Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2022:5599

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
14-06-2022
Datum publicatie
06-07-2022
Zaaknummer
C/15/327748 / KG ZA 22-215
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Kort geding over opzegging distributieovereenkomst. Rechtsmacht. Verstrekking van diensten in de zin van artikel 7 lid 1 Herschikte EEX-Verordening. De eisen van redelijkheid en billijkheid brengen mee dat een bepaalde opzegtermijn in acht moet worden genomen. Vordering tot nakoming distributieovereenkomst tijdens opzegtermijn gedeeltelijk toegewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

Zittingsplaats Haarlem

zaaknummer / rolnummer: C/15/327748 / KG ZA 22-215

Vonnis in kort geding van 14 juni 2022

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

VINITES B.V.,

gevestigd te Haarlem,

eiseres,

advocaat: mr. J. Koekkoek te Haarlem,

tegen

de vennootschap naar buitenlands recht

FANTINI GROUP VINI S.R.L.,

gevestigd te Ortona (Chieti), Italië,

gedaagde,

advocaat: mr. J. Bedaux te Amsterdam.

Partijen zullen hierna Vinites en Fantini genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 11 mei 2022 met producties 1 tot en met 6 van de zijde van Vinites;

  • -

    de door Vinites in het geding gebrachte aanvullende producties 7 tot en met 30;

  • -

    de conclusie van antwoord met producties 1 tot en met 3 van de zijde van Fantini;

  • -

    de mondelinge behandeling van 31 mei 2022, waarbij door beide partijen pleitaantekeningen zijn overgelegd.

1.2.

Ter gelegenheid van de mondelinge behandeling waren aanwezig:

  • -

    namens Vinites: de heer [betrokkene 1] (eigenaar) en mevrouw [betrokkene 2] (inkoopmanager), bijgestaan door mr. Koekkoek voornoemd en mr. J.J. Dijkman;

  • -

    namens Fantini: mr. Bedaux voornoemd.

1.3.

Ter zitting is vonnis bepaald op heden.

2 De feiten

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting wordt in dit geding van het navolgende uitgegaan.

2.1.

Fantini is een producent en leverancier van wijn.

2.2.

Vinites is een importeur van diverse alcoholische producten en aanverwante artikelen. Directeur van Vinites is de heer [betrokkene 1] (hierna: [betrokkene 1]).

2.3.

[betrokkene 1] was tot 2013 ook één van de (destijds vier) aandeelhouders van Fantini.

2.4.

Sinds 1996 koopt Vinites met regelmaat bij Fantini wijn van de labels Gran Sasso en Don Camillo. Vinites verkoopt deze wijnen op haar beurt door aan haar klanten in Nederland in de vakhandel, groothandel, webshops en horeca.

2.5.

In een e-mail van 28 september 2017 heeft de exportdirecteur van Fantini aan [betrokkene 1] (Vinites) het volgende geschreven (vertaald uit het Italiaans):

“Horecamarkt

Gran Sasso : dit merk is al enkele jaren in uw assortiment opgenomen. U moet weten dat u nu de enige distributeur van dit merk bent, aangezien Fourcroy het uit het assortiment heeft gehaald.

Wat het huidige label betreft, zullen er in de toekomst berichten komen waarin wij proberen een nieuw imago met een "retro"-thema te creëren. Wij zullen u op de hoogte houden zodra wij over concrete ontwerpen beschikken.

Laten we niet vergeten dat u, aangezien u de exclusieve distributie van het merk Fantini hebt, over een aantal echt interessante producten beschikt, zoals de mousserende wijnen (vandaag hebt u het voordeel dat ze een groot deel van de belastingen hebben geschrapt) en het Collection wit en rood gamma.

U hebt ze onlangs geproefd met Rino en ik ben er zeker van dat als u zich op deze producten concentreert, zij u veel voldoening zullen geven op de Nederlandse markt.

- Grote distributie: wij zijn verheugd dat A/H onlangs nieuwe producten heeft opgenomen en ik ben benieuwd wat de ontwikkeling zal zijn in de distributie van Pecorino etc.........

Wat de A/H-distributie betreft, hebben we hier problemen in België, waar onze distributeur Mafribel, klaagt dat er promoties zijn met magnumflessen die het werk dat zij met het merk Fantini hebben gedaan, ernstig in gevaar brengen. Wij hebben deze kwestie reeds behandeld en eerlijk gezegd kunnen wij niet denken dat A/H ons merk kan beheren, zelfs niet voor markten waar zij het mandaat niet hebben. De situatie is zeer ernstig en ik verzoek u dringend met Valentino te overleggen, aangezien hij degene is die rechtstreeks betrokken is wanneer er klachten zijn op de Belgische markt.

Wat de rest van de grootschalige detailhandel betreft, zijn wij bereid om samen met u de verschillende marktvoorstellen te onderzoeken en gerichte aanbiedingen te doen. Uiteraard in dit geval met [betrokkene 3] gemaakte labels en ontwerpen.

- Merk: alle andere merken waarvan V.Salento, Vulture, Vesevo, Caldora en Zabù momenteel worden verdeeld door de jongens van Wijn. Het merk Cellaro (Sicilië) blijft voor u beschikbaar. (…)”

2.6.

Tussen partijen bestaat daarnaast een contractuele relatie met betrekking tot de rechtstreekse levering van wijnen door Fantini aan Nederlandse retailklanten (de “service agreement”). Over de beëindiging van de service agreement is tussen partij een geschil ontstaan. De advocaten van partijen hebben begin februari 2022 besproken dat dit geschil zal worden voorgelegd aan het ICC International Court of Arbitration. Onder andere op 2 maart 2022 en 11 april 2022 heeft Vinites conservatoir (derden)beslag laten leggen ten laste van Fantini, onder een aantal klanten van Fantini.

2.7.

Vinites heeft op 11 april 2022 een nieuwe order geplaatst bij Fantini. In reactie daarop heeft Fantini het volgende aan Vinites geschreven per e-mail van 13 april 2022:

We regret to inform you that the brand Gran Sasso is as of today not available for your esteemed company. Due to changes in our distribution policy, our brand will be granted to a different distributor.

Thank you for your kind attention and co-operation and wish you best of luck.”

2.8.

Bij brief van 14 april 2022 heeft Vinites geprotesteerd tegen de opzegging van de distributieovereenkomst met onmiddellijke ingang en Fantini gesommeerd te bevestigen dat de distributieovereenkomst wordt gecontinueerd tot (in ieder geval) 1 mei 2023.

2.9.

Fantini heeft per brief van 15 april 2022 de aanspraken van Vinites van de hand gewezen.

2.10.

Fantini heeft Vinites op 2 mei 2022 gedagvaard voor de Italiaanse rechter en - kort samengevat - gevorderd dat de Italiaanse rechter voor recht verklaart dat Fantini geen enkele verplichting heeft jegens Vinites op grond van de door Vinites gestelde distributieovereenkomst, dat Fantini niet verplicht kan worden orders van Vinites te leveren, en dat Vinites geen recht heeft op enige vorm van compensatie als gevolg van het beëindigen van de handelsrelatie.

3 Het geschil

3.1.

Vinites vordert samengevat - dat de voorzieningenrechter, bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

  1. Fantini gebiedt om de distributieovereenkomst tot 1 mei 2023, dan wel een door de voorzieningenrechter te bepalen termijn, onverkort na te (blijven) komen door op gebruikelijke wijze uitvoering te (blijven) geven aan al haar verplichtingen uit dien hoofde;

  2. Fantini verbiedt direct of indirect een overeenkomst aan te gaan, dan wel voort te zetten, met een derde partij (anders dan Vinites) voor de marketing en verkoop van de wijnen van de labels Gran Sasso en Don Camillo in Nederland aan de vakhandel, groothandel, webshops en de horeca;

  3. het onder 1 en 2 gevorderde toe te wijzen op straffe van verbeurte van een onmiddellijk opeisbare en niet voor verrekening vatbare dwangsom;

een en ander met veroordeling van Fantini in de kosten van de procedure, te vermeerden met de nakosten en de wettelijke rente.

3.2.

Aan haar vorderingen legt Vinites - zakelijk weergegeven - het volgende ten grondslag. De bestendige handelsrelatie tussen partijen is uitgegroeid tot een een mondeling overeengekomen duurovereenkomst voor onbepaalde tijd, meer specifiek een distributieovereenkomst. De eisen van redelijkheid en billijkheid brengen mee dat bij de opzegging van deze duurovereenkomst een opzegtermijn in acht moet worden genomen.

3.3.

Fantini voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

De bevoegdheid van de Nederlandse (voorzieningen-)rechter

4.1.

Omdat Fantini is gevestigd in Italië en het geschil dus een internationaal karakter heeft, ligt in de eerste plaats de vraag voor of de Nederlandse rechter bevoegd is van de vorderingen van Vinites kennis te nemen. De voorzieningenrechter beantwoordt die vraag bevestigend en licht dat oordeel als volgt toe.

4.2.

Vinites heeft de bevoegdheid van de Nederlandse rechter gebaseerd op artikel 7 lid 1 Herschikte EEX-Verordening (nr. 1215/2012). Daarin is bepaald dat ten aanzien van verbintenissen uit overeenkomst het gerecht bevoegd is van de plaats waar de verbintenis die aan de eis ten grondslag is gelegd, is uitgevoerd of moet worden uitgevoerd. Hierbij geldt dat de plaats van uitvoering van de verbintenis die aan de eis ten grondslag ligt voor de verstrekking van diensten de plaats is waar de diensten volgens de overeenkomst verstrekt werden of verstrekt hadden moeten worden (artikel 7 lid 1 sub b, tweede gedachtestreepje). Vinites betoogt dat sprake is van een distributieovereenkomst die in Nederland is uitgevoerd.

4.3.

Fantini heeft betwist dat de Nederlandse (voorzieningen-)rechter bevoegdheid toekomt en betoogt daartoe dat geen sprake van een distributieovereenkomst, maar van afzonderlijke overeenkomsten tot koop en levering van roerende zaken, die zijn uitgevoerd in Italië, zodat de Italiaanse rechter bevoegd is (artikel 7 lid 1 sub b, eerste gedachtestreepje Herschikte EEX-Verordening). Zelfs als wel sprake is geweest van een distributieovereenkomst, kon die overeenkomst volgens Fantini niet worden aangemerkt als overeenkomst tot de verstrekking van diensten, omdat de kenmerkende prestatie de verkoop van de wijnen is. Ook in dat geval is dus de Italiaanse rechter bevoegd, aldus nog steeds Fantini.

Is sprake van verstrekking van diensten?

4.4.

Voor de bevoegdheidsvraag is in de eerste plaats doorslaggevend of de rechtsbetrekking tussen Vinites en Fantini moeten worden aangemerkt als overeenkomst tot de verstrekking van diensten, in de zin van artikel 7 onder 1 sub b, tweede aandachtstreepje Herschikte EEX-Verordening, zoals Vinites veronderstelt en Fantini betwist.

4.5.

Wil een rechtsbetrekking, waarbij sprake is van een duurzame leveringsrelatie tussen leverancier en importeur, aangemerkt kunnen worden als het verstrekken van diensten, dan zal de duurzame handelsbetrekking verder moeten gaan dan het sluiten van opeenvolgende overeenkomsten die elk de levering van goederen tot voorwerp hebben. Het begrip “diensten” houdt op zijn minst in dat de partij die ze verstrekt, tegen vergoeding een bepaalde activiteit verricht.

Het bestaan van een activiteit vereist positieve handelingen. Deze activiteit kan onder meer bestaan in het bevorderen van de verspreiding van de producten van de fabrikant door de distributie ervan te verzekeren en door - in voorkomend geval - deelname aan de commerciële strategie van de fabrikant, in het bijzonder aan reclameacties, waardoor de (exclusieve) distributeur zijn klanten diensten en voordelen kan bieden die een gewone doorverkoper niet kan bieden, en de distributeur op die manier een groter deel van de lokale markt voor de producten van de fabrikant/leverancier kan veroveren.

De vergoeding als tegenprestatie voor een activiteit behoeft niet te bestaan in betaling van een som geld, maar kan ook bestaan in andere voordelen die de distributeur ontvangt omdat hij als enige de producten mag verkopen op een bepaald grondgebied of omdat hij ondersteuning krijgt in de vorm van toegang tot reclamemedia, overdracht van knowhow door opleidingen of betalingsfaciliteiten. Het geheel van die voordelen kan een economische waarde vertegenwoordigen die kan worden beschouwd als een vergoeding.

4.6.

De voorzieningenrechter is vooralsnog van oordeel dat de rechtsbetrekking tussen Vinites en Fantini moeten worden aangemerkt als overeenkomst tot de verstrekking van diensten (in de zin van artikel 7 onder 1 sub b, tweede aandachtstreepje Herschikte EEX-Verordening), omdat:

  1. sprake is van een exclusieve distributieovereenkomst, en

  2. de door Vinites in dat kader verrichtte diensten de kenmerkende prestatie betreft van de overeenkomst tussen partijen.

Daartoe is het volgende redengevend.

4.7.

Vinites heeft gesteld dat de werkwijze van Fantini als volgt kan worden samengevat (zie pleitaantekeningen Vinites, alinea’s 3.12 tot en met 3.15): Fantini verkoopt de door haar geproduceerde wijnen onder een aantal labels of merken. Deze labels verdeelt Fantini onder haar distributeurs, die vervolgens gerechtigd zijn het betreffende label exclusief te verkopen in een afgesproken afzetgebied. Voor Vinites zijn dat de labels Gran Sasso en Don Camillo.

4.8.

Fantini heeft aangevoerd dat Vinites bij haar wijn inkoopt en dat het Fantini verder niet aangaat wat Vinites met de ingekochte wijn doet. Ook zijn partijen volgens Fantini geen minimumafnameplicht voor Vinites overeengekomen.

4.9.

De voorzieningenrechter volgt Fantini hierin niet. De door Vinites geschetste gang van zaken vindt namelijk steun in de e-mail Fantini van 11 april 2022 (geciteerd in alinea 2.7). Daarin schrijft Fantini zelf dat vanwege “changes in our distribution policy, our brand will be granted to a different distributor” (onderstreping door de voorzieningenrechter). Die opmerking kan niet anders worden opgevat dan als een bevestiging van de stelling van Vinites dat Fantini haar merken toekent aan haar verschillende distributeurs (“granted”) en dat zij Vinites beschouwt als haar “distributor”.

De enkele omstandigheid dat in die e-mail van 11 april 2022 niet uitdrukkelijk wordt gesproken over de opzegging van een overeenkomst maakt dat niet anders. Dat is immers wel de strekking van de e-mail: Fantini is niet langer bereid de orders van Vinites te leveren, terwijl partijen 25 jaar lang zaken met elkaar hebben gedaan, op zeer regelmatige basis (gemiddeld tien keer per jaar). Weliswaar bestond er geen minimale afnameverplichting voor Vinites, maar dat staat er niet aan in de weg dat de handelsrelatie wordt aangemerkt als distributieovereenkomst.

4.10.

De door Vinites gegeven schets van de werkwijze van Fantini wordt bovendien bevestigd in de e-mail van Fantini van 28 september 2017 (aangehaald in alinea 2.5 van dit vonnis). Niet alleen is daarin vermeld dat Vinites exclusief het label Gran Sasso verkoopt in Nederland, maar wordt ook gesproken over de - exclusieve - verdeling van labels onder andere distributeurs (vgl. de volgende opmerking in de e-mail van 28 september 2017: “alle andere merken waarvan V.Salento, Vulture, Vesevo, Caldora en Zabù momenteel worden verdeeld door de jongens van Wijn. Het merk Cellaro (Sicilië) blijft voor u beschikbaar. (…)”).

4.11.

Uit de inhoud van laatstgenoemde e-mail wordt bovendien duidelijk dat Fantini Vinites deelgenoot heeft gemaakt van de commerciële strategie van Fantini. De omstandigheid dat (volgens Fantini) de prijzen van de wijnen eenzijdig werden bepaald door Fantini en geen sprake was van prijsonderhandelingen (met uitzondering van volumekortingen), laat onverlet dat sprake was van een samenwerking tussen partijen. Dat sprake was van een samenwerking die meer omvat dan de enkele verkoop en levering van wijnen is temeer aannemelijk waar -volgens de onweersproken stellingen van Vinites- de directeur van Vinites ([betrokkene 1]) een medeoprichter is van Fantini en tot 2013 één van de vier aandeelhouders van Fantini was, en dat tot voor kort frequent overleg over de verkoop van de wijnen plaatsvond tussen [betrokkene 1] en de directeur van Fantini, de heer V. Sciotti.

4.12.

Fantini heeft betoogd dat uit de door Vinites aangehaalde zin in de email van 28 september 2017 (“U moet weten dat u nu de enige distributeur van dit merk bent, aangezien Fourcroy het uit het assortiment heeft gehaald”) niet mag worden afgeleid dat sprake is van een exclusieve distributieovereenkomst. Volgens Fantini is slechts sprake van een feitelijke vaststelling en niet van een partijen bindende afspraak voor de toekomst.

Fantini wordt hierin niet gevolgd. Vinites heeft namelijk toegelicht dat deze opmerking in de e-mail van 28 september 2017 een reactie was op een door Vinites gemaakt bezwaar tegen het feit dat Fourcroy, een in België gevestigde distributeur, de wijnen van het label Gran Sasso ook aanbood in Nederland, in strijd met de tussen Vinites en Fantini gemaakte exclusiviteitsafspraken. Fantini heeft deze feitelijke aanleiding voor de e-mail van 28 september 2017 onvoldoende concreet weersproken, zodat de voorzieningenrechter van de juistheid daarvan uitgaat. De voorzieningenrechter interpreteert de aangehaalde zin daarom als een bevestiging van de afspraak dat Vinites als exclusieve distributeur het recht had om de wijnen van Gran Sasso in Nederland te verkopen en dat de tijdelijke verstoring van die afspraak (door Fourcroy) op dat moment was verholpen.

4.13.

Het voorgaande vindt ook bevestiging in de wijze waarop partijen uitvoering hebben gegeven aan de overeenkomst. Fantini heeft ter zitting verklaard dat de wijnen van de labels Gran Sasso en Don Camillo in de periode sinds de email van 28 september 2017 tot en met heden (een periode van bijna vijf jaar) niet door andere distributeurs of handelaren in Nederland zijn verkocht. De omstandigheid dat Vinites ook wijnen afneemt van andere fabrikanten, en dat Fantini wijnen van andere labels wel levert aan andere distributeurs in Nederland, doet aan de exclusiviteit met betrekking tot de labels Gran Sasso en Don Camillo vanzelfsprekend niet af.

4.14.

Volgens Fantini hebben in 2018 gesprekken plaatsgevonden over exclusiviteit, die toen niet tot resultaat hebben geleid. Vinites heeft betwist dat dergelijke gesprekken hebben plaatsgevonden. Omdat van deze gesprekken in 2018 geen onderbouwing is overgelegd, terwijl de stellingen van Vinites over de (al daarvóór) geldende exclusieve samenwerking tussen partijen worden gesteund door de e-mail van 28 september 2017, gaat de voorzieningenrechter aan deze stelling van Fantini voorbij.

4.15.

Vinites heeft verder onweersproken toegelicht dat de aard van het product meebrengt dat essentieel is dat haar afnemers de zekerheid hebben dat het betrokken label niet via andere kanalen op dezelfde geografische markt terecht komt: een klant van Vinites in de horecabranche, bijvoorbeeld een restauranthouder, wil geen wijn schenken die ook in de supermarkt wordt verkocht. Dit kan bezwaarlijk zonder dat de leverancier (Vinites) exclusiviteit heeft.

Vinites heeft bovendien haar bedrijfsvoering er op ingericht om dit onderscheid (enerzijds labels voor - kort gezegd - de horecabranche en anderzijds labels voor de retailklanten) in stand te houden. Van deze inspanningen van Vinites profiteert ook Fantini. Daarmee wordt immers de verspreiding van de wijnen in Nederland bevorderd en kunnen aan klanten voordelen worden geboden die een gewone doorverkoper niet kan bieden.

4.16.

Het voorgaande leidt tot het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter dat in dit geval sprake van een exclusieve distributieovereenkomst, die (onder meer) inhoudt dat Vinites diensten verricht voor Fantini. De tegenprestatie bestaat uit voordelen die Vinites ontvangt omdat zij als enige de labels Gran Sasso en Don Camillo mag verkopen in Nederland. Zij kan de wijnen tegen gunstiger voorwaarden doorverkopen aan haar klanten, doordat zij haar klanten zekerheid kan bieden dat de labels niet verkocht worden aan supermarkten of andere retailers.

4.17.

De voorzieningenrechter is verder van oordeel dat de dienstverrichting door Vinites de kenmerkende verbintenis van de overeenkomst tussen partijen betreft. Gelet op de toelichting van Vinites, die door Fantini onvoldoende concreet is weersproken, is de meerwaarde van de labels niet zozeer gelegen in de verkoop van de wijnen zelf (het betreft het lagere segment met een relatief lage inkoopprijs), maar in de garantie die Vinites aan haar klanten biedt en kan bieden dat de betreffende wijnen niet in de supermarkten te koop zijn of zullen komen. Het zwaartepunt van de overeenkomst ligt dus niet uitsluitend bij de koop en levering van de betreffende wijnen, maar bij de dienstverrichting door Vinites in verband met de exclusiviteit.

Slotsom rechtsmacht

4.18.

Uit het voorgaande volgt dat in dit kort geding voldoende aannemelijk is geworden dat tussen partijen sprake is van een rechtsbetrekking die kan worden gekwalificeerd als de verstrekking van diensten zoals bedoeld in artikel 7 onder 1 sub b, tweede gedachtestreepje Herschikte EEX-Verordening. Omdat de dienstverrichting door Vinites in Nederland heeft plaatsgevonden, betekent dit dat de voorzieningenrechter bevoegd is van de onderhavige vorderingen in kort geding kennis te nemen.

4.19.

Aan de beoordeling van het subsidiaire beroep van Vinites op artikel 35 Herschikte EEX-Verordening en de daartegen door Fantini opgeworpen bezwaren wordt daarom niet toekomen.

Litispendentie

4.20.

Fantini heeft zich er op beroepen dat sprake is van lititspendentie, omdat zij voorafgaand aan de aanhangigheid van dit kort geding een bodemprocedure over het onderhavige geschil heeft ingesteld bij de Italiaanse rechter. De voorzieningenrechter geeft Fantini geen gelijk en zal de onderhavige procedure niet aanhouden. Gelet op het bijzondere karakter van de voorlopige voorziening procedure mag immers niet snel worden aangenomen dat er sprake is van litispendentie. Daarvan is slechts sprake indien de procedures daadwerkelijk dezelfde inzet hebben en het om vergelijkbare procedures gaat. Die situatie doet zich niet voor. Fantini heeft immers erkend dat de procedure in Italië geen procedure voor voorlopige voorzieningen betreft, maar een bodemprocedure, waarin een (negatieve) verklaring voor recht wordt gevraagd. De inzet van die procedure wijkt dus wezenlijk af van de onderhavige kort geding procedure.

Inhoudelijke beoordeling: opzegging distributieovereenkomst

4.21.

De vorderingen van Vinites hebben tot strekking dat Fantini wordt veroordeeld tot nakoming van de distributieovereenkomst gedurende de opzegtermijn van (minimaal) één jaar. De gevorderde voorzieningen zijn in kort geding slechts toewijsbaar, indien Vinites voldoende feiten en omstandigheden aanvoert waaruit aannemelijk wordt dat een dergelijke vordering in een eventuele bodemprocedure tussen partijen zal worden toegewezen.

4.22.

Het verweer van Fantini tegen de vorderingen van Vinites komt er op neer dat geen sprake is van een (exclusieve) distributieovereenkomst voor onbepaalde tijd, maar slechts van elkaar opvolgende koopovereenkomsten. Daarom gelden de door Vinites gestelde opzegbeperkingen niet en stond het Fantini vrij de handelsrelatie met Vinites met onmiddellijke ingang te beëindigen, aldus Fantini.

4.23.

De voorzieningenrechter is vooralsnog van oordeel dat sprake is van een exclusieve distributieovereenkomst tussen partijen. Verwezen wordt naar alinea’s 4.7 tot en met 4.19. Dit verweer van Fantini slaagt dus niet.

4.24.

Vervolgens moet beoordeeld worden of de distributieovereenkomst met onmiddellijke ingang opzegbaar was. Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter is op deze vraag het Nederlands recht van toepassing, aangezien de kenmerkende prestatie het verlenen van diensten betreft door Vinites en Vinites in Nederland is gevestigd (zie artikel 4 lid 2 Verdrag van 19 juni 1980, Trb. 1980, 156, (EVO) voor zover de distributieovereenkomst is gesloten vóór 17 december 2009, althans artikel 4 lid 1 sub f Verordening nr. 593/008 (Rome I)).

4.25.

Naar Nederlands recht is een distributieovereenkomst (voor onbepaalde tijd) in beginsel opzegbaar. Op grond van artikel 6:248 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) kunnen de eisen van redelijkheid en billijkheid in verband met de aard en inhoud van de overeenkomst en de omstandigheden van het geval meebrengen dat opzegging slechts mogelijk is indien daarvoor een voldoende zwaarwegende grond bestaat, en/of een bepaalde opzegtermijn in acht moet worden genomen.

4.26.

Vinites verzet zich er niet tegen dat de distributieovereenkomst eindigt, maar heeft aangevoerd dat in dit geval een opzegtermijn in acht had moeten worden genomen, gelet op de jarenlange relatie tussen partijen (25 jaar).

Omdat Fantini hiertegen geen (gemotiveerd) verweer heeft gevoerd, volgt de voorzieningenrechter Vinites hierin. Hieraan kan nog worden toegevoegd dat een belangrijk element van de samenwerking tussen partijen er uit bestaat dat Vinites haar klanten kan verzekeren dat de wijnen niet elders op de markt (bijvoorbeeld in een supermarkt) zullen worden aangeboden. Dit element valt weg indien Fantini op ieder gewenst moment de overeenkomst zou kunnen opzeggen zonder een opzegtermijn in acht te nemen.

4.27.

Het voorgaande leidt tot de tussenconclusie dat Vinites voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat in een eventuele bodemprocedure geoordeeld zal worden dat Fantini bij de opzegging van de distributieovereenkomst een opzegtermijn in acht had behoren te nemen.

4.28.

Bij deze stand van zaken kan de vraag of voor de opzegging een dringende reden vereist was, en of daarvan sprake is geweest, in dit kort geding verder onbeantwoord blijven.

Termijn en belangenafweging

4.29.

De voorzieningenrechter kan in deze kort geding procedure niet bindend tussen partijen vaststellen welke opzegtermijn Fantini in acht had moeten nemen. Aan de voorzieningenrechter ligt slechts de vraag voor welke maatregelen - gelet op de wederzijdse belangen van partijen - op dit moment gerechtvaardigd zijn.

4.30.

Dat aanleiding bestaat om Fantini te veroordelen tot nakoming van de distributieovereenkomst voor de duur van één jaar (tot 1 mei 2023), zoals Vinites vordert, heeft zij onvoldoende concreet toegelicht. Hierbij weegt ook mee dat de afhankelijkheid van Vinites van Fantini in verhouding tot haar totale omzet voor de horecabranche relatief klein is (5-10% van de omzet van Vinites voor horeca is afkomstig van de wijnen van de labels Don Camillo en Gran Sasso). Het (spoedeisend) belang van Vinites bij de door haar ingestelde vorderingen bestaat er uit dat zij bestaande verplichtingen aan haar klanten moet nakomen en tijd nodig heeft om een vervangend merk te zoeken die zij aan haar klanten kan aanbieden. Dat dit niet van de één op andere dag kan, staat tussen partijen niet ter discussie, maar dat daarvoor een jaar nodig is, is door Fantini betwist en daar tegenover door Vinites onvoldoende aannemelijk gemaakt. De voorzieningenrechter zal de duur van de gevraagde voorzieningen daarom verkorten tot 1 januari 2023, omdat Vinites ter zitting heeft verklaard dat zij (ten minste) tot dat moment nodig heeft om een vervangend merk te vinden en te introduceren.

4.31.

Van de zijde van Fantini zijn geen rechtens te respecteren belangen gebleken die zich tegen deze veroordeling verzetten. Zij heeft aangevoerd dat zij geen zaken meer wil doen met Vinites, gelet op het geschil over de service agreement en de door Vinites gelegde conservatoire beslagen. Dat het tijdelijk (tot 1 januari 2023) blijven leveren van de door Vinites bestelde wijnen (tegen betaling van de tussen partijen overeengekomen koopprijs) daadwerkelijk (objectief) leidt tot beschadiging van de belangen van Fantini is door haar echter niet inzichtelijk gemaakt.

Formulering van de vorderingen

4.32.

Fantini betoogt dat vordering 1 blijkens de formulering en de definitie van het begrip ‘distributieovereenkomst’ in de dagvaarding enkel betrekking heeft op de levering van wijn aan Vinites die bestemd is voor de horecaklanten van Vinites, en dus niet voor de vakhandel, groothandel en webshops. Hierin word Fantini niet gevolgd, aangezien het begrip ‘horeca’ in de dagvaarding is gedefinieerd als: vakhandel, groothandel, webshops en horeca.

4.33.

Verder betoogt Fantini dat vordering 1 niet toewijsbaar is voor zover het klanten van Vinites in de vakhandel, groothandel en webshops betreft, omdat het enige bewijs van het bestaan van de distributieovereenkomst de mail van 28 september 2017 is en daarin alleen wordt gesproken over horeca. Ook hierin geeft de voorzieningenrechter Fantini geen gelijk. De enkele omstandigheid dat (de exclusiviteit van) de distributierelatie in de e-mail van 28 september 2017 is besproken onder het kopje ‘horeca’ (de eerste zin), rechtvaardigt niet de conclusie dat de distributieovereenkomst niet geldt voor de vakhandel, groothandel en de webshops. De voorzieningenrechter baseert het bestaan van de distributieovereenkomst bovendien niet uitsluitend op (de eerste zin van) de e-mail van 28 september 2017, maar met name op de door Vinites geschetste en door Fantini onvoldoende concreet weersproken werkwijze, die er uit bestaat dat Fantini haar labels verdeelt onder distributeurs en die labels exclusief aan die distributeur toekent. Dat die verdeling enkel geldt voor horecaklanten en dus niet voor vakhandel, groothandel, webshops, lijkt een geforceerd onderscheid en blijkt ook niet uit de door partijen gehanteerde werkwijze, waarin dit onderscheid niet werd gemaakt.

4.34.

Het betoog van Fantini dat vordering 1 te vaag is en dat onduidelijk is welke verplichtingen zij heeft, wordt evenmin gevolgd. Fantini dient de distributieovereenkomst na te komen op dezelfde wijze als vóór de opzegging. Gelet op het voorgaande mag Fantini daarbij geen onderscheid maken tussen enerzijds orders die bestemd zijn horeca, en anderzijds orders voor vakhandel, groothandel en de webshops. Daarom bestaat ook geen aanleiding om aan de toewijzing van vordering 1 de voorwaarde te verbinden dat Vinites inzichtelijk moet maken hoeveel flessen zij aan welke afnemer levert.

4.35.

Fantini voert aan dat vordering 1 enkel toewijsbaar is voor zover het label Gran Sasso betreft, omdat in de e-mail van 28 september 2017 alleen de Gran Sasso is vermeld en het label Don Camillo daarin niet is genoemd. Ook dit betoog slaagt niet. Als onweersproken staat vast dat de Don Camillo door Fantini is toegekend aan Vinites zodat de voorzieningenrechter er vanuit gaat dat sprake is van een (exclusieve) distributieovereenkomst.

4.36.

Vordering 2 is eveneens toewijsbaar. Fantini heeft hiertegen aangevoerd dat zij niet weet of haar andere afnemers de wijnen van de labels Don Camillo en Gran Sasso leveren aan horeca in Nederland. Dit verweer slaagt niet, omdat Fantini ter zitting heeft bevestigd dat al sinds (in ieder geval) 2017 er geen afnemers/distributeurs zijn van Fantini die deze wijnen in Nederland verkopen. Aan deze veroordeling zal eveneens de einddatum 1 januari 2023 worden verbonden.

4.37.

Aangezien Fantini heeft verklaard niet te zullen leveren aan Vinites, ziet de voorzieningenrechter aanleiding de gevorderde dwangsom (vordering 3) eveneens toe te wijzen. De dwangsom zal worden gematigd en daaraan zal een maximum worden verbonden op de wijze zoals in de beslissing vermeld.

4.38.

Fantini zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten van Vinites, die tot op heden worden begroot op € 1.795,33, waarvan € 103,33 aan dagvaardingskosten, € 676 aan griffierecht en € 1.016 aan salaris advocaat.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

gebiedt Fantini om de distributieovereenkomst met Vinites tot 1 januari 2023 onverkort na te (blijven) komen door op gebruikelijke wijze uitvoering te (blijven) geven aan al haar verplichtingen uit dien hoofde;

5.2.

verbiedt Fantini tot 1 januari 2023 direct of indirect een overeenkomst aan te gaan, dan wel voort te zetten, met een derde partij (anders dan Vinites) voor de marketing en verkoop van de wijnen van de labels Don Camillo en Gran Sasso in Nederland aan de vakhandel, groothandel, webshops en de horeca;

5.3.

veroordeelt Fantini tot betaling van een onmiddellijk opeisbare en niet voor verrekening vatbare dwangsom ter hoogte van € 1.000 per overtreding en voor iedere dag (waarbij een dagdeel als dag zal hebben te gelden) dat Fantini met de tijdige en volledige nakoming van de beslissingen in 5.1 of 5.2 in gebreke blijft, totdat een maximum van in totaal € 50.000 is bereikt;

5.4.

veroordeelt Fantini in de kosten van deze procedure, tot op heden begroot op € 1.795,33, te vermeerderen met de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 163 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat Fantini niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 85 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak, en te vermeerderen met de wettelijke rente over de proceskosten en de nakosten met ingang van veertien dagen na de datum van dit vonnis tot de dag der algehele voldoening;

5.5.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

5.6.

wijst af het anders of meer gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.H. Schotman en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier op 14 juni 2022.1

1 type: 1538