Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2021:9817

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
13-10-2021
Datum publicatie
17-11-2021
Zaaknummer
9039965 \ CV EXPL 21-1084
Rechtsgebieden
Ondernemingsrecht
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Geschil over afwikkeling van vennootschap onder firma. Partijen verschillen van mening over welke posten nog zouden moeten verwerkt op de slotbalans, over het relatiebeding en betaling van goodwill. Alle vorderingen worden afgewezen behalve de erkende vorderingen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 9039965 \ CV EXPL 21-1084

Uitspraakdatum: 13 oktober 2021

Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:

[eiseres]

wonende te [woonplaats]

eiseres

verder te noemen: [eiseres]

gemachtigde: mr. H.T. Kernkamp

tegen

[gedaagde]

wonende te [woonplaats]

gedaagde

verder te noemen: [gedaagde]

gemachtigde: mr. M.G. Jansen

de zaak in het kort

Eiseres en gedaagde waren tot 1 januari 2020 vennoten van een vennootschap. Eiseres heeft na opzegging door gedaagde, de onderneming van de vennootschap voortgezet. Partijen hebben een geschil over de afwikkeling van de vennootschap, namelijk over welke posten nog zouden moeten verwerkt op de slotbalans. Daarnaast vindt eiseres dat gedaagde het relatiebeding heeft overtreden en vindt gedaagde dat eiseres nog goodwill aan hem moet betalen. Al deze vorderingen worden afgewezen. Gedaagde wordt wel veroordeeld tot betaling van de kosten van de accountant en tot het overdragen van de domeinnaam.

1 Het procesverloop

1.1.

[eiseres] heeft bij dagvaarding van 29 december 2020 een vordering tegen [gedaagde] ingesteld. [gedaagde] heeft schriftelijk geantwoord en daarbij een tegenvordering ingediend.

1.2.

[eiseres] heeft hierop schriftelijk gereageerd, waarna [gedaagde] een schriftelijke reactie heeft gegeven. [eiseres] heeft vervolgens nog schriftelijk gereageerd in de zaak van de tegenvordering.

1.3.

Op 14 september 2021 heeft een zitting plaatsgevonden. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen ter toelichting van hun standpunten naar voren hebben gebracht. [gedaagde] heeft gebruik gemaakt van pleitaantekeningen, die zijn overgelegd.

2 De feiten

2.1.

Op 1 april 2017 zijn [eiseres] en [gedaagde] de vennootschap onder firma ‘ [de vof] ’ gestart. De vennootschapsovereenkomst is aangegaan voor onbepaalde tijd en is op 1 december 2018 (opnieuw) schriftelijk vastgelegd. [de vof] is een organisatie-adviesbureau, zij – althans haar vennoten – geeft advies op het gebied van arbeidsvoorwaarden.

2.2.

In de vennootschapsovereenkomst (vof-contract) staat onder andere:
3.1. De vennoten hebben, afgezien van de rechten die voortvloeien uit de andere bepalingen van deze overeenkomst, de bevoegdheid om namens de vennootschap en voor rekening en risico van de vennootschap te handelen, voor zover die handelingen direct noch indirect een totaal belang of risico van NIET meer dan € 1.000,- (op jaarbasis) vertegenwoordigen.
3.2. Voor handelingen die direct of indirect een totaal belang of risico van meer dan het in artikel 3.1 genoemde bedrag vertegenwoordigen, is voorafgaande schriftelijke toestemming van de andere vennoot vereist.
[…]
4.3. De vennoten stellen de jaarrekening vast binnen zes maanden na afloop van het boekjaar, of ingeval de vennootschap eindigt, binnen drie maanden na het einde van de vennootschap.
[…]
7.1. De niet-opzeggende vennoot […] heeft het recht om de onderneming van de vennootschap voort te zetten.
[…]
7.4. Met het oog op het door of aan de uittredende vennoot te betalen bedrag zal:
a. de slotbalans worden opgesteld, overeenkomstig artikel 6;
b. een herwaardering plaatsvinden van de activa, rekening houdend met de actuele waarde van die activa;
c. in die gevallen waarin sprake is van goodwill, de waarde daarvan in onderling overleg worden vastgesteld.
d. de kapitaalrekening zoals opgenomen in de slotbalans van de niet-voortzettende vennoot worden geactualiseerd, rekening houdend met hetgeen hiervoor onder B. en C. bepaald.
[…]
8.2. Indien de onderneming door één van de vennoten wordt voortgezet, is het de niet-voortzettende vennoot niet toegestaan om gedurende een periode van één jaar na het einde van de vennootschap relaties en/of opdrachtgevers van de vennootschap -direct of indirect- te benaderen en/of met hen -op welke wijze ook- zaken te doen en/of contacten te onderhouden. […]
8.3. In geval van schending door de vennoot van de bepalingen van artikel 8.1. of 8.2. van deze overeenkomst, verbeurt die vennoot aan de vennootschap een onmiddellijke opeisbare boete van € 5.000,- voor iedere overtreding, vermeerderd met een bedrag van € 1.000,- voor elke dag dat de overtreding voortduurt, zonder dat daartoe een sommatie of ingebrekestelling is vereist.

2.3.

Bij brief van 14 juni 2019 heeft [gedaagde] de samenwerking opgezegd. Bij brief van 2 juli 2019 heeft [eiseres] [gedaagde] geïnformeerd dat zij gebruik maakt van de mogelijkheid de onderneming van de vennootschap voort te zetten.

2.4.

Op 5 februari 2020 heeft de accountant Vandaag B.V. verslag gedaan van de jaarrekening. Op de balans per 31 december 2019 staat dat het eigen vermogen bestaat uit kapitaal van [gedaagde] en kapitaal van [eiseres] , waarbij het kapitaal van [gedaagde] op de balans een bedrag van € 6.121,- vertegenwoordigt.

2.5.

Op 24 januari en 2 maart 2020 heeft Vandaag B.V. twee facturen gestuurd van in totaal € 865,- exclusief BTW.

2.6.

Bij WhatsApp-bericht heeft een zakenrelatie van [de vof] (MKB Brandstof) aan [eiseres] over [gedaagde] geschreven: ‘Hij heeft mij gebeld naar aanleiding van een vraag vanuit mijn kant die [voornaam 1] niet kon oplossen. Dus het eerste telefonische contact was op 9 juni (niet gecheckt)
Daarna heeft hij rond 18/19 juni voor het eerst weer met [voornaam 2] en mij gemaild’

2.7.

Bij e-mail van 23 juli 2020 heeft een andere zakenrelatie van [de vof] (Mundipharma) aan [eiseres] over [gedaagde] geschreven: ‘ [voornaam 3] geeft aan een enkele keer mail contact te hebben gehad over een technisch issue in het portaal.’

2.8.

Bij e-mail van 17 augustus 2020 heeft [eiseres] [gedaagde] gesommeerd om een boete van
€ 10.000,- te betalen vanwege het benaderen van de relaties MKB Brandstof B.V. en MundiPharma Pharmaceuticals B.V.

2.9.

In maart, april en augustus 2020 heeft [eiseres] [gedaagde] verzocht mee te werken aan de overdracht van de domeinnaam van [de vof] .

3 De vordering

3.1.

[eiseres] vordert dat de kantonrechter:
i) [gedaagde] veroordeelt mee te werken aan de afwikkeling van de vennootschap waarbij rekening wordt gehouden met de mutaties op de concept slotbalans, waarna een bedrag ter hoogte van € 3.485,50 resteert te betalen door [eiseres] aan gedaagde;
ii) [gedaagde] veroordeelt om aan [eiseres] een bedrag van € 10.000,- te betalen ter zake van verbeurde boetes in het kader van het relatiebeding, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van deze dagvaarding tot de dag der algehele voldoening;
iii) [gedaagde] veroordeelt tot het overdragen van de eigendom van de domeinnaam [de vof] .nl aan [eiseres] , op straffe van een dwangsom van € 500,- per dag dat [gedaagde] in gebreke blijft deze overdracht te realiseren.

3.2.

