Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2021:895

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
29-01-2021
Datum publicatie
05-02-2021
Zaaknummer
C/15/312581 / KG ZA 21-39
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Vordering om eiseressen toegang te verlenen tot Verzorgingshuis (waar sprake is van een Corona-uitbraak) teneinde hun hoogbejaarde moeder te bezoeken, wordt afgewezen. Afgewogen tegen het risico van nieuwe besmettingen bij het op dit moment op ruimere schaal toelaten van bezoek en de onzekerheden rond de Britse variant van het Corona-virus, kan van SWZP niet worden gevergd dat zij op dit moment voor eiseressen een uitzondering maakt op haar beleid.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
PS-Updates.nl 2021-0137
GZR-Updates.nl 2021-0048
NJF 2021/111
GJ 2021/37
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

Zittingsplaats Haarlem

zaaknummer / rolnummer: C/15/312581 / KG ZA 21-39

Vonnis in kort geding van 29 januari 2021

in de zaak van

1 [eiseres 1] ,

wonende te [plaats] ,

2. [eiseres 1], in haar hoedanigheid van mentor van

[Moeder] ,

wonende te [plaats] ,

3. [eiseres 2],

wonende te [plaats] ,

eiseressen,

advocaat mr. E.N. van Essen te Alkmaar,

tegen

de stichting

STICHTING WONEN EN ZORG PURMEREND,

gevestigd te Purmerend,

gedaagde,

advocaat mr. M.E. Jannink te Amsterdam.

[eiseres 1] en [eiseres 2] zullen hierna gezamenlijk [eiseressen] genoemd worden en afzonderlijk [eiseres 1] respectievelijk [eiseres 2] . [Moeder] zal hierna [Moeder] genoemd worden. Gedaagde zal worden aangeduid als SWZP.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding met de producties 1 - 12;

  • -

    de e-mail van mr. Van Essen van 28 januari 2021 met de producties 13 en 14;

  • -

    de e-mail van mr. Jannink van 28 januari 2021 met twee producties;

  • -

    de mondelinge behandeling;

  • -

    de pleitnota van [eiseressen] ;

  • -

    de pleitnota van SWZP.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[eiseressen] zijn de dochters van [Moeder] . [eiseres 1] is mentor van [Moeder] . [eiseres 2] is mantelzorger van [Moeder] .

2.2.

SWZP is een stichting die drie verzorgingshuizen voor ouderen exploiteert, waaronder [Verzorgingshuis] . [Verzorgingshuis] is één van de zorglocaties en bestaat uit zorgappartementen en groepswoningen voor ouderen met dementie.

2.3.

[Moeder] lijdt aan dementie en woont sinds 2015 in [Verzorgingshuis] .

2.4.

Vanaf 28 december 2020 is er sprake van een Corona-uitbraak in [Verzorgingshuis] . Sindsdien zijn 46 bewoners en 45 medewerkers positief getest op het Corona-virus. Acht bewoners zijn aan de gevolgen van een besmetting met het Corona-virus overleden. Een medewerker is op de Intensive Care terecht gekomen. Onderzoek heeft uitgewezen dat een groot aantal positieve tests, een besmetting met de zogenaamde ‘Britse variant’ van het virus betreft. Op de woongroep van [Moeder] zijn vijf van de zes bewoners, onder wie [Moeder] , besmet geraakt. Twee van hen zijn overleden.

2.5.

SWZP heeft sinds 29 december 2020 de deuren voor bezoekers van [Verzorgingshuis] gesloten, met uitzondering van familie of naasten van bewoners die zich in de laatste levensfase bevinden. [eiseressen] hebben hun moeder vanaf die dag niet meer kunnen bezoeken of op een andere manier contact met haar kunnen hebben. Op de twee andere zorglocaties van SWZP is bezoek wel toegestaan.

2.6.

In het digitaal patiëntendossier van [Moeder] staat onder meer het volgende te lezen:

‘(…)

28 december 2020

Mevr om 16 uur uit bed gehaald, mevr wil er in eerste instantie niet uit komen. Mevr geeft aan heel moe te zijn en te willen slapen. Verteld dat we zo gaan eten, mevr komt er dan toch wel uit. Mevr haar medicatie gegeven, mevr is vanaf dat uit bed is gekomen onrustig aanwezig. Mevr loopt, en roept om hulp, roep om haar man. Praat in zichzelf, over dat het niet meer kan zo, waar haar man is en maakt zich druk om de kinderen en roept om hulp omdat ze bang is. Mevr heeft totaal geen rust (…)

(…)

30 december 2020

Mw was erg onrustig en dit uitte zich in veel lopen en roepen/schreeuwen om hulp. Mw is moeilijk om te buigen in dit gedrag. Ik ben meerdere malen samen 1 op 1 met mw gaan zitten en mw is dan erg emotioneel. Mw geeft veel aan hier weg te willen, vraagt dan om [eiseres 2] .

(…)

3 januari 2021

Vanmorgen mevr ondersteund met haar zorg. Mevr heeft het erg koud en is hierdoor erg onrustig. Mevr heeft na de zorg ontbeten en gaat daarna de gang op om te lopen en om te roepen.

(…)

7 januari 2021

Huisarts belde mw is positief getest

(…)

8 januari 2021

Mw bleef vanmorgen slapen, meerdere keren bij haar wezen kijken, Mw. om 11:00 wakker gemaakt, mw gaf gelijk aan niet lekker te zijn en niet uit bed te willen, Mw. even opgefrist en op bed gelaten.
Mw wilde niet eten zei geen trek te hebben.

(…)

10 januari 2021

Mw om 13:15 uur op bed geholpen mw gaf aan moe te zijn.
Mw was rustig aanwezig roept soms om dochter.

(…)

11 januari 2021

Mw wilde niets eten en ook niets drinken

(…)

12 januari 2021

Mw kwam om 11:30 met moeite uit bed, kreeg hulp bij wassen en aankleden. Mw wilde geen brood eten en heeft een bakje vla met slagroom gegeten, 1 glas limonade en een beker thee gedronken. Mw. is erg onrustig en roept veel help, Mw weet zich raad met zichzelf kan niet de rust vinden om te zitten, ze geeft wel aan dat zij zo moe is.

(…)

13 januari 2021

Mevr is erg onrustig, roept veel om hulp en haar dochter.

Mevr eet weinig, vanmorgen een halve boterham maar wel al het aangeboden.

(…)

15 januari 2021

Mw eet niets vandaag, alles wijst mw. af

(…)

15 januari 2021

Eten gaat zeer moeizaam. Van alles aangeboden. Mw wilde het echt niet, spuugde alles uit.

(…)

17 januari 2021

Mevr is vriendelijk aanwezig, zit graag bij je omdat ze erg angstig is. Mevr roept regelmatig om hulp

(…)

18 januari 2021

Mevr is niet te stimuleren om te eten of te drinken.
Mevr heeft een bakje vla op maar als mevr er genoeg van heeft staat ze op en loopt ze van tafel.

Als ik vraag of mevr nog een hap wil nemen, zegt mevr nee en houd haar mond stevig dicht.
Mevr drinkt niets (…)

(…)

21 januari 2021

Mw om 14.30u uit bed begeleid op haar verzoek maar na een kwartier is mw. zelf weer in haar bed gaan liggen en wil ze er ook niet meer uit.
Ook neemt mw. geen drinken als ik het haar aanbied.

Mw. roept steeds ik weet het niet, ik wil weg.

Mw.is steeds verdrietig, huilerig.

(…)

23 januari 2021

Na een paar happen geeft mevr al aan dat ze niet meer wil eten, mevr zegt letterlijk ‘ik kan dit niet meer. Ik wil dit niet meer.’

