Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2022:7037

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
05-08-2022
Datum publicatie
18-08-2022
Zaaknummer
9930638 BZ VERZ 22-5214 MVH
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Betr. verzoekt opheffing omdat de grond van het bewind (verkwisting/probl. schulden) niet meer bestaat. Kantonrechter heeft verzoek afgewezen omdat de grond 'verkwisting' nog aan de orde is en voortzetting bewind noodzakelijk is.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind

locatie Alkmaar

Zaaknummer: 9930638 BZ VERZ 22-5214 MVH

Uitspraakdatum: 5 augustus 2022

Beschikking van de kantonrechter

op verzoek van:

[verzoeker] ,

geboren te [woonplaats] , [land] , op [geboortedatum] ,

van wie het adres bekend is bij deze rechtbank,

hierna ook te noemen: verzoeker,

van wie de bewindvoerder is:

R.P.F. van Maas, h.o.d.n. RVM-Bewindvoering,

gevestigd te Heerhugowaard,

hierna ook te noemen: RVM-Bewindvoering.

procedure

De kantonrechter heeft kennisgenomen van:

  • -

    het verzoek, mondeling ter zitting gedaan op 2 augustus 2022;

  • -

    het verweer van de bewindvoerder.

Op 2 augustus 2022 heeft een mondelinge behandeling plaatsgevonden.

beoordeling

Bij beschikking van de kantonrechter van 10 juni 2015 is RVM-Bewindvoering benoemd tot bewindvoerder over de goederen die (zullen) toebehoren aan verzoeker op grond van verkwisting of het hebben van problematische schulden.

Het verzoek van verzoeker strekt tot opheffing van het bewind. Verzoeker heeft daartoe aangevoerd dat zijn schulden zijn opgelost, hij gaat trouwen en dat hij in staat is zelf met zijn broer zijn financiën te beheren. Verzoeker wil tevens opheffing van het bewind om meer geld te kunnen besteden.

De bewindvoerder heeft aangevoerd dat opheffing van het bewind niet verstandig is. Verzoeker heeft nu inderdaad geen problematische schulden, de meeste schulden zijn via de MNSP opgelost. Dat er na het afronden van de MSNP geen nieuwe problematische schulden zijn ontstaan, komt doordat verzoeker niet in staat is schulden te maken omdat de bewindvoerder dat, voor zover dat binnen zijn mogelijkheden ligt, voorkomt. Verzoeker vraagt vaak extra geld en snapt niet dat hij geen extra geld kan krijgen als dat er niet is. Als voorbeeld benoemt de bewindvoerder dat verzoeker een operatie wilde ondergaan in Marokko en daarvoor € 3000,- vroeg. Verzoeker werd boos toen hij dit bedrag niet kreeg. Echter, verzoeker beschikte niet over een dergelijk bedrag. Verzoeker leent dan geld van familie, dat later dan weer terug betaald moet worden. Verzoeker kan uitgaven waarvoor hij wel geld van de bewindvoerder krijgt, later onvoldoende verantwoorden.

Hij meldt dan dat in Marokko ziekenhuizen corrupt zijn en hij maar een rekening van

€ 1000,- euro krijgt, maar wel € 3000,- heeft moeten betalen. Verzoeker kan zich in Nederland op kosten van de zorgverzekering laten behandelen, toch kiest hij ervoor om veel geld in Marokko uit te geven aan medische behandelingen daar. Verder wil hij geld aan zijn moeder in Marokko geven. Verzoeker onderkent onvoldoende dat hij een minimaal inkomen heeft en hij van dit geld zal moeten zien rond te komen. Wanneer het bewind wordt opgeheven zal verzoeker binnen de kortste keren weer diep in de schulden zitten.

De samenwerking met verzoeker verloopt overigens lang niet altijd soepel. Wanneer verzoeker niet krijgt wat hij wil, scheldt hij en gebruikt hij ongepast taalgebruik. Niettemin is de bewindvoerder bereid verzoeker onder bewind te houden. Zonder bewind gaat het absoluut mis.

De kantonrechter is van oordeel dat de grond waarop het bewind is ingesteld te weten verkwisting of het hebben van problematische schulden nog altijd bestaat en dat voortzetting van het bewind noodzakelijk is. Bij het instellen van het bewind bestond een aanzienlijke schuld zowel aan familieleden (ongeveer € 15.000,-) als aan derden (ongeveer € 16.000,-). Destijds is aangegeven dat verzoeker geen inzicht heeft in zijn financiën, hij een slechte gezondheid heeft en van een Wajong uitkering moet rondkomen.

Uit de stukken en hetgeen ter zitting is besproken is gebleken dat de gezondheid van verzoeker nog altijd slecht is en hij nog altijd moet rondkomen van een uitkering. De voornaamste reden dat verzoeker opheffing van zijn bewind wil, is dat hij dan meer geld uit kan geven. Met de bewindvoerder is de kantonrechter van oordeel dat het bewind moet voortduren. Er zijn op dit moment geen schulden meer, maar verzoeker wil meer geld uitgeven dat hij heeft en bewind is nodig omdat de kans groot is dat verzoeker zijn geld gaat verkwisten en opnieuw schulden zullen ontstaan. Dat is niet in het belang van betrokkene en niet in het belang van de maatschappij.

De kantonrechter zal het verzoek dan ook afwijzen.

beslissing

De kantonrechter:

- wijst het verzoek tot opheffing bewind af;

Deze beschikking is gegeven door mr. M.T. Goossens, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter