik van procesrecht, omdat MDS geen haast lijkt te maken om de situatie op te lossen, waardoor ProviderAdviseur is genoodzaakt deze procedure te starten. Gelet op de terughoudendheid die de rechtbank dient te betrachten bij het toekennen van een integrale proceskostenveroordeling, is de rechtbank van oordeel dat deze stellingen van ProviderAdviseur onvoldoende zijn.

4.27.

De proceskosten aan de zijde van ProviderAdviseur zullen daarom als volgt worden begroot:

  • -

    dagvaarding: € 105,18

  • -

    griffierecht: € 2.067,00

  • -

    salaris advocaat: € 1.442,00 (tarief € 721 x 2 punten)

totaal: € 3.614,18

4.28.

De gevorderde wettelijke rente en de nakosten zullen worden toegewezen op de wijze zoals in de beslissing vermeld.

4.29.

ProviderAdviseur vordert tevens vergoeding van de beslagkosten. Deze vordering is gelet op het bepaalde in artikel 706 Rv toewijsbaar. De beslagkosten worden begroot op € 280,52 voor explootkosten, € 667,- aan griffierechten en € 721,- voor salaris advocaat.

Aansprakelijkheid [gedaagde]

4.30.

ProviderAdviseur vordert dat [gedaagde] wordt veroordeeld tot betaling van al hetgeen waartoe MDS in dit vonnis wordt veroordeeld, onder de voorwaarde dat MDS niet, althans niet volledig aan haar betalingsverplichting voldoet. De rechtbank is van oordeel dat ook die vordering toewijsbaar is, gelet op het navolgende.

4.31.

Aan de beoordeling van de vraag of [gedaagde] onrechtmatig heeft gehandeld wordt niet toegekomen. De rechtbank is namelijk van oordeel dat [gedaagde] in artikel 8.7 van de partnerovereenkomst heeft geaccepteerd dat zij tegenover ProviderAdviseur hoofdelijk aansprakelijk is, naast MDS. In de partnerovereenkomst is uitdrukkelijk bepaald dat [gedaagde] ook in persoon hoofdelijke aansprakelijkheid aanvaardt voor de verplichtingen tot het terugbetalen van eventuele door ProviderAdviseur teveel betaalde bedragen. Het betoog van MDS dat deze bepaling beperkt is tot terugbetaling van een door ProviderAdviseur betaald voorschot, vindt geen steun in de tekst van het artikel van de partnerovereenkomst, dat juist breder is en betrekking heeft op nakoming van alle verplichtingen uit de partnerovereenkomst.

4.32.

De rechtbank is bovendien van oordeel dat de betaling van 8 juli 2021 in direct verband staat met de partnerovereenkomst. Naar het oordeel van de rechtbank is duidelijk dat de betaling op 8 juli 2021 voortvloeit uit deze voormalige rechtsverhouding tussen partijen. Een andere rechtsverhouding bestaat niet tussen partijen en heeft ook niet bestaan. Weliswaar was op het moment van de betaling de partnerovereenkomst al geëindigd, maar in artikel 8.6 is bepaald dat bepalingen van de overeenkomst die naar hun aard bestemd zijn door te lopen na afloop van de overeenkomst, hun werking behouden na het einde van de overeenkomst, waaronder in ieder geval bedoeld zijn de bepalingen die zien op claw-back (terugvorderingen).

4.33.

Gelet op het voorgaande is de voorwaardelijk geformuleerde veroordeling van [gedaagde] toewijsbaar. Dat geldt ook voor de wettelijke rente en de proces- en beslagkosten. Deze kosten zijn immers het gevolg van het feit dat [gedaagde] aan de (ook op haar rustende) verplichting tot terugbetaling van het onverschuldigd betaalde bedrag niet heeft voldaan, ondanks de aanmaningen van ProviderAdviseur.

in reconventie

4.34.

MDS c.s. vorderen in reconventie betaling door ProviderAdviseur van de schadevergoedingsvordering uit hoofde van onrechtmatige daad. De vordering in reconventie zal worden afgewezen. Verwezen wordt naar hetgeen in conventie is overwogen over deze gestelde vordering in alinea’s 4.8 tot en met 4.19.

4.35.

MDS c.s. zullen als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten in reconventie, die aan de zijde van ProviderAdviseur worden begroot € 6.428,- (tarief € 3.214,- x 2 punten). Ook [gedaagde] zal worden veroordeeld in de proceskosten in reconventie, omdat de reconventie mede namens haar is ingesteld.

5 De beslissing

De rechtbank

in conventie

5.1.

veroordeelt MDS tot betaling aan ProviderAdviseur van een bedrag van € 31.387,79, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 8 juli 2021 tot de dag der algehele voldoening;

5.2.

veroordeelt MDS in de beslagkosten, tot op heden begroot op € 1.668,52, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 16 juli 2021 tot de dag der algehele voldoening;

5.3.

veroordeelt MDS in de proceskosten, tot op heden aan de zijde van ProviderAdviseur begroot op € 3.614,18, te vermeerderen met de wettelijke rente over de proceskosten vanaf veertien dagen na de datum van dit vonnis tot de dag der algehele voldoening, en te vermeerderen met de dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 163,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat MDS niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 85,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak;

5.4.

veroordeelt [gedaagde] tot betaling van al hetgeen waartoe MDS in dit vonnis wordt veroordeeld, onder de voorwaarde dat MDS niet, althans niet volledig, binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis aan haar betalingsverplichtingen jegens ProviderAdviseur heeft voldoen, onder aftrek van al hetgeen MDS uit hoofde van dit vonnis reeds aan heeft voldaan;

5.5.

verklaart dit vonnis in conventie tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

5.6.

wijst af het anders of meer gevorderde;

in reconventie

5.7.

wijst de vorderingen af;

5.8.

veroordeelt MDS c.s. in de proceskosten, tot op heden aan de zijde van ProviderAdviseur begroot op € 6.428,-.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.H. Schotman en in het openbaar uitgesproken op 10 augustus 2022.1

1 type: 1538