Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2022:6714

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
03-08-2022
Datum publicatie
03-08-2022
Zaaknummer
9956765
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verhuurder vordert als voorlopige voorziening ontruiming van de door hem aan huurders verhuurde woning. De kantonrechter wijst de vordering toe omdat huurders onrechtmatig overlast voor omwonenden veroorzaken. Daardoor handelen zij in strijd met hun verplichting in de huurovereenkomst om zich als goed huurder te gedragen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind

locatie Alkmaar

Zaaknr./rolnr.: 9956765 \ KG EXPL 22-57

Uitspraakdatum: 3 augustus 2022

Vonnis van de kantonrechter in kort geding in de zaak van:

[eiser]

wonende te [woonplaats 1]

eiser

verder te noemen: [eiser]

gemachtigde: mr. W.E.A. Stegeman

tegen

1 [gedaagde 1]

wonende te [woonplaats 2]

2 [gedaagde 2]

wonende te [woonplaats 2]

gedaagden

verder te noemen: [gedaagden]

gemachtigde: mr. A. de Groot

De zaak in het kort

[eiser] vordert als voorlopige voorziening ontruiming van de door hem aan [gedaagden] verhuurde woning. De kantonrechter wijst de vordering toe omdat [gedaagden] onrechtmatig overlast voor omwonenden veroorzaken. Daardoor handelen zij in strijd met hun verplichting in de huurovereenkomst om zich als goed huurder te gedragen.

1 Het procesverloop

1.1.

[eiser] heeft [gedaagden] op 5 juli 2022 gedagvaard.

1.2.

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 13 juli 2022. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen ter toelichting van hun standpunten, mede aan de hand van pleitaantekeningen, naar voren hebben gebracht. Voorafgaand aan de zitting heeft [eiser] bij brieven van 11 en 12 juli 2022 en [gedaagden] bij brieven van 8 en 12 juli 2022 nog stukken toegezonden. [eiser] heeft ter zitting aan de kantonrechter twee usb-sticks met filmpjes overhandigd. [gedaagden] hebben tijdens de zitting ook een usb-stick met audio- en videomateriaal overgelegd.

2 De feiten

2.1.

Op 24 september 2014 heeft [eiser] met [gedaagden] een huurovereenkomst gesloten betreffende de woonruimte aan het adres [adres 1] te [postcode] [plaats] (hierna: de woning).

2.2.

In artikel 13.6 van de bij de huurovereenkomst horende Algemene Huurvoorwaarden is opgenomen dat [gedaagden] zich als goed huurder dienen te gedragen en het gehuurde dienen te gebruiken en te onderhouden zoals het een goed huurder betaamt.

2.3.

In artikel 9 van de bijzondere bepalingen in de huurovereenkomst is opgenomen dat [eiser] het recht heeft de woning maandelijks te inspecteren.

2.4.

Op 17 juni 2021 heeft de Burgemeester van de gemeente [gemeente] (hierna te noemen: de gemeente), een brief aan [gedaagden] gestuurd waarin, voor zover hier van belang, het volgende aan [gedaagden] is medegedeeld:

(…)

Al geruime tijd ontvangen de gemeente en politie van buurtbewoners van het [straatnaam] te [plaats] , meldingen over u. Het gaat hierbij om meldingen over bedreiging, intimidatie en het doen van valse of onjuiste beschuldigingen over bewoners. U ontvangt hiervoor van mij een waarschuwing.(…)

Feiten en omstandigheden

Sinds 2016 hebben de politie en ik van buurtbewoners klachten en meldingen ontvangen over overlast welke door u wordt veroorzaakt.

De overlast bestaat uit:

- Schreeuwen tegen elkaar, zowel in de woning als in de tuin;

- Schelden op buurtbewoners;

- Valse meldingen maken over buurtbewoners, waaronder het beschuldigen van een buurtbewoner van het hebben van een grote hoeveelheid vuurwerk, het doen van bedreigingen aan uw adres, het beschuldigen van buurtbewoners van drugs dealen, pedofilie en andere criminele activiteiten;

- Het bonken op ramen van de woning van een buurtbewoner;

- Het plaatsen van camera’s gericht op de woning van een buurtbewoner;

- Het tegen een buurtbewoner zeggen dat u wanneer hij zich niet aan de regels houdt, u hem het dorp uitzet en dat u dit eerder hebt weten te realiseren;

- Het tegen elkaar opzetten van buurtbewoners;

- Het bedreigen van een buurtbewoner, onder andere met een heggenschaar;

- Het doen van valse meldingen bij de gemeente over bouwwerken van een buurtbewoner;

- Het veroorzaken van geluidsoverlast;

- Het doen van vernielingen aan de schutting van een buurtbewoner;

- Het fotograferen en filmen (van eigendommen) van buurtbewoners;

Interventies

Verschillende instanties waaronder maatschappelijk werk en de afdeling Sociaal Domein van de gemeente, de politie, het Veiligheidshuis en de GGZ hebben geprobeerd met u te komen tot een constructieve oplossing voor de overlast. U hebt zelf diverse keren hulpverlening aangevraagd, maar dit kon telkenmale niet worden doorgezet, omdat u niet meewerkte aan vervolgafspraken. Ook een interventie van Vangnet en Advies is niet doorgegaan omdat de afspraken zijn afgezegd door u.

(…)

Ik sommeer u er zorg voor te dragen dat u door gedragingen in of vanuit uw woning of in de onmiddellijke nabijheid van uw woning geen ernstige overlast en herhaaldelijke hinder veroorzaakt. (…)

2.5.

Bij brief van 24 maart 2022 van de gemeente aan [eiser] als eigenaar van de woning deelt de gemeente mee dat de overlast, ondanks de waarschuwing aan de bewoners van [adres 1] bij brief van 17 juni 2021, niet is gestopt.

2.6.

Op 23 april 2022 hebben diverse buurtbewoners een brief bij [gedaagden] in de brievenbus gedeponeerd en daarin gevraagd om met diverse antisociale gedragingen te stoppen. Volgens de buurtbewoners is dit een laatste poging om weer een normale omgang met de buurt te krijgen.

2.7.

Op 26 april 2022 heeft de Huurcommissie op verzoek van [gedaagden] geoordeeld dat de woning op 1 juni 2021 de nodige ernstige gebreken had. De geldende huurprijs is vanaf 1 juni 2021 tijdelijk verlaagd van € 699,00 naar € 209,70 per maand.

2.7.

Bij brief van 24 mei 2022 ontvangen [gedaagden] een laatste waarschuwing van de gemeente aangezien na de brief van 17 juni 2021 diverse meldingen en klachten zijn ontvangen over overlast die door [gedaagden] zijn veroorzaakt.

2.8.

In haar brief van 13 juni 2022 heeft de gemeente aan [eiser] , voor zover hier van belang, meegedeeld:

(…)

U bent eigenaar van de woning, gelegen aan het [adres 1] [postcode] [plaats] . U verhuurt deze woning. U ontvangt deze brief omdat uw huurders vanuit hun woning, vanaf het perceel [adres 1] en in de omgeving van de woning ernstige ontoelaatbare overlast jegens omwonenden veroorzaken. Er heerst onrust in de buurt en het veiligheidsgevoel van buurtbewoners is aangetast.

(…)

Door middel van deze brief spreek ik u aan als verhuurder om onmiddellijk maatregelen te treffen zodat de ernstige ontoelaatbare overlast, veroorzaakt door uw huurders vanuit hun woning, vanaf het perceel [adres 1] en in de omgeving van de woning wordt beëindigt en beëindigd blijft.

(…)

3 De vordering en het verweer

3.1.

[eiser] vordert dat de kantonrechter bij wijze van voorlopige voorziening [gedaagden] veroordeelt om binnen een week na dit vonnis het gehuurde staande en gelegen aan het [adres 1] te [plaats] te ontruimen met medeneming van het hunne en deze te verlaten en deze ontruimd en verlaten te houden, met afgifte van de sleutels aan [eiser] en deze ter vrije beschikking aan [eiser] te stellen, een en ander onder verbeurte van een dwangsom van € 250,00 voor iedere dag of dagdeel dat [gedaagden] met deze ontruiming en dit verbod en gebod in gebreke blijven.

3.2.

[eiser] legt aan de vordering ten grondslag – kort weergegeven – dat [gedaagden] handelen in strijd met de artikelen 1.2 en 9 van de huurovereenkomst, in strijd met artikel 13 van de Algemene Huurvoorwaarden en in strijd met artikel 7:213 van het Burgerlijk Wetboek (BW). [gedaagden] veroorzaken ernstige en structurele (en dus onrechtmatige) overlast bij omwonenden en gedragen zich daardoor niet als een goed huurder. Deze tekortkomingen en de overlast zijn vanaf 2021 zodanig ernstig dat de gemeente nu van [eiser] eist dat hij met onmiddellijke ingang een einde aan deze situatie maakt. Nu sprake is van het veroorzaken van ernstige en structurele overlast en [gedaagden] op ernstige wijze tekort schieten in de nakoming van hun verplichtingen uit de huurovereenkomst, zal dit naar de stellige verwachting in een bodemprocedure resulteren in ontbinding van de huurovereenkomst, hetgeen in dit kort geding grond oplevert voor toewijzing van de vordering tot ontruiming.

3.3.

[gedaagden] betwisten de vordering. Zij voeren aan – samengevat – dat [eiser] [gedaagden] al sinds 2016 uit de woning probeert te krijgen. Er zijn door [eiser] verschillende procedures tegen [gedaagden] gevoerd die door hem zijn verloren. [eiser] heeft samen met de buurman en de buurt een overlastdossier opgebouwd om een ontruimingsactie in dit kort geding te kunnen dragen en [gedaagden] weg te krijgen. Het conflict is beperkt tot de buurman van [adres 2] , [buurman] . De buurt kiest partij voor de buurman. De gemeente heeft met iedereen gesprekken behalve met [gedaagden] . Er vindt ten onrechte geen hoor en wederhoor plaats. Er wordt een buurtgesprek gehouden waar [gedaagden] niet bij aanwezig zijn. Eigen waarnemingen van de gemeente zijn er niet. Aan het door [eiser] overgelegde verslag van Bureau Woontalent kan geen waarde worden toegekend. Bureau Woontalent heeft [gedaagden] niet gesproken en praat uitsluitend de buurt na. Eigen waarnemingen van Bureau Woontalent zijn er niet. De ontruiming moet worden afgewezen. [gedaagden] hebben hun aandeel in de problemen maar zijn niet de eerste, enige of voornaamste oorzaak.

4 De beoordeling

4.1.

In deze zaak vordert [eiser] als voorlopige voorziening ontruiming van de woning door [gedaagden] . Dat is een maatregel die diep ingrijpt in het gebruiksrecht en de daarmee verbonden huurbescherming van de huurders. Gezien de ernst van de gevolgen voor de betrokken huurders kan daarom een ontruiming als voorlopige voorziening alleen worden uitgesproken, als met een grote mate van waarschijnlijkheid valt te verwachten dat in een gewone procedure (de bodemprocedure) de huurovereenkomst wordt ontbonden en dat [gedaagden] daarbij zullen worden veroordeeld om de woning te ontruimen. Bovendien moet sprake zijn van zodanig ernstige tekortkomingen dat de beslissing in de bodemzaak niet kan worden afgewacht.

4.2.

In de kern komen de verwijten van [eiser] er op neer dat [gedaagden] zich niet gedragen als goed huurder door onrechtmatige overlast te veroorzaken bij buren. Daarnaast lijkt [eiser] ook aan zijn vordering ten grondslag te leggen dat [gedaagden] hem bedreigen en intimideren en niet meewerken aan inspectie van de woning, waarna [eiser] de gebreken kan verhelpen. De kantonrechter zal met dat laatste verwijt beginnen.

Weigeren inspectie en laten herstellen van woning

4.3.

Voor zover [eiser] [gedaagden] verwijt dat zij niet meewerken aan inspectie van de woning en herstel van gebreken daaraan, is de kantonrechter van oordeel dat dit niet de gevorderde ontruiming van de woning rechtvaardigt. Vast staat dat [gedaagden] , in strijd met de huurovereenkomst, weigeren om [eiser] toegang tot de woning te geven voor inspectie daarvan. Dat heeft op 31 mei 2022 tot een confrontatie geleid toen [eiser] de woning wilde gaan inspecteren. Uit de door partijen overgelegde videobeelden van de confrontatie op 31 mei 2022 blijkt dat [eiser] met een andere persoon met een filmende camera naar de woning is gegaan. Hij heeft daar zonder toestemming van [gedaagden] resten van een reeds gebroken ruit met een stuk hout uit het raamkozijn geslagen/verwijderd. Dit op zich is al zeer intimiderend voor bewoners van een pand. Daar komt nog bij dat [eiser] , dan wel zijn metgezel, [gedaagden] daarbij op dwingende toon aan hen meedeelde dat ze niet meer zullen weggaan, dat [gedaagden] ze niet kunnen tegenhouden, dat dit nooit meer ophoudt en soortgelijke teksten. Voor zover [eiser] aan [gedaagden] verwijten maakt over wat er toen gebeurd is, ziet de kantonrechter niets anders dan een reactie op het intimiderende optreden van [eiser] . Dat intimiderende optreden is bovendien in strijd met het huisrecht van [gedaagden] (zie ook artikel 12 Grondwet). [eiser] lijkt geheel uit het oog te hebben verloren dat hij expliciete toestemming van de huurders nodig heeft om de woning te mogen betreden. Als [gedaagden] die toestemming niet geven, levert dat mogelijk een toerekenbare tekortkoming op in de nakoming van de huurovereenkomst, maar het geeft [eiser] niet het recht de woning te betreden. De wet geeft [eiser] als verhuurder bovendien de mogelijkheid om via de kantonrechter bij [gedaagden] af te dwingen dat dringende werkzaamheden aan de woning zullen plaatsvinden (artikel 7:220 BW).

4.4.

Voor zover [eiser] hen verwijt dat ze dreigende/intimiderende mails en/of brieven naar [eiser] hebben gestuurd en hem daarbij ten onrechte voor allerlei zaken uitmaken en valse beschuldigingen doen, is de kantonrechter van oordeel dat dit op zich de ontruiming van de woning niet rechtvaardigt. Dit mede gelet op het feit dat [eiser] er kennelijk ook zelf niet voor terugschrikt om [gedaagden] te intimideren.

Het verwijt dat [gedaagden] veertien procedures tegen [eiser] zijn begonnen, snijdt geen hout. Een aanzienlijk deel van die procedures betrof de door [eiser] gewenste beëindiging van de huurovereenkomst, waarbij [gedaagden] uiteindelijk in het gelijk zijn gesteld. Waar het gaat om het geschil bij de Huurcommissie zijn [gedaagden] ook in het gelijk gesteld. Op het beroep bij de kantonrechter is nog niet beslist.

Overlast voor omwonenden

4.5.

Voor zover [eiser] aan [gedaagden] verwijt dat zij overlast veroorzaken voor omwonenden, geldt als uitgangspunt dat een huurder van woonruimte niet op een wijze die volgens art. 6:162 BW onrechtmatig is overlast mag bezorgen aan omwonenden. Dergelijk onrechtmatig handelen is in strijd met de verplichting van een huurder tegenover zijn verhuurder om zich als goed huurder te gedragen. Immers, door wangedrag van een huurder kan een verhuurder schade lijden wanneer derden hem daarover aanspreken. Het is niet zo dat de huurder iedere vorm van overlast (bijvoorbeeld door een afwijkend leefpatroon) moet vermijden, als de huurder maar zodanige maatregelen neemt dat de overlast tot een minimum wordt beperkt. Wel heeft de huurder een zorgplicht om hinder en schade voor de verhuurder en derden te voorkomen en om daarvoor passende maatregelen te nemen, voorzover die redelijkerwijs van hem kunnen worden gevergd.

Conflict met [buurman]

4.6.

Binnen het beperkte kader van dit kort geding, heeft [eiser] onvoldoende aannemelijk gemaakt dat [gedaagden] onrechtmatig hebben gehandeld tegenover [buurman] . Waar het gaat over de confrontaties met buurman [buurman] , die sinds juli 2020 naast [gedaagden] woont, blijkt uit de door [gedaagden] overgelegde videobeelden dat [buurman] [gedaagde 1] dan wel [gedaagde 2] ernstig heeft mishandeld. [buurman] gaat daarbij helemaal door het lint en bedreigt hen met de dood. Volgens [eiser] was het handelen van [buurman] een reactie op langdurig en structureel sarrend optreden van [gedaagden] . Daarentegen stellen [gedaagden] dat [buurman] de confrontatie zocht. De kantonrechter kan de aanleiding van de mishandeling niet vaststellen op basis van de videobeelden. Hoe dit precies zit, zal moeten blijken in een eventueel te starten bodemprocedure. Daarin kan nader feitenonderzoek naar de aanleiding van de confrontaties plaatsvinden.

Gelet op de agressieve houding en dreigende woorden van [buurman] , waaronder “ik sla je dood” en “kankerhoer” tijdens de mishandeling (het bestand “mishandeling” op de usb-stick van [gedaagden] ), de sarrende en kwetsende wijze waarop [buurman] [gedaagde 1] dan wel [gedaagde 2] toespreekt (het bestand “gesprek” op de usb-stick van [gedaagden] ) en het zonder enige noodzaak gooien van een steen naar de woning (het bestand “steen” op de usb-stick van [gedaagden] ), kan de kantonrechter zeker niet uitsluiten dat het [buurman] is geweest die de confrontatie heeft gezocht. Of [gedaagden] valse beschuldigingen over [buurman] hebben verspreid, kan de kantonrechter evenmin vaststellen. Ook daarvoor is nader getuigenbewijs nodig en daarvoor geeft dit kort geding geen ruimte.

Overlast voor andere buurtbewoners

4.7.

Daarnaast voert [eiser] aan dat [gedaagden] door hun houding en gedrag ook het woongenot van andere buurtbewoners aantasten. Naast verklaringen van buurtgenoten, baseert [eiser] die stelling op brieven van de gemeente en een onderzoeksverslag van Bureau Woontalent. Terecht voeren [gedaagden] aan dat zij niet door de gemeente en Bureau Woontalent zijn gehoord. De kantonrechter leest die brieven en dat rapport daarom met de nodige terughoudendheid. Dat neemt niet weg dat deze stukken en uit de overige gedingstukken ontstane beeld over de situatie en de oorzaak daarvan bevestigen.

4.8.

Naar het oordeel van de kantonrechter blijkt uit de door [eiser] overgelegde verklaringen van buurtgenoten - bezien in verband met de bevindingen van de gemeente en van Bureau Woontalent - dat meerdere buurtgenoten overlast van [gedaagden] ervaren. Die overlast bestaat uit (i) geschreeuw en ruzie tussen [gedaagden] onderling en (ii) uit dat wat de buren mede door toedoen van [gedaagden] meekrijgen van de conflicten met [eiser] en [buurman] . Daarnaast is gebleken (iii) dat een aantal van de buren zelf door [gedaagde 1] en/of [gedaagde 2] is lastiggevallen (zie bijvoorbeeld producties 20 en 21 van [eiser] ). Verder laten [gedaagden] (iv) hun woning verkrotten en hebben zij (v) na de confrontatie met [eiser] op 31 mei 2022 een met bloed besmeurde plaat voor het raam van de woning geplaatst, worden buurtgenoten, waaronder kinderen, nodeloos betrokken bij de geschillen die [gedaagden] met anderen hebben. Het lag op hun weg om in ieder geval kleine herstellingen aan de woning zelf te verrichten, dan wel noodmaatregelen te nemen (bijvoorbeeld door vervangend glas in of een vervangende plaat voor het voorraam te plaatsen).

De verklaringen van de buurtbewoners en de bevindingen van de gemeente en van Bureau Woontalent worden versterkt door de wijze waarop [gedaagden] zich schriftelijk uitlaten. Daarin uiten [gedaagden] zich onnodig grof en intimiderend. De kantonrechter vindt het aannemelijk dat [gedaagden] dit ook mondeling zo doen.

Verder is voldoende aannemelijk geworden dat het overlastgevende gedrag van [gedaagden] al jaren duurt.

4.9.

De kantonrechter heeft over [gedaagden] het beeld gekregen van twee mensen die (terecht of onterecht) een slachtofferrol op zich nemen en de confrontatie zoeken met eenieder van wie zij vermoeden dat die niet aan hun kant staat, bijvoorbeeld omdat die hen aanspreekt op hun gedrag. Uit de overgelegde verklaringen van omwonenden blijkt dat het gedrag van [gedaagden] escalerend werkt. Iedere actie van henzelf roept een tegenreactie op. [gedaagden] kunnen daarbij niet alleen maar wijzen naar degenen die hen (in hun ogen) onrecht aandoen, maar moeten ook zelf oog hebben voor de belangen van hun buren en andere betrokkenen. [gedaagden] hebben immers niet alleen zelf recht op rustig woongenot, zoals zij terecht stellen, maar dat hebben hun buurtgenoten ook. Van enig zelfinzicht in hun eigen rol in deze kwestie blijkt echter niets. Integendeel.

4.10.

Wat verder van belang is, is dat [gedaagde 2] tijdens de mondelinge behandeling van de zaak niet aanwezig was. Dit terwijl uit de verklaringen van de buurtgenoten lijkt te volgen dat juist zij zich het meest confronterend en intimiderend opstelt. Door haar afwezigheid heeft de kantonrechter niet de gelegenheid gekregen om het ontstane beeld te toetsen en zo nodig aan te passen.

Conclusie

4.11.

De conclusie is dat [gedaagden] zich onrechtmatig hebben gedragen jegens hun buurtgenoten en dat zij daardoor toerekenbaar zijn tekortgeschoten in hun verbintenis jegens [eiser] om zich als goed huurder te gedragen. Door het gedrag van [gedaagden] loopt [eiser] immers ook de kans schade te leiden. Het gaat om ernstige tekortkomingen die een grote impact hebben op de leefomgeving. De kantonrechter heeft geen enkele aanleiding te betwijfelen dat de onrust die mede door het gedrag van [gedaagden] in de buurt is ontstaan zodanig groot is dat deze niet langer houdbaar is en dat, zoals de gemeente stelt, de openbare orde in het geding is.

4.12.

Gelet op dat wat de kantonrechter hiervoor heeft overwogen over het gedrag van [gedaagden] en hun gebrekkige zelfinzicht daarbij, heeft de kantonrechter ook onvoldoende aanknopingspunten om te verwachten dat [gedaagden] zich in de toekomst wel als goed huurder zullen gaan gedragen. Weliswaar hebben zij op dit moment een vertrouwenspersoon die namens hen contact onderhoudt met, onder andere, de gemeente en hulpverleningsinstanties, maar de kantonrechter heeft er geen vertrouwen is dat dit een duurzame oplossing geeft. In het verleden zijn ook hulpverleningsinstanties ingeschakeld, maar is het door toedoen van [gedaagden] niet gekomen tot vervolgafspraken, zo blijkt uit de brief van de gemeente van 17 juni 2021.

4.13.

Gelet op de ernstige gevolgen van hun gedrag, het spoedeisende karakter van de gevorderde voorziening en omdat geen verbetering van de situatie te verwachten is, zal de kantonrechter de gevorderde ontruiming toewijzen. Het belang van [gedaagden] bij behoud van de woning weegt niet op tegen het belang van [eiser] bij de spoedige ontruiming daarvan. Wel zal aan [gedaagden] een iets langere termijn worden gegund voor de ontruiming en zal de te verbeuren dwangsom worden gemaximeerd.

4.14.

De proceskosten komen voor rekening van [gedaagden] , omdat zij ongelijk krijgen.

5 De beslissing

De kantonrechter:

5.1.

veroordeelt [gedaagden] om binnen vier weken na betekening van dit vonnis het gehuurde staande en gelegen aan het [adres 1] te [plaats] te ontruimen met medeneming van het hunne en deze te verlaten en deze ontruimd en verlaten te houden, met afgifte van de sleutels aan [eiser] en deze ter vrije beschikking aan [eiser] te stellen, een en ander onder verbeurte van een dwangsom van € 250,00 voor iedere dag of dagdeel dat [gedaagden] met deze ontruiming en dit verbod en gebod in gebreke blijven tot een maximum van 10.000,00;

5.2.

veroordeelt [gedaagden] tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van [eiser] tot en met vandaag vaststelt op:

dagvaarding € 129,82

griffierecht € 86,00

salaris gemachtigde € 498,00 ;

5.3.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

5.4.

wijst de vordering voor het overige af.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.H. Gisolf en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter