Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2022:7878

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
30-08-2022
Datum publicatie
16-09-2022
Zaaknummer
AWB - 22 _ 4161
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Mondelinge uitspraak
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Verlenging gebiedsverbod doorstaat toets voorzieningenrechter

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Zittingsplaats Haarlem

Bestuursrecht

zaaknummer: HAA 22/4161


proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van 30 augustus 2022 op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen

[verzoeker] , uit [woonplaats] , verzoeker

(gemachtigde: mr. B. Çiçek),

en

de burgemeester van de gemeente Beverwijk, verweerder

(gemachtigde: mr. G.M. Pierik).

Procesverloop

In het besluit van 12 augustus 2022 (primaire besluit) heeft verweerder een gebiedsverbod opgelegd, inhoudende dat verzoeker zich gedurende één maand ingaande op 14 augustus 2022 om 24:00 uur tot 14 september 2022 om 24:00 uur dient te verwijderen van de omgeving rond of nabij [locatie 1] en de [locatie 2] in [plaats] .

Verzoeker heeft tegen het primaire besluit bezwaar gemaakt. Hij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 30 augustus 2022 op zitting behandeld. Verzoeker is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de voorzieningenrechter onmiddellijk ter zitting uitspraak gedaan.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek af.

Overwegingen

1. De voorzieningenrechter geeft hiervoor de volgende motivering.

2. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.

3. De voorzieningenrechter verwijst allereerst naar hetgeen aan de orde is gekomen bij de vorige zitting van de voorzieningenrechter en de overwegingen van de voorzieningenrechter in haar uitspraak van 1 augustus 2022.

Actuele dreiging

4. Volgens de politie bestaat de dreiging voor verstoring van de openbare orde rondom de [locatie 1] en de [locatie 2] in [plaats] nog steeds. Verweerder mocht voor zijn besluitvorming op deze informatie van de politie afgaan. Ook nu is volgens de informatie van de politie nog sprake van onvoldoende medewerking van verzoeker aan het onderzoek. Daarbij gaat het in het bijzonder om het geven van achtergrondinformatie ter zake het schietincident dat op [datum] 2022 heeft plaatsgevonden. Verwezen wordt naar de recente emailberichten van de politie.

De vraag of ook nu nog sprake is van een actuele en acute dreiging beantwoordt de voorzieningenrechter bevestigend. Daarbij is van belang dat het schietincident heeft plaatsgevonden op [datum] 2022 en sindsdien nog geen 2 maanden verstreken zijn.

Woonrecht

5. Van een inbreuk op het woonrecht van verzoeker, als bedoeld in artikel 10 van de Grondwet, door het besluit van verweerder is naar voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter geen sprake. Zijn woonrecht geldt wel in [woonplaats] , maar niet in [plaats] . Verzoekers woning bevindt zich immers in [woonplaats] .

6. Wel is sprake van een inperking van zijn recht op bewegingsvrijheid (artikel 2 Vierde Protocol EVRM). Dat verdragsrecht moet worden afgezet tegen de verdragsrechtelijke verplichting die op grond van artikel 2 EVRM op de lidstaten rust om actie te ondernemen om het recht op leven van onschuldige derden veilig te stellen. Het lijdt geen twijfel dat aan artikel 2 EVRM een zwaarder gewicht toekomt dan aan de bewegingsvrijheid van verzoeker.

7. Met betrekking tot het standpunt van verzoeker dat het noodbevel strijdig is met de beginselen van subsidiariteit en proportionaliteit verwijst de voorzieningenrechter naar de uitspraak van 1 augustus 2022. De voorzieningenrechter ziet geen aanleiding daar nu anders over te denken.

8. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 30 augustus 2022 door mr. M. Jurgens, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. J.H. Bosveld, griffier.

griffier

voorzieningenrechter

Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.