Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2021:8329

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
14-10-2021
Datum publicatie
25-10-2021
Zaaknummer
8821825
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Vordering openstaande declaraties; beroep op verrekening faalt; tegenvordering schadevergoeding wegens misleiding of wanprestatie faalt eveneens.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind

locatie Zaanstad

Zaaknr./rolnr.: 8821825 \ CV EXPL 20-3949

Uitspraakdatum: 14 oktober 2021

Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:

de maatschap [maatschap]

gevestigd te [plaats]

eiseres in conventie

gedaagde in reconventie

verder te noemen: [eiseres]

gemachtigde: mr. M.C. Dirks (Gerechtsdeurwaarderskantoor Vermeer Schutte & Musen B.V.)

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Autobedrijf Garant B.V.

gevestigd te Purmerend

gedaagde in conventie

eiseres in reconventie

verder te noemen: Garant

procederend in persoon

1 Het procesverloop

1.1.

[eiseres] heeft bij dagvaarding van 14 oktober 2020 een vordering tegen Garant ingesteld. Garant heeft schriftelijk geantwoord en daarbij een tegenvordering ingediend.

1.2.

[eiseres] heeft hierop schriftelijk gereageerd, waarna Garant een schriftelijke reactie heeft gegeven. [eiseres] heeft vervolgens nog schriftelijk gereageerd in de zaak van de tegenvordering.

1.3.

Op 17 september 2021heeft een zitting plaatsgevonden. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen ter toelichting van hun standpunten naar voren hebben gebracht. [eiseres] heeft gebruik gemaakt van pleitaantekeningen, die zijn overgelegd.

2 De zaak in het kort

[eiseres] heeft in opdracht en voor rekening van Garant financiële, administratieve en belasting technische (advies)werkzaamheden verricht en vordert betaling van openstaande declaraties voor 2017. De vordering wordt toegewezen, omdat - kort samengevat - de werkzaamheden verricht in 2017 niet, althans onvoldoende zijn betwist en het beroep op verrekening faalt. De tegenvordering bestaande uit schadevergoeding wegens misleiding of wanprestatie en vergoeding van gemaakte kosten wordt afgewezen, omdat deze niet, althans onvoldoende is onderbouwd.

3 Feiten

3.1.

[eiseres] exploiteert een accountants- en belastingadvieskantoor.

3.2.

Garant exploiteert een autobedrijf (in- en verkoop, reparatie en onderhoud van auto’s).

3.3.

[eiseres] heeft met ingang van 2016 in opdracht en voor rekening van Garant financiële, administratieve en belasting technische (advies)werkzaamheden voor de (boek)jaren 2015, 2016 en 2017 verricht.

3.4.

Op 4 augustus 2016 schrijft de heer [A] (hierna: [A] ) namens [eiseres] in een e-mail aan de heer [B] (hierna: [B] ) van Garant onder meer:

Ik heb in mijn eerdere e-mail aangegeven dat ik je elke maand een voorschotfactuur van € 750 blijf zenden. Dit bedrag heb ik niet gewijzigd omdat we ook te maken hebben met extra kosten van de overname. (…)

Wel zal ik na afloop van elk kwartaal een afrekening opmaken om bij te houden in hoeverre de voorschotten voldoende zijn geweest. Waar ik overigens wel van uit ga.

De voorschotten bedragen dan over dit jaar 9 x € 750 = € 6.750 (Excl. BTW) wat volgens mij voldoende moet zijn voor de werkzaamheden en zorgt dat je niet voor grote verrassingen komt te staan.

3.5.

In een e-mail van 21 maart 2017 met de specificatie van de werkzaamheden over het jaar 2016 schrijft [A] aan [B] :

Bijgevoegd de specificatie van de werkzaamheden over het jaar 2016. Ik heb achter de totalen 2016, het verschil, alsook de begrote bedragen voor 2017 vermeld. (…)

Over de ontstane situatie moet ik de hand in eigen boezem steken. Ik ben daar te makkelijk in geweest als het gaat om informatie naar jullie toe over de stand van de werkzaamheden etc.

