Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2022:150

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
12-01-2022
Datum publicatie
31-01-2022
Zaaknummer
C/15/313567 / HA ZA 21-105
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Inhoudsindicatie

Vordering tot betaling facturen uitzendkrachten. Zijn de lockdownmaatregelen tijdens de coronapandemie een onvoorziene omstandigheid ex art. 6:258 BW? Ja, reden tot wijziging overeenkomst. Financiële nadeel gelijkelijk verdeeld over partijen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2022-0143
JAR 2022/61 met annotatie van Helstone, A.M.
NJF 2022/235
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

Zittingsplaats Haarlem

zaaknummer / rolnummer: C/15/313567 / HA ZA 21-105

Vonnis van 12 januari 2022

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

NL PEOPLE B.V.,

gevestigd te Badhoevedorp,

eiseres,

advocaat mr. H. Mouselli te Oisterwijk,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

SCHOONMAAKBEDRIJF BACHIRI B.V. h.o.d.n. B-FLEX CLEANING,

gevestigd te Almere,

gedaagde,

advocaat mr. L. Barou te Utrecht.

Partijen zullen hierna NL People en B-Flex genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het tussenvonnis van 4 augustus 2021 met de daarin genoemde stukken en bijbehorende producties

  • -

    de fax van NL People van 5 november 2021 met producties E10 t/m 17

  • -

    de fax van B-Flex van 9 november 2021 met producties G13 en 14

  • -

    de mondelinge behandeling van 19 november 2021, waarvan de griffier aantekeningen heeft bijgehouden, die zich in het dossier bevinden

  • -

    de pleitnotities van NL People

  • -

    de pleitnotities van B-Flex

  • -

    de ter mondelinge behandeling genomen akte wijziging van eis.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De zaak in het kort

2.1.

NL People (een uitzendbureau) heeft vijf arbeidskrachten uitgeleend aan B-Flex (een schoonmaakbedrijf). B-Flex heeft de facturen hiervoor vanaf 22 maart 2020 niet betaald. NL People vordert daarom betaling van deze facturen, te vermeerderen met contractuele rente en kosten. B-Flex voert als verweer aan dat zij vanwege de door de overheid opgelegde lockdownmaatregelen als gevolg van COVID-19 de openstaande facturen niet (volledig) hoeft te betalen. Ook voert B-Flex verweer tegen de hoogte van de facturen.

3 De feiten

3.1.

NL People is een uitzendonderneming die arbeidskrachten ter beschikking stelt aan opdrachtgevers om onder hun leiding en toezicht werkzaamheden te verrichten.

3.2.

B-Flex is een bedrijf dat schoonmaakwerkzaamheden verricht voor (met name) bedrijven in de horecasector. B-Flex heeft eigen werknemers in dienst, maar werkt ook met personeel dat zij inleent van bedrijven zoals NL People.

3.3.

Partijen hebben (voor zover in deze zaak relevant) in de periode van september 2019 tot en met januari 2020 vijf inleenovereenkomsten gesloten. Het gaat om de volgende uitzendkrachten (werkzaam in fase B), voor wie B-Flex zich jegens NL People in de respectievelijke inleenovereenkomsten heeft verplicht gedurende een bepaalde periode een bepaald aantal uren af te nemen:

naam: periode: aantal uren per week:

1. [betrokkene 1] 21-09-2019 t/m 20-09-2020 7,5

2. [betrokkene 2] 19-11-2019 t/m 18-07-2020 3

3. [betrokkene 3] 30-12-2019 t/m 29-08-2020 12,5

4. [betrokkene 4] 30-12-2019 t/m 29-08-2020 10

5. [betrokkene 5] 29-12-2019 t/m 28-08-2020 14.

3.4.

In verband met de uitbraak van COVID-19 is de horecasector van overheidswege gedwongen gesloten geweest in de periode van 15 maart 2020 tot 1 juni 2020. De overheid heeft daarom de Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging Werkgelegenheid (hierna: de NOW-regeling) getroffen. Op grond van deze regeling kunnen werkgevers een tegemoetkoming krijgen, indien sprake is van een bepaalde mate van omzetverlies, met als doel werknemers met een vast of flexibel contract in dienst te kunnen houden. (Ook) uitzendbureaus kunnen een beroep doen op deze regeling.

3.5.

NL People heeft B-Flex op 26 maart 2020 per e-mail onder meer het volgende bericht:

‘[betrokkene 6] belde zojuist en gaf aan dat jullie de facturen niet willen betalen, omdat wij de NOW zelf moeten aanvragen.

Het klopt inderdaad dat wij de NOW zelf moeten gaan aanvragen voor de medewerkers die via ons werken.

Dit kan voor diegene die in fase A werken waarvoor uren worden doorgegeven en voor de medewerkers die in fase B werkzaam zijn.

In beide gevallen wordt er gewoon gefactureerd en dienen deze facturen ook gewoon betaald te worden zoals in onze overeenkomst is afgesproken.

Pas nadat de hoogte van de vergoeding is vastgesteld en door ons is ontvangen, zal er een verrekening met jullie plaatsvinden.

Fase B is een tijdelijke overeenkomst die tussentijds niet opgezegd kan worden, dit staat zo in jullie inleenovereenkomst.

Ook in deze uitzonderlijke en bizarre situatie kunnen deze contracten niet ontbonden worden.’

3.6.

In het kader van de terbeschikkingstelling van de vijf uitzendkrachten heeft NL People (voor zover relevant) tussen 22 maart 2020 en 3 juni 2020 veertien facturen gestuurd aan B-Flex tot een bedrag van in totaal € 30.976,80. Bij creditfactuur van 10 mei 2020 heeft NL People een bedrag van € 23,23 in mindering gebracht (in verband met te veel in rekening gebrachte uren). Op 30 juni 2020 heeft NL People een creditfactuur gestuurd aan B-Flex van € 8.356,66, omdat zij (NL People) met vier van de vijf uitzendkrachten een vaststellingsovereenkomst heeft gesloten. Hierin zijn de uitzendovereenkomsten met wederzijds goedvinden tussentijds beëindigd met ingang van 31 mei 2020, zodat de betreffende uitzendkrachten per 1 juli 2020 niet langer in dienst waren van NL People. In totaal resteert (dus) een bedrag van € 22.596,91.

3.7.

NL People heeft gebruik gemaakt van de NOW-regeling. NL People is niet langer bereid het bedrag dat zij inmiddels onder deze regeling heeft ontvangen voor de genoemde vijf uitzendkrachten – welk bedrag de accountant van NL People heeft becijferd op
€ 3.391,02 – in mindering te brengen op de facturen. NL People maakt daarom aanspraak op betaling van het volledige openstaande factuurbedrag. B-Flex heeft dit bedrag niet betaald.

3.8.

De samenwerking tussen partijen is beëindigd.

4 Het geschil

4.1.

NL People vordert – na wijziging van eis – bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis B-Flex te veroordelen tot betaling aan NL People van:

A. een bedrag van EUR 22.596,91 aan openstaande facturen, dan wel een door U Edelachtbare in goede justitie te bepalen bedrag voor de door NL People verleende diensten; en

een bedrag van EUR 4.319,25 aan verschuldigde contractuele rente vanaf de dag der opeisbaarheid tot de dag der dagvaarding, en vanaf de dag der dagvaarding tot de dag der algehele voldoening van een contractuele rente van 0,5% per week,

dan wel

de wettelijke handelsrente ex artikel 6:119a BW vanaf de dag der opeisbaarheid tot de dag der algehele voldoening;

een bedrag van EUR 4.071,56 aan contractuele vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten, dan wel een bedrag van EUR 3.287,57 buitengerechtelijke incassokosten conform staffel BIK, dan wel een door U Edelachtbare in goede justitie te bepalen bedrag aan buitengerechtelijke kosten; en

alle door NL People gemaakte gerechtelijke kosten, tot en met de dag der dagvaarding begroot op een bedrag ad EUR 7.879,06, dan wel tot betaling van alle door eiseres gemaakte kosten in deze procedure, het salaris van de gemachtigde daaronder begrepen, en de nakosten, een en ander te vermeerderen met de na het vonnis te maken kosten van tenuitvoerlegging daarvan; en

de wettelijke handelsrente ex artikel 6:119a BW over de vorderingen onder a, c, d dan wel een door U Edelachtbare in goede justitie te bepalen rente vanaf de dag der opeisbaarheid tot de dag der algehele voldoening.

4.2.

B-Flex voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen.

4.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

5 De beoordeling

5.1.

De rechtbank stelt voorop dat tussen partijen niet in geschil is dat NL People vijf uitzendkrachten via B-Flex te werk heeft gesteld, dat NL People de lonen van deze uitzendkrachten heeft betaald en dat B-Flex in beginsel gehouden is de door NL People daartoe aan haar gezonden facturen te voldoen. Tussen partijen is echter een geschil ontstaan over de facturen vanaf 22 maart 2020 tot en met 3 juni 2020. Deze facturen dateren dus van net na het begin van de coronapandemie en de in verband daarmee door de overheid getroffen maatregelen.

Onvoorziene omstandigheden?

5.2.

B-Flex voert aan dat zij als gevolg van de overheidsmaatregelen in verband met de coronapandemie de vijf uitzendkrachten niet kon inzetten (afnemen). Deze uitzendkrachten waren namelijk allemaal werkzaam bij haar opdrachtgever La Place Food B.V. (hierna: La Place), een onderneming in de horecasector, die haar deuren dus noodgedwongen moest sluiten. Hierdoor viel de omzet van B-Flex bij La Place volledig weg. Ter zitting heeft B- Flex nog toegelicht dat zij met La Place, die zich op haar beurt op overmacht beriep, het gesprek is aangegaan vanuit de gedachte dat het behoud van de relatie zwaarder woog dan volledige doorbetaling tussen 15 maart 2020 en 1 juni 2020. B-Flex heeft dit probleem meteen kenbaar gemaakt aan NL People, te meer omdat zij – anders dan ten behoeve van het personeel dat zij zelf in dienst heeft – geen beroep op de NOW-regeling kon doen voor de bij haar tewerkgestelde uitzendkrachten. Volgens B-Flex kwalificeert de coronapandemie en de als gevolg daarvan genomen overheidsmaatregelen als een onvoorziene omstandigheid als bedoeld in artikel 6:258 van het Burgerlijk Wetboek (BW). B-Flex stelt dat de inleenovereenkomsten niet (ongewijzigd) in stand kunnen blijven en dat zij niet gehouden is de facturen (volledig) te betalen.

5.3.

Volgens NL People is er geen sprake van onvoorziene omstandigheden. Ter onderbouwing van die stelling wijst zij op de in de inleenovereenkomsten opgenomen afnameverplichting. Die verplichting geldt te allen tijde, ongeacht of de uitzendkrachten nu wel of niet werken. In de inleenovereenkomsten is dus al voorzien in de omstandigheid dat de inlener (B-Flex) geen arbeid beschikbaar heeft voor de aan haar ter beschikking gestelde uitzendkrachten. Dit komt volledig voor het ondernemersrisico van B-Flex. Verder stelt NL People dat er zeer terughoudend moet worden omgegaan met een beroep op onvoorziene omstandigheden. Uitgangspunt is ‘pacta sunt servanda’, zeker tussen twee ondernemingen. Ten slotte wijst zij er nog op dat de door B-Flex aangehaalde rechtspraak over de coronacrisis en het beroep op onvoorziene omstandigheden in die zaken niet relevant is, omdat die rechtspraak (vooral) betrekking heeft op huurzaken. Die zaken zijn dus niet te vergelijken met deze zaak, aldus nog steeds NL People.

5.4.

De rechtbank oordeelt als volgt. Anders dan NL People heeft betoogd, wordt (in de rechtspraak en in de literatuur) in het algemene overeenkomstenrecht het leerstuk van de onvoorziene omstandigheden beschouwd als de meest voor de hand liggende remedie voor aanpassing van een contractuele verhouding op grond van de coronacrisis. De rechtbank volgt het standpunt van NL People dat rechtspraak over dit leerstuk in huurrechtzaken niet relevant is, dan ook niet. Sterker, voor de beoordeling van deze zaak hecht de rechtbank groot belang aan deze rechtspraak. Zij wijst daarbij in het bijzonder naar de prejudiciële beslissing van de Hoge Raad van 24 december 2021 (ECLI:NL:HR:2021:1974) en de conclusie van de A-G vóór de prejudiciële beslissing (ECLI:NL:PHR:2021:902).

5.5.

Ingevolge artikel 6:258 lid 1 BW kan de rechter op vordering van een partij de gevolgen van een overeenkomst wijzigen of deze geheel of gedeeltelijk ontbinden op grond van onvoorziene omstandigheden welke van dien aard zijn dat de wederpartij naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid ongewijzigde instandhouding van de overeenkomst niet mag verwachten. Aan de wijziging of ontbinding kan terugwerkende kracht worden verleend. Uit artikel 6:258 lid 2 BW volgt dat een dergelijke wijziging of ontbinding niet wordt uitgesproken voor zover de omstandigheden krachtens de aard van de overeenkomst of de in het verkeer geldende opvattingen voor rekening komen van degene die zich erop beroept.

5.6.

Een onvoorziene omstandigheid als bedoeld in artikel 6:258 BW is een omstandigheid die op het moment van totstandkoming van de overeenkomst nog in de toekomst is gelegen en die daarin niet is verdisconteerd. Of dat laatste het geval is moet door uitleg van de overeenkomst worden vastgesteld.

5.7.

De rechtbank is van oordeel dat de coronapandemie en de ten gevolge daarvan door de overheid genomen beperkende maatregelen niet zijn verdisconteerd in de inleenovereenkomsten die partijen hebben gesloten vóór 15 maart 2020. Dit volgt reeds uit de omstandigheid dat een gezondheidscrisis met deze ernst, omvang, impact en duur alsmede de tegen de verspreiding van het virus getroffen overheidsmaatregelen ongekend zijn. De enkele omstandigheid dat partijen een afnameverplichting zijn overeengekomen in de inleenovereenkomsten, leidt niet tot een ander oordeel, reeds omdat een afnameverplichting als zodanig niets zegt over de vraag of daarin het coronarisico is verdisconteerd.

5.8.

B-Flex heeft voldoende (met stukken) onderbouwd toegelicht dat zij de betreffende vijf uitzendkrachten niet kon laten werken bij haar opdrachtgever La Place. Ter zitting heeft zij bovendien toegelicht dat zij deze uitzendkrachten ook niet bij een andere opdrachtgever kon inzetten, simpelweg omdat haar meeste opdrachtgevers nu juist in de horecabranche zitten. De rechtbank is van oordeel dat NL People onder deze omstandigheden niet een ongewijzigde instandhouding van de inleenovereenkomsten mag verwachten. Evenmin valt in te zien dat de coronacrisis en de in dat kader genomen beperkende maatregelen van de overheid krachtens de aard van de inleenovereenkomsten en de in het verkeer geldende opvattingen voor rekening van B-Flex moeten komen. Dit betekent dat de inleenovereenkomsten niet ongewijzigd in stand kunnen blijven.

5.9.

De rechtbank acht het redelijk het financiële nadeel dat hierdoor is ontstaan gelijk te verdelen over beide partijen, omdat dit nadeel niet in de risicosfeer van NL People ligt en evenmin in die van B-Flex. De rechtbank verstaat onder het financiële nadeel: de openstaande hoofdsom, voor zover niet reeds gecompenseerd door de financiële steun die NL People van de overheid heeft ontvangen in de vorm van de NOW-regeling.

Hoogte van de openstaande hoofdsom

5.10.

Partijen zijn het niet eens over de hoogte van de openstaande hoofdsom. NL People gaat uit van het bedrag van € 22.596,91, zoals zij dat door middel van veertien facturen en twee creditfacturen in rekening heeft gebracht bij B-Flex (zie 3.6). De betreffende facturen (inclusief in rekening gebrachte uren) zijn in deze procedure overgelegd. B-Flex voert aan dat NL People met betrekking tot de uitzendkrachten [betrokkene 2] en [betrokkene 4] meer uren in rekening heeft gebracht dan waartoe B-Flex op grond van de betreffende inleenovereenkomsten gehouden was (de afnameplicht, zie 3.3). Volgens B-Flex heeft NL People in week 22 (25 mei 2020 tot en met 31 mei 2020) twintig uur in rekening gebracht voor [betrokkene 4], in plaats van tien uur. Wat betreft [betrokkene 2] voert B-Flex aan dat NL People ten onrechte achttien uur per week heeft doorbelast in plaats van drie uur per week. Zij becijfert de financiële waarde van de te veel in rekening gebrachte uren voor Lambeti op € 200,50 en voor [betrokkene 2] op € 3.537,57. B-Flex gaat daarom uit van een hoofdsom van € 18.858,84.

5.11.

De rechtbank is van oordeel dat B-Flex onvoldoende heeft toegelicht dat NL People in week 22 voor [betrokkene 4] tien uur te veel in rekening heeft gebracht. Uit de factuur van NL People van week 22 blijkt namelijk dat zij tien uur in rekening heeft gebracht, overeenkomstig het aantal uren in de inleenovereenkomst van [betrokkene 4] (prod. E7, de laatste factuur). Wat betreft de in rekening gebrachte uren van [betrokkene 2] heeft NL People evenwel onvoldoende toegelicht waarom B-Flex gehouden is om meer uren af te nemen (te betalen) dan waartoe zij zich heeft verplicht in de inleenovereenkomst van [betrokkene 2]. NL People heeft telkens achttien uur per week in rekening gebracht, terwijl op grond van de inleenovereenkomst een afnameverplichting geldt van drie uur per week. Het betoog van NL People dat B-Flex hierover niet tijdig heeft geklaagd (overeenkomstig artikel 13 onder d van de inleenovereenkomst) en daarom het gefactureerde bedrag moet betalen, baat haar evenmin. Uit de e-mail van 26 maart 2020 van NL People aan B-Flex (zie 3.5) blijkt immers dat B-Flex dan haar bezwaren al heeft geuit en kenbaar heeft gemaakt dat zij de facturen niet zal betalen. Het beroep op dit artikel treft daarom geen doel. De rechtbank volgt B-Flex in haar berekening van de te veel in rekening gebrachte uren voor [betrokkene 2]. De rechtbank stelt de openstaande hoofdsom dus vast op € 19.059,34.

5.12.

Wat betreft de compensatie die NL People heeft ontvangen van de overheid op grond van de NOW-regeling voor de betreffende uitzendkrachten, gaat de rechtbank uit van het bedrag van € 3.391,02.

5.13.

Dit leidt tot de volgende slotsom. In totaal zal worden toegewezen het bedrag van
€ 7.834,16 inclusief btw (€ 19.059,34 – € 3.391,02 = 15.668,32 / 2). Hoewel B-Flex de facturen ten onrechte volledig onbetaald heeft gelaten, zal de rechtbank de gevorderde contractuele rente afwijzen. Naar het oordeel van de rechtbank verhoudt de gevorderde (boete)rente zich niet tot de omstandigheid dat sprake is van een onvoorziene omstandigheid als hierboven genoemd, ten gevolge waarvan beide partijen zich plotseling met een aanzienlijk omzetverlies zagen geconfronteerd. Hierbij houdt de rechtbank ook rekening met de opstelling van B-Flex in deze kwestie, die zij veel positiever waardeert dan NL People dat doet. Uit de overgelegde e-mails leidt de rechtbank namelijk af dat B-Flex graag in overleg wilde treden met NL People en dat zij eind augustus 2020 een aanbod heeft gedaan om (in gedeelten) € 10.000,00 te betalen. De rechtbank wijzigt dus ook hier de overeenkomst tussen partijen. De subsidiair gevorderde wettelijke handelsrente zal wel worden toegewezen, en wel met ingang van 1 juli 2020 (op welke dag dit bedrag in ieder geval opeisbaar was). Een andere (eerdere) ingangsdatum kan de rechtbank aan de hand van de door NL People overgelegde (gedeeltelijk onjuiste) facturen niet vaststellen.

5.14.

De rechtbank passeert het bewijsaanbod van NL People omdat het niet ter zake dienend is.

Buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten

5.15.

Ook voor de vordering tot toewijzing van de contractueel overeengekomen incassokosten en de werkelijke proceskosten ziet de rechtbank aanleiding in te grijpen in (de gevolgen van) de overeenkomst. De rechtbank verwijst voor de motivering hiervan naar overweging 5.13. Wat betreft de buitengerechtelijke incassokosten zoekt de rechtbank (zoals NL People subsidiair heeft gevorderd) aansluiting bij het wettelijke tarief, dat op basis van de toegewezen hoofdsom neerkomt op een bedrag van € 766,71. De hierover gevorderde wettelijke handelsrente kan niet worden toegewezen. Het gaat hier om toekenning van een schadevergoeding, waarop artikel 6:119a BW niet van toepassing is. De rechtbank zal de wettelijke rente op de voet van artikel 6:119 BW toewijzen. Nu NL People niet heeft gesteld op welke datum de buitengerechtelijke kosten daadwerkelijk zijn betaald, zal de rechtbank de wettelijke rente toewijzen met ingang van de dag van de dagvaarding.

5.16.

Wat betreft de proceskosten sluit de rechtbank aan bij het liquidatietarief. Dit betekent dat B-Flex als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten zal worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van NL People worden begroot op:

- dagvaarding € 90,67

- griffierecht 2.076,00

- salaris advocaat 956,00 (2 punten × tarief € 478,00)

Totaal € 3.122,67

5.17.

De gevorderde nakosten zullen eveneens conform het liquidatietarief worden toegewezen. De door NL People gevorderde handelsrente over de proces- en nakosten zal worden afgewezen, nu ook deze kosten buiten het bereik van artikel 6:119a BW vallen. De rechtbank zal de wettelijke rente hierover toewijzen.

6 De beslissing

De rechtbank

6.1.

veroordeelt B-Flex tot betaling aan NL People van een bedrag van € 7.834,16, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente ex artikel 6:119a BW vanaf 1 juli 2020 tot de dag van volledige betaling;

6.2.

veroordeelt B-Flex tot betaling aan NL People van een bedrag van € 766,71 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW vanaf de dag van de dagvaarding tot de dag van volledige betaling;

6.3.

veroordeelt B-Flex in de kosten van het geding, tot op heden aan de zijde van NL People begroot op € 3.122,67, te vermeerderen met de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 163,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat B-Flex niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 85,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak, en te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over de proceskosten en de nakosten met ingang van veertien dagen na de datum van dit vonnis tot de dag van volledige betaling;

6.4.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

6.5.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. E.J. Bellaart en in het openbaar uitgesproken op
12 januari 2022.