Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2022:2255

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
16-03-2022
Datum publicatie
24-03-2022
Zaaknummer
9441238 CV EXPL 21-4632
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Overeenkomst ter beschikking stellen software, handtekening gezet op tablet leverancier, digitale handtekening? bewijs overeenkomst

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind

locatie Alkmaar

Zaaknr./rolnr.: 9441238 CV EXPL 21-4632

Uitspraakdatum: 16 maart 2022

Tussenvonnis van de kantonrechter in de zaak van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Piggy Loyalty B.V.

gevestigd te Utrecht

eiseres

verder te noemen: Piggy

gemachtigde: Groenendaal & van Krijl Gerechtsdeurwaarders, de heer A.G.Th. Geene

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[gedaagde]

gevestigd te [vestigingsplaats]

gedaagde

verder te noemen: [gedaagde]

gemachtigde: mr. P.A. Westerhoud

De zaak in het kort

Piggy stelt dat zij in mei 2019 een overeenkomst is aangegaan met [gedaagde] , waarbij Piggy zich verplichtte om licenties en hardware te leveren aan [gedaagde] en [gedaagde] zich verbond daarvoor te betalen. Piggy vordert nu betaling van een op deze overeenkomst gebaseerde factuur. [gedaagde] betwist echter het bestaan van de overeenkomst. Zij stelt alleen getekend te hebben voor nadere informatie. Piggy wordt in de gelegenheid gesteld bewijs te leveren van haar stelling dat [gedaagde] de overeenkomst én het bestelformulier digitaal heeft ondertekend. De elektronische handtekening van [gedaagde] heeft namelijk niet dezelfde rechtsgevolgen als een handgeschreven handtekening. [gedaagde] heeft een handtekening gezet op een tablet van Piggy in een systeem van Piggy. Die methode is, gelet op de betwisting van [gedaagde] , niet voldoende betrouwbaar. De overeenkomst en het bestelformulier als door Piggy overgelegd kunnen daarom niet worden aangemerkt als onderhandse akte met de daarbij behorende bewijskracht.

1 Het procesverloop

1.1.

Piggy heeft bij dagvaarding van 27 augustus 2021 een vordering tegen [gedaagde] ingesteld. [gedaagde] heeft schriftelijk geantwoord.

1.2.

Op 17 februari 2021 heeft een zitting plaatsgevonden. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen ter toelichting van hun standpunten naar voren hebben gebracht. Piggy en [gedaagde] hebben gebruik gemaakt van pleitaantekeningen, die zijn overgelegd. Voorafgaand aan de zitting heeft eiser bij brief van 7 februari 2022 nog stukken toegezonden.

2 De feiten

2.1.

Piggy drijft een onderneming die zich bezig houdt met het ontwikkelen, produceren en uitgeven van software, waaronder online klantenbindingsprogramma’s. Deze stelt Piggy tegen betaling aan haar klanten ter beschikking.

2.2.

[gedaagde] drijft een keurslagerij in [plaats] .

2.3.

Op 6 mei 2019 heeft een medewerker van Piggy, de heer [xxx] , de keurslagerij van [gedaagde] bezocht. Tijdens dit bezoek heeft hij met de directeur van [gedaagde] , de heer [directeur gedaagde] , gesproken over online klantensoftware van Piggy. Daarbij heeft hij (onderdelen van) het klantenprogramma van Piggy aan de heer [directeur gedaagde] getoond. Tijdens dit gesprek heeft de heer [directeur gedaagde] een handtekening gezet op een tablet die de heer [xxx] bij zich droeg.

2.4.

Op 22 oktober 2019 heeft Piggy aan [gedaagde] een factuur met factuurnummer 19713173 gezonden voor € 4.127,16. [gedaagde] heeft daarop per mail van 29 oktober 2019 aan Piggy meegedeeld dat de factuur op een misverstand berust. Daarbij gaf [gedaagde] aan dat zij een dag na het bezoek van de heer [xxx] aan Piggy heeft doorgegeven dat zij geen interesse in het systeem van Piggy heeft omdat zij al een puntensysteem van de Vereniging van Keurslagers heeft. Op 28 oktober 2019 heeft Piggy het gefactureerde bedrag van de rekening van [gedaagde] afgeschreven. [gedaagde] heeft de betaling gestorneerd.

2.5.

Op 6 april 2020 heeft de heer [yyy] van Piggy contact opgenomen met [gedaagde] . Hij drong daarbij aan op nieuwe afspraken voor 1 mei 2020. Per mail deelde hij dezelfde dag aan [gedaagde] mee dat de ondertekende overeenkomst overeind bleef ‘omdat we niet tot een passende oplossing kunnen komen voor beide partijen’.

2.6.

Op 7 april 2020 heeft Piggy aan [gedaagde] een factuur met factuurnummer 20705136 gezonden voor € 4.127,16. Met deze factuur werden de kosten voor de licenties voor modules over de periode 1-10-2019 tot en met 30-9-2020 in rekening gebracht en de eenmalige kosten voor hardware, waaronder twee iPads, strippenkaarten en cadeaukaarten. Het gefactureerde bedrag is door Piggy van de rekening van [gedaagde] afgeschreven. [gedaagde] heeft de betaling gestorneerd. Ook na diverse aanmaningen is de factuur niet betaald.

3 De vordering

3.1.

Piggy vordert dat de kantonrechter [gedaagde] veroordeelt tot betaling van:

  1. € 5.118,45;

  2. de wettelijke rente over € 4.127,16 vanaf 16 augustus 2021;

  3. de proceskosten.

3.2.

Zij legt aan de vordering - kort weergegeven - het volgende ten grondslag. Piggy en [gedaagde] zijn op 6 mei 2019 een schriftelijke overeenkomst aangegaan. Deze overeenkomst en het bijbehorende bestelformulier van modules en hardware zijn door [gedaagde] digitaal ondertekend. Overeengekomen is dat Piggy aan [gedaagde] de op het bestelformulier genoemde hardware en licenties voor modules zal leveren. Bij de overeenkomst heeft [gedaagde] zich verbonden om voor de door hem afgenomen modules een bedrag per maand en voor de hardware een bedrag ineens te betalen aan Piggy. De factuur waarvan Piggy betaling vordert, volgt uit deze overeenkomst.

4 Het verweer

4.1.

[gedaagde] meent dat de vorderingen van Piggy moeten worden afgewezen. Daarbij vraagt [gedaagde] om Piggy te veroordelen in de kosten van de procedure, de kosten van het nasalaris daarbij inbegrepen. [gedaagde] betwist dat zij de door Piggy gestelde overeenkomst is aangegaan. Zij heeft de overeenkomst en het bestelformulier niet getekend. De [directeur gedaagde] heeft slechts zijn handtekening gezet voor vrijblijvende informatie. [gedaagde] wilde eerst zien wat het systeem van Piggy inhoudt. Bij het bezoek van de heer [xxx] zijn de overeenkomst en het bestelformulier niet getoond en niet besproken. Het risico van misverstanden over het al dan niet aangaan van een overeenkomst moet bij de manier waarop Piggy klanten werft voor risico van Piggy zijn, zo meent [gedaagde] . Piggy heeft [gedaagde] immers ongevraagd benaderd.

[gedaagde] voert nog het volgende aan voor het geval wordt geoordeeld dat er wel een overeenkomst tot stand is gekomen. Niet duidelijk is wat die overeenkomst dan inhoudt omdat de inhoud van het bestelformulier afwijkt van de informatie op de door Piggy gezonden factuur van 7 april 2020. Daarbij komt dat Piggy geen enkele uitvoering heeft gegeven aan de door haar gestelde overeenkomst terwijl volgens de door Piggy overgelegde overeenkomst eerst gepresteerd moet worden voordat een betaling verschuldigd is. De kleinschaligheid van de onderneming van [gedaagde] maakt verder dat er een bedenktijd van toepassing is. Ook in het door Piggy overgelegde contract staat een bedenktijd. [gedaagde] heeft binnen de bedenktijd aan Piggy meegedeeld geen interesse te hebben in het systeem. Ten slotte voert [gedaagde] aan een eventuele overeenkomst te hebben vernietigd met een beroep op dwaling.

5 De beoordeling

Bewijslast

5.1.

Op grond van de hoofdregel1 draagt de partij die die zich beroept op rechtsgevolgen van door haar gestelde feiten of rechten, de bewijslast van die feiten of rechten. Piggy beroept zich op de rechtsgevolgen van een door haar gestelde overeenkomst. Omdat [gedaagde] gemotiveerd betwist dat er een overeenkomst tot stand is gekomen tussen haar en Piggy, is het aan Piggy om (de totstandkoming van) de overeenkomst te bewijzen.

Bewijskracht elektronische handtekening

5.2.

Voor dat bewijs is in beginsel voldoende dat Piggy een onderhandse akte overlegt: een ondertekend document, bedoeld om tot bewijs van de gemaakte afspraken te dienen. Vast staat dat een dergelijk schriftelijk document in dit geval niet bestaat. De wet bepaalt echter dat onderhandse akten ook op een andere manier dan schriftelijk kunnen worden opgemaakt.2 Ook dan geldt echter het vereiste dat de akte is ondertekend.

5.3.

In dat kader wordt elektronische ondertekening gelijkgesteld aan handmatige ondertekening. Voorwaarde is wel dat de methode voor ondertekening die is gebruikt voldoende betrouwbaar is gelet op het doel waarvoor de elektronische handtekening is gebruikt en op alle overige omstandigheden van het geval.3

5.4.

Een zogenaamde gekwalificeerde elektronische handtekening wordt altijd gelijkgesteld met handmatige ondertekening. Piggy heeft niet gesteld dat hier sprake is van zo’n gekwalificeerde handtekening. Daarom moet worden beoordeeld of de gebruikte methode van ondertekening voldoende betrouwbaar is. Dat is naar het oordeel van de kantonrechter niet het geval, omdat de handtekening is gezet op een tablet die de heer [xxx] bij zich droeg in een omgeving die door Piggy of een door Piggy ingeschakelde partij wordt beheerd. Wat er met de handtekening gebeurt is daarmee onvoldoende te controleren.

5.5.

De door Piggy overgelegde overeenkomst kan daarom al niet worden aangemerkt als onderhandse akte met de daarbij behorende dwingende bewijskracht. Hetzelfde geldt voor het bestelformulier.

Bewijsopdracht digitale ondertekening

5.6.

Dat neemt niet weg dat de kantonrechter bewijskracht kan toekennen aan de beide documenten als blijkt dat [gedaagde] digitaal voor deze documenten heeft getekend. Dat de [gedaagde] voor beide documenten heeft getekend staat, gelet op de betwisting van [gedaagde] , echter niet vast.

5.7.

Duidelijk is dat [gedaagde] digitaal een handtekening heeft gezet op een tablet die de heer [xxx] bij zich droeg. [gedaagde] heeft echter aangegeven dat zij slechts eenmaal een handtekening heeft gezet en dat deze handtekening alleen is gezet voor het verkrijgen van nadere informatie. Piggy heeft ter onderbouwing van haar stelling dat [gedaagde] de overeenkomst en het bestelformulier heeft getekend een ‘Certificate of Completion’ (hierna ook: het certificaat) overgelegd. Ook na navraag bij de mondelinge behandeling is echter niet duidelijk geworden wat dit certificaat nu precies bevestigt. Het certificaat vermeldt onder meer “No. of documents 1”, “In-person Signer: [gedaagde] ”, “Session Host: [xxx] ” en “Emailed to host on May 6, 2019 14:40 CEST”. Daaruit blijkt echter niet hoe vaak en waarvoor er is getekend. Het certificaat vermeldt weliswaar de documentnaam ‘Contract Template Software en Hardware.docx.pdf’ maar welk document dit is, blijkt niet. Bij de mondelinge behandeling heeft Piggy dit ook niet toegelicht.

5.8.

Duidelijkheid daarover is wel van belang. Uit de overgelegde overeenkomst en het bestelformulier komt immers naar voren dat de te leveren licenties en hardware en te betalen prijzen niet in de overeenkomst, maar in de bestellijst staan. De overeenkomst laat open of het een betaald abonnement betreft of een vrijblijvende proefperiode (artikel 1.3.) ook is de contractduur afhankelijk gesteld van het bestelformulier (artikel 2.1.).

5.9.

Het is aan Piggy om te bewijzen dat [gedaagde] de door Piggy gestelde afspraken is aangegaan. De kantonrechter zal Piggy daarom in de gelegenheid stellen bewijs te leveren van haar stelling dat [gedaagde] zowel de door Piggy overgelegde overeenkomst als het door Piggy overgelegde bestelformulier (digitaal) heeft ondertekend. Daarbij verzoekt de kantonrechter Piggy ook aandacht te besteden aan het feit dat het door haar overgelegde certificaat vermeldt dat het document op 6 mei 2019 om 14:40 CEST is verzonden en die dag om 14:51 uur CEST is getekend terwijl twee medewerkers van [gedaagde] en de [directeur gedaagde] hebben aangeven dat de heer [xxx] in de ochtend bij [gedaagde] was.

Vooruitlopend op de verdere beoordeling

5.10.

Vooruitlopend op de verdere beoordeling overweegt de kantonrechter als volgt. Als Piggy niet slaagt in het opgedragen bewijs, dan zal de vordering van Piggy tot betaling van de door haar gevorderde bedragen worden afgewezen. In dat geval zal Piggy, gelet op de gemotiveerde betwisting door [gedaagde] , onvoldoende feiten hebben gesteld om aan te nemen dat partijen een overeenkomst zijn aangegaan waaruit de door Piggy gevorderde betaling volgt. Piggy zal daarom dan niet verder in de gelegenheid gesteld worden bewijs van haar stellingen te leveren.

5.11.

De kantonrechter houdt iedere verdere beslissing aan.

6 De beslissing

De kantonrechter:

6.1.

laat Piggy toe tot bewijs van haar stelling dat [gedaagde] zowel de door Piggy overgelegde overeenkomst als het door Piggy overgelegde bestelformulier (digitaal) heeft ondertekend;

6.2.

bepaalt dat bewijslevering door middel van het overleggen van stukken plaatsvindt vóór of uiterlijk op de rolzitting van 30 maart 2022 te 10:00 uur;

6.3.

wanneer Piggy voor bewijslevering getuigen wil laten horen, moeten uiterlijk op deze rolzitting ook het aantal en de personalia van de getuigen worden opgegeven evenals de verhinderdata van beide partijen, de gemachtigden en - voor zover mogelijk - van de getuigen. Daarna zal een tijdstip voor het verhoor worden bepaald;

6.4.

uitstel wordt in beginsel niet verleend. Bij het ontbreken van tijdig bericht van Piggy wordt er van uitgegaan dat zij geen gebruik wenst te maken van de gelegenheid tot bewijslevering.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.A. Hoogkamer en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter

1 Artikel 150 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv)

2 Artikel 156a Rv

3 Artikel 3:15a Burgerlijk Wetboek (BW)