Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2021:8640

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
15-01-2021
Datum publicatie
28-12-2021
Zaaknummer
8725364 \ WM VERZ 20-830
Rechtsgebieden
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

WAHV. Betrokkene voert aan dat zij in het bezit is van een bewonersvergunning en zodoende mag parkeren in deze straat. Uit de door betrokkene meegezonden vergunningsgegevens blijkt dat de vergunning geldig is voor het voertuig met het kenteken waarvoor de boete is opgelegd. Echter is uit de aanvullende verklaring van de verbalisant gebleken dat de vergunning verlopen, zodat deze vergunning niet geldig was. Betrokkene had een parkeerschijf moeten gebruiken met de juiste ingestelde tijd. Betrokkene heeft dit niet gedaan. De boete is dus terecht opgelegd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind

locatie Alkmaar

Zaaknummer : 8725364 \ WM VERZ 20-830

CJIB-nummer : 231229732

Uitspraakdatum : 15 januari 2021

Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV)

in de zaak van

[betrokkene]

Het verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.

De zaak is behandeld op de zitting van 15 januari 2021. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Betrokkene is niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Overwegingen

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: motorvoertuig parkeren bij blauwe streep terwijl toegestane parkeertijd is verstreken.

Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft in het beroepschrift de gronden daarvoor aangevoerd.

Naast de in de inleidende beschikking vermelde gegevens, houdt de verklaring van de verbalisant zoals opgenomen in het zaakoverzicht van het CJIB onder meer het volgende in:

“Gedragingsgegevens: Ik zag dit voertuig geparkeerd staan op de blauwe zone. Er lag een duidelijk zichtbare blauwe schijf achter de voorruit. De tijd stond op half 2 waardoor de 3 uur was verstreken. Het is nu 17.22 uur.(…)”

De officier van justitie heeft een aanvullend proces-verbaal laten opmaken door de verbalisant. In dit aanvullend proces-verbaal is het volgende vermeld: “Ik heb de vergunning zoals op bijgevoegde foto’s te zien rechts onder op het voorraam waargenomen. Echter was deze vergunning niet geldig op het parkeervak waar betrokkene zijn haar auto had geparkeerd. Ook is de meegeleverde vergunning geldig tot en met 02-10-2019 en was dus verlopen op de pleegdatum 11-01-2020.”

De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken die zich in het dossier bevinden voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de administratieve sanctie is opgelegd, is begaan.

Betrokkene voert aan dat zij in het bezit is van een bewonersvergunning en zodoende mag parkeren in deze straat. Uit de door betrokkene meegezonden vergunningsgegevens blijkt dat de vergunning geldig is voor het voertuig met het kenteken waarvoor de boete is opgelegd. Echter is uit de aanvullende verklaring van de verbalisant gebleken dat de vergunning verlopen, zodat deze vergunning niet geldig was. Betrokkene had een parkeerschijf moeten gebruiken met de juiste ingestelde tijd. Betrokkene heeft dit niet gedaan. De boete is dus terecht opgelegd.

De kantonrechter ziet in hetgeen betrokkene heeft aangevoerd ook geen reden om de boete te matigen.

Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.

De uitspraak

De kantonrechter:

‒ verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. B. Voogd, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.

De griffier De kantonrechter

Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 70,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht. Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.

Datum toezending: