Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2021:9813

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
12-10-2021
Datum publicatie
10-11-2021
Zaaknummer
8951281 / EJ VERZ 20-454
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Kanton erfrecht. Verzoek tot ontslag testamentair bewindvoerder afgewezen (artikel 4:162 lid 2 BW). Tegenverzoek vervangende machtiging verdeling toegewezen (art. 4:170 BW).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
ERF-Updates.nl 2021-0340
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind

locatie Alkmaar

Zaaknr./repnr.: 8951281 / EJ VERZ 20-454

Uitspraakdatum: 12 oktober 2021

Beschikking van de kantonrechter in de zaak van:

[verzoekster] ,

wonende te [woonplaats 1] ,

verzoekster,

hierna: [verzoekster] ,

tegen

[testamentair bewindvoerder] ,

kantoorhoudende te [plaats] ,

hierna: [testamentair bewindvoerder] ,

advocaat mr. M.J. Mutsaers te Haarlem,

en de belanghebbenden

1 [belanghebbende 1] ,

wonende te [woonplaats 2] ,

hierna: [belanghebbende 1] ,

2. [belanghebbende 2] ,

wonende te [woonplaats 3] ,

hierna: [belanghebbende 2] ,

3. [belanghebbende 3] ,

wonende te [woonplaats 4] ,

hierna: [belanghebbende 3] ,

4. [belanghebbende 4] ,

wonende te [woonplaats 5] ,

hierna: [belanghebbende 4] ,

5. [belanghebbende 5] ,

kantoorhoudende te [woonplaats 6] ,

hierna: [belanghebbende 5] ,

6. MR. POTMA,

kantoorhoudende te Haarlem,

hierna: de notaris.

inzake de nalatenschap van [erflaatster], geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] en overleden op [datum overlijden] te [plaats 2] , laatst wonende te [plaats 2] , hierna: erflaatster.

1 Het procesverloop

1.1.

[verzoekster] heeft een verzoekschrift ingediend, bij de griffie ontvangen op 17 december 2020. Bij brief van 24 februari 2021 heeft [verzoekster] nadere documenten overgelegd.

1.2.

[testamentair bewindvoerder] heeft een verweerschrift ingediend. [belanghebbende 1] heeft bij brief van 12 april 2021 een verweerschrift ingediend.

1.3.

Op 31 augustus 2021 heeft een zitting plaatsgevonden. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen ter toelichting van hun standpunten naar voren hebben gebracht.

1.4.

[verzoekster] heeft gebruik gemaakt van pleitaantekeningen, die zijn overgelegd.

1.5.

Voorafgaand aan de zitting heeft [verzoekster] bij brief van 22 augustus nog stukken toegezonden.

1.6.

Tijdens de zitting is afgesproken dat [testamentair bewindvoerder] na de zitting een actueel cijfermatig overzicht van de nalatenschap overlegt en dat [verzoekster] daarop mag reageren. [testamentair bewindvoerder] heeft dit overzicht overgelegd bij brief van 14 september 2021 en heeft [verzoekster] haar reactie op het overzicht gestuurd bij brief van 13 september 2021.

2 Feiten

2.1.

Erflaatster heeft bij testament een bewind ingesteld over alles wat haar dochter ( [verzoekster] ) en kleinkinderen ( [belanghebbende 1] , [belanghebbende 2] , [belanghebbende 3] en [belanghebbende 4] ) uit haar nalatenschap mochten verkrijgen. In het testament is over dit testamentair bewind onder meer opgenomen:

“2. Ik benoem tot bewindvoerder diegene der personeelsleden, werkzaam ten kantore van de notaris, bewaarder van deze akte, die door deze functionaris met deze taak zal worden belast.

De bewindvoerder is bevoegd bij notariële akte een opvolgend bewindvoerder te benoemen.

3. Het bewind treedt in werking op het tijdstip van mijn overlijden en eindigt na het verloop van vijf jaren.

4. Het bewind is ingesteld in het belang van de rechthebbende.

Het bewind is mede ingesteld op de navolgende grond:

De rechthebbende is ongeschikt of onmachtig in het beheer te voorzien.”

2.2.

[verzoekster] , [belanghebbende 1] , [belanghebbende 2] , [belanghebbende 3] en [belanghebbende 4] hebben de nalatenschap van erflaatster allemaal zuiver aanvaard. [verzoekster] heeft een beroep gedaan op haar legitieme portie.

2.3.

Erflaatster heeft bij testament [verzoekster] en notaris Potma benoemd tot executeur. [verzoekster] heeft deze benoeming aanvaard. Notaris Potma heeft deze benoeming niet aanvaard.

2.4.

Notaris Potma heeft [testamentair bewindvoerder] verzocht om als testamentair bewindvoerder op te treden. [testamentair bewindvoerder] heeft deze benoeming aanvaard.

3 Het geschil

3.1.

[verzoekster] verzoekt – samengevat – tot ontslag van [testamentair bewindvoerder] als testamentair bewindvoerder en tot benoeming van de heer [xxx] als testamentair bewindvoerder. Zij legt hieraan kort gezegd het volgende ten grondslag. Er wordt geen uitvoering gegeven aan het testament van erflaatster, het ingestelde testamentair bewind is in strijd met wettelijke bepalingen, vragen en suggesties van de erfgenamen worden genegeerd door [testamentair bewindvoerder] en de legitieme portie, het legaat en het loon van [verzoekster] als executeur-afwikkelingsbewindvoerder worden niet betaald door [testamentair bewindvoerder] als bewindvoerder.

3.2.

[testamentair bewindvoerder] concludeert tot afwijzing van het verzoek van [verzoekster] en voert hiertoe – kort gezegd – het volgende aan. Het instellen van het testamentair bewind viel onder de testeervrijheid van erflaatster. [testamentair bewindvoerder] communiceert wel degelijk met [verzoekster] en het is [verzoekster] zelf die geen informatie verstrekt zoals een rekening & verantwoording die zij als executeur moet opmaken. Er is een voorschot van € 10.000,- op de legitieme portie betaald en het loon van de executeur is ook betaald. Er is dus geen reden om [testamentair bewindvoerder] te ontslaan als testamentair bewindvoerder.

3.3.

[belanghebbende 1] concludeert ook tot afwijzing van het verzoek van [verzoekster] en voert hiertoe – kort gezegd – het volgende aan. Het is jammer als [testamentair bewindvoerder] als bewindvoerder zou worden ontslagen, omdat zij altijd de intentie heeft gehad om de nalatenschap van erflaatster op de juiste manier te verdelen en dit ook heeft gedaan conform het testament van erflaatster. Ontslag van [testamentair bewindvoerder] zou er alleen toe leiden dat de afwikkeling van de nalatenschap van erflaatster langer duurt en dat zou erflaatster niet gewild hebben.

3.4.

[testamentair bewindvoerder] heeft een zelfstandig tegenverzoek gedaan. Zij verzoekt – na wijziging – dat de kantonrechter:

  1. an haar vervangende machtiging verleent voor het voldoen van de nota van [belastingadviseur] voor [verzoekster] , [belanghebbende 3] , [belanghebbende 1] , [belanghebbende 4] en [belanghebbende 2] uit hun erfdeel onderdeel uitmakende van de onverdeelde nalatenschap,

  2. aan haar vervangende machtiging verleent om door notaris Y. Potma te laten verlijden de akte van verdeling conform het concept van 10 september 2021.

Zij legt hieraan kort gezegd het volgende ten grondslag dat [belastingadviseur] de aangifte erfbelasting heeft verzorgd in het belang van alle erfgenamen. De nota van [belastingadviseur] van € 1.762,06 moet dan ook ten laste komen van de nalatenschap in die zin dat het in mindering komt op de erfdelen van de erfgenamen. Daarnaast moet de akte van verdeling worden gepasseerd zodat de laatste wil van erflaatster uitgevoerd kan worden. Zolang de nalatenschap onverdeeld blijft kunnen alleen voorschotten worden voldaan en de verdeling is bovendien van belang in verband met de negatieve rente die aan erfgenamen wordt doorgerekend.

3.5.

[verzoekster] concludeert tot afwijzing van het tegenverzoek van [testamentair bewindvoerder] en voert hiertoe – kort gezegd – het volgende aan. [belastingadviseur] heeft ondermaatse werk geleverd, dus de nota moet niet betaald worden. Ook is dit verzoek niet onderbouwd. De volmacht om de akte van verdeling te verlijden is alleen door het oudste en jongste kleinkind getekend doordat [testamentair bewindvoerder] hen heeft verleid met geld. Tot slot is de staat van ontvangsten en uitgaven van 10 september 2021 met betrekking tot de nalatenschap van erflaatster op een groot aantal punten onjuist.

4 De beoordeling

Verzoek [verzoekster]

4.1.

Op grond van artikel 4:162 lid 2 van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan een testamentair bewindvoerder op verzoek van een rechthebbende ontslagen worden door de kantonrechter wegens gewichtige redenen. Van dergelijke gewichtige redenen is in deze zaak geen sprake gelet op het volgende.

4.2.

[verzoekster] heeft gesteld dat sprake is van gewichtige redenen, omdat het twee jaar geduurd heeft na het overlijden van erflaatster voordat [testamentair bewindvoerder] als testamentair bewindvoerder in beeld kwam. De kantonrechter is van oordeel dat het bij de beoordeling van de gewichtige redenen voor ontslag, gaat om het handelen van [testamentair bewindvoerder] zelf als bewindvoerder. De tijd dat zij geen bewindvoerder was, kan haar dan ook niet worden aangerekend. Zij was nog geen bewindvoerder destijds, dus had ook geen invloed op deze tijdsduur. Dit betekent dat dit geen gewichtige reden is voor ontslag.

4.3.

[verzoekster] heeft ook gesteld dat sprake is van gewichtige redenen, omdat de toonzetting van de e-mail van 5 oktober 2020 van [testamentair bewindvoerder] (bijlage 7 bij de brief van de brief van 22 augustus 2021 van [verzoekster] ), haar niet beviel. Ter zitting heeft [verzoekster] verklaard: “De toonzetting van deze brief was niet prettig. De brief had namelijk als aanhef ‘Geachte dames en heren’, alsof het om een schoolreisje gaat.” De kantonrechter is van oordeel dat de toonzetting en aanhef van deze brief niet kwalificeert als een gewichtige reden voor ontslag.

4.4.

Ook heeft [verzoekster] gesteld dat sprake is van gewichtige redenen gelet op de inhoud van de brief van 16 april 2021 (bijlage 6 bij de brief van de brief van 22 augustus 2021 van [verzoekster] ). Volgens [verzoekster] blijkt namelijk uit die brief dat [testamentair bewindvoerder] heeft geweigerd om een voorschot op de nalatenschap uit te keren aan [verzoekster] . Ter zitting is echter gebleken dat [verzoekster] wel degelijk een voorschot heeft ontvangen. [verzoekster] heeft niet nader onderbouwd dat (andere) verzoeken tot uitkering van een voorschot zijn genegeerd of onterecht afgewezen door [testamentair bewindvoerder] . Ook dit standpunt van [verzoekster] leidt dus niet tot een gewichtige reden voor ontslag.

4.5.

[verzoekster] heeft nog gesteld dat het zes maanden heeft geduurd voordat er een voorstel voor verdeling was opgesteld door [testamentair bewindvoerder] . Onduidelijk is echter gebleven of dit langer dan gebruikelijk was, wat de omstandigheden waren en welk belang van [verzoekster] hierdoor is geschaad. Het had op de weg van [verzoekster] gelegen om deze standpunt nader te onderbouwen. Omdat zij dit niet heeft gedaan, is haar standpunt onvoldoende onderbouwd, en is ook op dit punt geen sprake van gewichtige redenen voor ontslag.

4.6.

Tot slot heeft [verzoekster] gesteld dat het testamentair bewind zonder rechtsgrond is ingesteld. Dat is echter geen kwestie die te maken heeft met het werk van [testamentair bewindvoerder] als bewindvoerder en kan dan ook niet leiden tot een gewichtige reden voor ontslag.

4.7.

De conclusie is dat [verzoekster] onvoldoende heeft aangetoond dat [testamentair bewindvoerder] als testamentair bewindvoerder tekort is geschoten in de uitvoering van haar taken. Er is dan ook geen sprake van gewichtige redenen als bedoeld in artikel 4:164 lid 2 BW. De kantonrechter zal het verzoek van [verzoekster] daarom afwijzen.

Tegenverzoek [testamentair bewindvoerder]

I. Nota [belastingadviseur]

4.8.

Wat betreft de nota van [belastingadviseur] geldt dat dit ziet op werkzaamheden die zijn verricht ten behoeve van de nalatenschap. De werkzaamheden betroffen namelijk de aangifte erfbelasting (die ook is gedaan ter voorkoming van extra kosten voor de nalatenschap). De kosten van deze aangifte mogen ten laste van nalatenschap worden gebracht. [verzoekster] heeft namelijk niet gemotiveerd dat [belastingadviseur] de werkzaamheden niet goed heeft uitgevoerd. Dit verzoek zal dan ook worden toegewezen.

II. Vervangende machtiging verdeling

4.9.

Op grond van artikel 4:170 BW is de bewindvoerder bevoegd tot het vorderen van verdeling en is hij, met toestemming van de rechthebbende bevoegd tot medewerking aan de verdeling als de goederen die onder het bewind staan of die met een onder het bewind staand beperkt recht zijn belast tot een gemeenschap behoren. Op grond van artikel 4:169 lid 3 BW kan de kantonrechter deze toestemming op verzoek door haar machtiging vervangen als iemand wiens toestemming is vereist deze niet verleent.

4.10.

De kantonrechter overweegt als volgt. [testamentair bewindvoerder] heeft een cijfermatig overzicht overgelegd dat de grondslag vormt voor haar verzoek tot machtiging voor verdeling. [verzoekster] heeft bij haar laatste brief bezwaren geuit tegen dit cijfermatige overzicht, maar deze bezwaren niet onderbouwd. Het had op de weg gelegen van [verzoekster] om de door haar gestelde correcties in bedragen te onderbouwen met documenten. Omdat zij dit niet heeft gedaan, zal de kantonrechter uitgaan van de juistheid van het overzicht van 10 september 2021. De kantonrechter ziet in het standpunt van [verzoekster] geen concrete bezwaren die zich verzetten tegen de machtiging voor verdeling zoals verzocht. De kantonrechter zal het verzoek daarom toewijzen.

4.11.

De proceskosten komen voor rekening van [verzoekster] , omdat zij ongelijk krijgt.

5 De beslissing

De kantonrechter:

5.1.

wijst het verzoek van [verzoekster] af;

5.2.

verleent aan [testamentair bewindvoerder] vervangende machtiging voor het voldoen van de nota van [belastingadviseur] voor [verzoekster] , [belanghebbende 1] , [belanghebbende 2] , [belanghebbende 3] en [belanghebbende 4] uit hun erfdeel onderdeel uitmakende van de onverdeelde nalatenschap van erflaatster;

5.3.

verleent aan [testamentair bewindvoerder] vervangende machtiging om door notaris Y. Potma te laten verlijden de akte van verdeling conform het concept van 10 september 2021;

5.4.

veroordeelt [verzoekster] tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor [testamentair bewindvoerder] vastgesteld op een bedrag van 150,00 (2 punten x tarief € 75,00) aan salaris van de gemachtigde van [testamentair bewindvoerder] ;

5.5.

verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. M.C. van Rijn en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter