Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2022:8202

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
30-08-2022
Datum publicatie
14-09-2022
Zaaknummer
C/15/327271 / JU RK 22-589
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

(Deels) Aangehouden verzoek tot verlenging machtiging uithuisplaatsing voor de duur van de ondertoezichtstelling wordt voor de duur van vier maanden toegewezen en voor het overige wederom aangehouden. Onduidelijkheid over perspectief van de minderjarigen. Binnen afzienbare tijd geen perspectiefonderzoek te verwachten i.v.m. lange wachttijden. Uitgangspunt is daarom in beginsel terugplaatsing bij de ouders. Contra-indicaties daarvoor ontbreken. De GI moet toewerken naar thuisplaatsing door de omgang tussen minderjarigen en ouders op te bouwen. Een ‘uitbreiding’ van drie keer twee uur per week naar twee keer drie uur per week is daarbij geen wezenlijke uitbreiding. De kinderrechter verwacht in december 2022 van de GI een onderbouwd plan waarin uiteen wordt gezet wanneer en op welke manier de omgang van de minderjarigen met hun ouders is en wordt opgebouwd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Alkmaar

Zaaknummer: C/15/327271 / JU RK 22-589

Datum uitspraak: 30 augustus 2022

Beschikking van de kinderrechter over een verlenging machtiging tot uithuisplaatsing

in de zaak van

de gecertificeerde instelling De William Schrikker Stichting, Jeugdbescherming en Jeugdreclassering,

locatie Amsterdam, hierna te noemen: de GI,

betreffende

[de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum] te [plaats] ,

hierna te noemen: [de minderjarige 1] ,

[de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum] te [plaats] ,

hierna te noemen: [de minderjarige 2] .

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[de moeder] ,

hierna te noemen: de moeder,

wonende te [plaats] ,

advocaat: mr. P.A.J. van Putten, kantoorhoudende te Almere,

[de (stief)vader] ,

hierna te noemen: de (stief)vader,

wonende te [plaats] .

Het procesverloop

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de beschikking van de kinderrechter van 18 mei 2022 met de daarin vermelde stukken;

- de brief met bijlagen van de GI van 5 augustus 2022, ingekomen bij de griffie op 12 augustus 2022;

- de brief met bijlage van de advocaat van de moeder van 29 augustus 2022, ingekomen bij de griffie op diezelfde datum;

- het e-mailbericht met bijlagen van de GI van 29 augustus 2022.

Op 30 augustus 2022 heeft de kinderrechter de zaak tijdens de mondelinge behandeling met gesloten deuren behandeld. Hierbij zijn verschenen en gehoord:
- de moeder, bijgestaan door haar advocaat;

- de (stief)vader;
- namens de GI, [vertegenwoordiger van de GI] .

De feiten

Het ouderlijk gezag over [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] wordt uitgevoerd door de moeder.

[de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] verblijven in een netwerkpleeggezin, namelijk bij de grootmoeder van (stief)vaders zijde.

Bij beschikking van 31 mei 2021 zijn [de minderjarige 1] en (de destijds nog niet geboren) [de minderjarige 2] onder toezicht gesteld, welke ondertoezichtstelling is verlengd en momenteel nog voortduurt tot 31 mei 2023.

Bij beschikking van 31 mei 2021 is daarnaast een machtiging verleend om [de minderjarige 1] uit huis te plaatsen bij de grootmoeder van stiefvaderszijde. Deze machtiging is voor het laatst verlengd bij beschikking van 18 mei 2022, te weten tot 31 augustus 2022, met aanhouding van het overige deel van het verzoek.

Bij beschikking van 13 augustus 2021 is een machtiging verleend om [de minderjarige 2] met spoed uit huis te plaatsen, waarna bij beschikking van 20 augustus 2021 een machtiging is verleend om [de minderjarige 2] uit huis te plaatsen bij de grootmoeder van stiefvaderszijde. Deze machtiging is voor het laatst verlengd bij beschikking van 18 mei 2022, te weten tot 31 augustus 2022, met aanhouding van het overige deel van het verzoek.

Het verzoek

De GI heeft het resterende deel van het verzoek gehandhaafd, en verzocht de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] te verlengen voor de resterende duur van de ondertoezichtstelling, te weten tot 31 mei 2023. De GI heeft dit verzoek als volgt onderbouwd.

De huidige jeugdzorgwerker is vanaf 1 juli 2022 betrokken. Sindsdien vindt elke zes tot acht weken een evaluatie plaats met de ouders, de Omring en de pleegzorgwerker. Tijdens deze momenten worden afspraken gemaakt over bijvoorbeeld het videobellen met de kinderen. De samenwerking verloopt goed, maar is nog pril.

De ouders staan open voor begeleiding vanuit de Omring. Sinds 8 juni 2022 vindt de omgang bij de ouders thuis plaats. Er is drie keer per week twee uur omgang. Na een half jaar wordt geëvalueerd of dit kan worden uitgebreid en er twee keer per week drie uur omgang kan plaatsvinden. Mogelijk kan deze evaluatie ook al plaatsvinden tijdens het eerstvolgende evaluatiemoment in september 2022. Het doel is om door uitbreiding van de omgang meer inzicht te krijgen in de opvoedvaardigheden van de ouders. Als de omgang wat langer plaatsvindt biedt dit ouders de mogelijkheid om meer handelingen en activiteiten met de kinderen te ondernemen.

De GI heeft concrete omgangsdoelen voor de ouders opgesteld. De Omring observeert en rapporteert op deze doelen. Volgens de Omring volgen de ouders de tips tijdens de omgang zo veel mogelijk op, maar worden ze bij het volgende omgangsmoment niet altijd weer ingezet en moeten de tips weleens herhaald worden.

De ouders zijn op 10 juni 2022 aangemeld bij het NIFP voor een Terug Naar Huis Onderzoek (verder TNHO). De wachttijd voor de start van dit onderzoek ligt tussen de zes maanden en een jaar.

Een TNHO vanuit Parlan kan vooralsnog niet worden uitgevoerd vanwege onvoldoende expertise en te grote zorgen over de situatie. De moeder is op 12 augustus 2022 aangemeld bij De Waag. Als dit goed verloopt biedt dit wellicht alsnog mogelijkheden voor Parlan om het onderzoek uit te voeren. Indien tijdens de intake bij De Waag blijkt dat de moeder zich onvoldoende kan houden aan de voorwaarden die vanuit de GI gesteld zijn, dan zal het NIFP de enige mogelijkheid zijn voor nader onderzoek.

De huidige gezinsmanager heeft er moeite mee dat het perspectief van de kinderen nog niet bepaald is, omdat de aanvaardbare termijn is verstreken. De Waag en het NIFP kunnen niet meer worden afgewacht, er is actie nodig.

De GI bevestigt desgevraagd dat uitbreiding van 3 keer 2 uur naar 2 keer 3 uur feitelijk geen uitbreiding betreft.

Het standpunt van de belanghebbenden

Door en namens de moeder is verzocht het verzoek voor de duur van vier maanden toe te wijzen en voor het overige opnieuw aan te houden. Er zijn positieve geluiden te horen, er is duidelijkheid gekomen in de strafzaak van de moeder, er is een goede klik tussen de ouders en de nieuwe GI, en de moeder is welwillend om alles aan te pakken. De ouders vinden dat zij de tips die worden aangeboden goed oppakken. De ouders hebben al geruime tijd 3 keer per week 2 uur omgang hebben met de kinderen. Nog een half jaar is te lang voor een evaluatie van de omgangsfrequentie, dit moet eerder. Het volgende evaluatiegesprek op 27 september 2022 zou daarvoor een mooi moment zijn. Vanuit De Omring liggen er al langere tijd plannen om toe te werken naar een thuisplaatsing of in elk geval naar meer omgangsmomenten bij de ouders thuis.

De ouders willen graag dat er een vinger aan de pols wordt gehouden. Zij zien wel dat de nieuwe GI haar best doet en zien dat zaken nu beter worden opgepakt.

De (stief)vader heeft verklaard dat de ouders tijdens de omgang al regelmatig samen naar een winkel of speeltuin gaan, of met elkaar een rondje lopen. De (stiefvader) geeft de GI om contact op te nemen met Heliomare om meer informatie te krijgen over zijn medische situatie.

De beoordeling

Uit de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting is gebleken dat alle betrokkenen, en in het bijzonder [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] , na ruim een jaar uithuisplaatsing toe zijn aan duidelijkheid. Helaas valt niet te verwachten dat binnen afzienbare tijd een perspectiefonderzoek zal zijn afgerond. Wel is duidelijk dat de situatie rondom de ouders ten positieve is veranderd. De thuissituatie is verbeterd en de ouders werken hard aan hun opvoedvaardigheden. Daarnaast werken de ouders op coöperatieve wijze samen met de hulpverlening en de GI. De kinderrechter stelt vast dat het uitgangspunt in beginsel moet zijn dat kinderen, en in dit geval [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] zo mogelijk worden teruggeplaatst bij de ouders. Nu contra-indicaties daarvoor ontbreken, is het aan de GI en de ouders om samen met De Omring (en eventueel De Waag) op een toekomstige terugplaatsing in te zetten en daar naartoe te werken aan de hand van een opbouw in de omgang. Een ‘uitbreiding’ van drie keer twee uur per week naar twee keer drie uur per week is daarbij geen wezenlijke uitbreiding, zeker niet omdat de ouders worden geacht te oefenen met opvoedsituaties. De kinderrechter geeft de GI daarom mee om als volgende stap toe te werken naar een halve of hele dag omgang, met vervolgens een nachtje slapen. De draaglast en de draagkracht van de kinderen is hierbij vanzelfsprekend leidend.

De kinderrechter ziet in het verloop van de ondertoezichtstelling en hetgeen ter zitting naar voren is gebracht aanleiding om het verzoek van de GI toe te wijzen voor de duur van vier maanden en het verzoek voor het overige aanhouden. De kinderrechter verwacht van de GI in december 2022 een onderbouwd plan waarin uiteen wordt gezet wanneer en op welke manier de omgang van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] met hun ouders is en wordt opgebouwd. De kinderrechter roept de GI op om daarbij voortvarend aan de slag te gaan. Het is vervolgens aan de GI om aan te geven of het restant van het verzoek wordt gehandhaafd en een zitting eind december 2022 noodzakelijk is of dat het resterende verzoek zonder behandeling ter zitting kan worden afgedaan.

Uit het voorgaande volgt dat de uithuisplaatsing van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] noodzakelijk is in het belang van de verzorging en de opvoeding (artikel 1:265b, eerste lid, Burgerlijk Wetboek).

De beslissing

De kinderrechter:

verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] tot 31 december 2022;

verklaart de beslissing tot uithuisplaatsing tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

houdt de beslissing op het verzoek voor het overige PRO FORMA aan tot 10 december 2022;

bepaalt dat de GI de kinderrechter uiterlijk op 9 december 2022 schriftelijk informeert over de dan geldende stand van zaken en de gewenste procesgang.

Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 30 augustus 2022 door mr. N. Cuvelier, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. D.A.C. Sinnige, als griffier.

Deze beslissing is schriftelijk vastgesteld op 1 september 2022.

Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:

- door de verzoekers en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Amsterdam.