Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2021:8631

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
15-01-2021
Datum publicatie
28-12-2021
Zaaknummer
8712294 \ WM VERZ 20-817
Rechtsgebieden
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

WAHV. De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken die zich in het dossier bevinden – met name uit de verklaring van de verbalisant – voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. Betrokkene betwist de gedraging dan ook niet, maar doet een beroep op de omstandigheden. Het verweer dat betrokkene het overige verkeer niet heeft gehinderd of in gevaar heeft gebracht treft geen doel, nu dit niet afdoet aan het verboden karakter van de gedraging. De kantonrechter is van oordeel dat de door betrokkene aangevoerde omstandigheden niet maken dat er ter plaatse geparkeerd mag worden. Er was geen sprake van overmacht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind

locatie Alkmaar

Zaaknummer : 8712294 \ WM VERZ 20-817

CJIB-nummer : 230781497

Uitspraakdatum : 15 januari 2021

Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV)

in de zaak van

[betrokkene]

(hierna te noemen: betrokkene).

Het verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.

De zaak is behandeld op de zitting van 15 januari 2021. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Betrokkene is ook verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Overwegingen

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: zonder ontheffing/vergunning een voertuig laten staan in een park, plantsoen openbare beplanting of groenstroken.

Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft in het beroepschrift de gronden daarvoor aangevoerd.

De officier van justitie heeft een aanvullend proces-verbaal laten opmaken door de verbalisant. In dit aanvullend proces-verbaal is het volgende vermeld: “…Ik zag daar namelijk het voertuig van betrokkene staan en zag dat het voertuig op een groenstrook stond naast het fietspad langs de Dijk van Kyoto. Ik zag dat deze locatie alleen bereikbaar was door of over een afstand over het fietspad en voetpad te rijden of door enkele meters over het fietspad, voetpad en een voetgangersoversteekplaats te rijden….op ongeveer 100 meter afstand is er wel een vrij toegankelijke parkeerplaats die tevens gratis is en waar enkele honderden plekken zijn. Ook hebben veel andere ingangen van het park een ruime parkeergelegenheid…”.

De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken die zich in het dossier bevinden – met name uit de verklaring van de verbalisant – voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. Betrokkene betwist de gedraging dan ook niet, maar doet een beroep op de omstandigheden. Betrokkene stelt dat de plaats waar zij haar voertuig heeft geparkeerd de enige plek is van waaruit zij haar hond kan uitlaten met aanwezigheid van straatverlichting en met zicht op de doorgaande weg. Betrokkene stelt tevens dat de door de verbalisant aangewezen parkeermogelijkheden niet verlicht zijn en mede daarom onveilig zijn voor een vrouw alleen. Van de grote parkeerplaats bij de voetbalvereniging wist betrokkene niet dat deze inmiddels openbaar is.

Betrokkene stelt ten slotte dat ze geen hinder heeft veroorzaakt.

Het verweer dat betrokkene het overige verkeer niet heeft gehinderd of in gevaar heeft gebracht treft geen doel, nu dit niet afdoet aan het verboden karakter van de gedraging.

De kantonrechter is van oordeel dat de door betrokkene aangevoerde omstandigheden niet maken dat er ter plaatse geparkeerd mag worden. Er was geen sprake van overmacht. Over een eventuele klacht over de al dan niet aanwezige straatverlichting dient betrokkene zich te richten tot de gemeente. Betrokkene had een andere keuze moeten maken.

De kantonrechter ziet in hetgeen betrokkene heeft aangevoerd ook geen reden om de boete te matigen.

Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.

De uitspraak

De kantonrechter:

‒ verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. B. Voogd, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.

De griffier De kantonrechter

Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 70,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht. Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.

Datum toezending: