Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2022:7384

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
11-08-2022
Datum publicatie
17-08-2022
Zaaknummer
9113408 \ CV EXPL 21-1129
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Kantonrechter wordt gewraakt, maar legt verzoek naast zich neer, onder verwijzing naar HR:2021:370. Al drie eerdere warkingsverzoeken afgewezen en in andere zaak van verzoeker was al een wrakingsverbod uitgesproken. Strijd met de goede procesorde.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind

locatie Zaanstad

Zaaknr./rolnr.: 9113408 \ CV EXPL 21-1129

Uitspraakdatum: 11 augustus 2022

Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:

de besloten vennootschap Resolución B.V.

gevestigd te Den Haag

eiseres

verder te noemen: Resolución

gemachtigde: mr. O.J.D.M.L Jansen

tegen

[gedaagde]

wonende te [woonplaats]

gedaagde

verder te noemen: [gedaagde]

De zaak in het kort

In deze zaak wordt gedaagde veroordeeld tot betaling van facturen van een advocaat. Het wrakingsverzoek van gedaagde wordt niet in behandeling genomen.

1 Het procesverloop

1.1.

Resolución heeft met een dagvaarding van 27 augustus 2020 een vordering tegen [gedaagde] ingesteld bij de kantonrechter van de rechtbank Den Haag. In een vonnis van 23 maart 2021 heeft de kantonrechter van de rechtbank Den Haag zich onbevoegd verklaard om van de vordering van Resolución kennis te nemen en de zaak verwezen naar de kantonrechter van de rechtbank Noord-Holland, locatie Zaanstad.

1.2.

In een vonnis van 1 juli 2021 heeft de kantonrechter bepaald dat de beslissing over de vordering van [gedaagde] tot oproeping in vrijwaring en de benoeming van deskundigen wordt aangehouden tot na de mondelinge behandeling van de zaak.

1.3.

Op 27 juni 2022 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen ter toelichting van hun standpunten naar voren hebben gebracht. [gedaagde] is op deze zitting niet verschenen.

2 De feiten

2.1.

Op 24 december 2019 heeft Resolución [gedaagde] een opdrachtbevestiging toegestuurd. In deze opdrachtbevestiging is onder andere het volgende opgenomen:

“In vervolg op ons telefoongesprek van eerder vandaag en gisteren bevestig ik u hierbij dat ik rechtsbijstand zal verlenen. Het betreft advies, begeleiding en bijstand bij een procedure tegen het besluit van 20 december 2019 van de Raad van de Orde Den Haag. (…) Op de opdracht zijn van toepassing onze Algemene Voorwaarden Resolución B.V., versie 1 oktober 2017, die u hierbij aantreft. (…) In aanvulling op die voorwaarden bevestig ik u hierbij dat het honorarium voor door mij te verrichten werkzaamheden op dit moment € 300 per uur bedraagt, te vermeerderen met 21% btw. Ik breng geen kantoorkosten in rekening. Ik declareer uitsluitend de daadwerkelijk gemaakte uren. (…)”

2.2.

Op 2 maart 2020 heeft Resolución een tweede opdrachtbevestiging aan [gedaagde] toegestuurd voor advies, begeleiding en bijstand bij een procedure tegen een besluit van 30 januari 2020 van de Raad van de Orde van Advocaten te Amsterdam en bij nog lopende procedures vanwege tegen [gedaagde] ingediende klachten.

2.3.

Van de facturen die Resolución in het kader van de opdrachten aan [gedaagde] heeft toegestuurd, heeft [gedaagde] een aantal onbetaald gelaten, te weten een factuur 14 mei 2020 van
€ 217,80, een factuur van 20 april 2020 van € 13.697,20, een factuur van 28 april 2020 van
€ 3.781,25, en een factuur van 14 mei 2020 van € 432,10.

3 De vordering en het verweer

3.1.

Resolución vordert dat de kantonrechter [gedaagde] veroordeelt tot betaling van € 19.084,63. Dit bedrag bestaat uit een hoofdsom van € 18.128,35 en buitengerechtelijke incassokosten van € 956,28. Resolución legt aan de vordering ten grondslag – kort weergegeven – dat zij op basis van een overeenkomst van opdracht en voor rekening van [gedaagde] juridische werkzaamheden heeft verricht, maar dat [gedaagde] de facturen daarvoor onbetaald heeft gelaten.

3.2.

[gedaagde] betwist de vordering. Hij voert aan – samengevat – dat Resolución excessief en buitensporig heeft gedeclareerd. Ook wordt er volgens [gedaagde] betaling gevorderd van facturen die al betaald zijn en is het voor [gedaagde] niet te controleren of Resolución de gedeclareerde uren daadwerkelijk aan de zaken van [gedaagde] heeft besteed. [gedaagde] stelt dat Resolución niet heeft voldaan aan de op haar rustende stelplicht en dat de vordering ook om die reden moet worden afgewezen dan wel gematigd.

4 De beoordeling

4.1.

De kantonrechter stelt vast dat [gedaagde] in een e-mail van 27 juni 2022 van 12:53 uur een wrakingsverzoek heeft gedaan. Daarbij is als reden voor de wraking genoemd dat [gedaagde] geen reactie heeft gehad op zijn verzoek in een e-mail van 27 juni 2022 van 7:21 uur om de zitting die was gepland op 27 juni 2022 om 13:00 uur digitaal bij te wonen.

4.2.

Het algemene uitgangspunt is dat een gewraakte rechter geen recht mag spreken in zijn eigen zaak en dat in verband daarmee een verzoek tot wraking behoort te worden behandeld door een wrakingskamer. Dit neemt echter niet weg dat zich uitzonderlijke gevallen kunnen voordoen waarin als gevolg van herhaalde wrakingsverzoeken de rechter de bevoegdheid heeft te bepalen dat een wrakingsverzoek niet in behandeling wordt genomen.1 De belangen van een goede procesorde en van een goede en tijdige rechtspleging wegen in een dergelijk geval zwaarder dan het hiervoor genoemde algemene uitgangspunt. Dat uitgangspunt brengt wel mee dat de rechter met terughoudendheid toepassing geeft aan de bevoegdheid een wrakingsverzoek niet in behandeling te nemen.

4.3.

De kantonrechter ziet aanleiding om te bepalen dat het wrakingsverzoek van [gedaagde] in dit uitzonderlijke geval niet in behandeling wordt genomen. Daarbij is het volgende van belang.

4.4.

In een beslissing van 16 november 2021 heeft de wrakingskamer van de rechtbank Noord-Holland een eerder wrakingsverzoek van [gedaagde] in deze zaak afgewezen. In een beslissing van 16 februari 2022 heeft de wrakingskamer een volgend wrakingsverzoek van [gedaagde] kennelijk ongegrond verklaard. Daarbij is (opnieuw) overwogen dat een procesbeslissing van een rechter in beginsel geen wrakingsgrond kan opleveren. In een andere zaak van [gedaagde] is de kantonrechter ook gewraakt (evenals de wrakingskamer zelf), en die wraking is door de wrakingskamer van de rechtbank Noord-Holland in een beslissing van 17 maart 2022 afgewezen. Daarbij is ook bepaald dat een volgend wrakingsverzoek van [gedaagde] in de hoofdzaken niet meer in behandeling wordt genomen. Ook is (opnieuw) overwogen dat een procesbeslissing in beginsel geen grond voor wraking kan vormen.

4.5.

Gelet op het voorgaande heeft [gedaagde] in een samenstel van procedures de kantonrechter bij herhaling gewraakt wegens procesbeslissingen, waarbij die wrakingen telkens zijn afgewezen en waarbij in eerdergenoemde zaak een wrakingsverbod is uitgesproken. Gelet daarop oordeelt de kantonrechter dat het inmiddels gerechtvaardigd is om het huidige wrakingsverzoek van [gedaagde] buiten behandeling te laten. Daarbij wordt mede in aanmerking genomen dat [gedaagde] wederom wraking verzoekt vanwege (het uitblijven van) een procesbeslissing en dat de verschillende wrakingsverzoeken tot een grote vertraging in de behandeling van de zaak hebben geleid. Het in behandeling nemen van het wrakingsverzoek zou onder die omstandigheden tot een onaanvaardbare en onredelijke verdere vertraging van de procedure leiden. De belangen van een goede procesorde en van een goede en tijdige rechtspleging wegen in dit geval dan ook zwaarder dan het algemene uitgangspunt dat een gewraakte rechter geen recht mag spreken in zijn eigen zaak.

4.6.

Het verzoek van [gedaagde] in de e-mail van 27 juni 2022 van 7:21 uur om de zitting die op die dag was gepland digitaal bij te wonen, wordt afgewezen. [gedaagde] is met een brief van 12 april 2022 al geïnformeerd dat de fysieke zitting zal plaatsvinden op 27 juni 2022 om 13:00 uur. Het verzoek om die zitting digitaal bij te wonen is gelet daarop veel te laat gedaan. Daarbij is ook van belang dat het verzoek is gericht aan het adres ‘planningzaanstad@ rechtspraak.nl’, en niet aan het adres ‘kantonzaanstad@rechtspraak.nl’ dat op het briefpapier van de rechtbank wordt vermeld. Op eerstgenoemd e-mailadres vindt niet een voortdurende controle plaats op e-mails die op een concrete zaak en zitting betrekking hebben. [gedaagde] heeft op 27 juni 2022 ook geen telefonische navraag gedaan of zijn verzoek was ontvangen en of daarop was beslist. Ook in dat licht is het verzoek veel te laat en op onjuiste wijze gedaan. Verder heeft [gedaagde] niet toegelicht en onderbouwd waarom hij de zitting niet fysiek kon bijwonen.

4.7.

Vervolgens komt de kantonrechter toe aan de beantwoording van de vraag of [gedaagde] moet betalen voor de door Resolución verrichte en bij hem in rekening gebrachte werkzaamheden. Die vraag beantwoordt de kantonrechter bevestigend. Daartoe overweegt hij als volgt.

4.8.

Als vaststaand moet worden aangenomen dat tussen partijen een overeenkomst tot stand is gekomen op basis waarvan Resolución zich heeft verbonden juridische werkzaamheden voor [gedaagde] te verrichten en [gedaagde] zich heeft verbonden de facturen van Resolución te betalen.

4.9.

[gedaagde] stelt zich op het standpunt dat hij de facturen van Resolución niet, althans niet volledig hoeft te betalen. Volgens [gedaagde] heeft Resolución excessief en buitensporig gedeclareerd en is het voor hem niet te controleren of Resolución de gedeclareerde uren daadwerkelijk aan de behandeling van zijn zaak heeft besteed. [gedaagde] heeft daarom eerder in de procedure bij wijze van incident gevorderd dat er een deskundige wordt benoemd die vast moet stellen of de opgevoerde declaraties van Resolución redelijk zijn dan wel binnen de grenzen van een redelijk bekwaam advocaat vallen.

4.10.

In het vonnis van 1 juli 2021 heeft de kantonrechter geoordeeld dat er op dat moment nog geen aanleiding was tot het benoemen van een deskundige, maar dat de definitieve beslissing daarover zou worden aangehouden tot (na) de mondelinge behandeling. De kantonrechter ziet ook nu geen aanleiding tot het benoemen van een deskundige. [gedaagde] heeft tegenover de door Resolución overgelegde stukken onvoldoende gemotiveerd en onderbouwd dat de facturen van Resolución onjuist zijn, zodat er geen aanleiding is voor de benoeming van een deskundige en een onderzoek naar de vraag of er buitensporig en excessief is gedeclareerd. Uit de door Resolución overgelegde urenspecificaties blijkt ook welke werkzaamheden zijn verricht, wanneer dat is geweest, welke omvang die werkzaamheden hebben gehad en waarop die werkzaamheden zien. Daarmee heeft Resolución haar vordering voldoende onderbouwd. Het had daarom op de weg van [gedaagde] gelegen om tegenover deze specifieke onderbouwing in ieder geval aannemelijk te maken op welk(e) punt(en) de urenspecificaties van Resolución onjuist zijn. Dit heeft [gedaagde] niet gedaan. Aangezien [gedaagde] hier voldoende gelegenheid voor heeft gehad, wordt aan bewijslevering niet toegekomen. Dit betekent dat er geen reden is om aan te nemen dat er door Resolución buitensporig en excessief is gedeclareerd.

4.11.

De stelling van [gedaagde] dat het voor hem niet goed controleerbaar is of Resolución de gedeclareerde uren daadwerkelijk aan de behandeling van zijn zaak heeft besteed, treft geen doel. Om de gedeclareerde uren aan een cliënt te kunnen verantwoorden, is het belangrijk dat een advocaat een goede urenregistratie bijhoudt. Dit heeft Resolución naar het oordeel van de kantonrechter gedaan, zoals hiervoor al is overwogen.

4.12.

Ook aan verweer van [gedaagde] dat een deel van de vordering al is betaald, gaat de kantonrechter voorbij. Resolución heeft dit weersproken en [gedaagde] heeft nagelaten om betaalbewijzen te overleggen waaruit blijkt dat de vordering (deels) is betaald. Ook op dit punt heeft [gedaagde] zijn verweer dus onvoldoende gemotiveerd en onderbouwd.

4.13.

De conclusie is dat de kantonrechter de gevorderde hoofdsom zal toewijzen. De gevorderde wettelijke handelsrente wordt afgewezen, omdat geen sprake is van een handelsovereenkomst. De ‘gewone’ wettelijke rente wordt wel toegewezen, omdat [gedaagde] in verzuim is.

4.14.

De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten zullen worden afgewezen. [gedaagde] dient aangemerkt te worden als consument. In dat geval dient een schuldeiser een kosteloze aanmaning conform de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW te sturen voordat aanspraak gemaakt kan worden op vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. Gesteld noch gebleken is dat deze aanmaning is verstuurd.

4.15.

De gevorderde vrijwaring wordt afgewezen. Gezien het aantal personen dat [gedaagde] in vrijwaring wil oproepen en de verschillende feitelijke en juridische grondslagen daarvoor, is van de oproeping in vrijwaring een onredelijke en onnodige (verdere) vertraging te verwachten.

4.16.

De proceskosten in de hoofdzaak komen voor rekening van [gedaagde], omdat hij ongelijk krijgt. De gevorderde btw over de explootkosten zal worden afgewezen, omdat Resolución zelf btw in rekening brengt op haar facturen en het daarom onaannemelijk is dat Resolución de btw niet kan verrekenen, zoals is gesteld in de dagvaarding. De gevorderde nakosten hoeven niet afzonderlijk in de proceskostenveroordeling te worden vermeld.2

4.17.

Ook de proceskosten in het incident tot oproeping in vrijwaring en het incident tot deskundigenbenoeming komen voor rekening van [gedaagde] als de in het ongelijk gestelde partij. De kosten van het bevoegdheidsincident komen voor rekening van Resolución, omdat [gedaagde] terecht heeft aangevoerd dat de kantonrechter in Den Haag niet bevoegd was.

5 De beslissing

De kantonrechter:

in de hoofdzaak

5.1.

veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan Resolución van € 18.128,35, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 27 augustus 2020 tot aan de dag van de gehele betaling;

5.2.

veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van Resolución tot en met vandaag vaststelt op:

dagvaarding € 85,09

griffierecht € 996,00

salaris gemachtigde € 746,00 ;

5.3.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

5.4.

wijst de vordering voor het overige af;

in de incidenten

5.5.

wijst de vorderingen af;

5.6.

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten aan de zijde van Resolución in het incident tot oproeping in vrijwaring en deskundigenbenoeming, begroot op € 373,00 aan salaris gemachtigde, en veroordeelt Resolución in de proceskosten aan de zijde van [gedaagde] in het incident met betrekking tot de bevoegdheid, begroot op € 373,00 aan salaris gemachtigde;

5.7.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. P.J. Jansen en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter

1 Zie de uitspraak van de Hoge Raad van 16 maart 2021, gepubliceerd op www.rechtspraak.nl, met nummer ECLI:NL:HR:2021:370.

2 Zie: Hoge Raad, 10 juni 2022, ECLI:NL:HR:2022:853.