Voor 2017 wil ik het zo gaan doen dat je over elke maand dat er werkzaamheden verricht zijn een declaratie ontvangt zodat er geen enkel misverstand kan zijn over gefactureerde bedragen of verrassingen die er opdoemen. (…)

Begroot 2017

(…)

___________

13.300,00

3.6.

Met betrekking tot de werkzaamheden over het jaar 2017 beantwoordt [A] op 17 mei 2017 per e-mail vragen van [B] waaronder de volgende:

- Kunnen we echt heldere afspraken maken voor de toekomst?

Ik heb je bij de brief van 22 maart en ook als bijlage bij de declaratie over het 1e kwartaal aangegeven wat ik verwacht over 2017, (…). Een 100% zekerheid vooraf kan ik je achter niet geven. Wel is duidelijk, en ik betreur dat zeer dat ik niet goed heb begrepen dat je de prijsindicatie als een totaal plaatje hebt gezien terwijl daarin een aantal niet in hoogte in te schatten werkzaamheden niet waren opgenomen. Dat houdt in dat wij ons bij het inzetten van bepaalde werkzaamheden ons nog meer dan normaal er van moeten vergewissen dat wij en jullie op dezelfde golflengte zitten.(…)

Vorige week heb ik de factuur zien binnenkomen, ik wacht even met een reactie daarop tot dat wij hier helderheid in hebben verschaft. (…)

Ik begrijp dat je over 2016 nog nader wilt overleggen en ik sta daar ook voor open. De declaratie over 2017 is volgens mij conform begroting en staat wat mij betreft buiten de discussie, Daarnaast kan jet toch niet zo zijn dat de betalingen volledig stel moeten staan en de dienstverlening doorgaat?(…)

3.7.

Op 24 april 2018 stuurt [eiseres] per aangetekende brief Garant een overzicht van openstaande declaraties van 2017 voor een bedrag van € 11.698,28 exclusief rente.

3.8.

In een e-mail van 14 mei 2018 schrijft [C] aan [B] :

Zoals je weet staat er in onze administratie op dit moment nog een aanzienlijk bedrag open op naam van Autobedrijf Garant B.V. (…)

Ik wil je nog éénmaal de mogelijkheid geven om tegen finale kwijting € 7.500 te voldoen. Wanneer wij vóór 17 mei a.s. geen betaling hebben ontvangen, vervallen alle afspraken en voorstellen met betrekking tot de betaling van het openstaande bedrag en zien wij ons genoodzaakt het incassotraject te starten.

3.9.

[B] schrijft in een e-mail van 16 mei 2018 aan [C] :

Zoals je weet zijn wij sinds februari 2017 in gesprek met [A] inzake de ontstane onduidelijkheid omtrent de facturatie en andere problematiek. (…)

Doordat ik niet met [A] hieruit ben gekomen heb ik me tot jou gericht omdat jij verantwoordelijk bent voor de klachtafhandeling volgens jullie website. (…)

Wat betreft jouw voorstel van €7500 Daarvan ontvang ik graag een gespecificeerde factuur. Met gespecificeerd bedoel ik op detail niveau hoeveel uur, door wie waaraan is besteed en waarvoor. (…) Ik vraag jou nog even na te gaan hoe het zit met de verrekening van de werkzaamheden die wij in 2016 op voorhand aan jullie hebben voldaan en die niet zijn uitgevoerd. Het lijkt mij niet meer dan schappelijk dat die in mindering wordt gebracht op de openstaande post van 2017.

3.10.

De openstaande declaraties voor 2017 zijn onbetaald gebleven.

4 De vordering

4.1.

[eiseres] vordert dat de kantonrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, Garant veroordeelt:

- om aan [eiseres] , tegen bewijs van kwijting te betalen een bedrag van € 17.241,75, te vermeerderen met rente van 12% per jaar over € 11.698,28 vanaf 12 oktober 2020 tot aan de dag van algehele voldoening;

- in de proceskosten, daaronder begrepen een bedrag aan salaris voor de gemachtigde van [eiseres] .

4.2.

Zij legt aan de vordering ten grondslag – kort weergegeven – dat Garant haar verplichting tot betaling niet is nagekomen.

5 Het verweer en de tegenvordering

5.1.

Garant betwist de vordering (gedeeltelijk). Hij erkent dat de declaraties onbetaald zijn gebleven, maar voert aan – samengevat – dat hij deze (grotendeels) kan verrekenen met voorschotten die hij in 2016 heeft betaald.

5.2.

Garant vordert bij wijze van tegenvordering dat de kantonrechter [eiseres] veroordeelt tot betaling van € 245.787,84 aan schadevergoeding en € 4.071,98 aan gemaakte kosten.

5.3.

Zij legt aan de tegenvordering ten grondslag – kort weergegeven – dat sprake is van wanprestatie.

5.4.

[eiseres] betwist de tegenvordering.

6 De beoordeling

de vordering

6.1.

Vast staat dat de declaraties voor 2017 voor een totaalbedrag van € 11.698,28 onbetaald zijn gebleven. Ook staat vast dat het totaal van de declaraties binnen de begroting valt die [A] op 21 maart 2017 namens [eiseres] aan Garant zond. Garant voert aan dat zij niet akkoord was met die begroting, maar zij heeft [eiseres] op dat moment niet gezegd de werkzaamheden te stoppen. Garant erkent ook dat [eiseres] in 2017 werkzaamheden heeft verricht, maar [eiseres] heeft die werkzaamheden in beperktere vorm uitgevoerd dan voorgesteld. De werkzaamheden inzake jaarrekening(en) zagen bijvoorbeeld alleen op de jaarrekening voor 2015, aldus Garant. Voor zover Garant met dit verweer heeft bedoeld dat [eiseres] voor 2017 teveel in rekening heeft gebracht, slaagt dat verweer niet. [eiseres] is ruim € 1.600,00 binnen de begroting gebleven en Garant heeft niet aangegeven voor welke werkzaamheden [eiseres] teveel heeft gerekend. Garant uit daarnaast nog haar ongenoegen over de wijze van declareren in 2016, maar - hoe slecht de begroting van de werkzaamheden voor 2016 en de communicatie vanuit [eiseres] ook was - de declaraties voor 2016 zijn volledig voldaan en staan los van de vordering die [eiseres] nu heeft ingesteld.

6.2.

Het verweer van Garant op verrekening met een bedrag van € 6.000,00 aan betaalde voorschotten in 2016, slaagt evenmin. Uit de door [eiseres] overgelegde declaratie met nummer [nummer 1] van 1 maart 2017 volgt namelijk dat deze voorschotten al zijn verrekend met werkzaamheden verricht in de periode 1 april 2016 tot en met 31 december 2016. Garant erkent dat er van april tot en met december 2016 werkzaamheden zijn verricht en dat er toen uitsluitend voorschotnota’s zijn betaald. Hoewel de kantonrechter het met Garant eens is dat het op zijn minst merkwaardig is dat deze werkzaamheden pas op 1 maart 2017 zijn gedeclareerd - en vervolgens op 6 mei 2017 deels gecrediteerd -, betekent het enkele feit dat deze declaraties niet zijn verstuurd of ontvangen, niet dat niet voor de werkzaamheden in 2016 betaald hoeft te worden. Datzelfde geldt voor het verwijt van Garant dat de declaraties onvoldoende zijn gespecificeerd. Dat is slordig, maar ontslaat Garant niet van haar betalingsverplichting. Daarbij komt dat [eiseres] de werkzaamheden in 2017 - waar de onderhavige vordering op ziet - overeenkomstig toezegging maandelijks heeft gedeclareerd en bij iedere post een korte omschrijving van de werkzaamheden heeft vermeld, zodat voor Garant inzichtelijk was dat in 2017 binnen de begroting werd gewerkt.

6.3.

Garant voert ten slotte nog aan dat sprake is van factuurfraude, omdat de declaraties met nummer [nummer 1] en [nummer 2] van 1 maart respectievelijk 6 mei 2017, niet verstuurd of niet ontvangen en dus fictief zijn. Ook vermelden de declaraties een onbekend cliënt nummer ( [nummer 3] in plaats van [nummer 4] ) aldus Garant. De kantonrechter volgt Garant niet in haar standpunt. Dat declaraties niet verzonden of ontvangen zijn, betekent op zich zelf niet dat sprake is van fraude. Daarnaast heeft [eiseres] voldoende onderbouwd dat als een klantnummer vervalt er door administratieve verplaatsing een ‘8’ voor het klantnummer wordt gevoegd, dat zichtbaar wordt bij het opnieuw uitdraaien van een declaratie.

6.4.

De vordering van [eiseres] tot betaling van de openstaande declaraties van 2017 voor een bedrag van € 11.698,28 is dan ook toewijsbaar.

Contractuele rente toewijsbaar

6.5.

Omdat Garant de gevorderde rente van 12% tot 12 oktober 2020 niet heeft betwist, is de vordering voor dat deel (€ 4.651,49) ook toewijsbaar. Datzelfde geldt voor de gevorderde rente van 12% vanaf 12 oktober 2020 over een bedrag van € 11.698,28.

Buitengerechtelijke incassokosten toewijsbaar

6.6.

[eiseres] maakt aanspraak op de vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De kantonrechter stelt vast dat het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is omdat het verzuim na 2012 is ingetreden. De kantonrechter stelt vast dat [eiseres] voldoende heeft gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. Het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten (€ 891,98) komt overeen met het in het Besluit bepaalde tarief en zal worden toegewezen.

6.7.

De conclusie is dat de kantonrechter de vordering van [eiseres] zal toewijzen.

6.8.

De proceskosten komen voor rekening van Garant, omdat zij ongelijk krijgt.

de tegenvordering

6.9.

Garant stelt dat zij financiële schade heeft geleden door nalatigheid, misleiding, verkeerd of onvolledig advies, kortom: wanprestatie van de zijde van [eiseres] . Garant onderbouwt dit door te stellen dat haar rechtsvorm (een besloten vennootschap) een negatief resultaat tot gevolg heeft gehad. Op de vraag of het niet beter zou zijn om weer terug te gaan naar een vennootschap onder firma (hierna: vof), heeft [eiseres] geadviseerd dat dat niet nodig of rendabel is, aldus Garant. [eiseres] heeft dit gemotiveerd betwist. Ook heeft [eiseres] onderbouwd dat een omzetting naar een vof pas mogelijk was na 31 maart 2017, omdat er bij oprichting van Garant op 31 maart 2014 fiscale faciliteiten waren benut. De vordering tot schadevergoeding zal worden afgewezen omdat deze onvoldoende is onderbouwd.

6.10.

Dat geldt ook voor de (betwiste) vordering tot betaling van gemaakte kosten rondom de dagvaarding. Garant heeft deze kosten, bestaande uit salaris-, juridische-, rente- en bemiddelingskosten niet, althans onvoldoende onderbouwd.

6.11.

De conclusie is dat de kantonrechter de vordering van Garant zal afwijzen.

6.12.

De proceskosten komen voor rekening van Garant, omdat zij ongelijk krijgt.

7 De beslissing

De kantonrechter:

de vordering

7.1.

veroordeelt Garant tot betaling aan [eiseres] van € 17.241,75, te vermeerderen met de rente van 12% over € 11.698,28 vanaf 12 oktober 2020 tot aan de dag van de gehele betaling;

7.2.

veroordeelt Garant tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van [eiseres] tot en met vandaag vaststelt op:
dagvaarding € 83,38;
griffierecht € 996,00;
salaris gemachtigde € 1.119,00 (3 x € 373,00);

7.3.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

7.4.

wijst de vordering voor het overige af.

de tegenvordering

7.5.

wijst de vordering af;

7.6.

veroordeelt Garant tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor [eiseres] worden vastgesteld op een bedrag van € 373,50 (1,5 x € 249,00) aan salaris van de gemachtigde van [eiseres] ;

7.7.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad voor wat betreft de proceskosten.

Dit vonnis is gewezen door mr. W.S.J. Thijs en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter