Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2021:8641

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
15-01-2021
Datum publicatie
28-12-2021
Zaaknummer
8725370 \ WM VERZ 20-832
Rechtsgebieden
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

WAHV, ongegrond omdat betrokkene te laat was met instellen van beroep bij de officier van justitie

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind

locatie Alkmaar

Zaaknummer : 8725370 \ WM VERZ 20-832

CJIB-nummer : 228766607

Uitspraakdatum : 15 januari 2021

Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV)

in de zaak van

[betrokkene]

Het verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.

De zaak is behandeld op de zitting van 15 januari 2021. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Betrokkene is niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Overwegingen

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: als bestuurder handelen in strijd met een gesloten verklaring in beide richtingen.

Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft in het beroepschrift de gronden daarvoor aangevoerd.

Betrokkene heeft het beroep bij de officier van justitie te laat ingesteld. Volgens artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht is de termijn voor het indienen van een beroepschrift zes weken. Het beroep is door betrokkene ingesteld op 7 januari 2020, terwijl dat beroep uiterlijk op 13 november 2019 ontvangen had moeten zijn. De enkele stelling van betrokkene dat hij binnen de wettelijke beroepstermijn beroep ingesteld heeft, is onvoldoende. Betrokkene heeft noch concrete feiten of omstandigheden aangevoerd noch bewijs overgelegd die de stelling ondersteunen dat binnen de wettelijk termijn beroep is ingesteld. De officier van justitie heeft dan ook op goede gronden geoordeeld dat betrokkene in het beroep tegen de inleidende beschikking niet ontvankelijk was. Gelet op deze niet-ontvankelijkheid, dient het beroep op de kantonrechter ongegrond te worden verklaard.

Aan een inhoudelijke beoordeling van de zaak wordt daarom niet toegekomen.

Het beroep wordt ongegrond verklaard.

De uitspraak

De kantonrechter:

‒ verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. B. Voogd, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.

De griffier De kantonrechter

Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 70,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht. Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.

Datum toezending: