Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2022:1524

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
14-01-2022
Datum publicatie
01-03-2022
Zaaknummer
9317115 / EJ VERZ 21-219
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Besluit van VvE om geen toestemming te verlenen voor het aanleggen van een stopcontact in de parkeergarage voor opladen hybride auto is geldig tot stand gekomen en niet ism red/bill. De belangen van VvE wegen zwaarder dan belang van bewoner.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind

locatie Alkmaar

Zaaknr./repnr.: 9317115 / EJ VERZ 21-219 (SJ)

Uitspraakdatum: 14 januari 2022

Beschikking van de kantonrechter in de zaak van:

[verzoeker]

wonende te [woonplaats]

verzoeker

verder te noemen: [verzoeker]

procederend in persoon

tegen

[verweerster]

zetelende te [plaats]

verweerster

verder te noemen: VvE

gemachtigde: mr. R.H.A. ter Huume

De zaak in het kort

[verzoeker] wil vernietiging van het besluit van VvE om geen toestemming te verlenen voor het aanleggen van een stopcontact in de parkeergarage om zijn hybride auto op te laden. De kantonrechter stelt allereerst vast dat het besluit geldig tot stand is gekomen. Ook vindt de kantonrechter het besluit van VvE niet in strijd is met de redelijkheid en billijkheid. De VvE is bezig met het opstellen van een plan met algemene regels en voorwaarden voor oplaadpunten in de parkeergarage, dit in verband met de ‘Notificatieregeling oplaadpunten VvE’s’ die waarschijnlijk komend jaar in werking treedt. Mede om die reden wegen de belangen van VvE om de veiligheid te waarborgen en om precedentwerking te voorkomen zwaarder dan de belangen van [verzoeker] om een eigen stopcontact in de parkeergarage te hebben om zijn hybride auto op te laden. Meegewogen is dat er in de nabijheid voldoende alternatieve oplaadpunten zijn. Het verzoek van [verzoeker] wordt daarom afgewezen.

Verder heeft [verzoeker] verzocht om betaling van een factuur, maar dit is een vordering die bij dagvaarding moet worden ingesteld. Daarbij heeft [verzoeker] zich tot de verkeerde rechtspersoon gewend. [verzoeker] is daarom niet-ontvankelijk verklaard.

1 Het procesverloop

1.1.

[verzoeker] heeft een verzoekschrift ingediend, ter griffie ingekomen op 1 juli 2021. VvE heeft een verweerschrift ingediend.

1.2.

Op 17 december 2021 heeft een zitting plaatsgevonden. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen ter toelichting van hun standpunten naar voren hebben gebracht.

1.3.

Op 22 juli 2021 heeft [verzoeker] nadere stukken ingediend.

2 Feiten

2.1.

[xxx] is een appartementencomplex aan het [adres] te [plaats] . Het complex bestaat uit acht woongebouwen, waaronder gebouw [yyy] , en drie parkeerkelders. De drie parkeerkelders hebben elke hun eigen VvE.

2.2.

[verzoeker] is eigenaar van een appartementsrecht dat hem recht geeft op het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de gemeenschappelijke [xxx] [nummer kelder] . Verder heeft [verzoeker] een souterrain dat bereikbaar is via zijn woning.

2.3.

Blijkens de (wijziging) ondersplitsingsakte van VvE van 5 oktober 2020 is het Modelreglement van ondersplitsing van 2006 (hierna: het Modelreglement) van toepassing.

2.4.

In artikel 22 lid 3 van het Modelreglement is het volgende bepaald: ‘De eigenaars en gebruikers mogen zonder toestemming van de vergadering geen veranderingen aanbrengen in de gemeenschappelijke gedeelten of aan de gemeenschappelijke zaken, ook als deze zich in privé gedeelten bevinden.’

2.5.

Verder is het Huishoudelijk Reglement [naam vereniging] (hierna: het Huishoudelijk Reglement) van toepassing.

2.6.

In artikel 4 onder c van het Huishoudelijk Reglement is het volgende bepaald: ‘Aanbrengen of installeren van andere zaken op of aan het gebouw is niet toegestaan. De vergadering van eigenaars kan, onder voorwaarden, schriftelijk toestemming verlenen tot afwijking van dit artikel.’

2.7.

Bij e-mail van 4 mei 2021 heeft [verzoeker] aan [de beheerder] , van [bedrijfsnaam] , de beheerder van VvE, verzocht de factuur voor de door [verzoeker] gemaakte energie- en schoonmaakkosten van € 186,90 te betalen.

2.8.

Bij e-mail van 28 mei 2021 [verzoeker] heeft aan het bestuur van VvE verzocht zijn verzoek om een stopcontact ten behoeve van zijn hybride auto aan te leggen bij zijn parkeerplaats in de parkeerkelder op de agenda van de algemene ledenvergadering van 14 juni 2021 te zetten.

2.9.

In de vergadering van 14 juni 2021 is het verzoek van [verzoeker] afgewezen. Blijkens de notulen van de vergadering van 14 juni 2021 hebben 337 leden voor het voorstel gestemd, 611 leden tegen gestemd, 160 leden zich van stemmen onthouden en zijn er 454 stemmen niet uitgebracht.

3 Het verzoek

3.1.

[verzoeker] verzoekt vernietiging van het besluit van VvE van 14 juni 2021 waarin zijn verzoek om een stopcontact ten behoeve van zijn hybride auto aan te leggen bij zijn parkeerplaats in de parkeerkelder is afgewezen. Daarnaast verzoekt [verzoeker] om vergoeding van de stroom- en schoonmaakkosten voor zijn souterrain.

3.2.

[verzoeker] voert aan dat zijn verzoek niet juist op de agenda van de algemene vergadering is gezet, waardoor leden op het verkeerde been zijn gezet. Volgens [verzoeker] heeft hij om een stopcontact en niet om een oplaadpunt verzocht. Verder heeft het bestuur van VvE een stemadvies gegeven waardoor VvE is beïnvloed en was het geruime tijd niet mogelijk om via de online portal te stemmen, waardoor er stemmen verloren zijn gegaan. Bovendien heeft parkeerplek 334 al een stopcontact en blijkt uit de offerte van [bedrijfsnaam 2] dat de veiligheid niet in geding is. Daarnaast wil [verzoeker] een vergoeding van door hem gemaakte stroom- en schoonmaakkosten in zijn souterrain omdat hiervoor een ‘Regeling compensatie bergingen’ geldt. Volgens [verzoeker] kan VvE niet uitleggen waarom de regeling hiervoor niet bedoeld is. De volledige servicekosten worden betaald zonder tegenprestatie in de vorm van stroom en schoonmaak.

4 Het verweer

4.1.

VvE betwist dat het agendapunt niet juist op de agenda is gezet en dat de eigenaren tijdens de vergadering op het verkeerde been zijn gezet. [verzoeker] suggereert ten onrechte dat hij slechts om een stopcontact vraagt. Hij wil een oplaadpunt voor zijn hybride auto, te realiseren door onder meer de plaatsing van een stopcontact. Verder betwist VvE dat het bestuur een stemadvies heeft gegeven. Ook beweert [verzoeker] ten onrechte dat het geruime tijd niet mogelijk was om digitaal te stemmen. [verzoeker] heeft hiervoor geen bewijs geleverd en het bestuur is hiervan ook niet gebleken. VvE voert verder aan dat zij belang heeft bij het weigeren van toestemming voor het plaatsen van het door [verzoeker] gewenste oplaadpunt. Deze belangen zien op het voorkomen van wildgroei van allerlei particuliere kabels in de gezamenlijke parkeergarage, op de (brand)veiligheid en het opstellen van algemene regels en voorwaarden. Volgens VvE wegen haar belangen bij het niet-plaatsen zwaarder dan die van [verzoeker] bij het plaatsen en heeft zij bij afweging van alle belangen in redelijkheid tot het besluit kunnen komen. Het stopcontact bij parkeerplek 334 is voor het algemeen nut en niet voor het opladen van auto’s.
De vordering tot vergoeding van stroom- en schoonmaakkosten dient bij dagvaarding te worden ingesteld. Daarbij dient [verzoeker] zich te wenden tot vereniging van eigenaars [yyy] .

5 De beoordeling

de wijze van agendering en stemmen

5.1.

Artikel 2:15 lid 1 BW bepaalt dat een besluit van een orgaan van een rechtspersoon vernietigbaar is wegens strijd met wettelijke bepalingen of statutaire bepalingen die het tot stand komen van besluiten regelen.

5.2.

Het standpunt van [verzoeker] dat zijn verzoek niet correct op de agenda is gezet omdat hij niet om een oplaadpunt maar om een stopcontact heeft verzocht, volgt de kantonrechter niet. De kantonrechter is met VvE van oordeel dat [verzoeker] daarmee miskent dat hij zijn hybride auto wil opladen met dit stopcontact. De kantonrechter acht de formulering van het agendapunt ‘De fam. [verzoeker] vraagt toestemming voor het plaatsen van een oplaadpunt voor een hybride auto’ dan ook niet onjuist. Er is daarom op deze grond geen aanleiding om het besluit te vernietigen.

5.3.

De kantonrechter zal het besluit ook niet vernietigen omdat het bestuur van VvE een stemadvies heeft gegeven. Weliswaar heeft het bestuur in eerste instantie een stemadvies gegeven, maar uit de stukken blijkt dat het bestuur dit naar aanleiding van de e-mail van [verzoeker] van 4 juni 2021 heeft gecorrigeerd. Afgezien daarvan kan niet staande worden gehouden dat het geven van een stemadvies in het algemeen niet is toegestaan. Zeker niet in wanneer, zoals in dit geval, veiligheidsaspecten en de precedentwerking aan de orde zijn. Bovendien is het de taak van het bestuur om de vergadering goed voor te bereiden en alle van belang zijnde informatie te verschaffen aan VvE.

5.4.

De stelling van [verzoeker] dat het niet mogelijk is geweest om te stemmen via de online portal waardoor stemmen verloren zouden zijn gegaan, is niet nader onderbouwd. Een nadere onderbouwing had, gelet op de gemotiveerde betwisting van VvE, wel op de weg van [verzoeker] gelegen. Aan deze stelling gaat de kantonrechter daarom voorbij.

5.5.

Ter zitting heeft [verzoeker] nog gesteld dat het aantal stemmen in de notulen verkeerd is weergegeven. Volgens [verzoeker] staat in de notulen dat er in totaal 1.562 van de 2.159 stemmen aanwezig waren, terwijl in de online portal staat dat er 1.580 stemmen waren. Wat hier ook van zij, door VvE is onweersproken gesteld dat op het verzoek van [verzoeker] met volstrekte meerderheid van het aantal uitgebrachte stemmen zou worden besloten. Uit de notulen blijkt dat er 337 stemmen voor het verzoek van [verzoeker] hebben gestemd en 611 stemmen tegen hebben gestemd. Gelet hierop zou het verschil van 18 stemmen niet tot een andere uitkomst hebben geleid. Ter zitting is gebleken dat de notulen inmiddels door de VvE zijn vastgesteld.

het stopcontact

5.6.

Artikel 2:15 lid 1 onder b BW bepaalt dat een besluit van een orgaan van een rechtspersoon vernietigbaar is wegens strijd met de redelijkheid en billijkheid die door artikel 2:8 BW worden geëist. Ingevolge artikel 2:8 lid 1 BW moeten een rechtspersoon en degenen die krachtens de wet of de statuten bij zijn organisatie zijn betrokken, zich als zodanig jegens elkaar gedragen naar hetgeen door redelijkheid en billijkheid wordt gevorderd.

5.7.

De kantonrechter toetst een besluit als hier aan de orde marginaal, dat wil zeggen dat slechts een besluit dat een redelijk handelende ledenvergadering van een VvE bij afweging van de betrokken belangen niet had kunnen nemen voor vernietiging in aanmerking komt.

Daarnaast spelen de regels van de stelplicht en bewijslastverdeling een rol, dat wil zeggen dat degene die zich beroept op de rechtsgevolgen van de door haar/hem gestelde feiten of rechten voldoende moet stellen en, zo nodig, bewijzen.

5.8.

De kantonrechter is van oordeel dat VvE in redelijkheid heeft kunnen besluiten tot afwijzing van het verzoek van [verzoeker] in verband met de (brand)veiligheid. De omstandigheid dat in de door [verzoeker] overgelegde offerte van [bedrijfsnaam 2] staat dat alles op een veilige manier zal worden aangelegd, maakt dit niet anders. Terecht voert VvE aan dat bij een aansluiting voor het opladen van een (hybride) auto specifieke veiligheidsaspecten spelen. Dat volgens [verzoeker] elektrische fietsen in bergingen worden opgeladen, doet daaraan niet af. Wanneer het verzoek van [verzoeker] wordt toegewezen, heeft dat tot gevolg dat VvE andere aanvragen om het plaatsen van een oplaadpunt in de parkeergarage in beginsel niet kan weigeren. Dit raakt het zwaarwegende belang van VvE van het waarborgen van de (brand)veiligheid. Dat er bij een ander vak in de parkeergarage een stopcontact is, leidt evenmin tot een ander oordeel. Onweersproken is dat dit stopcontact niet bij een parkeerplaats hoort, voor algemeen gebruik is, dat het niet is toegestaan om met dit stopcontact een auto op te laden en dat dit ook niet gebeurt.

5.9.

Verder is van belang dat de ‘Notificatieregeling oplaadpunten VvE’s’ in de maak is. Zoals het zich nu laat aanzien is toestemming van (de leden van) een Vereniging van Eigenaars voor het plaatsen van een oplaadpunt na inwerkingtreding niet meer nodig en volstaat een ‘notificatie’ aan VvE. VvE heeft toegelicht dat zij in verband daarmee algemeen geldende regels en voorwaarden wenst op te stellen en vast te leggen in het huishoudelijk reglement met betrekking tot onder meer de financiën, gezamenlijke infrastructuur en risicobeperkingen en dat zij hiermee al bezig is. De kantonrechter acht het niet in strijd met de redelijkheid en billijkheid dat [verzoeker] dit moet afwachten.

5.10.

De kantonrechter is, gelet op het voorgaande, dan ook met VvE van oordeel dat de belangen van VvE zwaarder wegen dan het belang van [verzoeker] bij het plaatsen van een stopcontract voor het opladen van zijn auto in de parkeergarage. Bovendien is het niet zo dat [verzoeker] door dit besluit geen mogelijkheid heeft om zijn auto te kunnen opladen. Niet in geschil is dat op korte afstand van de parkeergarage openbare oplaadpunten zijn. Dat de echtgenote van [verzoeker] niet goed ter been is en dat een en ander een te zware belasting voor haar zou zijn, kan niet tot een ander oordeel leiden.

5.11.

De kantonrechter is daarom van oordeel dat VvE bij afweging van alle betrokken belangen in redelijkheid heeft kunnen komen tot afwijzing van het verzoek tot plaatsing van een stopcontact ten behoeve van het opladen van een elektrische auto.

5.12.

De conclusie is dat de kantonrechter het verzoek van [verzoeker] om vernietiging van het besluit van 14 juni 2021 zal afwijzen.

de stroom- en schoonmaakkosten

5.13.

De kantonrechter is met VvE van oordeel dat dit deel van het verzoek van [verzoeker] bij dagvaarding dient te worden ingesteld. Dit betekent dat [verzoeker] niet-ontvankelijk zal worden verklaard ten aanzien van dit punt.

5.14.

Daarbij heeft VvE zich nog op het standpunt gesteld dat [verzoeker] geen vergoeding van deze kosten van haar kan vorderen omdat [verzoeker] een vergoeding wil vanuit de compensatieregeling die [yyy] van VvE ontvangt. [verzoeker] dient zich daarom tot [yyy] te wenden. Dit standpunt heeft [verzoeker] niet betwist en ook de kantonrechter heeft geen aanleiding om hierover anders te oordelen. Ook hierom kan [verzoeker] niet worden ontvangen in zijn verzoek tot vergoeding van de stroom- en schoonmaakkosten.

de proceskosten

5.15.

De proceskosten komen voor rekening van [verzoeker] , omdat hij ongelijk krijgt.

6 De beslissing

De kantonrechter:

6.1.

wijst het verzoek met betrekking tot het besluit van de VvE van 14 juni 2021 af;

6.2.

verklaart [verzoeker] niet-ontvankelijk ten aanzien van het verzoek om vergoeding van de schoonmaak- en energiekosten;

6.3.

veroordeelt [verzoeker] tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor VvE worden vastgesteld op een bedrag van € 498,00 aan salaris van de gemachtigde van VvE;

6.4.

verklaart deze beschikking ten aanzien van de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. A.E. Merkus en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.