Zij legt aan de vordering ten grondslag – kort weergegeven – dat er een concept slotbalans is opgesteld, maar dat daarbij ten onrechte geen rekening is gehouden met de afschrijvingslasten van vier elektronische apparaten die in het bezit van [gedaagde] zijn. Daarnaast moet [gedaagde] nog zijn deel van de kosten van de accountant betalen, namelijk een bedrag van € 432,50.

3.3.

Ook heeft [gedaagde] volgens [eiseres] het relatiebeding overtreden doordat hij binnen een jaar na de voortzetting door [eiseres] contact heeft gehad met twee klanten van [de vof] . Hij is daarvoor de contractuele boete verschuldigd. Ten slotte weigert [gedaagde] ten onrechte om mee te werken aan de overdracht van de domeinnaam.

4 Het verweer en de tegenvordering

4.1.

[gedaagde] betwist de vordering gedeeltelijk. Hij erkent dat hij zijn deel van de accountantskosten moet betalen en stelt dat hij zijn medewerking aan de overdracht van de domeinnaam heeft opgeschort. Hij voert verder aan – samengevat – dat twee van de appraten niet door [de vof] , maar door [gedaagde] privé zijn betaald en dat de activa in de voorgaande boekjaren op gelijke wijze in de (door de vennoten goedgekeurde) jaarrekening zijn verwerkt. Bovendien heeft [de vof] ook uitgaven/onttrekkingen van [eiseres] betaald.

4.2.

Ten aanzien van het relatiebeding voert [gedaagde] aan dat die vordering alleen door de vennootschap kan worden ingesteld zodat [eiseres] niet-ontvankelijk is. Verder voert hij aan dat de contacten die hij met de genoemde relaties heeft gehad, los staan van [de vof] en dat hij die contacten had in verband met de door een bevriende onderneming, Hoofd in de Wolken B.V., ontwikkelde tool. De contacten hebben niet op initiatief van [gedaagde] plaatsgevonden en hij heeft met hen geen zaken gedaan of contact onderhouden. Hij heeft er geen financieel voordeel uit gehaald en de contacten hebben geen afbreuk gedaan aan het bedrijfsdebiet van [de vof] of haar schade toegebracht. Dat is ook de reden waarom een eventueel toe te wijzen boete zou moeten worden gematigd.

4.3.

[gedaagde] vordert bij wijze van tegenvordering dat de kantonrechter [eiseres] veroordeelt:
i) primair: om mee te werken aan de afwikkeling van [de vof] op basis van de slotbalans, waarbij rekening wordt gehouden met project [projectnaam 1] , waarna een bedrag resteert van € 7.576,- dat door [eiseres] aan [gedaagde] voldaan dient te worden;
subsidiair: om binnen vijf dagen na betekening van het vonnis voor haar rekening medewerking te verlenen aan het geven van opdracht aan Vandaag B.V. tot aanpassing van de door Vandaag B.V. opgestelde slotbalans zodat project [projectnaam 1] daarvan eveneens onderdeel zal uitmaken en Vandaag B.V. daartoe alle noodzakelijke inzage te geven en voorts binnen vijf dagen na het opmaken van de jaarrekening 2019/slotbalans door Vandaag B.V. het op grond van deze slotbalans aan [gedaagde] verschuldigde bedrag te voldoen, op straffe van een dwangsom;
ii) tot betaling van een bedrag aan goodwill aan [gedaagde] van € 5.000,-
iii) tot betaling van een bedrag aan schadevergoeding aan [gedaagde] van € 4.243,75.

4.4.

[gedaagde] legt aan de tegenvordering ten grondslag – kort weergegeven – dat bij het opmaken van de definitieve slotbalans nog rekening moet worden gehouden met het project [projectnaam 1] . [eiseres] heeft die opdracht ten onrechte pas in 2020 gefactureerd. Zij had dat in 2019 al moeten doen, omdat toen de opdracht is binnengehaald. [gedaagde] vordert verder een bedrag van € 5.000,- aan ondernemingsgoodwill. Dat bedrag baseert hij op de naam en kwaliteiten die [de vof] in de loop der jaren heeft opgebouwd en de terugkerende opdrachten die daaruit voortvloeien. Aan de gevorderde schadevergoeding legt [gedaagde] ten grondslag dat [eiseres] ten onrechte een derde heeft ingeschakeld voor een (potentiële) opdracht. [gedaagde] heeft daarvoor geen toestemming gegeven terwijl dat gelet op artikel 3.1. van de vennootschapsovereenkomst wel nodig was. [eiseres] is toerekenbaar tekortgeschoten waardoor [gedaagde] schade heeft geleden, omdat hij (zijn deel van) de projectsom is misgelopen.

5 Het verweer tegen de tegenvordering

5.1.

[eiseres] betwist de tegenvordering en stelt dat de werkzaamheden van ‘Project [projectnaam 1] ’ in januari 2020 zijn uitgevoerd, de omzet valt daarom in het boekjaar 2020. [eiseres] stelt verder dat de vordering met betrekking tot goodwill niet of onvoldoende gesubstantieerd is, dat de financiële onderbouwing van die vordering ondeugdelijk is en dat [eiseres] zelf eigenaar is van haar goodwill; de goodwill vloeit voort uit haar persoonlijke relaties. Ten aanzien van het Project [projectnaam 2] stelt [eiseres] dat [gedaagde] akkoord was met het oppakken van dat project door [eiseres] en dat [gedaagde] op de hoogte was van de inschakeling van de derde. Het project is niet tot een opdracht gekomen (ook niet voor die derde) zodat er geen sprake is van schade aan de zijde van [gedaagde] .

6 De beoordeling

de vordering en de tegenvordering

6.1.

De vordering en de tegenvordering lenen zich voor gezamenlijke behandeling.

6.2.

In deze zaak staat vast dat er nog een definitieve slotbalans van [de vof] moet worden opgesteld. Partijen zijn het niet eens over welke bedragen nog op die slotbalans – ten opzichte van de concept slotbalans – moeten worden verwerkt. De posten/onderdelen waarover tussen partijen nog discussie bestaat zullen achtereenvolgens worden besproken.

Elektronica

6.3.

[eiseres] vindt dat de waarde en afschrijvingslasten van vier door [gedaagde] gebruikte elektronische apparaten (telefoons en laptops die hij nog steeds in zijn bezit heeft), niet ten laste van [eiseres] mogen komen. Deze posten moeten volgens [eiseres] nog worden verwerkt op de (concept) slotbalans. [eiseres] vindt dat, omdat de elektronica geen eigendom zijn van [de vof] . De kantonrechter volgt dat standpunt niet. [gedaagde] heeft onweersproken aangevoerd dat deze zaken in de voorgaande jaren op dezelfde manier op de jaarrekeningen verwerkt zijn en dat [eiseres] met die jaarrekeningen akkoord is gegaan. De kantonrechter vindt dat de posten op dezelfde manier moeten worden verwerkt als voorheen, [eiseres] heeft onvoldoende onderbouwd waarom dat niet het geval zou (moeten) zijn.
Accountantskosten

6.4.

[gedaagde] heeft erkend dat de helft van de accountantskosten (€ 432,50 exclusief BTW) voor zijn rekening moeten komen. De kantonrechter begrijpt dat [eiseres] een beroep doet op verrekening met het bedrag dat zij op grond van de definitieve slotbalans aan [gedaagde] moet voldoen. Aangezien de vordering om [gedaagde] te veroordelen ‘mee te werken aan de afwikkeling van de vennootschap waarbij rekening wordt gehouden met de mutaties op de concept slotbalans’ gelet op hetgeen hiervoor met betrekking tot de elektronica is overwogen, wordt afgewezen, zal ten aanzien van de accountantskosten ‘het mindere’ worden toegewezen. Dat betekent dat [gedaagde] zal worden veroordeeld tot betaling van zijn deel van de accountantskosten.

Project [projectnaam 1]

6.5.

Met betrekking tot Project [projectnaam 1] heeft [eiseres] onweersproken gesteld dat de werkzaamheden voor dat project in 2020 zijn uitgevoerd. Dat betekent dat [eiseres] naar het oordeel van de kantonrechter ook terecht stelt dat de werkzaamheden en de daarmee behaalde omzet betrekking hebben op boekjaar 2020. Dat het volgens [gedaagde] de bestendige gedragslijn was dat direct na het binnenhalen van een opdracht gefactureerd werd, hetgeen door [eiseres] is betwist, maakt dat niet anders.
De conclusie met betrekking tot de slotbalans

6.6.

De conclusie is dat de (concept) slotbalans niet hoeft te worden aangepast. Geen van de partijen zal worden veroordeeld om mee te werken aan de afwikkeling van [de vof] op basis van een (gewijzigde) slotbalans. [gedaagde] zal wel worden veroordeeld tot betaling van zijn deel van de accountantskosten (€ 432,50 exclusief BTW).

De overige vorderingen van [eiseres] : de domeinnaam en het relatiebeding

6.7.

[eiseres] heeft daarnaast nog vorderingen ingesteld ten aanzien van (het overtreden van) het overeengekomen relatiebeding en het overdragen van de domeinnaam. [gedaagde] heeft ter zitting verklaard dat hij die overdracht heeft opgeschort. De kantonrechter begrijpt dat [gedaagde] erkent dat hij de domeinnaam moet overdragen, zodat hij hiertoe zal worden veroordeeld. Immers is niet gebleken dat [gedaagde] na het te wijzen vonnis nog redenen heeft om die overdracht op te schorten. Omdat [gedaagde] heeft toegezegd mee te zullen werken aan de overdracht, zal aan de veroordeling geen dwangsom worden verbonden. Ten aanzien van de vorderingen van [eiseres] moet dus ten slotte nog worden beoordeeld of [gedaagde] het relatiebeding heeft overtreden en of hij daarvoor een boete moet betalen.

Het relatiebeding

6.8.

[eiseres] stelt dat [gedaagde] het in de vof-overeenkomst overeengekomen relatiebeding heeft overtreden doordat hij na 1 januari 2020 contact heeft gehad met twee relaties/klanten van [de vof] . Daarvoor moet [gedaagde] , volgens [eiseres] , een boete betalen aan [eiseres] . [gedaagde] vindt (om meerdere redenen) van niet.

6.8.

De kantonrechter gaat voorbij aan het eerste verweer van [gedaagde] . Dat is het verweer dat alleen de vennootschap, en niet [eiseres] zelf, deze vordering kan instellen. De kantonrechter vindt dat duidelijk is dat de bedoeling van het beding is dat de ‘achterblijvende’ vennoot de betaling van een boete kan vorderen. Het beroep van [gedaagde] op rechtsverwerking, dat [gedaagde] pas ter zitting heeft gedaan, slaagt niet gelet artikel 128 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Bovendien heeft [gedaagde] dat beroep onvoldoende onderbouwd; enkel stilzitten maakt niet dat sprake is van rechtsverwerking.

6.9.

Vaststaat dat [gedaagde] met de twee bedoelde relaties contact heeft gehad. Ten aanzien van Mundipharma vindt de kantonrechter dat op basis van de e-mail die door [eiseres] is overgelegd onvoldoende vast is komen te staan dat dat contact valt onder de reikwijdte van het relatiebeding. Daarbij is mede van belang dat niet is gesteld of gebleken dat het contact op initiatief van [gedaagde] plaatsvond.

6.10.

Ten aanzien van MKB Brandstof zegt [gedaagde] dat hij contact mocht hebben, omdat dat contact plaatsvond uit hoofde van een andere vennootschap: Hoofd in de Wolken B.V.. Dat is een vennootschap van [X] , met wie [eiseres] en [gedaagde] voorafgaand aan de oprichting van [de vof] contact hebben gehad over een samenwerking. [X] heeft een tool ontwikkeld en volgens [gedaagde] staat die tool los van [de vof] . Dat geldt daarmee volgens hem ook voor de contacten met (gezamenlijke) klanten over die tool. [eiseres] heeft erkend dat de contacten tussen [gedaagde] en de relaties zagen op die tool, maar vindt dat ook die contacten vallen onder het relatiebeding.

6.11.

De kantonrechter volgt dat standpunt van [eiseres] niet. De kantonrechter vindt dat [eiseres] gelet op de betwisting van [gedaagde] , onvoldoende heeft gesteld en onderbouwd dat haar belangen zijn geschaad door het contact van [gedaagde] met MKB Brandstof. Zij heeft weliswaar gesteld dat de relatie het contract wilde opzeggen, maar dat is niet gebeurd. Daar komt bij dat [gedaagde] onweersproken heeft aangevoerd dat als hij [X] de juiste informatie had gegeven om de vragen van MKB Brandstof te beantwoorden, er geen sprake was geweest van een overtreding van het relatiebeding. Gelet op alle hiervoor aan de orde gekomen omstandigheden vindt de kantonrechter dat de contacten niet kunnen worden aangemerkt als zijnde in strijd met (de bedoeling van) het relatiebeding.
De overige (tegen)vorderingen van [gedaagde]

6.12.

Bij wijze van tegenvordering heeft [gedaagde] betaling van goodwill en betaling van een schadevergoeding gevorderd. Deze vorderingen zullen hierna achtereenvolgens worden beoordeeld.

Goodwill

6.13.

In tegenstelling tot wat [gedaagde] stelt, volgt uit het feit dat [de vof] terugkerende opdrachten heeft niet dat de handelsnaam van [de vof] een waarde – althans de waarde die [gedaagde] daaraan verbindt – vertegenwoordigt. [eiseres] heeft dat gemotiveerd betwist en aangevoerd dat de contacten waar [gedaagde] op doelt, voortvloeien uit persoonlijke relaties van [eiseres] . Dat heeft [gedaagde] niet weersproken. Daar komt bij dat een onderbouwing voor het bedrag dat [gedaagde] vordert, ontbreekt. Deze vordering zal worden afgewezen.
Project [projectnaam 2]

6.14.

Ten slotte moet de vraag worden beantwoord of [gedaagde] recht heeft op schadevergoeding in verband met het handelen van [eiseres] ten aanzien van ‘Project [projectnaam 2] ’. Bij de beantwoording van die vraag hoeft niet te worden beoordeeld of [eiseres] in strijd met de vennootschapsovereenkomst heeft gehandeld, omdat niet vaststaat dat [gedaagde] schade heeft geleden. [eiseres] heeft immers onweersproken gesteld dat de uitgebrachte offerte voor [de vof] , noch voor de betreffende derde een betaalde opdracht heeft opgeleverd.

6.15.

Ter zitting heeft [gedaagde] nog aangevoerd dat de schade bestaat uit het feit dat hem, althans [de vof] , door de handelswijze van [eiseres] de kans is ontnomen om de opdracht binnen te halen. De kantonrechter overweegt ten eerste dat [gedaagde] heeft nagelaten te stellen op basis waarvan hij meent dat hij de opdracht wel had kunnen binnenhalen. Voor zover [gedaagde] een beroep doet op (het leerstuk van) kansschade heeft hij nagelaten te stellen en onderbouwen hoe groot de kans is dat [gedaagde] de opdracht wel binnen zou hebben gehaald. De vordering tot schadevergoeding wordt gelet op het voorgaande afgewezen.

De conclusie en de proceskosten

6.16.

De conclusie is dat alle vorderingen en tegenvorderingen worden afgewezen, op de door [gedaagde] erkende vorderingen ten aanzien van de domeinnaam en accountantskosten na. Nu partijen over en weer op punten in het ongelijk zijn gesteld, is de kantonrechter van oordeel dat het redelijk is dat partijen ieder de eigen proceskosten van de vordering en de tegenvordering dragen.

7 De beslissing

De kantonrechter:

de vordering

7.1.

veroordeelt [gedaagde] om aan [eiseres] een bedrag van € 432,50 exclusief BTW aan accountantskosten te betalen;

7.2.

veroordeelt [gedaagde] om mee te werken tot het overdragen van de eigendom van de domeinnaam [de vof] .nl aan [eiseres] ;

7.3.

bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt;

7.4.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

7.5.

wijst de vordering voor het overige af;

de tegenvordering

7.6.

wijst de vordering af;

7.7.

bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt;

Dit vonnis is gewezen door mr. W. Aardenburg en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter