Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2022:4351

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
18-05-2022
Datum publicatie
23-05-2022
Zaaknummer
C/15/315413 / HA ZA 21-213
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Inhoudsindicatie

Hoofdzaak: art. 7:750 BW; ontbinding; nakoming blijvend onmogelijk; beroep op ontbreken ingebrekestelling naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar. Vrijwaring 320363: vervangingsclausule; verzekerde hoedanigheid

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

Zittingsplaats Haarlem

Vonnis in hoofdzaak en vrijwaring van 18 mei 2022

in de (hoofd)zaak met zaaknummer / rolnummer: C/15/315413 / HA ZA 21-213 van

1 [eiser 1] ,

wonende te [plaats 1] ,

2. [eiser 2],

wonende te [plaats 1] ,

eisers,

advocaat mr. J.G.L. van Nus te Amsterdam,

tegen

[gedaagde] ,

wonende te [plaats 2] ,

gedaagde,

advocaat mr. F.C. Schirmeister te Amsterdam,

en in de (vrijwaring)zaak met zaaknummer / rolnummer C/15/320363 / HA ZA 21-501 van

[gedaagde] ,

wonende te [plaats 2] ,

eiser,

advocaat mr. F.C. Schirmeister te Amsterdam,

tegen

de naamloze vennootschap

NATIONALE NEDERLANDEN SCHADEVERZEKERING MAATSCHAPPIJ N.V.,

gevestigd te Den Haag,

gedaagde,

advocaat mr. D. Bemelmans te 's-Gravenhage.

Partijen zullen hierna [eiser 1] c.s., [gedaagde] en Nationale Nederlanden genoemd worden.

1 De procedure in de hoofdzaak

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het tussenvonnis van 24 november 2021

  • -

    een akte vermeerdering en wijziging van gronden en eis

  • -

    een antwoord akte van gedaagde

  • -

    een akte houdende wijziging en vermeerdering van eis

  • -

    een e-mail van eisers met aanvullende productie.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De procedure in de vrijwaringszaak

2.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 24 november 2021.

2.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

3 De zaak in het kort

3.1.

De hoofdzaak gaat over de renovatie door [gedaagde] van een dak van een woonboerderij van [eiser 1] c.s.. Die laatste stelt dat [gedaagde] is tekortgeschoten in de nakoming van zijn verplichtingen uit de aanneemovereenkomst. Hij vordert onder meer ontbinding, terugbetaling van de betaalde aanneemtermijnen en schadevergoeding. [gedaagde] voert aan dat hij niet in verzuim is omdat een ingebrekestelling ontbreekt en dat [eiser 1] c.s. uitgaat van een onjuist schadebegrip. De rechtbank oordeelt dat de ernst van de tekortkoming ontbinding van de aanneemovereenkomst rechtvaardigt. Het verweer dat een ingebrekestelling ontbreekt slaagt niet. Nakoming is blijvend onmogelijk geworden. Onder de gegeven omstandigheden kan [gedaagde] naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid zich achteraf er ook niet op beroepen dat [eiser 1] c.s. hem niet formeel in gebreke heeft gesteld. Als gevolg van de ontbinding dient [gedaagde] de ontvangen aanneemtermijnen terug te betalen alsmede aanvullende schadevergoeding voor schade die is geleden als gevolg van de aan hem toerekenbare tekortkoming. Dat zijn in dit geval de kosten van herstel van de waterschade, de aanschaf van tweedehands nokvorsten en de kosten die [eiser 1] c.s. heeft gemaakt om de drie gerenoveerde dakvlakken te slopen/ontmantelen. De kosten van het opnieuw renoveren van het dak komen niet voor vergoeding in aanmerking, omdat in geval van ontbinding geen plaats is voor vervangende schadevergoeding. De vorderingen worden grotendeels toegewezen.

3.2.

In de vrijwaringszaak slagen de verweren van Nationale Nederlanden dat de kosten voor het opnieuw renoveren van het dak op grond van de vervangingsclausule buiten de dekking vallen en dat de bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering geen dekking biedt, omdat [gedaagde] niet heeft gehandeld binnen de verzekerde hoedanigheid (loodgietersbedrijf). De vordering van [gedaagde] wordt daarom afgewezen.

4 Feiten

4.1.

[gedaagde] heeft een eenmanszaak ‘ [bedrijf 1] ’ die onder meer dak-, zink en loodgieterswerkzaamheden uitvoert.

4.2.

[eiser 1] c.s. is eigenaar van een woonboerderij aan de [adres] te [plaats 1] (hierna: de boerderij).

4.3.

[gedaagde] heeft op 17 maart 2020 een offerte aan [eiser 1] c.s. uitgebracht voor de renovatie van het dak van de boerderij (hierna: de offerte).

4.4.

De werkzaamheden aan het dak (hierna: het werk) zijn in juni 2020 gestart.

4.5.

[eiser 1] c.s. heeft in de periode februari tot september 2020 in totaal een bedrag van € 44.620,00 aan [gedaagde] betaald.

4.6.

[eiser 1] c.s. en [gedaagde] hebben onder meer de volgende WhatsApp berichten gewisseld:

30 juni 2020 [eiser 1] c.s.: “Is het dak dicht gemaakt? Veel regen nu”

- juli 2020 [eiser 1] c.s.: “Het is prachtig weer [gedaagde] . Je kan in 1 dag toch makkelijk een strook aanbrengen. Er zal altijd wel een dag regen tussen zitten, daar heb je toch afdekzeil voor Zo schiet het echt niet op.”

26 juli 2020 [eiser 1] c.s.: (02:18) “Alles lekt hier als een gieter” (02:20) “Zei je toch al dat het niet goed zat om dat raam” (02:26) “Komt nu ons hele plafond door”

26 juli 2020 [gedaagde] : (02.43) “We komen morgen meteen langs ik ben goed verzekerd maak je niet druk ik regel het 100%. Beloofd” (07:27) “Goedemorgen [eiser 1] ik zorg dat er vandaag wat aangedaan word, We lossen het op!!! Ik zal de schade opnemen en oplossen. Excuus. Was wel erg slecht weer gister . groet [gedaagde] ” (08:36) “Heb geregeld dat ik er om 14.00 kan zijn . Geef me aub even een belletje als je wakker bent zodat we het even kunnen bespreken… Groet [gedaagde] ”

25 augustus 2020 [eiser 1] c.s.: “Het lekt bij het grote dakraam nog steeds achter de goot langs. Het water loopt dus onder de isolatie en dakfolie door.”

28 augustus 2020 [eiser 1] c.s. (bij een foto van de afwerking van het folie op het dak): “Waar nu die plakker zit stroomt het letterlijk met liters per minuut naar binnen. Al het water van de nok. Alleen maar omdat de folie 10cm te kort is. Deze onzorgvuldigheid kan zo echt niet langer, zo zonde”

28 augustus 2020 [gedaagde] : “Yep die pak ik ook aan maandag”

28 augustus 2020 (na ontvangst van meer foto’s) [gedaagde] aan [eiser 1] c.s.: “Ik kom morgen toch ffe langs in de middag. Ga toch nog ffe speuren…”

31 augustus 2020 [gedaagde] : “Die jongens van het metselwerk hebben me net gebeld dat ze nog 1 dag ergens anders moeten zijn morgenkomen ze nu (…) Morgen zijn ze er 8.00 ..”

2 september 2020 [eiser 1] c.s. (bij foto’s van de waterkerende laag op het dak): “De waterkerende laag overlapt hier geen eens, dit is toch de nr 1 regel van dakdekken? Dakgoten liggen vol met cement, door goten vol troep is de lekkage vorige keer ontstaan en zit het riool nog steeds verstopt [foto dakpannen] Schroeven zitten niet onder de overlappende dakpannen.”

3 september 2020 [eiser 1] c.s. (bij foto’s van lekkage binnen op muren en plafond): “Godverdomme Snel die nokken dicht en weer afwachten dan maar”

4 september 2020 [eiser 1] c.s.: (08:41) “Morgen” “Waar blijft de metselaar?”

5 september 2020 [eiser 1] c.s. (na foto’s van lekkage op plafond/muur): (00:17) “Helaas (04:00) “26 juli was het moment dat deze lekkage ontstond, nu al deze weken en eindeloze slapeloze nachten nog steeds niet opgelost. Mijn geduld is echt op”

5 september 2020 [gedaagde] : (06:47) “Ik kom er aan” (06:58) “De plek is aanzienlijk kleiner , we gaan vandaag met de hoogwerker de punt aanpakken en zullen we verder kijken [eiser 1] , ik ben vandaag aanwezig”

2 oktober 2020 [eiser 1] c.s.: “Goedemorgen Heb je vandaag even tijd om die verzekeringspapieren in te dienen? Dan kan ik de schade laten repareren.”

4 oktober 2020 [eiser 1] c.s.: “ [gedaagde] het is helaas weer zover ik heb het hele weekend al lekkage boven het grote slaapkamer raam (zelfde plek als voorheen). Ik vermoed dat het bij het velux raam daarboven al mis gaat. Ik zie dat er deze week veel regen aankomt en wil dit graag zo snel mogelijk opgelost hebben.”

4 oktober 2020 [gedaagde] : “Oké ik om langs zsm Ga me best doen voor morgen Anders word het dinsdag vroeg”

5 oktober 2020 [eiser 1] c.s. (bij foto van lekkage op plafond/muur): (18:23) “De lekkage begint ook hier weer”

5 oktober 2020 [gedaagde] : (18:27) “Dat is vreemd morgen komt de hoogwerker weer langs ik ben er ook”

5 oktober 2020 [eiser 1] c.s.: (18:35) “ Ik wil echt even duidelijk afspraken maken [gedaagde] , de pijnpunten moeten gewoon helemaal netjes afgewerkt worden. Het lekt nu al een paar maanden op mijn dakconstructie en zometeen moet ik nog veel meer gaan vervangen dan alleen het stucwerk. Ook wil ik graag afspreken dat je vanaf volgende week (…) de hele week met je beste mensen volle dagen aan de slag gaat om de voorkant en alle andere punten compleet af te maken. En dat jullie hierbij zo zorgvuldig mogelijk te werk gaan zodat de voorkant in 1x goeden waterdicht is. Kunnen we dat aub zo regelen?”

5 oktober 2020 [gedaagde] : (18:35) “Dat gaan we regelen . Groetjes”

6 oktober 2020 [eiser 1] c.s. (bij foto van lekkage op plafond/muur): (19:26) “Nu begint het weer harder te lekken”

6 oktober 2020 [gedaagde] : (19:32) “Ik ga morgen daar de hele dag aan de slag . Dit is ongelooflijk. Het komt in de koker toch weer ergens vandaan . Vind dit maar vreemd . Ben er morgen7.30 met ze 3en” (19:33) “Is mijn zink niet gezakt om 1 of andere reden dit is weer precies boven de koker”

7 oktober 2020 [gedaagde] : (07:23) “Met dit weer kan ik niks doen.. morgen hoop ik op beter weer . Als het beter is ben ik er morgen . Heeft het gelekt?”

7 oktober 2020 [eiser 1] c.s.: (11:07) “Ja snap ik teveel regen” (19:23) “ [gedaagde] mijn dak heeft vandaag weer op meerdere plekken gelekt en ik heb zelf op het dak naar een oorzaak gezocht en die heb ik gevonden. Er zit namelijk wederom een fout in de waterkerende laag naast het grote raam, de overlapping is weer verkeerd om. Zoals op de foto te zien valt de bovenste strook waterkerende folie onder de onderste waardoor het water zo op het riet stroomt en lekkage oplevert. Hier heb ik jullie op andere plekken ook al eerder op gewezen. Hiernaast lekt ook het dakraam aan de parkeerzijde nog steeds (…) Ik heb vandaag opgezocht hoe je een Velux raam naar behoren af moet werken (…) Dit is op mijn dak bij geen enkel raam correct uitgevoerd. (…) Al met al ben ik er nu echt even helemaal klaar mee. Een dakrenovatie die naar jou planning 4 weken zou duren duurt nu al meer dan 4 maanden waarvan ik al 3 maanden lekkage heb met alle schade van dien. Ik heb op dit moment geen vertrouwen meer dat ik een waterdicht en betrouwbaar dak geleverd krijg. Ik kies er dan ook voor om alle werkzaamheden vanaf vandaag te pauzeren. Ik wil namelijk eerst goed nadenken wat de juiste oplossing is voordat we met werkzaamheden verder gaan. Morgen verder werken gaat dus niet door. Ik contact je zodra ik weet hoe we dit oplossen.”

7 oktober 2020 [gedaagde] : (20:18) “Dat is balen . Ik vind dit wel heel spijtig . Ik kan niks uit die foto halen” (20:18) “Mij lijkt gewoon de oplossing om het gewoon af te maken.”

4.7.

In opdracht van [eiser 1] c.s. heeft Bouwtechnisch Keuringsburo [bedrijf 2] (hierna: [bedrijf 2] ) de dakrenovatie onderzocht. [bedrijf 2] concludeert in zijn rapport van 12 oktober 2020 onder meer:

Het meerlaags folie drukt volledig tegen de panlatten aan en raakt op veel plaatsen zelfs de dakpannen, Door deze situatie kan lekwater en vuil achter panlatten blijven staan en lekkage veroorzaken. Hierop is bedacht om elektrabuisjes aan te brengen onder panlatten om folie ter plaatse naar beneden te drukken, zodat water wel kan worden afgevoerd. Echter de buisjes halen niet het gewenste resultaat. Ook zijn veel buisjes tussen folie en panlatten uitgezakt.

Dit betreft een zeer onprofessionele oplossing voor het probleem van vocht en vuil achter panlatten. (…)

Deze dampopen folie is zeer slordig aangebracht. (…)

Op veel plaatsen in de dampopen folie niet afwaterend aangebracht. De folie is niet dakpansgewijs over elkaar aangebracht (…), maar zijn onderste lagen op de bovenlagen aangebracht, hierdoor loopt water dus tussen de lagen. Er zijn op het moment van opname op vier plaatsen actieve lekkages geconstateerd.

Om dakramen is geen membramen aangebracht (dampopen folie dat aansluit om dakramen zodat mogelijk lekwater naar buiten worden afgevoerd), maar loopt de damopen folie onder gootstukken. Hierdoor druipt water wat onder dakpannen komt langs dakramen naar binnen, zoals nu al zichtbaar. Dit betreft een voorschrift van dakraamleverancier die bij aannemer bekend moet zijn, gezien zij zichzelf dakbedrijf noemen.

(…)

De aansluitingen onder groot dak-kozijn op achterdak zijn zeer slordig en slecht uitgevoerd. Op een aantal plaatsen loopt de dampopen folie niet eens door tot verholen gootjes. (…) Deze verholen gootjes zijn nu al verstopt met bouwvuil zoals cement en isolatiemateriaal. Hierdoor kan water ongehinderd de constructie inlopen. (…)

Dakpannen rond dakramen missen deels. Hierdoor loopt een grote hoeveelheid water op de damp open folie, dat alleen is bestemd om regenwater dat tussen dakpannen door geblazen is af te voeren.

De dakpannen zijn deels zeer slecht aansluitend aangebracht rond dakramen. (…) Ook zijn schuimrubber aansluitingen in gootstukken verwijderd, waardoor wind en regen ongehinderd onder dakpannen kan komen.

(…)

De dampopen folie dat op hoekkepers met ruiters (constructie ter plaatse van buitenhoeken van dak) is aangebracht is op alle hoeken te kort gehouden, waardoor water de constructie inloopt.

(…)

De vorsten zijn onder hoeken bij goten te hoog aangebracht ten opzichte van goot, hierdoor loopt water achter goot.

De vorsten zijn aangesmeerd met zeer sterk cement. Dit cement is slordig aangebracht en scheurt nu al los van dakpannen en vorsten. (…) Normaal gesproken worden vorsten in cement gezet zodat het cement onder vorsten kan hechten, dit is niet gebeurd.

Het cement is deels in goten aangebracht onder onderste vorsten waardoor met name goot rechts achter is verstopt.

(…)

Door de vele lekkages tijdens de dakrenovatie is stucwerk van dakafwerking op eerste verdieping, plafonds en wanden op de begane grond aangetast. Ook is door het vele bouwvuil in goot voor de goot bij hevige regenbui overgelopen. Hierdoor is de kozijnaftimmering van voorgevel binnen deels aangetast door vocht.

De aansluitingen onder dak-kozijn achter is niet van loodaansluiting voorzien. Ook is zinkwerk beschadigd door grove werkwijze van aannemer.

(…)

De enige manier om de problemen op te lossen is het nieuwe folie volgens voorschriften van fabrikant met ventilatielatten aan te brengen en dampopen folie te vervangen en afwaterend aan te brengen, hierbij gootstukken rond dakramen en rond dak-kozijn te vervangen.

Conclusie: de uitgevoerde werkzaamheden niet zijn uitgevoerd volgens richtlijnen van fabrikant isolatiefolie en niet volgens richtlijnen voor goed en deugdelijk werk. Door de slecht uitgevoerde werkzaamheden zijn diverse lekkages ontstaan.

4.8.

[bedrijf 2] adviseert om van het rechter-, linker- en achterdakvlak de dakpannen, panlatten en dampopen folie te verwijderen en - kort gezegd – na controle en eventueel herstel van isolatiefolie, de dakwerkzaamheden geheel opnieuw uit te voeren. Daarna moet het voordak op zelfde wijze als de andere dakvlakken worden aangepakt. Na afwerken van de buitenzijde, kan het stucwerk binnen en aangetast schilderwerk van voorgevel binnen worden hersteld. [bedrijf 2] acht het niet wenselijk om [gedaagde] de herstelwerkzaamheden uit te laten voeren, gezien de gebrekkig geleverde werkzaamheden tot dat moment. De totale kosten van herstel (inclusief stucwerk binnen en schilderwerk voorgevel binnen) bedragen volgens [bedrijf 2] € 62.688,01 inclusief btw.

4.9.

[eiser 1] c.s. heeft via zijn advocaat bij brief van 27 oktober 2020 [gedaagde] verzocht om de schade van € 62.288,01 te betalen. In deze brief staat onder meer:

Namens de heer [eiser 1] en mevrouw [betrokkene] , (…) bent u in verzuim, en voor zover vereist zeg ik u dit aan, betrekkelijk uw werkzaamheden conform de offerte d.d. 17 maart 2020.

Cliënt heeft u schriftelijk, per whatsapp op de hoogte gesteld van de gebreken en u meerdere malen en redelijke termijn geboden, om de gebreken te herstellen. U wordt niet meer in de gelegenheid gesteld om de gebreken te herstellen, omdat in deze specifieke omstandigheden dat onredelijk is en niet meer gevergd kan worden.

(…)

Indien en voor zover u niet aan deze sommatie voldoet, acht cliënt zich vrij om de vereiste herstelwerkzaamheden door een derde te laten verrichten op uw eigen rekening en risico. (…) Gezien de aangevangen herfst- en daaropvolgende winterperiode, seizoenen met kenmerkend veel neerslag, is het noodzakelijk om de lekkages op de kortst mogelijke termijn volledig te laten herstellen.”

4.10.

De advocaat van [gedaagde] schrijft in een brief van 2 november 2020 aan de advocaat van [eiser 1] c.s. onder meer:

“Ik ontving uw schrijven van 27 oktober 2020 met bijlagen.

Over zijn aansprakelijkheid voor de vermeende schade van uw cliënten kan en wil cliënt geen uitspraken doen. Hij behoudt zich alle rechten voor.

Cliënt heeft een beroepsaansprakelijkheidsverzekering bij Nationale Nederlanden met polisnummer 29453530 lopen. De assurantietussenpersoon aan wie de schadeclaim inmiddels is gemeld is Buro Mukro (…).

(…).

Cliënt hecht eraan mee te delen dat hij niet wegloopt voor zijn verantwoordelijkheden en hoopt dat een en ander tot ieders tevredenheid zal worden afgewikkeld. Hij is nog steeds bereid de werkzaamheden verder uit te voeren, maar begrijpt dat uw cliënten de opdracht hebben beëindigd.”

4.11.

[eiser 1] c.s. heeft zelfstandig met behulp van derden het dak en de waterschade hersteld.

4.12.

[gedaagde] heeft in juni 2020 een zogenaamde AVB-verzekering (aansprakelijkheidsverzekering bedrijven) bij Nationale Nederlanden afgesloten onder polis nummer 29453530 voor de activiteit ‘Loodgietersbedrijf’ (hierna: de polis).

4.13.

Nationale Nederlanden heeft op 30 november 2020 de schademelding van [gedaagde] afwezen. In een e-mail van 3 december 2020 licht Nationale Nederlanden toe waarom de uitgevoerde werkzaamheden niet onder de dekking van de polis vallen:

Bij het aanvragen van een polis wordt, na invoeren van de gewenste verzekerde hoedanigheid, gevraagd of er binnen het bedrijf brandgevaarlijke dakdekkerswerkzaamheden worden uitgevoerd en of u die wilt meeverzekeren op de AVB.

Er moet voor deze dekking echter nog wel steeds sprake zijn van brandgevaarlijke werkzaamheden die binnen de verzekerde hoedanigheid vallen. Bij een loodgietersbedrijf kan het dan bijvoorbeeld gaan om het aanbrengen van een zinken dakgoot of het maken van een dakdoorvoer voor een ketel, waarbij een stukje dakbedekking moet worden gebrand.

In deze zaak heeft verzekerde geen brandgevaarlijke loodgieterswerkzaamheden uitgevoerd, maar heeft hij een geheel dak gerenoveerd. Hierbij is en zijn er onder andere isolatiefolie, daktengels en nieuwe panlatten aangebracht. Dit zijn geen werkzaamheden die binnen de hoedanigheid van loodgieter vallen.

Wat betekent dit?

Hoewel er dekking is voor brandgevaarlijke werkzaamheden, moeten deze werkzaamheden nog wel verband houden met de hoedanigheid waarin de AVB-polis is gesloten. Nu dit in deze zaak niet het geval is, zijn de door verzekerde uitgevoerde werkzaamheden niet gedekt onder de AVB-polis.

4.14.

Op de AVB-verzekering van [gedaagde] zijn van toepassing verklaard de Polisvoorwaarden Aansprakelijkheidsverzekeringen Bedrijven (hierna de AVB-voorwaarden). Artikel 2.1 van de AVB-voorwaarden luidt onder meer:

Gedekt is de burgerrechtelijke aansprakelijkheid van de hierna genoemde (rechts)personen, voor schade die voortvloeit uit een gedraging en/of het bezitten van een bepaalde hoedanigheid. (…)

4.15.

Artikel 3.2 van de AVB-voorwaarden bepaalt welke schade is uitgesloten van dekking. Artikel 3.2.9 sub c van de AVB-voorwaarden luidt:

Schade aan geleverde zaken, alsmede schade en/of kosten in verband met uitgevoerde werkzaamheden, ongeacht wie de schade lijdt en/of de kosten maakt, zoals hierna omschreven.

(…)

c. Schade en/of kosten in verband met het geheel of gedeeltelijk opnieuw uitvoeren van werkzaamheden die door verzekeringnemer, of onder zijn verantwoordelijkheid, waren uitgevoerd.

5 Het geschil

in de hoofdzaak

5.1.

[eiser 1] c.s. vordert, na wijziging en vermeerdering van eis:

voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

I. te verklaren voor recht dat [gedaagde] tekortgeschoten is in de nakoming van de overeenkomst;

II. overeenkomst van aanneming van werk te ontbinden;

III. gedaagde te veroordelen om aan eiser te vergoeden de door eiser geleden schade, welke schade wordt begroot op een schade van tenminste:

a) herstelschade | schadebeperkende maatregelen aan het dak ten bedrage van € 75.142,-;

b) herstelschade van de lekkages ten bedrage van € 12.196,01 dan wel een in goede justitie te bepalen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 27 oktober 2020, dan wel een in goede justitie te bepalen datum, althans gedaagde te veroordelen tot een schadevergoeding te betalen nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet;

IV. [gedaagde] te veroordelen tot terugbetaling van het bedrag ter hoogte van € 44.620,-, dan wel een in goede justitie te bepalen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 27 oktober 2020, dan wel een in goede justitie te bepalen datum;

V. [gedaagde] te veroordelen om aan eiser te vergoeden de buitengerechtelijke kosten ad € 1.401,88 en deskundigenkosten ad € 1.600,-, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 27 oktober 2020, dan wel een in goede justitie te bepalen datum;

VI. met veroordeling van [gedaagde] in de kosten van de procedure, de nakosten - te vermeerderen met de wettelijke rente - daarin begrepen tot aan de dag der voldoening.

5.2.

[gedaagde] voert verweer.

5.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

in de vrijwaringszaak

5.4.

[gedaagde] vordert - samengevat - dat Nationale Nederlanden wordt veroordeeld om aan [gedaagde] te betalen al hetgeen waartoe [gedaagde] in de hoofdzaak mocht worden veroordeeld, inclusief de proceskosten van de hoofdzaak, met veroordeling van Nationale Nederlanden in de kosten van de vrijwaring.

5.5.

Nationale Nederlanden voert verweer.

5.6.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

6 De beoordeling

in de hoofdzaak

Bezwaar tegen akte vermeerdering en wijziging eis

6.1.

[gedaagde] maakt bezwaar tegen de vermeerdering en wijziging van gronden en eis van 7 maart 2022. Hij voert aan dat de betreffende akte een inhoudelijk processtuk is en aangemerkt moet worden als een verkapte conclusie van repliek. Daarvoor is kort voor de mondelinge behandeling geen plaats. De akte moet worden geweigerd omdat deze in strijd met de goede procesorde is.

6.2.

De rechtbank stelt voorop dat [eiser 1] c.s. op grond van artikel 130 Rv bevoegd is zijn eis of de gronden daarvan schriftelijk te veranderen of te vermeerderen zolang nog geen eindvonnis is gewezen. De rechtbank heeft partijen op zitting gehoord over het bezwaar. De toelichting die [eiser 1] c.s. in de akte van 7 maart 2022 geeft op zijn standpunt dat verzuim niet is vereist, is niet zodanig van aard dat deze als een verkapte conclusie van repliek moet worden aangemerkt. De akte is bovendien vijf weken voor de mondelinge behandeling ingediend, zodat geen sprake is van onredelijke bemoeilijking van de verdediging. Het bezwaar is ongegrond, omdat de vermeerdering en wijziging van eis en de toelichting daarop niet in strijd is met de eisen van een goede procesorde.

Aanneemovereenkomst, betalingen, fatale termijn en oplevering

6.3.

Vast staat dat tussen partijen een overeenkomst van aanneming van werk bestaat in de zin van artikel 7:750 BW (hierna: de aanneemovereenkomst). Dat het door [eiser 1] c.s. ingebrachte exemplaar van de offerte volgens [gedaagde] niet de juiste aanneemsom vermeldt, doet daar niet aan af. Tussen partijen is immers niet in geschil dat [eiser 1] c.s. aan [gedaagde] opdracht heeft gegeven tot renovatie van het dak van de woonboerderij (hierna: het werk) en dat hij tot en met september 2022 in totaal € 44.620,00 aan [gedaagde] heeft betaald.

6.4.

Niet is komen vast te staan dat partijen een fatale termijn hebben afgesproken. [eiser 1] c.s. heeft bij aanvang van het werk weliswaar uitgesproken dat vier weken het uitgangspunt was (hij wilde de klus immers in de zomer af hebben), maar [gedaagde] heeft gemotiveerd betwist dat dit een harde afspraak was, met name omdat hij bij de werkzaamheden (mede) afhankelijk was van de weersomstandigheden.

6.5.

Wel staat vast dat het werk op 7 oktober 2020 nog niet gereed was voor oplevering. Eén van de vier dakvlakken was op dat moment nog niet gerenoveerd.

Is [gedaagde] tekort geschoten in de nakoming van de aanneemovereenkomst?

6.6.

Om te kunnen beoordelen of [eiser 1] c.s. recht heeft op enige vorm van schadevergoeding, zal eerst de vraag moeten worden beantwoord of [gedaagde] is tekort geschoten in de nakoming van de aanneemovereenkomst.

6.7.

[eiser 1] c.s. stelt dat [gedaagde] zodanig is tekort geschoten in de nakoming van de aanneemovereenkomst dat de prestatie blijvend onmogelijk was en een ingebrekestelling niet meer vereist was, dan wel dat verzuim is ingetreden op grond van artikel 6:83 Burgerlijk Wetboek (hierna: BW). Dat artikel behelst geen limitatieve opsomming van de gevallen waarin verzuim zonder ingebrekestelling intreedt. [gedaagde] kan zich er naar redelijkheid en billijkheid niet achteraf op beroepen dat [eiser 1] c.s. hem niet in gebreke zou hebben gesteld. [eiser 1] c.s. heeft [gedaagde] gedurende de uitvoering van het werk talloze malen gevraagd om gebreken te verhelpen, maar [gedaagde] is daartoe niet in staat gebleken. [gedaagde] blijkt in de kern van de prestatie onbekwaam, zodat sprake is van grove onkunde, aldus steeds [eiser 1] c.s.. Hij onderbouwt zijn stellingen met WhatsAppverkeer tussen partijen en het rapport van [bedrijf 2] .

6.8.

[gedaagde] erkent dat er problemen waren als gevolg van lekkages, maar voert aan dat deze het gevolg zijn van de zeer slechte staat van het dak en houtrot, die [eiser 1] c.s. voor hem heeft verzwegen. [gedaagde] is steeds bereid geweest om de lekkages te herstellen. Op enig moment werd hem de toegang tot het werk ontzegd. Hij is niet, althans niet op de juiste wijze in gebreke gesteld. Ook is geen sprake van een fatale termijn die hij zou hebben overschreden. Nakoming van de aanneemovereenkomst was niet blijvend of tijdelijk onmogelijk. Voltooiing van het werk heeft immers – onder regie van [eiser 1] – plaatsgevonden.

6.9.

Afgezien van de vraag welke kwaliteit [eiser 1] c.s. verder van het werk mocht verwachten, geldt als uitgangspunt dat [eiser 1] in elk geval mocht verwachten dat de dakvlakken na renovatie waterdicht zouden zijn en dat [gedaagde] tijdens de uitvoering van het werk voldoende maatregelen zou nemen om lekkages te voorkomen. Vast staat dat tijdens de uitvoering van het werk lekkages zijn ontstaan. Uit de WhatsApp correspondentie (zie r.o. 4.6) blijkt weliswaar [gedaagde] ’s bereidheid om de lekkages te verhelpen, maar niet is gebleken dat hij deze ook daadwerkelijk heeft verholpen.

Het verweer van [gedaagde] dat de lekkages het gevolg zijn van de (voor hem verzwegen) slechte staat van het dak en houtrot slaagt niet. [gedaagde] heeft dit onvoldoende onderbouwd. Daarbij komt dat [gedaagde] in de WhatsApp correspondentie met geen woord spreekt over een slechte staat van het dak of houtrot als oorzaak van de lekkages. Integendeel, in zijn WhatsApp berichten geeft [gedaagde] juist aan dat hij niet begrijpt waar de lekkages door worden veroorzaakt.

6.10.

Daarnaast is van deugdelijk werk geen sprake. [bedrijf 2] concludeert in zijn rapport dat de renovatie van het dak (tijdens de inspectie waren drie van de vier dakvlakken afgerond) onprofessioneel, slordig en slecht is uitgevoerd (zie r.o. 4.7) en acht herstel door [gedaagde] niet wenselijk. [gedaagde] heeft het rapport niet althans onvoldoende gemotiveerd betwist. Het standpunt dat het rapport eenzijdig is opgesteld en dat [eiser 1] c.s. geen medewerking aan een contra-expertise wilde verlenen is in elk geval onvoldoende. Bovendien ontving [gedaagde] het rapport op 27 oktober 2020, maar vroeg hij pas op 22 december 2020 om een contra-expertise nadat zijn claim bij zijn verzekeraar was afgewezen. Omdat het ging om een lekkage van een dak, had het op de weg van [gedaagde] gelegen om eerder medewerking aan een contra-expertise te vragen. Temeer omdat [eiser 1] c.s. in de brief van 27 oktober 2020 [gedaagde] er op wees dat het gezien de aangevangen herfst- en daarop volgende winterperiode noodzakelijk is om de lekkages op de kortst mogelijke termijn te laten herstellen en dat als [gedaagde] het schadebedrag niet binnen veertien dagen zou betalen, [eiser 1] c.s. zich vrij acht om de herstelwerkzaamheden door een ander te laten verrichten. Verder heeft [gedaagde] nagelaten om in deze procedure de conclusies in het rapport inhoudelijk te weerspreken, waartoe hij gelet op zijn professie wel in staat moet worden geacht.

6.11.

Gezien de conclusies van het rapport van [bedrijf 2] in samenhang met de vruchteloze pogingen van [gedaagde] om de lekkages van eind juli 2020 tot begin oktober 2020 op te lossen, is [gedaagde] tekort geschoten in de nakoming van zijn verbintenis uit de aanneemovereenkomst. De gevorderde verklaring voor recht ligt daarom voor toewijzing gereed, tenzij het verweer slaagt dat nakoming niet reeds blijvend onmogelijk was of dat [gedaagde] niet in verzuim is, omdat een formele ingebrekestelling ontbreekt.

Nakoming blijvend onmogelijk of in verzuim?

6.12.

Dat verweer slaagt niet. Bij de beantwoording van de vraag of nakoming blijvend onmogelijk is, gaat het er om of [gedaagde] de tekortkoming in de uitvoering van het werk door een nadere nakoming had kunnen helen. Kon hij dat niet, dan vormt de niet-nakoming reeds aanstonds na opeisbaarheid een tekortkoming, zonder dat nog nadere vereisten behoeven te worden vervuld. Niet relevant is dat [eiser 1] c.s. het werk zelf met behulp van derden heeft afgemaakt.

De rechtbank is van oordeel dat nakoming blijvend onmogelijk was geworden door de ondeugdelijke uitvoering - waaronder het niet kunnen verhelpen van de lekkages - in samenhang met de gedeeltelijk aan [gedaagde] te wijten vertraging in het werk. De twijfel van [eiser 1] c.s. of [gedaagde] wel een waterdicht en betrouwbaar dak zou kunnen leveren, was terecht. [gedaagde] was weliswaar telkens bereid om iets aan de lekkages te doen, maar hij heeft deze niet kunnen verhelpen. Daarnaast heeft hij het werk niet deugdelijk uitgevoerd en acht [bedrijf 2] het niet wenselijk om [gedaagde] de herstelwerkzaamheden uit te laten voeren. Ten slotte verliep de uitvoering van het werk traag. Voor zover dit werd veroorzaakt door weersomstandigheden en de aanwezigheid van houtworm kan dat [gedaagde] niet verweten worden. Voor zover de oppervlakte van de dakvlakken tegenviel komt dat voor rekening van [gedaagde] , omdat niet is gebleken dat [eiser 1] c.s. aan [gedaagde] een onjuiste oppervlakte heeft opgegeven. [gedaagde] heeft op zitting toegelicht dat per dag werd beoordeeld of en welk gedeelte van een [bedrijf 1] gedaan kon worden, waarna dat werd afgedekt met damp open folie. Desondanks beklaagt [eiser 1] zich in juli al (zie r.o. 4.6) dat het een zonnige dag is, maar er niet gewerkt wordt en het zo niet opschiet. Op zitting heeft [eiser 1] c.s. toegelicht dat [gedaagde] er heel vaak niet was als er wel gewerkt kon worden. [gedaagde] heeft dit onvoldoende gemotiveerd betwist. De enkele stelling dat het een heel slechte zomer was, is daarvoor onvoldoende. Hoewel partijen geen fatale termijn zijn overeengekomen, verklaren slechte weersomstandigheden en houtworm niet waarom het werk ruim drie maanden na aanvang nog maar voor circa 75% was uitgevoerd, te minder omdat [gedaagde] ter zitting heeft verklaard dat onder normale (weers)omstandigheden met ieder van de vier dakvlakken een week werk gemoeid zou zijn. Onder deze omstandigheden is de nakoming van de verplichting van [gedaagde] tot het uitvoeren van (herstel van) het werk blijvend onmogelijk geworden. De niet-nakoming vormt daarom een tekortkoming zonder dat een ingebrekestelling is vereist.

6.13.

Voor zover de nakoming niet reeds blijvend onmogelijk was, kon van [eiser 1] c.s. onder de hiervoor vermelde omstandigheden niet gevergd worden dat hij [gedaagde] nog tot herstel toeliet, waardoor verzuim is ingetreden. Art. 6:83 behelst immers niet een limitatieve opsomming van de gevallen waarin verzuim zonder ingebrekestelling intreedt; ook de redelijkheid en billijkheid kunnen hierbij een rol spelen (zie HR 6 oktober 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA7364). Gelet op de gebleken onbekwaamheid van [gedaagde] was geen goed resultaat (van de herstelwerkzaamheden) van het werk meer te verwachten. Dat is hier aan de orde. Naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid kan [gedaagde] zich achteraf niet erop beroepen dat [eiser 1] c.s. hem niet formeel in gebreke heeft gesteld.

Is de tekortkoming toerekenbaar?

6.14.

Aangezien sprake is van ondeugdelijk werk waarbij niet is komen vast te staan dat de lekkages het gevolg zijn van de slechte staat van het dak of houtrot en de vertraging mede aan [gedaagde] te wijten is, is de tekortkoming [gedaagde] toerekenbaar. Hij is dus verplicht de schade die [eiser 1] c.s. daardoor lijdt, te vergoeden. De beoordeling van de vordering tot schadevergoeding is echter onder meer afhankelijk van de vraag of de aanneemovereenkomst nog bestaat en – indien dat het geval is – of de vordering tot ontbinding toewijsbaar is, zodat daar eerst op wordt ingegaan.

Bestaat de aanneemovereenkomst nog?

6.15.

[eiser 1] c.s. vordert - na vermeerdering en wijziging eis - ontbinding van de aanneemovereenkomst door de rechter. Hoewel [eiser 1] c.s. ter zitting heeft toegelicht dat zijn vordering is ingegeven door het beroep van [gedaagde] op artikel 7:411 BW (loon bij voortijdig einde), heeft hij zijn vordering daarvan niet afhankelijk gemaakt en onvoorwaardelijk gelaten. Daar gaat de rechtbank dan ook van uit. [gedaagde] voert aan dat van ontbinding door de rechter geen sprake kan zijn, omdat [eiser 1] c.s. de aanneemovereenkomst weliswaar niet formeel maar wel feitelijk eenzijdig en voortijdig heeft beëindigd door [gedaagde] de toegang tot het werk te ontzeggen.

6.16.

Het verweer dat de aanneemovereenkomst al eenzijdig door [eiser 1] c.s. is beëindigd, slaagt niet. Vast staat dat [eiser 1] c.s. op 7 oktober 2020 (zie r.o. 4.6) er voor heeft gekozen om de werkzaamheden vanaf die dag te pauzeren. Ook staat vast dat de advocaat van [eiser 1] c.s. in haar brief van 27 oktober 2020 [gedaagde] heeft geïnformeerd dat hij niet meer in de gelegenheid wordt gesteld om de gebreken te verhelpen, omdat in deze specifieke omstandigheden dat onredelijk is en niet meer gevergd kan worden. Uit het enkele feit dat [gedaagde] het werk niet mag afmaken volgt nog niet dat [eiser 1] c.s. de aanneemovereenkomst heeft opgezegd of ontbonden. Hoewel de inhoud van de brief niet als een omzettingsverklaring in de zin van artikel 6:87 lid 1 BW kan worden beschouwd – [eiser 1] c.s. deelt daarin namelijk niet mee dat hij schadevergoeding in plaats van nakoming vordert – begrijpt de rechtbank uit de toelichting op zitting dat [eiser 1] c.s. ook niet heeft willen opzeggen of ontbinden. Het ging hem ten tijde van de brief alleen om vervangende schadevergoeding. De rechtbank concludeert daarom dat [eiser 1] c.s. niet heeft opgezegd of buitengerechtelijk ontbonden, zodat de aanneemovereenkomst nog bestaat.

6.17.

Het beroep van [gedaagde] op het bepaalde in artikel 7:411 BW dat [gedaagde] recht geeft op een deel of op het volledige loon, omdat [eiser 1] c.s. de aanneemovereenkomst eenzijdig en voortijdig heeft beëindigd, kan gelet op het voorgaande dus ook niet slagen.

6.18.

Voor zover [gedaagde] het verweer voert dat [eiser 1] c.s. alleen via de weg van artikel 7:756 BW ontbinding van de aanneemovereenkomst kan vorderen, slaagt dat verweer evenmin. Artikel 7:756 BW is een verruiming van de ontbindingsbevoegdheid die voor wederkerige overeenkomsten in het algemeen reeds voortvloeit uit de art. 6:265 juncto 6:80 lid 1 BW. Het laat de bevoegdheid om op grond van artikel 6:267 BW ontbinding door de rechter uit te laten spreken ongemoeid, net zoals de bevoegdheid tot buitengerechtelijke ontbinding op grond van de art. 6:265 jo. 6:80 lid 1 BW naast art. 7:756 BW in stand blijft (TM, Kamerstukken II 1992/93, 23 095, nr. 3, p. 24-25, MvA, Kamerstukken I 2001/02, 23 095, nr. 178b, p. 7).

6.19.

Gelet op de overwegingen hiervoor in r.o. 6.9 tot en met 6.11 rechtvaardigt de ernst van de toerekenbare tekortkoming de ontbinding van de aanneemovereenkomst. De vordering is daarom toewijsbaar en de rechtbank ontbindt de aanneemovereenkomst overeenkomstig artikel 6:267 lid 2 BW.

Gevolgen van de ontbinding

6.20.

De rechtbank stelt voorop dat de ontbinding van de aanneemovereenkomst tot gevolg heeft dat voor partijen een verbintenis tot ongedaan making van de reeds door hen ontvangen prestaties ontstaat. Dat betekent dat [gedaagde] de ontvangen termijnen van de aanneemsom (€ 44.620,00) aan [eiser 1] c.s. moet terug betalen. [eiser 1] c.s. kan het dak echter niet in de oude staat brengen, omdat hij de drie gerenoveerde dakvlakken heeft moeten slopen/ontmantelen om deze vervolgens met behulp van derden opnieuw op te bouwen. Wanneer de aard van de prestatie uitsluit dat zij ongedaan wordt gemaakt, dan treedt daarvoor een vergoeding in de plaats ten belope van haar waarde op het tijdstip van de ontvangst (art. 6:272 lid 1 BW). Heeft de prestatie niet aan de verbintenis beantwoord, dan wordt deze vergoeding beperkt tot het bedrag van de waarde die de prestatie voor de ontvanger op dit tijdstip in de gegeven omstandigheden werkelijk heeft gehad (art. 6:272 lid 2 BW). Uit het feit dat [eiser 1] c.s. de drie gerenoveerde dakvlakken heeft moeten verwijderen, onder meer nieuwe daktengels en panlatten heeft geplaatst, de isolatie voor het grootste gedeelte opnieuw heeft aangelegd en tweedehands nokvorsten heeft moeten kopen omdat de originele nokvorsten in cement zaten, leidt de rechtbank af dat de prestatie van [gedaagde] voor [eiser 1] c.s. geen waarde had, zodat [eiser 1] c.s. geen vergoeding aan [gedaagde] verschuldigd is.

6.21.

Gelet op het vorenstaande zal [gedaagde] worden veroordeeld om een bedrag van € 44.620,00 aan [eiser 1] c.s. terug te betalen, terwijl de vergoeding van de prestatie aan [gedaagde] op nihil wordt gesteld.

Schadevergoeding

6.22.

[eiser 1] c.s. vordert naast ontbinding veroordeling van [gedaagde] tot het betalen van schadevergoeding, te weten alle kosten van herstel en schadebeperkende maatregelen aan het dak en de kosten van herstel van de lekkages. [gedaagde] voert aan dat [eiser 1] c.s. uitgaat van een onjuist schadebegrip. Schadevergoeding is niet bedoeld om een partij in een betere vermogenspositie ten opzichte van de andere partij te brengen, maar dient om vermogensverlies ongedaan te maken.

6.23.

De rechtbank stelt voorop dat in geval van ontbinding er geen verbintenis (meer) is die omgezet kan worden in vervangende schadevergoeding. Wel is het mogelijk om naast ontbinding - met ongedaan making van prestaties - aanvullende schadevergoeding te vorderen als schade is geleden als gevolg van een toerekenbare tekortkoming van de contractspartij. Uitgangspunt is dat de wederpartij de ander door de schadevergoeding in de positie brengt waarin die zich zou bevinden wanneer de overeenkomst correct zou zijn uitgevoerd. Dat betekent dat naast de terugbetalingsverplichting van [gedaagde] slechts schadevergoeding kan worden toegewezen voor zover de schade is geleden als gevolg van de toerekenbare tekortkoming van [gedaagde] .

6.24.

De rechtbank is van oordeel dat dit de kosten zijn van herstel van de waterschade, van de aanschaf van tweedehands nokvorsten en de kosten die [eiser 1] c.s. heeft gemaakt om de drie gerenoveerde dakvlakken te slopen/ontmantelen. De offerte van [bedrijf 3] voor het herstel van de waterschade is inhoudelijk niet door [gedaagde] betwist, zodat een bedrag van € 12.196,01 incl. btw zal worden toegewezen. Evenmin heeft [gedaagde] de opgave van [eiser 1] c.s. van de kosten van de herstelwerkzaamheden met daarbij behorende facturen - waaronder die voor de aanschaf van nokvorsten - inhoudelijk betwist, zodat voor de aanschaf van nokvorsten een bedrag van € 2.292,89 incl. btw zal worden toegewezen. Omdat uit het kostenoverzicht van de arbeidsuren van [eiser 1] niet valt af te leiden welk deel daarvan op de sloop/ontmanteling van de drie dakvlakken ziet, zoekt de rechtbank voor de waardering van deze kosten aansluiting bij de offerte van Pronk Bouw. In die offerte voor de renovatie van vier dakvlakken ziet 10,4% op sloopwerk. Aangezien de herstelwerkzaamheden van [eiser 1] c.s. op drie dakvlakken zien, komt 7,8% van een bedrag van € 44.100,00 aan arbeidsuren voor vergoeding in aanmerking, dus € 3.439,80.

6.25.

Concluderend dient [gedaagde] aan [eiser 1] c.s. een bedrag van € 17.928,70 (€ 12.196,01 + € 2.292,89 + € 3.439,80) aan aanvullende schadevergoeding te betalen.

Wettelijke rente

6.26.

De gevorderde wettelijke rente zal over het bedrag van de aanvullende schadevergoeding worden toegewezen vanaf de datum waarop nakoming blijvend onmogelijk bleek dan wel sprake was van verzuim, te weten 27 oktober 2020, de dag van aansprakelijkstelling. De gevorderde wettelijke rente zal eveneens worden toegewezen over de terug te betalen aanneemtermijnen vanaf dagtekening van dit vonnis, omdat de verbintenis tot ongedaanmaking pas ontstaat op het moment van ontbinding.

Buitengerechtelijke incassokosten

6.27.

Het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten zal worden toegewezen volgens het wettelijke tarief dat hoort bij de hoofdsom waartoe [gedaagde] zal worden veroordeeld. De gevorderde rente over de buitengerechtelijke kosten is ook toewijsbaar, met dien verstande dat deze wordt toegewezen vanaf de datum van de dagvaarding, omdat [eiser 1] c.s. in elk geval vanaf die datum daarop aanspraak kan maken en hij over het moment van betaling van deze kosten niets heeft gesteld.

Deskundigenkosten [bedrijf 2]

6.28.

Het gevorderde bedrag aan deskundigenkosten ter zake van het onderzoek van [bedrijf 2] worden toegewezen. De kosten komen de rechtbank redelijk voor. De gevorderde wettelijke rente over de deskundigenkosten is ook toewijsbaar, met dien verstande dat deze wordt toegewezen vanaf de datum van de dagvaarding, omdat [eiser 1] c.s. in elk geval vanaf die datum daarop aanspraak kan maken en hij over het moment van betaling van deze kosten niets heeft gesteld.

Proceskosten

6.29.

[gedaagde] zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. Omdat een aanzienlijk deel van het gevorderde bedrag wordt afgewezen, begroot de rechtbank de proceskosten aan de zijde van [eiser 1] c.s. op basis van het toegewezen bedrag op:

- dagvaarding € 108,22

- griffierecht € 952,00

- salaris advocaat € 1.114,00 (2,0 punt × tarief € 1.114,00)

Totaal € 3.288,22,

te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over dit bedrag met ingang van dit vonnis tot de dag van volledige betaling.

6.30.

[gedaagde] zal worden veroordeeld in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 163,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis is voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 85,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak.

De gevorderde rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de nakosten zal worden toegewezen met ingang van de vijftiende dag na dagtekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling.

in de vrijwaringszaak

6.31.

Bij de beoordeling van de vordering van [gedaagde] op Nationale Nederlanden gaat het om de vraag of, en zo ja in hoeverre, [gedaagde] aanspraak kan maken op dekking onder zijn bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering (hierna: AVB) bij Nationale Nederlanden, nu hij in de hoofdzaak tot betaling wordt veroordeeld.

6.32.

Nationale Nederlanden voert primair aan dat de AVB geen dekking biedt, omdat [gedaagde] niet heeft gehandeld binnen de verzekerde hoedanigheid (loodgietersbedrijf). De schade waarvoor [gedaagde] dekking verlangt is veroorzaakt tijdens een volledige dakrenovatie, werkzaamheden die buiten de verzekerde hoedanigheid vallen. Nationale Nederlanden voert subsidiair aan dat de kosten voor het opnieuw renoveren van het dak op grond van de vervangingsclausule buiten de dekking vallen. Bovendien vallen deze kosten buiten de reikwijdte van het begrip ‘schade’ in de zin van de AVB, aldus Nationale Nederlanden.

6.33.

De rechtbank is van oordeel dat het subsidiaire verweer in ieder geval slaagt. Voor zover de kosten al onder het begrip ‘zaakschade’ van de AVB-voorwaarden vallen, heeft [gedaagde] niet betwist dat de kosten van het opnieuw uitvoeren van het dak van dekking zijn uitgesloten op grond van de vervangingskostenclausule van artikel 3.2.9. sub c van de AVB-voorwaarden. Dat betekent dat in beginsel alleen de kosten van waterschade onder de dekking vallen, tenzij het primaire verweer van Nationale Nederlanden slaagt.

6.34.

Bij de beantwoording van de vraag of [gedaagde] heeft gehandeld binnen de verzekerde hoedanigheid van loodgietersbedrijf gaat het om de uitleg van de bewoordingen van de polis en polisvoorwaarden. Omdat over dit soort bepalingen niet tussen partijen onderhandeld pleegt te worden (en daarvan in dit geval ook niet is gebleken), is de uitleg met name afhankelijk van objectieve factoren zoals de bewoordingen waarin de desbetreffende bepaling is gesteld, gelezen in het licht van de polisvoorwaarden als geheel en van de in voorkomend geval bij de polisvoorwaarden behorende toelichting (vgl. HR 16 mei 2008, ECLI:NL:HR:2008:BC2793).

Daarnaast dient tot uitgangspunt dat het een verzekeraar vrijstaat om in de polisvoorwaarden de grenzen te omschrijven waarbinnen hij bereid is dekking te verlenen (vgl. HR 9 juni 2006, nr. C05/075, NJ 2006, 326). Dat brengt ook de vrijheid mee om daarbij - op een wijze die voor de verzekeringnemer op grond van voormelde objectieve factoren voldoende duidelijk kenbaar is - binnen een samenhangend feitencomplex slechts aan bepaalde feiten of omstandigheden (rechts)gevolgen te verbinden en aan andere niet, dan wel onderscheid te maken tussen gevallen die feitelijk zeer dicht bij elkaar liggen.

6.35.

Op grond van artikel 2.1 AVB-voorwaarden bestaat slechts dekking als is gehandeld binnen de verzekerde hoedanigheid zoals vermeld op het polisblad, in dit geval loodgietersbedrijf met dekking voor het (laten) uitvoeren van brandgevaarlijke dakdekkerswerkzaamheden. [gedaagde] stelt dat hij heeft gehandeld binnen die hoedanigheid, maar Nationale Nederlanden betwist dat, omdat een volledige dakrenovatie daar volgens haar niet onder valt.

Omdat niet is gebleken van een toelichting op de polis en polisvoorwaarden, zal voor de uitleg van de ‘verzekerde hoedanigheid’ moeten worden gekeken naar de bewoordingen waarin de desbetreffende bepaling op het polisblad is gesteld, gelezen in het licht van de polisvoorwaarden als geheel. De polis vermeldt op pagina 2 en 3:

Algemeen

(…)

Beroep / bedrijf / activiteiten Loodgietersbedrijf

Hieronder te verstaan:

Aanleggen en onderhouden van sanitair, verwarmingsinstallaties, waterleidingen en/of riolering. Eventuele losse verkoop is ondergeschikt aan aflevering en installeren/aanbrengen

(…)

Uw Zekerheidspakket Bouw bestaat uit:

Aansprakelijkheidsverzekering Bedrijven (AVB)

(…)

Er is dekking voor het uitvoeren en laten uitvoeren van brandgevaarlijke dakdekkerswerkzaamheden.

(…)

Als verzekerde niet heeft voldaan aan alle eisen voor brandveilig werken op of aan daken dan is er geen dekking voor schade door brandgevaarlijke dakdekkerswerkzaamheden. Deze eisen staan in hoofdstuk 11 van de polisvoorwaarden per verzekering (…).

Naast voormelde bewoordingen op het polis blad, beschrijft hoofdstuk 11 van de AVB-voorwaarden de eisen voor brandveilig werken op of aan daken. Over ‘gewone’ dakdekkerswerkzaamheden wordt niet gesproken, niet op het polis blad en ook niet in de AVB-voorwaarden.

6.36.

De rechtbank volgt het betoog van [gedaagde] niet dat hij op grond van de bewoordingen van het polis blad en de polisvoorwaarden redelijkerwijs mocht verwachten dat dekking bestond voor dakdekkerswerkzaamheden, omdat het grotere risico van brand was verzekerd en dus ook het mindere risico van (gewone) dakdekkerswerkzaamheden. Een objectieve uitleg van de polis(voorwaarden) brengt mee dat de opgegeven hoofdactiviteit (loodgietersbedrijf) en de omschrijving daarvan op het polis blad de verzekerde hoedanigheid begrenst. Deze omschrijving is duidelijk en begrijpelijk geformuleerd. De bewoordingen van de hoofdactiviteit geven geen aanleiding om deze als niet-limitatieve opsomming te beschouwen. Dat was wellicht anders geweest bij bewoordingen als ‘en aanverwante loodgieterswerkzaamheden’ of termen die duiden op een niet-limitatieve opsomming zoals ‘bijvoorbeeld’, ‘onder andere’ of ‘te denken aan’.

Dat het (laten) uitvoeren van ‘brandgevaarlijke dakdekkerswerkzaamheden’ onder de dekking van de verzekering valt, kan in het licht van de bewoordingen van het polis blad en van de polisvoorwaarden als geheel niet anders worden begrepen dan wanneer die werkzaamheden worden uitgevoerd als onderdeel van de uitoefening van de hoofdactiviteit. Daarbij kan gedacht worden aan het dichtbranden van een stuk dakbedekking na het maken van een dak doorvoer voor een cv-ketel. De rechtbank is van oordeel dat de omschrijving van de verzekerde hoedanigheid zodanig duidelijk is dat geen (nadere) uitleg van de dekkingsomschrijving nodig is.

[gedaagde] heeft onvoldoende onderbouwd waarom ‘gewone’ dakdekkerswerkzaamheden wél onder de verzekerde hoedanigheid vallen. De enkele stelling dat [gedaagde] de indruk had dat die er onder vielen, is daarvoor onvoldoende. Voor zover [gedaagde] stelt dat de tussenpersoon (en dus Nationale Nederlanden) bekend was met het feit dat hij dakdekkerswerkzaamheden uitvoerde en de tussenpersoon hem niet heeft gewezen op de (te) beperkte dekking, leidt dat ook niet tot een ander oordeel. Nationale Nederlanden heeft voldoende gemotiveerd betwist dat de kennis van de door [gedaagde] ingeschakelde tussenpersoon aan haar kan worden toegerekend. Dat de tussenpersoon mogelijk een commissie van de verzekeraar ontvangt, maakt dat niet anders.

Het standpunt ten slotte dat (gewone) dakdekkerswerkzaamheden niet zijn uitgesloten van dekking volgt de rechtbank evenmin. Dat iets niet is uitgesloten betekent immers niet dat dit dus onder de dekking valt.

6.37.

Gelet op het vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat een complete dakrenovatie geen verband houdt met de verzekerde hoedanigheid van een loodgietersbedrijf zoals beschreven op het polis blad. De waterschade die is veroorzaakt door de werkzaamheden van [gedaagde] is daarom niet gedekt.

6.38.

De vordering van [gedaagde] zal worden afgewezen.

Proceskosten

6.39.

[gedaagde] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Nationale Nederlanden worden begroot op:

- griffierecht € 2.076,00

- salaris advocaat € 2.228,00 (2,0 punten × tarief € 1.114,00)

Totaal € 4.304,00,

te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over dit bedrag met ingang van dit vonnis tot de dag van volledige betaling.

6.40.

[gedaagde] zal worden veroordeeld in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 163,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis is en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 85,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak.

De gevorderde rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de nakosten zal worden toegewezen met ingang van de vijftiende dag na dagtekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling.

7 De beslissing

De rechtbank

in de hoofdzaak

7.1.

verklaart voor recht dat [gedaagde] is tekort geschoten in de nakoming van de aanneemovereenkomst;

7.2.

ontbindt de aanneemovereenkomst;

7.3.

veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser 1] c.s. te betalen een bedrag van € 62.548,70 (tweeënzestig duizend vijfhonderd achtenveertig euro zeventig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over een bedrag van € 17.928,70 met ingang van 27 oktober 2020 tot de dag van volledige betaling en over een bedrag van € 44.620,00 met ingang van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,

7.4.

veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser 1] c.s. te betalen een bedrag van € 1.400,49 aan buitengerechtelijke incassokosten, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over het toegewezen bedrag met ingang van 6 april 2021 tot de dag van volledige betaling,

7.5.

veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser 1] c.s. te betalen een bedrag van € 1.600,00 aan deskundigenkosten, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over het toegewezen bedrag met ingang van 6 april 2021 tot de dag van volledige betaling,

7.6.

veroordeelt [gedaagde] in de kosten van de hoofdzaak en het incident, aan de zijde van [eiser 1] c.s. tot op heden begroot op € 3.288,22, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over dit bedrag met ingang van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,

7.7.

veroordeelt [gedaagde] in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 163,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat [gedaagde] niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 85,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over de nakosten met ingang van de vijftiende dag na de betekening van dit vonnis tot aan de voldoening,

7.8.

verklaart dit vonnis in deze zaak tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

7.9.

wijst het meer of anders gevorderde af,

in de zaak in vrijwaring

7.10.

wijst de vorderingen af,

7.11.

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, aan de zijde van Nationale Nederlanden tot op heden begroot op € 4.304,00, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over dit bedrag met ingang van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,

7.12.

veroordeelt [gedaagde] in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 163,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat [gedaagde] niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 85,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over de nakosten met ingang van de vijftiende dag na de betekening van dit vonnis tot aan de voldoening,

7.13.

verklaart dit vonnis in deze zaak wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.J. Dijk en in het openbaar uitgesproken op 18 mei 2022.1

1 type: 1621 coll: