Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2022:7056

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
09-08-2022
Datum publicatie
22-08-2022
Zaaknummer
9901860 \ AO VERZ 22-6
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Werkgever verzoekt ontbinding arbeidsovereenkomst. Toegewezen op grond van ernstig verstoorde arbeidsverhouding. Wel transitievergoeding toegekend, geen billijke vergoeding, want geen sprake van ernstig verwijtbaar handelen van werkgever of werknemer.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2022-0948
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind

locatie Zaanstad

Zaaknr./repnr.: 9901860 \ AO VERZ 22-6 BL

Uitspraakdatum: 9 augustus 2022

Beschikking van de kantonrechter in de zaak van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Future Connections B.V.

gevestigd te Etten-Leur

verzoekende partij

verder te noemen: Future Connections

gemachtigde: mr. B. Westerhout

tegen

[verweerder]

wonende te [woonplaats]

verwerende partij

verder te noemen: [verweerder]

gemachtigde: mr. J.T. Willemsen

De zaak in het kort

Deze zaak gaat over een verzoek van een werkgever om ontbinding van een arbeidsovereenkomst. De kantonrechter wijst het verzoek toe, omdat de arbeidsverhouding ernstig verstoord is. Aan de werknemer wordt wel een transitievergoeding toegekend, maar geen billijke vergoeding. De ontbinding van de arbeidsovereenkomst is naar het oordeel van de kantonrechter namelijk niet het gevolg van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever of van de werknemer.

1 Het procesverloop

1.1.

Future Connections heeft een verzoek gedaan om de arbeidsovereenkomst tussen partijen te ontbinden. [verweerder] heeft een verweerschrift en een tegenverzoek ingediend.

1.2.

Op 12 juli 2022 heeft een zitting plaatsgevonden. Partijen hebben daar hun standpunten toegelicht en vragen beantwoord. De griffier heeft daarvan aantekeningen gemaakt. Future Connections en [verweerder] hebben ook pleitaantekeningen overgelegd. Vóór de zitting heeft Future Connections haar verzoek aangevuld, en heeft [verweerder] een aanvullend verweerschrift ingediend en bij brief van 8 juli 2022 nog stukken toegezonden.

2 De feiten

2.1.

Future Connections is een bedrijf dat zich bezighoudt met het ontwikkelen en leveren van diensten en producten die bedrijfsprocessen verbeteren.

2.2.

[verweerder] , geboren [geboortedatum] , is sinds 4 juni 2018 in dienst bij Future Connections. De functie van [verweerder] is Field Engineer met een salaris van € 2.430,00 bruto per maand, te vermeerderen met 8% vakantiebijslag. [verweerder] is in zijn functie verantwoordelijk voor het correct en werkend opleveren van internet, telefonie, IP-tv of aanvullende domotica oplossingen bij consumenten en zakelijke klanten van Future Connections.

2.3.

Op 20 januari 2021 heeft het openbaar ministerie ten laste van [verweerder] conservatoir derdenbeslag gelegd onder Future Connections, tot bewaring van het recht van verhaal van een op te leggen maatregel ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel, geschat op € 375.000,00, verband houdend met strafbare feiten waarvan [verweerder] werd verdacht.

2.4.

Naar aanleiding van dit derdenbeslag heeft op 10 februari 2021 een gesprek tussen partijen plaatsgevonden. Van dit gesprek is door Future Connections een verslag gemaakt. Volgens dit verslag heeft [verweerder] verteld dat ongeveer vier jaar geleden bij een politie-inval bij zijn ex-zwager een grote som geld is aangetroffen, dat die ex-zwager heeft verklaard dat het geld van [verweerder] zou zijn, dat [verweerder] vervolgens door de politie is verhoord en heeft verklaard dat hij met deze zaak niets te maken heeft en dat het geld ook niet van hem was, dat hij daarna (tot aan de beslaglegging) niets meer over deze zaak heeft gehoord, en dat meer details over de inhoud van de zaak bij hem niet bekend zijn.
Verder staat in het verslag dat [verweerder] heeft gezegd dat hij verder nooit met politie of justitie in aanraking is geweest, hetgeen ook zou blijken uit de Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) die in de zomer van 2020 is verstrekt.
Ook vermeldt het verslag dat met [verweerder] is afgesproken - samengevat - dat hij Future Connections op de hoogte zal houden van de voortgang van de strafzaak, dat [verweerder] het originele exemplaar van de VOG zal toesturen, dat een eventuele veroordeling waardoor de voor zijn functie vereiste VOG niet meer verkregen kan worden zal leiden tot een ontbinding van de arbeidsovereenkomst, en dat [verweerder] zijn advocaat zal vragen contact op te nemen met Future Connections om meer inhoudelijke informatie over de zaak te verschaffen zodat Future Connections de risico’s beter kan inschatten.

2.5.

In een e-mail van 22 februari 2021 vraagt Future Connections aan [verweerder] of hij zo snel mogelijk wil zorgen voor contact tussen zijn advocaat en Future Connections, en of hij het voor akkoord ondertekende gespreksverslag en de originele VOG wil opsturen.

2.6.

In reactie daarop schrijft [verweerder] op 25 februari 2021 aan Future Connections dat hij zijn advocaat nogmaals zal vragen te bellen, en dat hij de VOG en het verslag zal opsturen.

2.7.

Op 1 maart 2021 heeft de advocaat van [verweerder] telefonisch contact opgenomen met Future Connections. In dit gesprek heeft mr. Willemsen zich op geheimhouding beroepen, maar wel aan Future Connections meegedeeld dat het een oude zaak betrof die nog niet was afgedaan, en die niets te maken had met het werk van [verweerder] bij Future Connections.

2.8.

Op 2 mei 2022 heeft Future Connections bij [verweerder] geïnformeerd naar de voortgang van de strafrechtelijke procedure. Bij die gelegenheid heeft [verweerder] meegedeeld dat hij inmiddels was veroordeeld tot een gevangenisstraf, en dat hij daartegen in hoger beroep is gegaan. Diezelfde dag is [verweerder] door Future Connections op non-actief gesteld.

2.9.

[verweerder] heeft kort na het gesprek van 2 mei 2022 het vonnis van de rechtbank Noord-Holland, team straf, van 25 april 2022 aan Future Connections verstrekt. Uit dit vonnis blijkt dat de rechtbank bewezenverklaard heeft dat [verweerder] in januari 2017 bankbiljetten met een totaalwaarde van € 425.000,00 heeft verduisterd in dienstbetrekking, en daarnaast heeft gepoogd € 1.575.000,00 te verduisteren in dienstbetrekking. [verweerder] is veroordeeld tot een gevangenisstraf van 36 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar.

2.10.

Tegen dit vonnis heeft [verweerder] op 28 april 2022 hoger beroep ingesteld.

3 Het verzoek, het verweer en het tegenverzoek

3.1.

Future Connections verzoekt de arbeidsovereenkomst met [verweerder] te ontbinden vanwege - kort gezegd - (ernstig) verwijtbaar handelen of nalaten van [verweerder] , dan wel een verstoorde arbeidsverhouding, of (een combinatie van) omstandigheden die zodanig zijn dat van Future Connections redelijkerwijs niet gevergd kan worden de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Future Connections legt aan haar verzoek ten grondslag - kort gezegd - dat zij geen vertrouwen meer heeft in [verweerder] , omdat [verweerder] het vertrouwen van een vorige werkgever grovelijk heeft beschaamd, dat [verweerder] hierover onvoldoende openheid van zaken heeft gegeven aan Future Connections, dat de kans op recidive niet onwaarschijnlijk is, dat de functie van [verweerder] betrouwbaarheid, integriteit en een VOG vereist, en dat Future Connections vreest voor imagoschade en verlies van klanten als [verweerder] bij haar in dienst blijft.

3.2.

[verweerder] verweert zich tegen het verzoek en stelt dat de verzochte ontbinding moet worden afgewezen. Daartoe is - samengevat - aangevoerd dat [verweerder] in januari 2017 weliswaar (ernstig) verwijtbaar heeft gehandeld tegenover zijn toenmalige werkgever, maar dat dit niet kwalificeert als verwijtbaar handelen tegenover Future Connections, dat hij voldoende informatie over de strafzaak heeft verstrekt, goed functioneert en over een VOG beschikt. [verweerder] ziet geen belemmering om weer bij Future Connections aan het werk te gaan. Voor zover Future Connections een vertrouwensbreuk ervaart, heeft zij er niets aan gedaan om deze op te lossen. Voor het geval de arbeidsovereenkomst wordt ontbonden, verzoekt [verweerder] om toekenning van een transitievergoeding van € 3.776,60 bruto en een billijke vergoeding van € 34.646,00 bruto.

4 De beoordeling

het verzoek

4.1.

Het gaat in deze zaak in de eerste plaats om de vraag of de arbeidsovereenkomst tussen partijen moet worden ontbonden.

4.2.

Een arbeidsovereenkomst kan alleen worden ontbonden als daar een redelijke grond voor is. In de wet is bepaald wat een redelijke grond is.1 Ook is voor ontbinding vereist dat herplaatsing van de werknemer binnen een redelijke termijn niet mogelijk is of niet in de rede ligt.2

4.3.

Naar het oordeel van de kantonrechter is er een redelijke grond voor ontbinding, te weten een verstoorde arbeidsverhouding, zodanig dat van Future Connections in redelijkheid niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren.3 Daarover wordt het volgende overwogen.

4.4.

In het verzoekschrift noemt Future Connections twee voorvallen, waarvoor zij [verweerder] een schriftelijke waarschuwing heeft gegeven. In februari 2019 heeft [verweerder] een bedrag van € 169,00 op zijn privébankrekening laten uitbetalen door een klant. [verweerder] erkent dit, maar zegt dat dit te maken had met een storing van de mobiele betaalautomaat, en stelt - onder verwijzing naar een afschrift van zijn bankrekening - dat hij het bedrag diezelfde dag heeft doorbetaald. Omdat niet was na te gaan wat zich precies heeft afgespeeld, is volstaan met een waarschuwing, aldus Future Connections. Het tweede voorval vond plaats op 7 juli 2021. [verweerder] heeft die ochtend in het systeem van Future Connections op ‘started’ geklikt, alsof hij bij een klant op locatie was, terwijl hij in werkelijkheid nog thuis was. Volgens [verweerder] is dit een eenmalig incident geweest bij een verder goed functioneren. Ook voor dit incident, dat plaatsvond na het gesprek over het loonbeslag, heeft Future Connections volstaan met een schriftelijke waarschuwing.

4.5.

Op de zitting is door de directeur/eigenaar van Future Connections verklaard dat de hiervoor omschreven incidenten niet meehelpen bij de beeldvorming van [verweerder] , maar dat deze incidenten niet concreet en zelfstandig aan het ontbindingsverzoek ten grondslag zijn gelegd. Daarom zal de kantonrechter hier verder aan voorbijgaan.

4.6.

Als door [verweerder] erkend moet als vaststaand worden aangenomen dat hij in januari 2017 bij zijn toenmalige werkgever, waar hij via een uitzendbureau werkte, bankbiljetten met een totaalbedrag van € 425.000,00 heeft verduisterd, waarover hij uit hoofde van zijn functie kon beschikken. [verweerder] zegt dat hij heeft gehandeld onder bedreiging van zijn oom, die is veroordeeld voor witwassen, en dat het een ernstige eenmalige misstap is geweest. Na twee andere uitzendbanen is hij in juni 2018 in dienst getreden bij Future Connections, is hij getrouwd, vader geworden en neemt hij zijn verantwoordelijkheid voor zijn baan en gezin, aldus [verweerder] . Vast staat dat Future Connections op zichzelf tevreden was over het functioneren van [verweerder] .

4.7.

Wat Future Connections [verweerder] zwaar aanrekent is dat hij geen openheid van zaken heeft gegeven over hetgeen zich in januari 2017 bij een vorige werkgever heeft afgespeeld en over de daarmee verband houdende strafrechtelijke consequenties. Future Connections verwijt [verweerder] met name dat hij hiervan geen melding heeft gemaakt bij zijn sollicitatie medio 2018, dat hij naar aanleiding van het loonbeslag in april 2021 onjuist heeft verklaard over (onder meer) de aard van de verdenking, en dat [verweerder] in 2022 niet uit eigen beweging informatie heeft verstrekt over de voortgang en uitkomst van de strafzaak.

4.8.

Over zijn sollicitatie bij Future Connections verklaart [verweerder] op de zitting dat hij wel degelijk melding heeft gemaakt van een openstaande strafzaak. [verweerder] zegt dat hij zelf contact heeft gezocht met een teamleider die hij kende bij Future Connections (ene [naam] ), omdat hij weg moest bij zijn laatste uitzendbaan vanwege het feit hij op dat moment geen VOG kon krijgen. Dit heeft hij aan de betreffende teamleider verteld, die dat geen probleem vond, met dien verstande dat [verweerder] niet ingezet zou kunnen worden voor een klant als KPN, aldus [verweerder] . Future Connections heeft de concrete stellingen van [verweerder] op dit punt onvoldoende betwist. In reactie op de hiervoor omschreven toelichting van [verweerder] erkent Future Connections dat [naam] de teamleider is die alle sollicitatiegesprekken voert, dat [verweerder] zonder VOG bij haar is gestart op een project in Volendam, en dat voor dat project geen VOG vereist is. Hiermee komt Future Connections feitelijk terug op het in haar pleitaantekeningen ingenomen standpunt dat [verweerder] wist dat een VOG vereist was voor de baan waarop hij solliciteerde. Gelet op het voorgaande is naar het oordeel van de kantonrechter aannemelijk dat [verweerder] voorafgaand aan zijn indiensttreding bij Future Connections heeft gemeld dat hij geen VOG kon krijgen vanwege een openstaande strafzaak, en dat hij daarom een andere baan zocht. Het enkele feit dat [verweerder] daarbij uit eigen beweging geen details heeft gegeven over het 1,5 jaar eerder door hem gepleegde misdrijf, waarnaar kennelijk ook niet is gevraagd, is onvoldoende om nu een ontbinding van de arbeidsovereenkomst te rechtvaardigen.

4.9.

Hetzelfde geldt voor het feit dat [verweerder] in het voorjaar van 2022 niet uit eigen beweging informatie heeft verstrekt over de voortgang en de uitkomst van de strafzaak. Daarbij is van belang dat [verweerder] eerlijk heeft verklaard toen Future Connections op 2 mei 2022 om een update vroeg, en kort daarna door [verweerder] zelf het vonnis van 25 april 2022 aan Future Connections is verstrekt.

4.10.

Dit ligt anders voor het gesprek tussen partijen dat plaatsvond op 10 februari 2021, naar aanleiding van het door het openbaar ministerie gelegde loonbeslag. Uit de stukken en ook op de zitting, waar Future Connections het woord ‘vertrouwen’ veelvuldig gebruikt, is gebleken dat het er in de kern van deze zaak om gaat dat hetgeen [verweerder] in dat gesprek aan Future Connections heeft verteld over zijn aandeel in het misdrijf, zodanig afwijkt van de inhoud van het vonnis in de strafzaak waarmee Future Connections in mei 2022 bekend werd, dat daarmee voor Future Connections een onherstelbare vertrouwensbreuk is ontstaan die de reden vormt om niet met [verweerder] verder te willen.

4.11.

Het is alleszins begrijpelijk dat Future Connections, zoals zij stelt, geschrokken was van de aard en omvang van het loonbeslag, en behoefte had aan een toelichting daarop van [verweerder] . Daartegenover staat dat [verweerder] niet zonder meer verplicht is alle ins en outs over zijn strafrechtelijk verleden met zijn werkgever te delen. Verder heeft [verweerder] gelijk waar hij stelt dat de verduistering in dienstbetrekking in 2017 op zichzelf niet kwalificeert als verwijtbaar handelen tegenover Future Connections. Hoewel [verweerder] het gespreksverslag niet heeft ondertekend, heeft hij op de zitting erkend dat hij op 10 februari 2021 tegen Future Connections heeft gezegd wat in het verslag staat. Hij heeft dus gezegd dat hij niets met de zaak te maken heeft gehad. Dit klopt niet, en dat wist [verweerder] , zoals ook blijkt uit de bekennende verklaring die [verweerder] heeft afgelegd op de zitting in de strafzaak die plaatsvond op 11 april 2022. Future Connections mocht ervan uit gaan dat [verweerder] de waarheid vertelde, en dus geen rol van betekenis had gespeeld, te meer omdat zijn advocaat bevestigde dat de lopende strafzaak niets te maken had met het werk van [verweerder] bij Future Connections. In het gesprek met Future Connections wees [verweerder] de beschuldigende vinger naar een familielid, terwijl vast staat - en in mei 2022 bij Future Connections bekend is geworden - dat het misdrijf niet gepleegd had kunnen worden zonder [verweerder] , die als werknemer over de bankbiljetten kon beschikken.

4.12.

Ter toelichting van zijn handelwijze voert [verweerder] aan dat hij het moeilijk vindt om over het misdrijf te vertellen, dat er in februari 2021 al vier jaren verstreken waren zonder enige voortgang in het strafproces, en dat ook zijn advocaat dacht dat er misschien een sepot zou komen. Dit rechtvaardigt echter niet dat [verweerder] in strijd met de waarheid tegen zijn werkgever heeft gezegd dat hij niets met de zaak te maken had. [verweerder] had in het gesprek met Future Connections ofwel meer openheid moeten geven over de aard van het misdrijf, en dan met name dat het zijn vorige werkgever betrof, ofwel kunnen zwijgen met een beroep op zijn recht op privacy. Op basis daarvan had Future Connections dan een afweging kunnen maken met betrekking tot de mogelijke gevolgen voor haar onderneming en haar arbeidsrechtelijke positie ten opzichte van [verweerder] kunnen bepalen. [verweerder] heeft er echter voor gekozen te verklaren dat hij er niets mee te maken had, terwijl hij een sleutelrol speelde bij een ernstig misdrijf tijdens dienstbetrekking bij een vorige werkgever. Dit is [verweerder] aan te rekenen, en de kantonrechter volgt de conclusie van Future Connections dat dit het vertrouwen in [verweerder] onherstelbaar heeft beschadigd, waarmee de arbeidsverhouding zodanig ernstig en duurzaam is verstoord dat van Future Connections niet gevergd kan worden deze te laten voortduren. De aard van de vertrouwensbreuk maakt dat deze niet te herstellen is, zodat het Future Connections niet is aan te rekenen dat hiertoe geen initiatieven zijn genomen.

4.13.

Herplaatsing van [verweerder] ligt gelet op het voorgaande niet in de rede.

4.14.

Dit betekent dat de kantonrechter het verzoek van Future Connections zal toewijzen en dat de arbeidsovereenkomst wordt ontbonden op grond van een verstoorde arbeidsverhouding.

4.15.

De kantonrechter onderkent dat Future Connections primair heeft verzocht om ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens verwijtbaar handelen of nalaten van [verweerder] .4 Of ontbinding op die grond zou moeten plaatsvinden hoeft echter niet beoordeeld te worden, want dat leidt in dit geval niet tot een ander resultaat of rechtsgevolg, zoals ook volgt uit wat hierna wordt overwogen.

4.16.

Future Connections stelt niet alleen dat [verweerder] verwijtbaar heeft gehandeld, maar ook dat de ontbinding van de arbeidsovereenkomst het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van [verweerder] , zodat Future Connections geen transitievergoeding verschuldigd is, en het einde van de arbeidsovereenkomst moet worden bepaald met onmiddellijke ingang, zonder rekening te houden met een opzegtermijn.5 [verweerder] betwist dit gemotiveerd. Het ligt op de weg van Future Connections om voldoende concrete stellingen in te nemen, en deze waar nodig te onderbouwen, om te kunnen aannemen dat sprake is van ernstige verwijtbaarheid van [verweerder] . Daarin is Future Connections niet geslaagd, en de kantonrechter overweegt daarover het volgende.

4.17.

Alleen in uitzonderlijke gevallen, waarin dit evident is, kan worden aangenomen dat sprake is van ernstig verwijtbaar handelen van een werknemer in de hiervoor bedoelde zin. Dit kan zich bijvoorbeeld voordoen als een werknemer zich schuldig maakt aan diefstal, verduistering, bedrog of andere misdrijven, waardoor hij het vertrouwen van de werkgever onwaardig wordt.6 [verweerder] heeft zich tegenover Future Connections niet schuldig gemaakt aan een dergelijk misdrijf. Het einde van de arbeidsovereenkomst is het gevolg van de wijze waarop [verweerder] Future Connections heeft geïnformeerd over het door hem bij een vorige werkgever gepleegde misdrijf, waardoor hij het vertrouwen van Future Connections heeft geschonden. [verweerder] voert ter verdediging van zijn gedrag aan dat hij het moeilijk vindt om te vertellen over het misdrijf dat hij op 24-jarige leeftijd heeft gepleegd, dat hij zijn leven sindsdien anders heeft ingericht en zijn prioriteit bij zijn gezin heeft gelegd, dat hij zijn functie bij Future Connections leuk vindt, en dat er in februari 2021 al vier jaren verstreken waren zonder enige voortgang in het strafproces. Mr. Willemsen heeft op de zitting verklaard dat ook hij echt heeft gedacht dat er een sepot zou komen. Deze omstandigheden zijn van invloed op de mate waarin het aan [verweerder] te verwijten is dat hij in strijd met de waarheid tegen Future Connections heeft gezegd dat hij niets te maken had met het strafbare feit waarvoor loonbeslag was gelegd. Hiervoor is al geoordeeld dat de handelwijze van [verweerder] hem is aan te rekenen, maar de kantonrechter oordeelt dat de hoge lat van ernstige verwijtbaarheid niet wordt gehaald. Wat het handelen van [verweerder] ernstig verwijtbaar zou maken, is door Future Connections onvoldoende concreet gemaakt.

4.18.

Gelet op het voorgaande kan het verzoek van Future Connections om te bepalen dat zij geen transitievergoeding verschuldigd is niet worden toegewezen. Hetzelfde geldt voor het verzoek om de arbeidsovereenkomst per direct te ontbinden.

4.19.

Om de einddatum van de arbeidsovereenkomst te kunnen bepalen, moet ook worden beoordeeld of Future Connections ernstig verwijtbaar heeft gehandeld. In dat geval wordt de duur van deze ontbindingsprocedure niet in mindering gebracht. [verweerder] beroept zich daarop, maar dit beroep slaagt niet. Ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van een werkgever doet zich alleen voor in uitzonderlijke gevallen en als een werkgever de verplichtingen uit de arbeidsovereenkomst in ernstige mate schendt.7 [verweerder] stelt dat Future Connections ernstig verwijtbaar heeft gehandeld door hem direct te schorsen en op ontbinding van de arbeidsovereenkomst aan te sturen, terwijl het ontslag volgens [verweerder] evident onterecht is. Van een onterecht ontslag is echter geen sprake. De kantonrechter ontbindt de arbeidsovereenkomst wegens een verstoorde arbeidsverhouding, en heeft geoordeeld dat die verstoring zijn oorzaak vindt in de handelwijze van [verweerder] . Daarin ligt besloten dat de verstoring niet (doelbewust) is veroorzaakt door Future Connections. Verder is van belang dat Future Connections voortvarend heeft gehandeld door binnen een maand na de non-actiefstelling het ontbindingsverzoek in te dienen, terwijl [verweerder] op zijn beurt niets tegen zijn schorsing heeft ondernomen.

4.20.

Dit betekent dat het einde van de arbeidsovereenkomst zal worden bepaald op 1 oktober 2022. Dat is de datum waarop de arbeidsovereenkomst bij regelmatige opzegging zou zijn geëindigd, verminderd met de duur van deze procedure, waarbij een termijn van ten minste een maand resteert.8

4.21.

De kantonrechter ziet geen aanleiding om aan [verweerder] een billijke vergoeding toe te kennen. Een billijke vergoeding kan worden toegekend als de ontbinding van de arbeidsovereenkomst het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever.9 Zoals hiervoor is geoordeeld, is in dit geval geen sprake van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van Future Connections. Het verzoek van Future Connections om te bepalen dat zij geen billijke vergoeding verschuldigd is omdat zij niet ernstig verwijtbaar heeft gehandeld of nagelaten kan dus worden toegewezen.

4.22.

Omdat aan de ontbinding geen billijke vergoeding wordt verbonden, hoeft Future Connections geen gelegenheid te krijgen het verzoek in te trekken.

4.23.

De kantonrechter zal bepalen dat partijen ieder hun eigen proceskosten moeten betalen, omdat beide partijen op punten ongelijk krijgen en geen sprake is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van één van beide partijen.

het tegenverzoek

4.24.

Het verzoek van [verweerder] om toekenning van een billijke vergoeding hoeft niet te worden behandeld, omdat daarop hiervoor al is beslist. Hetzelfde geldt voor zijn verzoek om bij het bepalen van de einddatum van de arbeidsovereenkomst de duur van de ontbindingsprocedure niet in mindering te brengen.

4.25.

Omdat in de zaak van het verzoek de ontbinding van de arbeidsovereenkomst wordt toegewezen, bestaat geen aanleiding om [verweerder] op dit moment nog toe te laten tot zijn werkzaamheden. De vordering tot wedertewerkstelling zal dan ook worden afgewezen.

4.26.

Voor het geval de arbeidsovereenkomst wordt ontbonden, en dat is het geval, verzoekt [verweerder] om Future Connections te veroordelen tot betaling van een transitievergoeding van € 3.776,60 bruto. Dit verzoek kan worden toegewezen. Een transitievergoeding is niet verschuldigd indien het eindigen van de arbeidsovereenkomst het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werknemer, maar eerder is al geoordeeld dat daarvan geen sprake is. Het recht op en de hoogte van de transitievergoeding staan voor het overige niet ter discussie, uitgaande van een beëindiging van de arbeidsovereenkomst per 1 oktober 2022. De gevorderde wettelijke rente over de transitievergoeding zal worden toegewezen, te rekenen vanaf een maand na de dag waarop de arbeidsovereenkomst is geëindigd.

4.27.

De kantonrechter zal bepalen dat partijen ieder hun eigen proceskosten moeten betalen, omdat beide partijen op punten ongelijk krijgen en geen sprake is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van één van beide partijen.

5 De beslissing

De kantonrechter:

het verzoek

5.1.

ontbindt de arbeidsovereenkomst tussen partijen met ingang van 1 oktober 2022;

5.2.

bepaalt dat Future Connections geen billijke vergoeding verschuldigd is aan [verweerder] , omdat Future Connections niet ernstig verwijtbaar heeft gehandeld of nagelaten;

5.3.

bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten betaalt;

5.4.

wijst het verzoek voor het overige af;

5.5.

verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad;

het tegenverzoek

5.6.

veroordeelt Future Connections om aan [verweerder] een transitievergoeding te betalen van € 3.776,60 bruto, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 1 november 2022 tot aan de dag van de gehele betaling;

5.7.

wijst het verzoek voor het overige af;

5.8.

verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. S. Slijkhuis en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter

1 Artikel 7:669 lid 3 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW)

2 Artikel 7:669 lid 1 BW

3 Artikel 7:669 lid 3, onder g, BW

4 Artikel 7:669 lid 3, onder e, BW

5 Artikel 7:673 lid 7 BW en artikel 7:671b lid 9, onder b, BW

6 Kamerstukken II, 2013-2014, 33 818, nr. 3, pag. 40

7 Kamerstukken II, 2013-2014, 33 818, nr. 3, pag. 34

8 Artikel 7:671b lid 9, onder a, BW

9 Artikel 7:671b lid 9, onder c, BW