Even rustig met mevr gezeten en het nogmaals geprobeerd, uiteindelijk eet mevr alles op maar tussen de hapjes door gaat mevr huilen en na het laatste hapje zet mevr dat ze echt niets meer wil.

(…)’

2.7.

Op 7 januari 2021 is gebleken dat [Moeder] besmet is met het Corona-virus.

2.8.

Bij brief van 24 januari 2021 hebben [eiseressen] SWZP gesommeerd in ieder geval één van hen toe te staan hun moeder te bezoeken.

2.9.

In het digitale patiëntendossier staat verder onder meer te lezen:

25 januari

Mevr heeft de gehele middag liggen slapen op de bank in de huiskamer. Mevr wakker gemaakt voor het eten, wakker worden mevr erg veel moeite mee. Haar ogen vallen steeds dicht. Eten ging vanavond niet, mevr wilde niets.

(…)

26 januari

Mw dronk een flesje nutri drink

Eten hield mw in haar mond en spuugde dit uit.

Vla at mw twee lepels van.

(…)

26 januari
Mevr vanmorgen als eerste bewoner gewekt zodat mevr veel rust had tijdens het ontbijt.

Mevr at en dronk een bord pap, een beker volle melk en haar nutridrink. Later dronk mevr. Nog twee koppen thee.

Met de lunch ook één op één met mevr op haar kamer gezeten. Mevr. at een half bordje pap en bakje gepureerd vers fruit. Een beker volle melk en een kop thee.

Diëtiste belde om te vragen hoe het gaat.

Zij was voor nu erg tevreden en gaf aan zo door te gaan. ‘

2.10.

In haar reactie van 26 januari 2021 antwoordt SWZP het volgende op de brief van [eiseressen] :


‘We hebben uw brieven met sommatie voor bezoekrecht aan uw moeder besproken in ons crisisteam, met de GGD, GHOR en met de behandelend arts.

[Verzorgingshuis] is gesloten vanwege een ernstige uitbraak van het corona virus, waarbij de Britse variant bevestigd is.
Alle maatregelen die getroffen zijn om het risico op verdere verspreiding van de zeer besmettelijke Britse variant te voorkomen, worden op medisch inhoudelijk grond volledig ondersteund door alle betrokken instanties.

Wij beseffen ons dat dit uiteraard verstrekkende gevolgen heeft voor de bewoners van [Verzorgingshuis] , omdat zij juist in deze moeilijke tijd geen bezoek van onder andere hun familie mogen ontvangen. Dit betreuren wij uiteraard ten zeerste, maar de situatie binnen [Verzorgingshuis] noodzaakt ons hiertoe.

Alleen wanneer er bij één van de bewoners sprake is van terminale zorg wordt er voor de familie een uitzondering gemaakt, zodoende familie in de gelegenheid te stellen afscheid te kunnen nemen van hun dierbare. Gelukkig is dit in het geval van moeder niet het geval. Hierover is ook contact geweest met de behandelend arts. (…)

(…) Maar als wij nu bezoekers toelaten, nemen wij een onnodig risico op verdere verspreiding van het corona virus. Niet alleen onder kwetsbare ouderen en het zorgpersoneel, maar dus ook bij de bezoekers, die vervolgens weer anderen besmetten.

(…)’

2.11.

Naar aanleiding van de maatregelen die voor verpleeghuizen golden in de eerste helft van 2020, is voor onder andere bestuurders en cliëntenraden door brancheorganisatie ouderenzorg Actiz een advies opgesteld met de naam ‘Handreiking bezoek en sociaal contact, corona in verpleeghuizen’.

2.12.

In een schriftelijke verklaring van 28 januari 2021 heeft de huisarts van [Moeder] het volgende verklaard:

‘Ik sta in medisch opzicht achter het beleid van de SWZP wat in samenspraak is opgesteld met de GGD [Regio] (…).

Ik heb de zorg over het overgrote deel van de cliënten in [Verzorgingshuis] .

(…)

Er is besloten [Verzorgingshuis] als geheel besmet cohort te beschouwen aangezien praktisch elke cliënt die er woont besmet is geraakt en zo ook een groot deel van de zorg en andere medewerkers.

De eerste besmetting was ongeveer op 31 december 2020 en de laatste tot nu toe geregistreerd op 26 januari j.l.

Gelukkig kunnen we op korte termijn weer, weliswaar in beperkte mate, bezoek toelaten bij de cliënten die woonachtig zijn in [Verzorgingshuis] .’

3 Het geschil

3.1.

[eiseressen] vorderen ‘bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad,


SWZP te gebieden om [eiseressen] binnen 24 uur na het hierbij te wijzen vonnis toegang te verlenen tot [Verzorgingshuis] teneinde [Moeder] te bezoeken, althans medewerking te verlenen aan een bezoek op een externe locatie, en vervolgens te gebieden om deze bezoeken tweemaal per week mogelijk te maken, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 500,- voor iedere dag of gedeelte van een dag dat SWZP in gebreke blijft om aan de veroordeling te voldoen, met een maximum van € 50.000,-;

een en ander onder veroordeling van gedaagde in de kosten van de procedure.

3.2.

[eiseressen] leggen aan hun vordering ten grondslag dat zij en hun moeder op grond van artikel 8 EVRM het recht hebben om elkaar te zien. Door de volledige sluiting van [Verzorgingshuis] is dat inmiddels al geruime tijd niet mogelijk. Dit vormt een te ver gaande inbreuk op het in artikel 8 EVRM neergelegde recht op family life, aldus [eiseressen]

3.3.

SWZP voert verweer.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

[eiseressen] voeren aan dat verpleeghuizen, zoals [Verzorgingshuis] , volgens de richtlijnen van het RIVM onder voorwaarden bezoekers mogen toelaten. Bezoekers zijn op andere locaties van SWZP, [Verzorgingshuis] en [Verzorgingshuis] , wel welkom. Daarnaast dient elk verzorgingshuis een plan te hebben waarin is neergelegd hoe omgegaan moet worden met het ontvangen van bezoekers. SWZP heeft volgens [eiseressen] echter niet een dergelijk plan maar houdt haar deuren sedert 29 december 2020 volledig gesloten. Daar komt bij dat [eiseres 1] als mentor van [Moeder] als taak heeft erop toe te zien dat haar moeder de juiste zorg krijgt. Daarvoor is het noodzakelijk dat er persoonlijk contact is, hetgeen op dit moment door [Verzorgingshuis] onmogelijk wordt gemaakt. Dit klemt te meer, zo betogen [eiseressen] , nu de berichtgeving van [Verzorgingshuis] over de gezondheidstoestand van hun moeder alarmerend is. Onder andere blijkt uit deze berichtgeving dat [Moeder] niet eet, waardoor zij geestelijk en lichamelijk nog meer achteruit zal gaan.

[eiseressen] hebben ook gewezen op het feit dat door Actiz een handreiking voor verpleeghuizen is opgesteld met als doel het drama dat zich in de verpleeghuizen voltrok tijdens de eerste Coronagolf, te voorkomen. In die handreiking staat, zo stellen [eiseressen] , dat verpleeghuizen contact tussen hun bewoners en hun naasten mogelijk moeten maken en per locatie maatwerk moeten bieden. Daarbij dient een afweging te worden gemaakt tussen de veiligheid van bewoners en personeel enerzijds en de kwaliteit van leven van de bewoners anderzijds. Volgens [eiseressen] is in dit geval van maatwerk geen sprake omdat [Verzorgingshuis] de deuren vanaf 29 december 2020 in het geheel gesloten houdt en genoemde afweging niet heeft gemaakt.

Ter zitting hebben [eiseressen] verder onder meer aangevoerd dat [eiseres 2] , zelf werkzaam in de zorg, onlangs (weer) negatief is getest op Corona en bovendien op zaterdag 30 januari 2021 gevaccineerd zal gaan worden tegen Corona. Niet valt daarom in te zien, aldus [eiseressen] , dat bezoek van [eiseres 2] aan haar moeder tot een verhoogd besmettingsgevaar zou kunnen leiden.

4.2.

SWZP heeft in de eerste plaats aangevoerd dat [eiseressen] artikel 8 EVRM niet aan SWZP kan tegenwerpen, omdat dit artikel geen horizontale werking heeft. Naar aanleiding van dit verweer overweegt de voorzieningenrechter dat artikel 8 EVRM inderdaad in beginsel ziet op de verhouding tussen de burgers en de overheid en primair beoogt burgers te beschermen tegen handelen van de overheid. Uit artikel 8 EVRM kunnen echter ook positieve verplichtingen voortvloeien voor de overheid. Een positieve verplichting betekent dat de overheid, waartoe ook de rechter behoort, moet bevorderen dat de rechten die door artikel 8 EVRM worden beschermd door de burgers daadwerkelijk kunnen worden uitgeoefend. Via die positieve verplichtingen heeft artikel 8 EVRM indirect horizontale werking. Dat wil zeggen dat burgers zich ook tegenover andere burgers op artikel 8 EVRM kunnen beroepen en dat artikel 8 EVRM het kader biedt waarbinnen de belangen die tegenover elkaar staan moeten worden afgewogen.

4.3.

Voor beantwoording van de vraag of [eiseressen] aanspraak kunnen maken op persoonlijk contact met hun moeder, is in de eerste plaats van belang of sprake is van een nauwe persoonlijke betrekking tussen moeder en dochters. Dat daarvan sprake is, is niet in geschil.

4.4.

Het recht op ‘family life’ is echter niet onbeperkt. Uit lid 2 van artikel 8 EVRM volgt dat het recht op ‘family life’ onder meer kan worden beperkt indien de gezondheid of de rechten of vrijheden van anderen in het geding zijn. In de kern gaat het in dit kort geding om de vraag hoe de belangen van [eiseressen] en hun moeder enerzijds en de belangen van de overige bewoners en medewerkers van [Verzorgingshuis] en van de samenleving als geheel anderzijds tegen elkaar moeten worden afgewogen en wat daarvan de uitkomst moet zijn.

4.5.

Binnen [Verzorgingshuis] is – ondanks alle genomen voorzorgsmaatregelen - sprake geweest van een grootschalige Corona-uitbraak, waarbij 46 van de 50 bewoners en ongeveer 50 personeelsleden zijn besmet, acht bewoners als gevolg van een Corona-besmetting zijn overleden en een medewerker op dit moment nog op de Intensive Care ligt. Geconstateerd is verder dat de zogenaamde ‘Britse variant’ van het Corona virus binnen de muren van [Verzorgingshuis] terecht is gekomen. In feite, zo stelt SWZP, zijn de bewoners van [Verzorgingshuis] in quarantaine gegaan zolang de besmettingen aanhouden, op vergelijkbare wijze als andere huishoudens dat moeten indien sprake is van besmetting. Gelukkig is de situatie nu stabiel in die zin dat er bijna geen nieuwe besmettingen bijkomen. In de woongroep van [Moeder] (aanvankelijk zes bewoners, van wie er vijf besmet zijn geraakt met het Corona virus en van wie er twee zijn overleden) heeft nog één bewoner verkoudheidsklachten. Zodra deze klachten 24 uur voorbij zijn en de betreffende bewoner 48 uur koortsvrij is, wil SWZP in overleg met de GGD gaan onderzoeken of en in hoeverre er weer bezoek mogelijk is.

4.6.

SWZP acht de maatregelen die zij heeft getroffen noodzakelijk voor de gezondheid van de (kwetsbare) bewoners binnen [Verzorgingshuis] en haar medewerkers. Mede gezien de onverwacht plotselinge wijze waarop het virus heeft toegeslagen in [Verzorgingshuis] wenst SWZP te voorkomen dat er nog een uitbraak komt. Ook wenst zij de belangen van mensen buiten [Verzorgingshuis] te beschermen, in die zin dat voorkomen moet worden dat mensen die in [Verzorgingshuis] besmet raken anderen buiten [Verzorgingshuis] zouden kunnen besmetten.

4.7.

De door SWZP getroffen maatregelen hebben tot gevolg dat [eiseressen] op dit moment het hen toekomende recht op family life niet kunnen effectueren. De vraag is of daar voldoende rechtvaardiging toe bestond en bestaat en of SWZP daartoe in redelijkheid kon overgaan.

4.8.

De voorzieningenrechter oordeelt als volgt. In de huidige tijd, waarin Corona rondwaart door de samenleving, gelden regels die onder meer tot doel hebben de meest kwetsbare mensen in die samenleving te beschermen en te zorgen dat de zorg niet overbelast raakt. Het gevolg daarvan is – onder meer - dat duizenden kwetsbare personen in verpleeghuizen of daarmee vergelijkbare woonvoorzieningen in (veel) beperktere mate dan voorheen persoonlijk contact met hun naasten kunnen hebben. Er kan geen misverstand over bestaan dat de bewoners van [Verzorgingshuis] , en dus ook [Moeder] , tot de groep kwetsbaren behoren. Ook kan er geen misverstand over bestaan dat juist deze mensen en hun naasten veel baat kunnen hebben bij persoonlijk contact met elkaar.

4.9.

Onbetwist is dat het Corona-virus binnen [Verzorgingshuis] hard heeft toegeslagen en dat er ook nu nog bewoners besmet zijn met het virus. Het is reeds daarom gerechtvaardigd dat SWZP in het belang van de gezondheid van de bewoners en medewerkers van [Verzorgingshuis] en de samenleving als geheel tot ingrijpende maatregelen heeft besloten. Dat SWZP hierbij onzorgvuldig te werk is gegaan en geen oog heeft gehad voor de belangen van de bewoners en hun naasten is niet aannemelijk geworden. Uit de door SWZP in het geding gebrachte stukken blijkt immers dat [Verzorgingshuis] de maatregelen heeft besproken met – onder meer - de GGD en met de huisarts. Gezien alle onzekerheden rond het Corona-virus, en met name de Britse variant, zoals bijvoorbeeld de kans op herbesmetting, acht de voorzieningenrechter de maatregelen op dit moment in hun algemeenheid niet disproportioneel. Het gegeven dat SWZP voor haar andere locaties heeft gekozen voor mindere drastische maatregelen wijst bovendien op maatwerk; op die andere locaties waren, anders dan bij [Verzorgingshuis] , geen aanwijzingen dat sprake was van de (besmettelijke) Britse variant van het Corona virus, en waren dus minder vergaande maatregelen nodig om de situatie beheersbaar te houden.

4.10.

De vraag is echter of SWZP in dit geval, en gelet op de specifieke belangen van [eiseressen] en [Moeder] , een uitzondering dient te maken. De voorzieningenrechter overweegt hierover het volgende. Terecht hebben [eiseressen] erop gewezen dat – volgens de handreiking van Actiz - verpleeghuizen contact tussen hun bewoners en hun naasten mogelijk moeten maken en per locatie maatwerk moeten betrachten. Daarbij dient een afweging te worden gemaakt tussen de veiligheid van bewoners, medewerkers en anderen enerzijds en de kwaliteit van leven van bewoners anderzijds. Echter, met hun betoog dat verpleeghuizen bezoek moeten toelaten op basis van de handreiking van Actiz, miskennen [eiseressen] in de eerste plaats dat deze handreiking niet meer (en ook niet minder) is dan een hulpmiddel voor de professionals binnen een verpleeghuis. Een verplichting valt daarin niet te lezen. In de tweede plaats miskennen [eiseressen] dat in de handreiking ook expliciet is vermeld dat het bestuur van de betreffende zorginstelling, de bewoners, bezoekers, naasten en (zorg)professionals een gezamenlijke verantwoordelijkheid hebben om de introductie en, bij een besmetting, de verdere verspreiding van COVID-19 zoveel mogelijk te voorkomen en dat het in geval van een uitbraak nodig kan zijn lokaal aanvullende maatregelen te treffen (pagina 8) of bezoek op een afdeling/locatie te beperken of te weren (pagina 18). De situatie binnen [Verzorgingshuis] kenmerkt zich nu juist door het feit dat daar niet slechts één of enkele bewoners besmet zijn, maar dat vele tientallen (bewoners en medewerkers) besmet zijn, waarbij bovendien ook de Britse variant van het Coronavirus is opgedoken. Juist in een dergelijke situatie moet worden ingegrepen en komt het zwaartepunt van de belangenafweging te liggen bij de gevaren voor de gezondheid van anderen (binnen en buiten [Verzorgingshuis] ). Ook dat is maatwerk.

4.11.

Anders dan [eiseressen] betogen kan uit het handelen van SWZP niet worden geconcludeerd dat zij de afweging tussen de veiligheid van bewoners, medewerkers en anderen enerzijds en de kwaliteit van leven van bewoners anderzijds niet heeft gemaakt. Integendeel, omdat de risico’s en onzekerheden op dit moment zo groot zijn (men begrijpt nog steeds niet hoe de uitbraak in december heeft kunnen ontstaan, nog altijd zijn er besmettingen en veel is nog onbekend over besmettelijkheid na een doorgemaakte besmetting of na vaccinatie) weegt op dit moment het risico voor de gezondheid van de bewoners en haar medewerkers, en het gevaar van een nieuwe uitbraak binnen [Verzorgingshuis] , het zwaarst voor SWZP. Om die reden weigert zij op dit moment nog al het bezoek. Dat SWZP in haar afweging ook het belang van de kwaliteit van leven van haar bewoners meeweegt blijkt onder meer uit het gegeven dat zij – in overleg met de huisarts en de GGD – nu al aan het denken is over mogelijkheden om per woongroep bezoek weer toe te laten zodra de laatste besmette bewoner lang genoeg klacht- en koortsvrij is. In haar antwoord op de sommatie van [eiseres 1] heeft de SWZP bovendien de situatie van [Moeder] afgewogen tegen de gezondheidsrisico’s voor andere bewoners en medewerkers van [Verzorgingshuis] en mensen buiten [Verzorgingshuis] .

4.12.

Duidelijk – en begrijpelijk – is dat [eiseressen] zich ernstige zorgen maken over hun moeder. Uit de overgelegde passages uit het digitaal patiëntendossier over de periode van 28 december 2020 tot en met 26 januari 2021 blijkt duidelijk dat [Moeder] erg slecht eet, ziek is, heel erg moe is, vaak onrustig of in paniek is, verdrietig is, veel huilt en naar haar familie vraagt. Dat is een schrijnende situatie. Voor een voorlopige voorziening die maakt dat het [eiseressen] wordt toegestaan om, anders dan de naasten van andere bewoners, hun moeder in de omstandigheden van dit moment wel te bezoeken, zou aanleiding kunnen zijn indien in voldoende mate aannemelijk zou zijn dat [Moeder] aanzienlijk zou opknappen als haar dochters weer langs mogen komen en dat dit voor [Moeder] in veel hogere mate zou gelden dan voor andere bewoners. Aannemelijk is – op grond van algemene ervaringsregels – zonder meer dat [Moeder] in ieder geval enigszins zal opknappen als zij weer bezoek zou kunnen krijgen van haar dochters en dat dit haar kwaliteit van leven zou verbeteren. Dit is echter evenzeer het geval voor andere bewoners van [Verzorgingshuis] . Ter zitting heeft de zorgmanager van [Verzorgingshuis] toegelicht dat sommige bewoners er nog slechter aan toe zijn dan [Moeder] . Zou [eiseressen] weer worden toegelaten als bezoek dan zal [Verzorgingshuis] andere naasten ook weer moeten toelaten, met alle daaraan verbonden risico’s van dien.

In dit verband weegt de voorzieningenrechter voorts mee dat [Moeder] besmet is met het Corona virus en dat uit het digitaal patiëntendossier volgt dat zij ook op 28 december 2020 al onrustig was. Dat de situatie waarin [Moeder] nu verkeert uitsluitend of voornamelijk het gevolg is van het niet kunnen ontvangen van bezoek is daarom niet zonder meer aannemelijk gemaakt. Anders dan [eiseressen] betogen blijkt uit het patiëntendossier bovendien dat [Moeder] wel iets eet en dat het personeel heel erg zijn best doet om een manier te vinden waardoor zij weer meer gaat eten. Afgewogen tegen het risico van nieuwe besmettingen bij het op dit moment op ruimere schaal toelaten van bezoek en de onzekerheden rond de Britse variant van het Corona virus, kan van SWZP niet worden gevergd dat zij op dit moment voor [eiseressen] een uitzondering maakt op haar beleid. Ook de ter zitting nagelopen alternatieven, zoals bijvoorbeeld het persoonlijk contact buiten laten plaatsvinden, bieden helaas geen uitkomst nu deze in de huidige omstandigheden onvoldoende waarborgen bieden mede omdat daarmee het risico op verspreiding van het virus buiten de muren van [Verzorgingshuis] niet voorkomen kan worden.

Dat [eiseres 2] op 30 januari 2021 zal worden ingeënt maakt een en ander beoordeeld naar de op dit moment beschikbare kennis niet anders, nu op grond van de huidige inzichten nog te veel onzekerheid bestaat over mogelijke overdracht en besmettelijkheid na inenting.

4.13.

Het is duidelijk dat [eiseres 1] haar toezichthoudende taak als mentor niet kan vervullen op een manier zoals dat idealiter zou gebeuren. Volkomen begrijpelijk is dat daarvoor nodig is dat zij persoonlijk contact met haar moeder onderhoudt. Echter, naar het oordeel van de voorzieningenrechter legt ook dat onvoldoende gewicht in de schaal. Van SWZP kan in de gegeven omstandigheden niet worden verlangd dat zij [eiseres 1] toestaat haar moeder te bezoeken. De huidige situatie binnen [Verzorgingshuis] maakt dat [eiseres 1] haar taak als mentor dient uit te oefenen op basis van de informatie die zij van de medewerkers van [Verzorgingshuis] krijgt.

4.14.

Dat het verleden aanleiding geeft voor [eiseressen] om argwanend te zijn ten opzichte van de kwaliteit van het beleid dat SWZP voert, is voorstelbaar. Ook dat geeft echter onvoldoende aanleiding om nu in de gegeven omstandigheden te beslissen dat [eiseressen] wel hun moeder mogen bezoeken.

4.15.

Het voorgaande leidt ertoe dat de gevraagde voorziening zal worden geweigerd

4.16.

[eiseressen] zullen als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van SWZP worden begroot op:

- griffierecht € 667,00

- salaris advocaat 1.016,00

Totaal € 1.683,00

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

weigert de voorziening,

5.2.

veroordeelt [eiseressen] in de proceskosten, aan de zijde van SWZP tot op heden begroot op € 1.683,00,

5.3.

verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. P.M. Wamsteker en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier mr. A.P. de Klerk op 29 januari 2021.1

1 Conc.: