Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2021:7863

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
10-08-2021
Datum publicatie
13-09-2021
Zaaknummer
HAA 21/2991
Rechtsgebieden
Bestuursprocesrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

BNT gegrond. Vanwege reces van de gemeenteraad langere beslistermijn opgelegd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Bestuursrecht

zaaknummer: HAA 21/2991


uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 augustus 2021 in de zaak tussen


[eiser] , te [woonplaats] , eiser

en

de raad van de gemeente Haarlem, verweerder.

Inleiding

Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiser heeft ingesteld omdat verweerder volgens hem niet op tijd heeft beslist op zijn bezwaarschriften van 11 februari 2021 en 18 februari 2021 omtrent de opheffing van de geheimhouding van stukken omtrent het PWC-rapport en het vooronderzoek daaromtrent.

Verweerder heeft op 14 juli 2021 een verweerschrift ingediend.

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in deze zaak niet nodig is.

2. Als een bestuursorgaan niet op tijd beslist op een aanvraag of bezwaarschrift, kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Voordat hij beroep kan instellen, moet de betrokkene per brief aan het bestuursorgaan laten weten dat binnen twee weken alsnog beslist moet worden op zijn aanvraag of bezwaar (de zogenoemde ingebrekestelling). Als er na die twee weken nog steeds geen besluit is, dan kan de betrokkene beroep instellen. Dit staat (onder andere) in artikel 6:12 van de Awb.

3. Eiser heeft bezwaarschriften ingediend op 11 februari 2021 en 18 februari 2021. Verweerder moet binnen zes weken beslissen, gerekend vanaf het moment waarop de bezwaartermijn voorbij is. Omdat er een adviescommissie is, geldt in dit geval een termijn van twaalf weken. Dat staat in artikel 7:10 en 7:13 van de Awb. De termijn waarbinnen verweerder moet beslissen is verstreken. Eiser heeft verweerder op 18 juni 2021 in gebreke gesteld en sindsdien zijn twee weken voorbij gegaan.

4. Verweerder heeft in zijn verweerschrift van 14 juli 2021 erkend dat de beslistermijn is overschreden. Er ligt inmiddels een advies van de onafhankelijke adviescommissie bezwaarschriften. Het college is al akkoord met dit advies, maar aangezien het een raadsbevoegdheid betreft, dient deze zaak ook door de gemeenteraad bekrachtigd te worden. Vanwege het reces is de eerstvolgende raadsvergadering pas weer 23 september 2021. Het is dan ook onmogelijk om de termijnen die worden gesteld te halen. Zo spoedig mogelijk na 23 september 2021 zal het besluit op bezwaar aan eiser worden toegezonden, uiterlijk binnen twee weken na die datum.

5. Omdat verweerder nog geen (nieuw) besluit heeft genomen, bepaalt de rechtbank dat verweerder dit alsnog moet doen.

6. Op grond van artikel 8:55, eerste lid, van de Awb moet verweerder dit doen binnen twee weken na het verzenden van deze uitspraak. In bijzondere gevallen of als dit vanwege een wettelijk voorschrift nodig is, kan de rechtbank op grond van het derde lid een andere termijn geven. Verweerder heeft uitgelegd dat hij deze tijd nodig heeft omdat de gemeenteraad vanwege het reces pas weer op 23 september 2021 een raadsvergadering heeft. De rechtbank zal, gezien de door verweerder geschetste omstandigheden, verweerder opdragen uiterlijk op 6 oktober 2021 een besluit bekend te maken.

7. De rechtbank bepaalt dat verweerder een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag waarmee de beslistermijn nu nog wordt overschreden door verweerder. Daarbij geldt wel een maximum van € 15.000,-.

8. Het beroep is kennelijk gegrond.

9. Omdat de rechtbank het beroep gegrond verklaart, moet verweerder aan eiser het door hem betaalde griffierecht vergoeden.

10. Er zijn geen voor vergoeding in aanmerking komende proceskosten.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt het, met een besluit gelijk te stellen, niet tijdig nemen van een besluit;

- draagt verweerder op om uiterlijk op 6 oktober 2021 alsnog een besluit op bezwaar bekend te maken;

- bepaalt dat verweerder aan eiser een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag waarmee hij de hiervoor genoemde termijn overschrijdt, met een maximum van
€ 15.000,-;

- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 181,- aan eiser te vergoeden.

Deze uitspraak is gedaan door mr. W.B. Klaus, rechter, in aanwezigheid van A.C. Karels, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 10 augustus 2021.

griffier

rechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.