Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2022:1439

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
15-02-2022
Datum publicatie
25-02-2022
Zaaknummer
9592069
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Arbeidszaak. De kantonrechter oordeelt in deze zaak dat de werknemer, een Managing Director, terecht op staande voet is ontslagen. De werknemer heeft namens de werkgever een arbeidsovereenkomst gesloten met een vriendin en loon aan haar betaald, terwijl zij niet daadwerkelijk in dienst is getreden bij de werkgever en nooit heeft gewerkt voor de werkgever. De aard en ernst van die gedraging is zodanig dat dit een dringende reden oplevert die een ontslag op staande voet rechtvaardigt. Het verzoek van de werknemer om toekenning van onder meer een billijke vergoeding wordt daarom afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2022-0237
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind

locatie Alkmaar

Zaaknr./rolnr.: 9592069 \ AO VERZ 21-94

Uitspraakdatum: 15 februari 2022

Beschikking van de kantonrechter in de zaak van:

[verzoeker] ,

wonende te [woonplaats]

verzoekende partij

verder te noemen: [verzoeker]

gemachtigde: mr. M. Bouiga

tegen

de besloten vennootschap Well Guidance B.V.,

gevestigd te Amsterdam

verwerende partij

verder te noemen: Well Guidance

gemachtigde: mr. R. Muurlink

De zaak in het kort

De kantonrechter oordeelt in deze zaak dat de werknemer, een Managing Director, terecht op staande voet is ontslagen. De werknemer heeft namens de werkgever een arbeidsovereenkomst gesloten met een vriendin en loon aan haar betaald, terwijl zij niet daadwerkelijk in dienst is getreden bij de werkgever en nooit heeft gewerkt voor de werkgever. De aard en ernst van die gedraging is zodanig dat dit een dringende reden oplevert die een ontslag op staande voet rechtvaardigt. Het verzoek van de werknemer om toekenning van onder meer een billijke vergoeding wordt daarom afgewezen.

1 Het procesverloop

1.1.

[verzoeker] heeft een verzoek gedaan om onder meer een billijke vergoeding toe te kennen. Well Guidance heeft een verweerschrift ingediend.

1.2.

Op 18 januari 2022 heeft een zitting plaatsgevonden. Partijen hebben daar hun standpunten toegelicht en vragen beantwoord. De griffier heeft daarvan aantekeningen gemaakt. [verzoeker] en Well Guidance hebben ook pleitaantekeningen overgelegd. Vóór de zitting hebben partijen met brieven van 13 en 17 januari 2022 nog stukken toegezonden.

1.3.

De zaak is op de zitting van 18 januari 2022 gezamenlijk behandeld met twee verzoekschriften van Well Guidance, met zaaknummers 9592135 \ AO VERZ 21-95 en C/15/ 323313 / HA RK 21/237. In die zaken wordt vandaag afzonderlijk uitspraak gedaan.

2 De feiten

2.1.

Well Guidance is op 30 april 2018 opgericht. Well Guidance houdt zich bezig met dienstverlening op het gebied van energiewinning.

2.2.

Als statutair bestuurders van Well Guidance zijn benoemd de besloten vennootschap The Count Holding B.V. (hierna: The Count Holding), de besloten vennootschap Fabi Pro B.V. (hierna: Fabi Pro), de besloten vennootschap Gyro Guidance B.V. (hierna: Gyro Guidance) en de besloten vennootschap Quantum Fun Holding B.V. Laatstgenoemde vennootschap is per 4 augustus 2021 uitgetreden als bestuurder.

2.3.

Bestuurder van The Count Holding is [verzoeker] . Bestuurder van Fabi Pro is [xxx] (hierna: [xxx] ). Bestuurder van Gyro Guidance is [yyy] (hierna: [yyy] ). The Count Holding, Fabi Pro, Gyro Guidance en [yyy] zijn ook aandeelhouder van Well Guidance.

2.4.

[verzoeker] , geboren [geboortedatum] , is op 1 november 2018 in dienst getreden bij Well Guidance. De functie van [verzoeker] is Managing Director met een salaris van € 5.775,00 bruto per maand.

2.5.

[verzoeker] is op 18 oktober 2021 op staande voet ontslagen. In een brief van de advocaat van Well Guidance van 18 oktober 2021 is dat ontslag bevestigd. Daarbij is als dringende reden voor het ontslag onder meer genoemd dat [verzoeker] namens Well Guidance per 1 januari 2021 een arbeidsovereenkomst is aangegaan met een vriendin van hem, en dat door Well Guidance over de periode van 1 januari 2021 tot 1 oktober 2021 ook loonbetalingen aan die vriendin zijn gedaan, terwijl die vriendin niet daadwerkelijk in dienst is getreden en nooit werkzaamheden heeft verricht voor Well Guidance.

2.6.

The Count Holding is op 18 oktober 2021 in de algemene vergadering van aandeelhouders ontslagen als statutair bestuurder van Well Guidance.

3 Het verzoek en het verweer

3.1.

[verzoeker] verzoekt de kantonrechter voor recht te verklaren dat het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig is. Ook wordt verzocht om Well Guidance te veroordelen tot betaling van een billijke vergoeding van € 150.000,00 bruto, een transitievergoeding van € 6.415,00 bruto en een vergoeding wegens onregelmatige opzegging van € 12.747,00 bruto. Aan dit verzoek legt [verzoeker] ten grondslag – kort weergegeven – dat geen sprake is van een dringende reden voor het ontslag op staande voet en dat dit ontslag ook niet onverwijld is gegeven. Verder vordert [verzoeker] veroordeling van Well Guidance tot betaling van een bedrag van € 63.359,33 bruto aan bonus, het verstrekken van een eindafrekening inclusief het saldo aan vakantiedagen, betaling van onkosten en afgifte van eigendommen.

3.2.

Well Guidance verweert zich tegen het verzoek. Daartoe is – samengevat – aangevoerd dat het ontslag op staande voet terecht en onverwijld is gegeven, waarbij Well Guidance heeft verwezen naar de dringende redenen genoemd in de ontslagbrief 18 oktober 2021. Verder heeft Well Guidance betwist dat [verzoeker] aanspraak kan maken op betaling van een bonus, vakantiedagen en onkosten. Wat betreft de gevorderde afgifte van eigendommen heeft Well Guidance gesteld dat alle eigendommen van [verzoeker] al zijn teruggeven en dat een door [verzoeker] genoemde server eigendom is van Well Guidance.

4. De beoordeling

4.1.

Het gaat in deze zaak in de eerste plaats om de vraag of het ontslag op staande voet van 18 oktober 2021 rechtsgeldig is of niet.

4.2.

Naar het oordeel van de kantonrechter is dat ontslag rechtsgeldig. Dat oordeel wordt hierna toegelicht.

4.3.

De wettelijke regels voor ontslag op staande voet staan in het Burgerlijk Wetboek. Volgens die regels is zo’n ontslag alleen geldig als daarvoor een dringende reden is.1 In de wet worden voorbeelden genoemd van een dringende reden voor een ontslag op staande voet. Een dringende reden kan bijvoorbeeld zijn dat een werknemer grovelijk de plichten veronachtzaamt die de arbeidsovereenkomst hem oplegt.2

4.4.

De kantonrechter moet bij de beoordeling van de dringende reden alle omstandigheden van het geval in aanmerking nemen. Belangrijk is de aard en ernst van de dringende reden. Ook kunnen meespelen de duur van de dienstbetrekking en de persoonlijke omstandigheden van de werknemer. Verder kan meewegen wat de gevolgen zijn voor de werknemer van een ontslag op staande voet. Maar ook als zo’n ontslag grote gevolgen heeft voor de werknemer, kan dat ontslag toch gerechtvaardigd zijn. Dat kan bijvoorbeeld zo zijn vanwege de aard en de ernst van de dringende reden.3

4.5.

Verder is voor de geldigheid van een ontslag op staande voet vereist dat de arbeidsovereenkomst onverwijld wordt opgezegd, onder onverwijlde mededeling van de dringende reden daarvoor aan de werknemer.4 Voor de vraag of het ontslag onverwijld is gegeven, is beslissend het tijdstip waarop de dringende reden tot dat ontslag ter kennis is gekomen van degene die bevoegd was het ontslag te verlenen.5 De van een werkgever te vergen mate van voortvarendheid is afhankelijk van de omstandigheden van het geval, waaronder de aard en omvang van een eventueel noodzakelijk onderzoek en de door de werkgever in acht te nemen zorg om te vermijden dat, als een vermoeden ongegrond blijkt, de werknemer in zijn gerechtvaardigde belangen zou worden geschaad.6

4.6.

Vast staat dat [verzoeker] als Managing Director van Well Guidance per 1 januari 2021 een arbeidsovereenkomst is aangegaan met een vriendin van hem en in dat kader een schriftelijke arbeidsovereenkomst heeft ondertekend. Ook staat vast dat vanaf 1 januari 2021 in opdracht van [verzoeker] door Well Guidance loon is betaald aan die vriendin, in ieder geval tot 1 oktober 2021. Verder staat vast dat [verzoeker] twee werkgeversverklaringen heeft ondertekend namens Well Guidance, waarin staat dat de betreffende vriendin in dienst is bij Well Guidance. [verzoeker] heeft dit erkend.

4.7.

[verzoeker] heeft ook erkend dat de vriendin nooit in dienst is getreden bij Well Guidance en feitelijk nooit heeft gewerkt voor Well Guidance. [verzoeker] heeft toegelicht dat het gaat om een ‘papieren constructie’, die door hem is opgezet met de bedoeling om een vriendin van hem en zijn echtgenote te helpen met het verkrijgen van een hypotheek, zodat die vriendin na een scheiding in haar ouderlijk huis kon blijven.

4.8.

De kantonrechter volgt Well Guidance in haar standpunt dat het opzetten van deze ‘papieren constructie’ door [verzoeker] een dringende reden voor ontslag op staande voet oplevert. Het aangaan van een valse arbeidsovereenkomst, het ondertekenen van een valse arbeidsovereenkomst en valse werkgeversverklaringen, en het maandenlang onterecht betalen van loon terwijl daar geen werkzaamheden tegenover staan, is naar het oordeel van de kantonrechter een zeer ernstige schending van de verplichtingen van [verzoeker] in zijn functie en rol als Managing Director. Well Guidance stelt terecht dat dit volstrekt onacceptabel en onaanvaardbaar gedrag is dat een ontslag op staande voet rechtvaardigt.

4.9.

De stelling van [verzoeker] dat hij de ‘papieren constructie’ heeft opgezet om een vriendin te helpen en dat hij daarbij zelf geen baat heeft gehad, doet niet af aan de dringende reden. [verzoeker] heeft op deze wijze meegewerkt aan een constructie om een bank ertoe te bewegen op basis van valse en vervalste gegevens een hypotheek te verkrijgen en daar had hij zich zeker als Managing Director van Well Guidance van moeten onthouden. De wens om een vriendin te helpen, kan geen rechtvaardiging zijn voor het opzetten van een dergelijke constructie. Well Guidance heeft er terecht op gewezen dat dit ook een aanzienlijk risico voor haar onderneming oplevert, omdat zij op deze wijze betrokken raakt of kan raken bij fraude.

4.10.

[verzoeker] heeft gewezen op de grote gevolgen die het ontslag op staande voet voor hem heeft. Die gevolgen zijn echter geen reden om te oordelen dat het ontslag op staande voet niet geldig is, gelet op de aard en ernst van de dringende reden.

4.11.

De kantonrechter kan in het midden laten of ook de overige in de brief van 18 oktober 2021 genoemde feiten en omstandigheden een dringende reden voor een ontslag op staande voet opleveren. De hiervoor genoemde ‘papieren constructie’ staat immers vast en die levert op zichzelf al een dringende reden op. Daarbij neemt de kantonrechter in aanmerking dat in de ontslagbrief van 18 oktober 2021 is vermeld dat de in die brief genoemde feiten en omstandigheden “ieder voor zich” een dringende reden opleveren. Voor [verzoeker] was dus duidelijk, althans moet duidelijk zijn geweest, dat Well Guidance hem ook op staande voet zou hebben ontslagen als alleen de ‘papieren constructie’ zou komen vast te staan.7

4.12.

Het verweer van [verzoeker] dat de ‘papieren constructie’ geen dringende reden oplevert, omdat zijn medebestuurders [xxx] en [yyy] daarvan al langer op de hoogte waren en daartegen geen bezwaar maakten, treft geen doel. [xxx] en [yyy] hebben van meet af aan en ook op de zitting nadrukkelijk ontkend dat zij daarvan op de hoogte waren en in de stukken is geen steun te vinden voor het verweer van [verzoeker] . Ook als [xxx] en [yyy] hebben gezien of hebben kunnen zien dat er loon werd betaald aan de betreffende vriendin van [verzoeker] , zoals [verzoeker] stelt, volgt daaruit nog niet dat zij ook op de hoogte waren van de ‘papieren constructie’, laat staan dat zij daarmee akkoord gingen. Bovendien blijkt uit de overgelegde e-mails van [yyy] en [verzoeker] van 6 oktober 2021 dat [yyy] en [xxx] niet op de hoogte waren. [yyy] merkt in die e-mails op dat een betaling was opgevallen aan een met naam genoemde persoon, te weten eerdergenoemde vriendin van [verzoeker] , waarmee hij en [xxx] niet bekend waren en [yyy] vraagt in die e-mails aan [verzoeker] “who this is”. [verzoeker] antwoordt daarop “Yes, correct (...) This I will explain in our upcoming meeting”. Daaruit kan niet anders afgeleid worden dan dat [verzoeker] er op 6 oktober 2021 ook zelf vanuit ging dat [yyy] en [xxx] eerder niet op de hoogte waren van de ‘papieren constructie’.

4.13.

In het verlengde daarvan oordeelt de kantonrechter dat het ontslag op staande voet ook onverwijld is gegeven en de dringende reden onverwijld is meegedeeld. Uit de hiervoor genoemde e-mails van 6 oktober 2021 blijkt dat Well Guidance op dat moment een signaal heeft gekregen over loonbetalingen aan de betreffende vriendin, waarover [verzoeker] opmerkt dat hij daarover uitleg zal geven in een “upcoming meeting”. Op 6 en 7 oktober 2021 heeft een gesprek plaatsgevonden tussen [yyy] , [xxx] en [verzoeker] , waarbij [verzoeker] heeft verteld over de ‘papieren constructie’. Well Guidance heeft [verzoeker] op 7 oktober 2021 geschorst en nader onderzoek gedaan in haar administratie naar onder meer de gang van zaken met betrekking tot de ‘papieren constructie’. Vervolgens heeft Well Guidance een algemene aandeelhoudersvergadering gepland op 18 oktober 2021, waarbij het ontslag van [verzoeker] als Managing Director en het ontslag van The Count Holding als bestuurder op de agenda is gezet. Vóór die vergadering is [verzoeker] op een bijeenkomst van 14 oktober 2021 nog in de gelegenheid gesteld om zijn kant van het verhaal te vertellen. Op 18 oktober 2021 is het ontslag van [verzoeker] en The Count Holding gevolgd. Gelet op die gang van zaken heeft Well Guidance voldoende voortvarend gehandeld met het geven van het ontslag op staande voet. De periode gelegen tussen 6 oktober 2021 en 18 oktober 2021 heeft Well Guidance immers gebruikt om nader onderzoek te doen en [verzoeker] te horen, en om een algemene aandeelhoudersvergadering bijeen te roepen. Dat laatste lag ook in de rede, ook al was [verzoeker] zelf geen statutair bestuurder, omdat een beslissing moest worden genomen over zowel het ontslag van [verzoeker] als Managing Director als over het daarmee samenhangende ontslag van The Count Holding als statutair bestuurder, waarbij [verzoeker] ook direct betrokken was.

4.14.

Omdat hiervoor is geoordeeld dat het ontslag op staande voet rechtsgeldig is, moet het verzoek van [verzoeker] om Well Guidance te veroordelen tot betaling van een billijke vergoeding en een vergoeding wegens onregelmatige opzegging worden afgewezen. Dat geldt ook voor de gevraagde verklaring voor recht dat het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig is.

4.15.

Ook het verzoek om Well Guidance te veroordelen tot betaling van een transitievergoeding wordt afgewezen. Hiervoor is geoordeeld dat sprake is van feiten en omstandigheden die een dringende reden opleveren voor ontslag op staande voet. Die feiten en omstandigheden brengen ook mee dat het eindigen van de arbeidsovereenkomst het gevolg is van handelen of nalaten van [verzoeker] dat als ernstig verwijtbaar moet worden aangemerkt. Dat betekent dat de transitievergoeding op grond van de wet niet verschuldigd is.8 De kantonrechter ziet geen reden de transitievergoeding toch geheel of gedeeltelijk toe te kennen, omdat er geen grond is om te oordelen dat het niet toekennen ervan naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is.

4.16.

De vordering van [verzoeker] om Well Guidance te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 63.359,33 bruto aan bonus wordt afgewezen. Op de zitting heeft [verzoeker] toegelicht dat hij zijn vordering niet baseert op een bonusregeling in de schriftelijke arbeidsovereenkomst, maar op een mondelinge afspraak die is gemaakt met [yyy] en [xxx] op of rond de oprichting van Well Guidance. Uit die toelichting blijkt ook dat geen concrete afspraken daarover zijn gemaakt, maar dat afhankelijk van de resultaten van Well Guidance zou worden bezien of, en zo ja welke ruimte er zou zijn voor betaling van een bonus. Op de zitting heeft [verzoeker] niet weersproken de stelling van [xxx] dat partijen hebben afgesproken dat zij pas vijf jaar na de oprichting van Well Guidance eventueel nadere afspraken over een bonus zouden (gaan) maken. Gelet hierop kan [verzoeker] in ieder geval nu geen aanspraak maken op een bonus.

4.17.

Het verzoek van [verzoeker] om Well Guidance te veroordelen tot het verstrekken van een eindafrekening wordt afgewezen. Op de zitting heeft [verzoeker] toegelicht dat hij belang heeft bij het verstrekken van een eindafrekening, omdat hij aanspraak wil maken op betaling van niet-genoten vakantiedagen. In dat kader heeft [verzoeker] een overzicht van vakantiedagen overgelegd, opgesteld door hemzelf, waaruit zou volgen dat hij daarop nog aanspraak heeft. Echter, op de zitting heeft [verzoeker] erkend dat zijn overzicht uitgaat van een werkweek van 40 uur of meer, maar dat hij op grond van de arbeidsovereenkomst voor 20 uur werkzaam is en geen recht heeft op loonbetaling voor meer dan 20 uur per week. Gelet daarop is het overzicht van [verzoeker] ten aanzien van de vakantiedagen onjuist en kan hij geen aanspraak maken op betaling van niet-genoten vakantiedagen. [verzoeker] heeft daarom geen belang meer bij deze vordering.

4.18.

Het verzoek om Well Guidance te veroordelen tot betaling van € 679,17 aan onkosten wordt toegewezen. Well Guidance heeft in haar verweerschrift gesteld dat die kosten vergoed worden als de onderliggende facturen worden overgelegd en de kosten voor vergoeding in aanmerking komen. [verzoeker] heeft de onderliggende facturen overgelegd bij de brief van 13 januari 2022 en Well Guidance heeft daarop verder niet meer gereageerd. Well Guidance heeft haar verweer op dit punt daarom onvoldoende gemotiveerd en onderbouwd, zodat wordt uitgegaan van de juistheid van het standpunt van [verzoeker] . De gevorderde wettelijke rente is toewijsbaar zoals gevorderd.

4.19.

Het verzoek om afgifte van eigendommen wordt afgewezen. [verzoeker] heeft op de zitting verklaard dat hij alleen nog aanspraak maakt op afgifte van een server en dat de overige eigendommen al zijn geretourneerd. Well Guidance heeft in het verweerschrift en op de zitting toegelicht dat de server een gift is van de brandweer aan Well Guidance en geen eigendom is van [verzoeker] . [verzoeker] heeft op de zitting gesteld dat uit een e-mail van de medewerker van de brandweer blijkt dat de server aan hem persoonlijk is geschonken, maar die e-mail is niet overgelegd. Uit de door [verzoeker] op de zitting aangehaalde bewoordingen van die e-mail volgt ook niet zonder meer dat die server aan [verzoeker] persoonlijk is geschonken. Hetzelfde geldt voor de door [verzoeker] overgelegde WhatsApp-berichten. Als een derde een server schenkt voor gebruik door een onderneming ligt ook meer voor de hand dat die schenking wordt gedaan aan de onderneming en niet aan één van haar werknemers, bestuurders of aandeelhouders persoonlijk.

4.20.

De proceskosten komen voor rekening van [verzoeker] , omdat hij overwegend ongelijk krijgt.

5 De beslissing

De kantonrechter:

5.1.

veroordeelt Well Guidance tot betaling aan [verzoeker] van een bedrag van € 679,17 aan onkosten, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van opeisbaarheid tot de datum van volledige betaling;

5.2.

wijst het verzoek voor het overige af;

5.3.

veroordeelt [verzoeker] tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van Well Guidance tot en met vandaag vaststelt op € 747,00 aan salaris voor de gemachtigde van Well Guidance;

5.4.

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gewezen door mr. P.J. Jansen, kantonrechter, en op 15 februari 2022 in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter

1 Artikel 7:677 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW).

2 Artikel 7:678 lid 2, onderdeel k, BW.

3 Zie de uitspraak van de Hoge Raad van 21 januari 2000, te vinden op www.rechtspraak.nl onder nummer ECLI:NL:HR:2000:AA4436 (Hema).

4 Artikel 7:677 lid 1 BW.

5 Zie de uitspraak van de Hoge Raad van 27 april 2001, te vinden op www.rechtspraak.nl onder nummer ECLI:NL:HR:2001:AB1347 (McDonalds).

6 Zie de uitspraak van de Hoge Raad van 15 februari 1980, te vinden in NJ 1980/328 (Gelderse Tramweg Maatschappij).

7 Zie de uitspraak van de Hoge Raad van 26 september 2014, te vinden op www.rechtspraak.nl onder nummer ECLI:NL:HR:2014:2806 (Stichting Meridiaan).

8 Artikel 7:673 lid 7 BW.