Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2021:8325

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
11-08-2021
Datum publicatie
14-10-2021
Zaaknummer
8851134 CV EXPL 20-9118
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Luchtvaartzaak. Vordering afgewezen. De passagiers hebben niet aan de stelplicht voldaan daar zij hebben nagelaten te stellen en te bewijzen dat hun vlucht is geannuleerd dan wel dat zij met meer dan 3 uur vertraging op de eindbestemming zijn aangekomen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling Privaatrecht

Sectie Kanton - locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 8851134 CV / EXPL 20-9118

Uitspraakdatum: 11 augustus 2021

Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:

1 [passagier sub 1]

2. [passagier sub 2]

beiden wonende [woonplaats]

eisers

hierna te noemen: de passagiers

gemachtigde: Verdex B.V.

tegen

de buitenlandse rechtspersoon

Lot Polish Airlines Polskie Linie Lotnicze,

gevestigd te Warschau (Polen) en mede kantoorhoudende te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer

gedaagde

hierna te noemen: de vervoerder

gemachtigden: mr. R.L.S.M. Pessers en mr. A. Daoudi

1 Het procesverloop

1.1.

De passagiers hebben bij dagvaarding van 9 september 2020 een vordering tegen de vervoerder ingesteld. De vervoerder heeft schriftelijk geantwoord.

1.2.

De passagiers hebben, hoewel zij daartoe in de gelegenheid zijn gesteld, hierop niet gereageerd.

2 De feiten

2.1.

De passagiers hebben een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan de vervoerder de passagiers diende te vervoeren van Amsterdam naar Warschau (Polen) en vervolgens vanuit Warschau naar Yerevan (Armenië) op 13 augustus 2019.

2.2.

De vlucht van Amsterdam naar Warschau (hierna: de vlucht) is vertraagd uitgevoerd. De vervoerder heeft de passagiers omgeboekt.

2.3.

De passagiers hebben compensatie van de vervoerder gevorderd.

2.4.

De vervoerder heeft geweigerd tot betaling over te gaan.

3 De vordering

3.1.

De passagiers vorderen dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:

- € 800,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 13 augustus 2019 tot aan de dag der algehele voldoening;

- € 181,50, althans een in redelijke justitie door de rechter te bepalen bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag der dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening;

- de proceskosten en de nakosten.

3.2.

De passagiers hebben aan de vordering ten grondslag gelegd de Verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten en tot intrekking van de verordening (EEG) nr. 295/91 (hierna: de Verordening) en de daarop betrekking hebbende rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat de vervoerder vanwege de annulering van de vlucht gehouden is hen te compenseren conform artikel 7 van de Verordening tot een bedrag van € 400,00 per passagier.

4 Het verweer

4.1.

De vervoerder betwist de vordering en voert – samengevat – aan dat de passagiers niet aan hun substantiëringsplicht (de kantonrechter begrijpt: de stelplicht) hebben voldaan daar zij hebben nagelaten te stellen en te bewijzen dat hun vlucht is geannuleerd, dan wel dat zij met meer dan drie uur vertraging zijn aangekomen op hun eindbestemming. De passagiers hebben voorts nagelaten te vermelden dat zij zijn omgeboekt op een alternatieve vlucht en met hoeveel vertraging zij daarmee zijn gearriveerd op hun eindbestemming. Volgens de vervoerder is de vlucht niet geannuleerd, maar vertraagd uitgevoerd. De vervoerder voert daartoe aan dat de vertraging van de vlucht het gevolg is van buitengewone omstandigheden als bedoeld in artikel 5 lid 3 van de Verordening, te weten een blikseminslag en daarmee samenhangende noodzakelijke veiligheidsinspectie, die ondanks het treffen van redelijke maatregelen niet voorkomen hadden kunnen worden.

4.2.

Voorts betwist de vervoerder buitengerechtelijke kosten verschuldigd te zijn omdat het gevorderde bedrag niet is onderbouwd.

5 De beoordeling

5.1.

De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat de Nederlandse rechter in deze zaak bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.

5.2.

De vervoerder heeft primair aangevoerd dat de passagiers niet hebben voldaan aan de substantiëringsplicht (de kantonrechter begrijpt: de stelplicht), doordat de passagiers hebben nagelaten te bewijzen dat hun vlucht geannuleerd was dan wel dat zij met meer dan drie uur vertraging op de eindbestemming zijn aangekomen. Dit verweer slaagt. De kantonrechter overweegt dat de stelplicht en bewijslast ten aanzien van de gestelde annulering dan wel vertraging van de vlucht op de passagiers rust. Zij doen immers een beroep op het rechtsgevolg van die stelling, te weten het recht op compensatie op grond van de Verordening. De passagiers hebben hun stelling dat hun vlucht is geannuleerd dan wel dat zij met meer dan drie uur vertraging op de eindbestemming zijn aangekomen niet nader onderbouwd. Het had op de weg van de passagiers gelegen om meer feiten en omstandigheden aan te voeren waaruit de juistheid van hun stelling kan volgen. Dit hebben de passagiers echter nagelaten. Tegenover de betwisting door de vervoerder is daarom niet komen vast te staan dat de vlucht van de passagiers is geannuleerd dan wel dat de passagiers met een vertraging van drie uur of meer op de eindbestemming te Yerevan zijn aangekomen. De vordering van de passagiers zal dan ook worden afgewezen.

5.3.

Als de in het ongelijk gestelde partij zullen de passagiers in de kosten van de procedure worden veroordeeld.

5.4.

De gevorderde nakosten worden overeenkomstig de richtlijnen van het Landelijk Overleg Voorzitters Civiele sectoren en Kantonsectoren begroot op een half salarispunt conform het gebruikelijke liquidatietarief voor proceskosten tot een maximum van € 124,00.

6 De beslissing

De kantonrechter:

6.1.

wijst de vordering van de passagiers af;

6.2.

veroordeelt de passagiers tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op een bedrag van € 124,00 aan salaris van de gemachtigde van de vervoerder;

6.3.

veroordeelt de passagiers tot betaling van € 62,00 aan nakosten, voor zover daadwerkelijk nakosten door de vervoerder worden gemaakt, te vermeerderen, indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met de explootkosten van betekening van het vonnis;

6.4.

verklaart dit vonnis, ten aanzien van de proceskostenveroordeling, uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter