Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2022:6097

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
21-04-2022
Datum publicatie
16-08-2022
Zaaknummer
22/1459
Rechtsgebieden
Omgevingsrecht
Bijzondere kenmerken
Mondelinge uitspraak
Proces-verbaal
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Afwijzing vovo inzake last onder dwangsom staken sportschool in Bergen

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Zittingsplaats Haarlem

Bestuursrecht

zaaknummer: HAA 22/1459


proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van 21 april 2022 op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen

[verzoeker 1] en [verzoeker 2], uit [woonplaats], verzoekers

(gemachtigde: mr. J. Schmidt-Lo Fo Wong),

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Bergen, verweerder

(gemachtigde: mr. R.A. van Dijk).

Als derde-partij neemt aan het geding deel [derde belanghebbende] te [woonplaats].

Procesverloop

Op 1 juni 2021 hebben verzoekers om handhaving verzocht met betrekking tot het perceel [perceel] in Bergen (het perceel). Op het perceel heeft derde-partij een sportschool gevestigd en verzoekers ondervinden hiervan overlast van geluid en geparkeerde auto’s.

Bij besluit van 15 september 2021 is aan derde-partij een last onder dwangsom opgelegd inhoudende dat zij het gebruik in strijd met de voorschriften van het bestemmingsplan “Bergen Dorpskern Zuid” van het perceel als sportschool binnen 26 weken na de verzenddatum van het besluit dient te staken en gestaakt dient te houden.

In het besluit van 11 maart 2022 (primaire besluit) heeft verweerder de begunstigingstermijn van de aan derde-partij opgelegde last onder dwangsom met betrekking tot het perceel verlengd tot en met 15 juli 2022.

Verzoekers hebben tegen het primaire besluit bezwaar gemaakt. Zij hebben de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 21 april 2022 op zitting behandeld. Verzoekers zijn verschenen, bijgestaan door hun gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Namens derde-partij is verschenen [naam 1], vergezeld door [naam 2] en [naam 3].

Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de voorzieningenrechter onmiddellijk ter zitting uitspraak gedaan.

Beslissing

De voorzieningenrechter:

- schorst het primaire besluit tot de bekendmaking van de beslissing op bezwaar;

- bepaalt bij wijze van voorlopige voorziening dat de begunstigingstermijn die verbonden is aan de aan derde-partij bij het besluit van verweerder van 15 september 2021 opgelegde last onder dwangsom wordt verlengd met twee weken na vandaag tot en met 5 mei 2022;

- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 184,- aan verzoekers te vergoeden;

- veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoekers tot een bedrag van € 1.518,00.

Overwegingen

1. De voorzieningenrechter geeft hiervoor de volgende motivering.

2. Volgens vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State1 komt aan verweerder bij het bepalen van de lengte van de begunstigingstermijn enige vrijheid toe. Bij het bepalen van de lengte van de begunstigingstermijn geldt echter als uitgangspunt dat deze termijn niet wezenlijk langer mag worden gesteld dan noodzakelijk is om de overtreding te kunnen opheffen. Voor de vraag of een begunstigingstermijn in redelijkheid kan worden gesteld is slechts van belang of binnen die termijn aan de last kan worden voldaan en niet of de overtreder dat op een vanuit bedrijfseconomisch opzicht zo gunstig mogelijke wijze kan doen.

3. In dit geval kan de overtreding in beginsel worden beëindigd door per direct te stoppen met de bedrijfsvoering ter plaatse. Verweerder heeft derde-partij echter in de last onder dwangsom een termijn van zesentwintig weken gegeven om aan de lastgeving te voldoen. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft derde-partij hiermee voldoende de tijd gekregen om het gebruik van het perceel als sportschool te staken en gestaakt te houden. De voorzieningenrechter begrijpt dat derde-partij door te (moeten) voldoen aan de last in haar bedrijfseconomische belangen wordt geraakt, maar die belangen zijn niet doorslaggevend in deze zaak. Daarnaast heeft verweerder in het primaire besluit niet zichtbaar rekening gehouden met de belangen van verzoekers die al ruim tien jaar overlast ervaren van een sportschool naast hun woning, terwijl een sportschool daar niet is toegestaan

4. De voorzieningenrechter wijst het verzoek toe en treft de voorlopige voorziening dat het primaire besluit is geschorst tot de bekendmaking van de beslissing op bezwaar. Omdat de begunstigingstermijn voor de last onder dwangsom is verlopen op 16 maart 2022, betekent dit dat derde-partij niet meer aan de begunstigingstermijn kan voldoen. De voorzieningenrechter vindt het daarom redelijk om de begunstigingstermijn te verlengen met twee weken na vandaag tot en met 5 mei 2022 en zal daarom met toepassing van artikel 8:72, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht de hiervoor genoemde voorlopige voorziening treffen.

5. Omdat de voorzieningenrechter het verzoek toewijst, bepaalt de voorzieningenrechter dat verweerder aan verzoekers het door hen betaalde griffierecht vergoedt.

6. Omdat het verzoek wordt toegewezen, krijgen verzoekers een vergoeding voor de proceskosten die zij hebben gemaakt. Verweerder moet die vergoeding betalen. De vergoeding wordt met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. De bijstand door een gemachtigde levert 2 punten op (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift en 1 punt voor het verschijnen op de zitting). Die punten hebben een waarde van € 759,- bij een wegingsfactor 1. Toegekend wordt € 1.518,00.

Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 21 april 2022 door mr. M.H. Affourtit-Kramer, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M. van Excel, griffier.

griffier

voorzieningenrechter

Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

1 Zie bijvoorbeeld de uitspraak van 1 februari 2022 met ECLI:NL:RVS:2022:330