Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2022:4884

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
14-06-2022
Datum publicatie
14-06-2022
Zaaknummer
C/15/327702 / KG ZA 22-211
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Handelsnaam en domeinnaam. Vordering tot overdracht domeinnaam die geheel overeenstemt met oudere handelsnaam. Overige vorderingen allemaal afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind

Zittingsplaats Alkmaar

zaaknummer / rolnummer: C/15/327702 / KG ZA 22-211

Vonnis in kort geding van 14 juni 2022

in de zaak van

1. de vennootschap onder firma

[eiseres] ,

gevestigd en kantoor houdende te [vestigingsadres 1] , gemeente [gemeente] ,

2. [eiser 2],

vennoot van eiseres sub 1,

kantoor houdende te [kantooradres 1] , gemeente [gemeente] ,

3. [eiser 3],

vennoot van eiseres sub 1,

kantoor houdende te [kantooradres 1] , gemeente [gemeente] ,

eisers in conventie,

verweerders in reconventie,

advocaat mr. R.J. van Velzen te Heiloo,

tegen

1. de vennootschap onder firma

[gedaagde 1] ,

gevestigd en kantoor houdende te [vestigingsadres 2] , gemeente [gemeente] ,

2. [gedaagde 2] ,

vennoot van gedaagde sub 1,

kantoor houdende te [kantooradres 2] , gemeente [gemeente] ,

3. [gedaagde 3],

vennoot van gedaagde sub 1,

kantoor houdende te [kantooradres 2] , gemeente [gemeente] ,

gedaagden in conventie,

eisers in reconventie,

advocaat mr. K. Dirlik te Alkmaar.

Partijen zullen hierna [eisers] en [gedaagden] genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding met producties

  • -

    de conclusie van eis in reconventie

  • -

    aanvullende producties van de zijde van [eisers]

  • -

    de mondelinge behandeling

  • -

    de pleitnota van [eisers]

  • -

    de pleitnota van [gedaagden] .

1.2.

Bij gelegenheid van de mondelinge behandeling op 31 mei 2022 zijn verschenen namens [eisers] haar vennoot [eiser 2] , vergezeld van zijn echtgenote en bijgestaan door mr. Van Velzen voornoemd en namens [gedaagden] haar vennoot [gedaagde 2] en de heer [naam 1] als schriftelijk gemachtigde voor [gedaagde 3] , bijgestaan door mr. Dirlik voornoemd. Tevens is verschenen de heer [naam 2] ( [bedrijfsnaam] ) als belangstellende. Tot slot is er een vertegenwoordiger van de schrijvende pers aanwezig.

1.3.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De zaak in het kort

Partijen zijn beiden actief (onder meer) in de verhuur van elektrische motorrijtuigen voor recreatief gebruik op [gemeente] . Zij verwijten elkaar dat de ander inbreuk maakt op een gevoerde handelsnaam/handelsnamen door het gebruik van handelsnamen en/of domeinnamen. De voorzieningenrechter wijst de vordering van [eisers] alleen toe voor zover [gedaagden] een domeinnaam heeft geregistreerd die volledig overeenkomt met een door [eisers] reeds gevoerde handelsnaam. De vorderingen van [gedaagden] worden afgewezen.

3 De feiten

3.1.

[eisers] verricht activiteiten op het gebied van (groeps-)vervoer en het organiseren van dagtochten en -evenementen op [gemeente] . Vanaf 2019 verhuurt zij onder meer zogenaamde “E-scooters” en “E-fatbikes”, onder de handelsnaam “ [handelsnaam 1 eisers] ” en maakt daarbij gebruik van de domeinnaam [domeinnaam 1 eisers] , welke domeinnaam zij op 25 maart 2019 heeft geregistreerd bij SIDN . Daarnaast maakt zij gebruik van de domeinnaam [domeinnaam 2 eisers] , welke domeinnaam zij op 13 oktober 2018 heeft geregistreerd.

3.2.

[gedaagden] heeft haar onderneming ingeschreven op 12 april 2021 in de registers van de Kamer van Koophandel. Zij houdt zich eveneens onder meer bezig met verhuur van elektrische motorrijtuigen voor recreatiedoeleinden op [gemeente] . Kort na haar oprichting heeft zij zich gewend tot [eisers] met de vraag of zij de domeinnaam [domeinnaam 2 eisers] van [eisers] kon overnemen. [eisers] heeft haar verzocht een bod te doen, maar hier is door [gedaagden] niet meer op gereageerd.

3.3.

[gedaagden] heeft in februari 2022 de handelsnamen “ [handelsnaam 1 gedaagden] ”, “ [handelsnaam 2 gedaagden] ”, “ [handelsnaam 3 gedaagden] ” en “ [handelsnaam 4 gedaagden] ” toegevoegd aan haar inschrijving bij de Kamer van Koophandel. Daarnaast heeft [gedaagden] de domeinnamen [domeinnaam 1 gedaagden] en [domeinnaam 2 gedaagden] geregistreerd.

3.4.

[eisers] heeft [gedaagden] verzocht en gesommeerd om de hiervoor in 3.3 genoemde handelsnamen uit te schrijven en deze handelsnamen niet langer te gebruiken. Tevens heeft zij verzocht de domeinnamen aan [eisers] over te dragen.

3.5.

[gedaagden] heeft laten weten alleen bereid te zijn aan de sommatie te voldoen als [eisers] de domeinnaam [domeinnaam 2 eisers] aan haar zou overdragen. [eisers] heeft met dit voorstel niet ingestemd.

4 Het geschil

in conventie

4.1.

[eisers] vordert samengevat - dat de voorzieningenrechter bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad [gedaagden] zal veroordelen om binnen een week na betekening van dit vonnis (i) de inschrijving van haar handelsnamen “ [handelsnaam 1 gedaagden] ”, “ [handelsnaam 2 gedaagden] ”, “ [handelsnaam 3 gedaagden] ” en “ [handelsnaam 4 gedaagden] ” door te halen in de registers van de Kamer van Koophandel, (ii) over te gaan tot het verwijderen van de woorden ‘ [woordengroep 1] ’ en ‘ [woordengroep 2] ’, de URL [adres website gedaagden] , en de weblinks: “ [handelsnaam 3 gedaagden] ”, en: “ [woordengroep 1] ” van haar website [website gedaagden] , (iii) over te zijn gegaan tot het verlenen van alle noodzakelijke medewerking tot overdracht van de domeinnamen [domeinnaam 1 eisers] en [domeinnaam 2 gedaagden] aan [eisers] en (iv) [gedaagden] zal veroordelen zich geheel en onvoorwaardelijk te onthouden van het gebruik in voor het publiek bestemde uitingen, van een combinatie van de woorden ‘ [woord 1] ’ en ‘ [woord 2] ’, dan wel meervouden of vervoegingen daarvan,

een en ander op straffe van een dwangsom en met veroordeling van [gedaagden] in de kosten van dit geding.

4.2.

[gedaagden] voert verweer.

4.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

in reconventie

4.4.

[gedaagden] vordert samengevat - dat de voorzieningenrechter bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad [eisers] hoofdelijk (i) zal veroordelen tot het om niet overdragen van de domeinnaam [domeinnaam 2 eisers] binnen zeven dagen na betekening van dit vonnis, (ii) met onmiddellijke ingang zal verbieden om de domeinnaam [domeinnaam 2 eisers] of een domeinnaam van gelijke strekking te registreren en geregistreerd te houden, (iii) zal gebieden om hun website met domeinnaam

www. [eisers] .nl aan te passen zodat er geen gevaar voor verwarring meer te duchten valt

met de website van [gedaagden] met domeinnaam [website gedaagden] : meer in

het bijzonder door het verwijderen van de groene kleur en deze te vervangen door een

andere kleur, de lay-out van de website te veranderen en de tekst te veranderen zodat deze

geen gelijkenissen meer vertoont met de website van [gedaagden] , (iv) zal veroordelen om binnen zeven dagen na betekening van dit vonnis de inschrijving van de handelsnaam

[handelsnaam 2 eisers] door te halen en doorgehaald te houden in en uit de registers van de Kamer van Koophandel,

een en ander op straffe van verbeurte van een dwangsom en met veroordeling van [eisers] in de volledige proceskosten (ex. art. 1019h Rv), de nakosten daaronder begrepen, en te

vermeerderen met de wettelijke rente over de proceskosten vanaf 14 dagen na de datum van dit vonnis tot en met de dag van de algehele voldoening.

4.5.

[eisers] voert verweer.

4.6.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

5 De beoordeling

in conventie

Spoedeisend belang

5.1.

Voorafgaand aan een inhoudelijke beoordeling moet de voorzieningenrechter beoordelen of [eisers] voldoende spoedeisend belang heeft bij haar vordering. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter vloeit het spoedeisend belang voort uit de aard van de vordering.

Handelsnamen

5.2.

[eisers] voert sinds 2019 onder meer de handelsnamen ‘ [handelsnaam 1 eisers] ’ en

‘ [handelsnaam 2 eisers] ’. Zij maakt ook gebruik van de domeinnaam [domeinnaam 1 eisers] .

5.3.

[gedaagden] heeft in februari 2022 de handelsnamen ‘ [handelsnaam 1 gedaagden] ’, ‘ [handelsnaam 2 gedaagden] ’, ‘ [handelsnaam 3 gedaagden] ’ en ‘ [handelsnaam 4 gedaagden] ’ toegevoegd aan haar inschrijving bij de Kamer van Koophandel.

Desgevraagd heeft zij verklaard dat zij ermee bekend was dat [eisers] onder meer [handelsnaam 1 eisers] als handelsnaam voerde.

5.4.

[eisers] heeft gesteld dat [gedaagden] in strijd handelt met artikel 5 van de Handelsnaamwet (Hnw), althans onrechtmatig handelt jegens haar doordat zij met de door haar ingeschreven handelsnamen slechts zeer gering afwijkt van de handelsnaam ‘ [handelsnaam 1 eisers] ’ van [eisers] , zodat vrees voor verwarring bij het relevante publiek aanwezig is. Zij heeft gesteld dat [gedaagden] de door haar ingeschreven handelsnamen om geen andere reden heeft ingeschreven dan om mee te liften op de handelsnaam van [eisers] . Verder heeft zij gewezen op de tekst die [gedaagden] op haar website ( [adres website gedaagden] ) vermeldt: “ [woordengroep 1] ? Je bent aan het juiste adres”. En vervolgens: “De [woordengroep 1] kan alleen bij ons”. En verderop: “ doordat je stil en stoer over [woordengroep 2] ”. [eisers] heeft gesteld dat [gedaagden] met het gebruik van de combinatie ‘ [gemeente] ’ en ‘ [woord 2] ’ zowel in de tekst als in de URL van de website wil profiteren van het handelsdebiet van [eisers] .

5.5.

[gedaagden] heeft betwist dat zij heeft gehandeld in strijd met artikel 5 Hnw. Zij heeft primair aangevoerd dat Cruiser een merknaam is en dat in het BOIP Merkenregister maar liefst 105 registraties staan met de merknaam ‘Cruiser’, waaronder een aantal keer specifiek de E-cruiser als elektrisch motorrijtuig. Zij heeft gesteld dat gelet op al deze merkinschrijvingen [eisers] de handelsnaam [handelsnaam 1 eisers] niet rechtmatig voert en dat haar in ieder geval geen beroep toekomt op bescherming van die handelsnaam. Subsidiair heeft [gedaagden] aangevoerd dat de naam ‘ [handelsnaam 1 eisers] ’ een beschrijvende handelsnaam is en onderscheidend vermogen mist zodat ook om die reden [eisers] geen beroep kan doen op bescherming.

5.6.

De voorzieningenrechter overweegt als volgt. Het primaire verweer van [gedaagden] gaat niet op. [eisers] voert ‘ [handelsnaam 1 eisers] ’ als handelsnaam, niet als merk. Vastgesteld kan worden dat [eisers] bovendien haar handelsnaam voerde voordat [gedaagden] haar handelsnamen registreerde, zodat in beginsel [eisers] het recht heeft bescherming van haar handelsnaam in te roepen.

5.7.

De keuze voor een bepaalde handelsnaam geeft echter geen exclusief recht op het gebruik daarvan. Wel biedt de wet, in het belang van het publiek en het belang van de oudste gebruiker, bescherming tegen misleiding (artikelen 3,4 en 5b Hnw) en tegen het gevaar voor verwarring (artikelen 5 en 5a Hnw).

Artikel 5 van de Hnw luidt: ‘Het is verboden een handelsnaam te voeren, die, vóórdat de onderneming onder die naam werd gedreven, reeds door een ander rechtmatig gevoerd werd, of die van diens handelsnaam slechts in geringe mate afwijkt, een en ander voor zover dientengevolge, in verband met de aard der beide ondernemingen en de plaats, waar zij gevestigd zijn, bij het publiek verwarring tussen die ondernemingen te duchten is.’

5.8.

Vastgesteld kan worden dat de door [gedaagden] ingeschreven handelsnamen ‘ [handelsnaam 1 gedaagden] ’ en ‘ [handelsnaam 2 gedaagden] ’ slechts in zeer geringe mate afwijken van de door [eisers] gevoerde handelsnaam ‘ [handelsnaam 1 eisers] ’. Ook staat niet ter discussie dat partijen zich beiden op [gemeente] onder meer bezig houden met de verhuur van elektrisch aangedreven motorrijtuigen (scooters) voor recreatief gebruik. Ook kan worden vastgesteld dat het gaat om zuiver beschrijvende handelsnamen:’ [woord 2] ’ verwijst blijkens de toelichting daarover ter zitting naar een (elektrisch aangedreven) motorrijtuig met dikke banden waarop laidback gereden kan worden, terwijl [gemeente] uitsluitend de plaatsaanduiding is waarmee beide partijen aangeven dat zij hun onderneming op [gemeente] uitoefenen.

5.9.

Een geheel beschrijvende handelsnaam heeft in beginsel geen onderscheidend vermogen, tenzij het relevante publiek een zodanige naam door de intensiteit van het gebruik ervan is gaan associëren met de onderneming die haar voert (inburgering) en dat dientengevolge bij het publiek door het gebruik van de sterk gelijkende handelsnamen verwarring tussen de ondernemingen te duchten is.

Om te beoordelen of die situatie zich voordoet moet dus in de eerste plaats beoordeeld worden of het relevante publiek de oudere handelsnaam van [eisers] ,‘ [handelsnaam 1 eisers] ’, kent en deze met haar onderneming in verband brengt.

Daarbij acht de voorzieningenrechter het van belang dat geen van partijen de betreffende handelsnamen als hoofdaanduiding van haar bedrijf gebruikt, zodat de bekendheid bij het relevante publiek in ieder geval niet op die wijze wordt versterkt. Zeker in dat licht heeft [eisers] naar het oordeel van de voorzieningenrechter onvoldoende onderbouwd dat haar handelsnaam bij het publiek zodanig is ingeburgerd dat het gebruik van voornoemde handelsnamen door [gedaagden] tot verwarring tussen de beide ondernemingen leidt. Daarom is wordt geoordeeld dat onvoldoende aannemelijk geworden is dat er als gevolg van het gebruik van de sterk gelijkende handelsnamen verwarring tussen de beide ondernemingen te duchten is. De vordering van [eisers] om [gedaagden] te veroordelen de handelsnamen ‘ [handelsnaam 1 gedaagden] ’ en ‘ [handelsnaam 2 gedaagden] ’ door te halen wordt dan ook afgewezen.

5.10.

Daarnaast vordert [eisers] dat [gedaagden] veroordeeld wordt de handelsnamen ‘ [handelsnaam 3 gedaagden] ’ en ‘ [handelsnaam 4 gedaagden] ’ door te halen. Ook dit zijn zuiver beschrijvende handelsnamen, die bovendien in voldoende mate afwijken van de handelsnaam van [eisers] , ‘ [handelsnaam 1 eisers] ’, zodat onvoldoende aannemelijk geworden is dat er gevaar voor verwarring tussen de ondernemingen te duchten valt. Ook dit deel van de vordering wordt afgewezen.

Website

5.11.

[eisers] vordert verder dat [gedaagden] wordt veroordeeld de woorden ‘ [woordengroep 1] ’ en ‘ [woordengroep 2] ’, de URL [adres website gedaagden] , en de weblinks ‘ [handelsnaam 3 gedaagden] ’ en ‘ [woordengroep 1] ’ te verwijderen van haar website, stellende dat dit gebruik door [gedaagden] alleen bedoeld is om mee te profiteren van het handelsdebiet van [eisers] .

[gedaagden] voert verweer en stelt dat de vordering van [eisers] te ruim geformuleerd is en er op neer komt dat de woorden ‘ [gemeente] ’ en ‘ [woord 2] ’ in het geheel niet gebruikt zouden mogen worden. Zij benadrukt dat [eisers] geen exclusieve claim deze woorden en kan zij een dergelijk breed verbod niet verlangen. Bij toewijzing zou [gedaagden] zelfs geen reclame mogen maken van de verhuur van haar Café [woord 2] .

5.12.

De voorzieningenrechter is van oordeel dat het ook in dit geval gaat om beschrijvende aanduidingen. De enkele omstandigheid dat de woorden ‘ [gemeente] ’ en ‘ [woord 2] ’ bestanddeel zijn van de handelsnaam ‘ [handelsnaam 1 eisers] ’ van [eisers] en deze woorden in de betreffende teksten voorkomen vormt onvoldoende grond voor het oordeel dat gevaar voor verwarring bij het relevante publiek tussen de ondernemingen te duchten valt. [eisers] heeft dit ook niet voldoende aannemelijk gemaakt. Ook deze vordering wordt afgewezen.

Domeinnamen

5.13.

Daarnaast vordert [eisers] dat [gedaagden] wordt veroordeeld om de domeinnamen [domeinnaam 1 eisers] en [domeinnaam 2 gedaagden] aan haar over te dragen.

5.14.

Vooropgesteld wordt dat het recht op een domeinnaam niet wettelijk is geregeld, maar het gebruik van een domeinnaam die overeenstemt of slechts in geringe mate afwijkt van een rechtmatig gevoerde handelsnaam, kan onrechtmatig zijn als dat gebruik verwarring kan wekken.

5.15.

Tussen partijen is niet in geschil dat [gedaagden] genoemde domeinnamen pas heeft geregistreerd in februari 2022. Desgevraagd heeft zij verklaard dat zij dit heeft gedaan nadat zij had geconstateerd dat [eisers] (volgens [gedaagden] ) plagiaat pleegde op haar website. [gedaagden] heeft verder erkend dat zij ermee bekend was dat [eisers] onder meer de handelsnaam ‘ [handelsnaam 1 eisers] ’ voert.

5.16.

Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is voldoende aannemelijk geworden dat [gedaagden] deze domeinnamen heeft geregistreerd met het doel om klanten van [eisers] die via internet zouden zoeken naar ‘ [handelsnaam 1 eisers] ’ naar haar website te leiden. Daarnaast kan niet worden uitgesloten dat [gedaagden] deze domeinnamen bewust heeft geregistreerd om [eisers] alsnog te bewegen de domeinnaam ‘ [domeinnaam 2 eisers] , waarop hierna onder de reconventie nader zal worden ingegaan aan haar over te dragen.

Aangezien de domeinnaam ‘ [domeinnaam 1 eisers] ’ geheel overeenstemt met de handelsnaam van [eisers] wordt geoordeeld dat het gebruik van deze domeinnaam door [gedaagden] onrechtmatig is jegens [eisers] en dat [gedaagden] haar medewerking dient te verlenen aan overdracht van deze domeinnaam aan [eisers] .

5.17.

Anders ligt dit naar het oordeel van de voorzieningenrechter voor de domeinnaam ‘ [domeinnaam 2 gedaagden] ’. Hoewel deze domeinnaam slechts in zeer geringe mate afwijkt van de handelsnaam van [eisers] , wordt geoordeeld dat gelet op het beschrijvende karakter van de handelsnaam en de domeinnaam onvoldoende aannemelijk is geworden dat het gebruik van deze domeinnaam eveneens verwarring kan wekken. Dit is door [eisers] onvoldoende aannemelijk gemaakt. Dit deel van de vordering wordt afgewezen.

5.18.

De gevorderde dwangsom op het meewerken aan overdracht van de domeinnaam wordt toegewezen, zij het dat deze wordt gematigd en gemaximeerd op de wijze als hierna onder ‘de beslissing’ zal worden vermeld.

Proceskosten

5.19.

[eisers] heeft veroordeling gevorderd van [gedaagden] tot betaling van de volledige proceskosten ex artikel 1019h Rv. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter betreft het hier een zeer eenvoudige, niet bewerkelijke zaak in kort geding zodat op grond van de Indicatietarieven in IE-zaken (versie 1 april 2017) het liquidatietarief van toepassing is. [gedaagden] wordt veroordeeld in de kosten van dit geding aan de zijde van [eisers] , welke kosten op basis van het liquidatietarief tot op heden zijn begroot op:

dagvaarding € 108,41

vastrecht € 676,00

salaris € 1.016,00

Totaal € 1.800,41

in reconventie

Spoedeisend belang

5.20.

Ook in reconventie vloeit het spoedeisend belang voor [gedaagden] voort uit de aard van de vordering.

Domeinnaam

5.21.

[gedaagden] vordert veroordeling van [eisers] om de domeinnaam

‘ [domeinnaam 2 eisers] ’ om niet aan haar over te dragen en een verbod aan [eisers] om genoemde domeinnaam of een domeinnaam van gelijke strekking te registeren en geregistreerd te houden. Zij stelt dat [eisers] deze domeinnaam pas heeft geregistreerd dan wel in ieder geval pas heeft geactiveerd nadat [gedaagden] al was opgericht.

5.22.

[eisers] betwist dat zij gehouden is de domeinnaam om niet over te dragen Zij wijst er op dat zij deze domeinnaam al op 13 oktober 2018 heeft geregistreerd en geactiveerd terwijl [gedaagden] haar onderneming pas in 2021 onder de naam

[gedaagden] is begonnen.

5.23.

Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is voldoende aannemelijk geworden dat [eisers] de betreffende domeinnaam al had geregistreerd en geactiveerd ruim voordat [gedaagden] met haar onderneming was gestart. Tussen partijen is ook niet in geschil dat kort na de oprichting van [gedaagden] door haar aan [eisers] is gevraagd of zij bereid zou zijn deze domeinnaam aan haar over te dragen. [eisers] heeft [gedaagden] gevraagd een bod te doen op de domeinnaam maar [gedaagden] is op dat aanbod niet verder ingegaan.

Ter zitting heeft [eisers] desgevraagd verklaard dat zij nog altijd bereid is de domeinnaam eventueel te verkopen. Aan [gedaagden] wordt dan ook aangeraden om, als zij de domeinnaam nog steeds graag wil hebben, met [eisers] in overleg te treden. De vordering om deze domeinnaam om niet aan haar over te dragen heeft geen juridische basis en wordt om die reden afgewezen.

5.24.

Ook het gevorderde verbod om deze of een domeinnaam van gelijke strekking te registreren of geregistreerd te houden wordt om dezelfde reden afgewezen.

Website

5.25.

[gedaagden] vordert dat [eisers] wordt veroordeeld haar website zodanig aan te passen dat er geen verwarringsgevaar meer bestaat met de website van [gedaagden] . Zij legt aan haar vorderingen ten grondslag dat [eisers] onrechtmatig handelt jegens haar door content, lay-out en kleurstellingen van de door [gedaagden] ontwikkelde website over te nemen op haar eigen website. Zij stelt dat hierdoor verwarring ontstaat bij het publiek en voert aan dat zij regelmatig wordt gebeld met de vraag waar men de betreffende e-scooter kan ophalen in [vestigingsadres 1] (locatie [eisers] ) of [vestigingsadres 2] (locatie [gedaagden] ). Zij stelt dat zij hierdoor veel omzet is misgelopen.

5.26.

[eisers] heeft betwist dat zij zich schuldig maakt aan het overnemen van content, lay-out en kleurstellingen van de website van [gedaagden] . Zij heeft onder meer aangevoerd dat zij de benaming E-scooter al sinds 2019 gebruikt, dat zij dat ook in 2020 op diverse plaatsen op haar website deed en daarbij ook al ruimschoots gebruik maakte van groene tinten, waarmee zij welbewust aansloot bij de kleuren van [xxx] , welke onderneming zorg draagt voor de leverantie van de groene stroom voor de E-scooters.

5.27.

De voorzieningenrechter is van oordeel dat [gedaagden] onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt en heeft onderbouwd dat [eisers] plagiaat pleegt zoals [gedaagden] dat heeft omschreven. Deze vordering wordt afgewezen.

Handelsnaam

5.28.

Tot slot vordert [gedaagden] dat [eisers] wordt veroordeeld de inschrijving van de handelsnaam ‘ [handelsnaam 2 eisers] ’ door te halen en doorgehaald te houden bij de Kamer van Koophandel. Zij stelt dat [eisers] onrechtmatig handelt jegens haar door na de start van haar onderneming de handelsnaam [handelsnaam 2 eisers] aan haar bedrijfsnamen toe te voegen. Zij stelt dat dit in strijd is met artikel 5 Hnw en bovendien onrechtmatig is jegens haar op grond van artikel 6:162 BW.

5.29.

[eisers] betwist dat zij pas recent de handelsnaam ‘ [handelsnaam 2 eisers] ’ heeft geregistreerd en stelt dat zij dit al in 2019 heeft gedaan. Verder voert zij aan dat deze naam geheel beschrijvend is zodat deze niet gemonopoliseerd kan worden en zij om die reden ook nooit gepretendeerd heeft een exclusief recht te hebben op het gebruik van deze handelsnaam.

5.30.

Partijen verschillen van mening over de vraag op welk moment [eisers] de handelsnaam ‘ [handelsnaam 2 eisers] ’ heeft geregistreerd. Dit kan echter in het midden blijven, aangezien de voorzieningenrechter met [eisers] van oordeel is dat het hier een geheel beschrijvende handelsnaam betreft. Zoals hiervoor in conventie onder randnummer 5.9 is overwogen en beslist komt aan een geheel beschrijvende handelsnaam in beginsel geen onderscheidend vermogen toe, tenzij het relevante publiek een zodanige naam door de intensiteit van het gebruik ervan is gaan associëren met de onderneming die haar voert (inburgering) en dat dientengevolge bij het publiek door het gebruik van de sterk gelijkende handelsnamen verwarring tussen de ondernemingen te duchten is. [gedaagden] heeft onvoldoende onderbouwd dat die situatie zich hier voordoet. Haar vordering wordt dan ook afgewezen.

Proceskosten

5.31.

[gedaagden] wordt als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de kosten van de reconventie. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter betreft het hier een zeer eenvoudige, niet bewerkelijke zaak in kort geding zodat op grond van de Indicatietarieven in IE-zaken (versie 1 april 2017) het liquidatietarief van toepassing is. De kosten worden aan de zijde van [eisers] begroot op € 508,- (0,5 punt x € 1.016,-) aan salaris van de advocaat.

6 De beslissing

De voorzieningenrechter

in conventie

6.1.

veroordeelt [gedaagden] om binnen een week na betekening van dit vonnis alle benodigde medewerking te verlenen aan de overdracht van de domeinnaam [domeinnaam 1 eisers] aan [eisers] , op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 250,- per dag dat [gedaagden] na ommekomst van genoemde termijn in gebreke blijft hieraan te voldoen, met een maximum aan de te verbeuren dwangsommen van € 5.000,-;

6.2.

veroordeelt [gedaagden] tot betaling aan [eisers] van een bedrag van

€ 1.800,41 ter zake van de proceskosten;

6.3.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

6.4.

wijst af het meer of anders gevorderde;

in reconventie

6.5.

wijst het gevorderde af;

6.6.

veroordeelt [gedaagden] tot betaling aan [eisers] van een bedrag van

€ 508,-- ter zake van de proceskosten;

6.7.

verklaart deze proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. B. Voogd en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier op 14 juni 2022.1

1 type: 1155 coll: