Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2021:7304

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
31-08-2021
Datum publicatie
06-09-2021
Zaaknummer
AWB - 20 _ 3772
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

PW, maatregel wegens onvoldoende meewerken aan een door verweerder aangeboden voorziening. Beroep gegrond

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Zittingsplaats Haarlem

Bestuursrecht

zaaknummer: HAA 20/3772

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 31 augustus 2021 in de zaak tussen

[eiseres] , eiseres,

[eiser] , te [woonplaats] , eiser,

Gezamenlijk te noemen: eisers,

(gemachtigde: mr. R.J.A. Verhoeven),

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Alkmaar, verweerder

(gemachtigde: mr. S.S. Kindt-Jiawan).

Procesverloop

Bij besluit van 23 april 2020 (het primaire besluit) heeft verweerder op grond van de Participatiewet (PW) en de Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ, Alkmaar 2015 (Verordening) bij wijze van maatregel de bijstand van eisers verlaagd met 50% gedurende één maand met ingang van 1 mei 2020.

Bij besluit van 24 juni 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eisers ongegrond verklaard.

Eisers hebben tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 9 juli 2021. Eiseres is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Eiser is niet verschenen. Verweerder is vertegenwoordigd door zijn gemachtigde. Ook is [naam 1] verschenen, tolk in de Arabische taal.

Overwegingen

1.1.

Eisers ontvangen sinds november 2016 een bijstandsuitkering. Zij hebben een zoon die in [# 1] is geboren.

1.2

Op 2 oktober 2018 heeft verweerder bij Thobs Career Development (Thobs) een

re-integratieproduct voor eiseres ingekocht. Bij Thobs zal eiseres module 1 en 2 gaan volgen. Module 1 ‘aanbodversterking’ ziet op arbeidsmarkt oriëntatie, taalniveau en op verkeersveiligheid. Module 2 ‘integratie’ ziet op sociaal netwerk, computerles en op vrijwilligerswerk. Het re-integratietraject start op 11 oktober 2018 en heeft een looptijd van maximaal 12 maanden.

1.3.

Thobs heeft op 12 februari 2019 een voortgangsrapport opgesteld wat vermeldt wat eiseres zoal heeft gedaan. Ten aanzien van het onderdeel houding en inzet vermeldt het rapport dat eiseres vanaf het begin af aan erg reactief reageert. Tijdens de afspraken komt zij altijd met haar man waardoor zij geen Nederlands hoeft te spreken en zij zich achter hem kan verschuilen. Zij wil graag vrijwilligerswerk in de kinderopvang doen maar dat is lastig volgens het rapport omdat daarvoor voornamelijk ervaring en /of een diploma wordt gevraagd. Ook had eiseres niet erg enthousiast gereageerd op de mogelijkheid om vrijwilligerswerk bij de [# 2] te doen omdat zij eerst haar examen Nederlands wilde halen. Wel positief is volgens het rapport dat eisers zelf een taalcoach heeft gevonden. Zij is eenmaal bij de training ‘Ik doe mee’ geweest en daarna niet meer omdat het te koud was om met haar baby naar buiten te gaan. In een gesprek met eiseres heeft de medewerker van Thobs aangegeven dat dat niet de manier is en eiseres is uitgenodigd voor de trainingsronde in het kader van de integratiefase en die trainingsronde start op 22 februari 2019.

1.4.

Uit de voortgangsrapportage van Thobs van 10 juli 2019 blijkt ten aanzien van het onderdeel houding en inzet dat een aantal zaken in de ontwikkeling van de taal van eiseres zijn gerealiseerd zoals het hebben van een taalmaat. Verder lijkt eiseres zich volgens het rapport weinig van afspraken aan te trekken en reageert ze niet op de mail. Zij kon opnieuw deelnemen aan de cultuurtraining die plaatsvond in de periode maart 2020 tot mei 2020 maar kwam daar regelmatig niet opdagen. De medewerker van Thobs heeft aangestuurd op een gesprek met eiseres maar ondanks het verplichtende karakter daarvan, heeft eiseres ook daaraan geen gehoor gegeven. Het rapport vermeldt verder dat eiseres voor de laatste keer is opgeroepen om deel te nemen aan de training maar daar is ze ook niet verschenen. Er zal nog een laatste actie richting eiseres en eiser wordt ondernomen. De rapportage besluit met de mededeling: “Als dit niet werkt, zitten we bij je aan tafel voor het belemmeren van de procesgang.”

1.5.

De eindrapportage van Thobs van 11 december 2019 vermeldt over de houding en inzet van eiseres dat er volgens Thobs eigenlijk geen land met eiseres te bezeilen is. Qua communicatie en afspraak gaat het zeer moeilijk. Verder is sprake van een klassiek model gezinsopstelling waarin eiser voltijds werkt en eiseres thuis bij hun zoon hoort te zijn. Er is volgens de rapportage weinig progressie; eiseres zegt ja maar doet nee en de ware reden daarvoor is slecht te achterhalen. Er is geen buurthuis bezocht noch het taalhuis en Thobs vindt het qua integratie zorgelijk. Thobs heeft het traject gesloten maar heeft eiseres nog wel extra taalhulpmogelijkheden aangeboden.

1.6.

Na ontvangst van het eindrapport van Thobs heeft verweerder het primaire besluit genomen waarbij aan eisers een maatregel is opgelegd, inhoudende dat hun bijstandsuitkering over de maand mei 2020 met 50% verlaagd wordt. Bij het bestreden besluit heeft verweerder het primaire besluit gehandhaafd.

2.1.

Verweerder stelt zich allereerst op het standpunt dat eisers in de bezwaarfase zijn bijgestaan door mevrouw [naam 2] . In het kader van een informele aanpak is er op 17 juni 2020 telefonisch contact geweest tussen de behandelaar van het bezwaarschrift en [naam 2] . In dat gesprek zijn de bezwaren van eisers besproken, heeft [naam 2] aangegeven dat het bezwaar niet wordt ingetrokken en dat er geen behoefte meer is tot het houden van een hoorzitting. Volgens verweerder hebben eisers dan ook afgezien van het recht te worden gehoord.

2.2.

Eisers betwisten dat zij van een hoorzitting hebben willen afzien en stellen dat het dossier ook geen schriftelijke verklaring bevat waaruit dat blijkt.

2.3.

In artikel 7:2, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is bepaald dat voordat een bestuursorgaan op het bezwaar beslist, het belanghebbenden in de gelegenheid stelt te worden gehoord. Op grond van artikel 7:3, aanhef en onder c, van de Awb kan van het horen worden afgezien als de belanghebbende heeft verklaard geen gebruik te willen maken van het recht te worden gehoord.

2.4.

De rechtbank overweegt dat verweerder bij zijn verweerschrift e-mailberichten heeft overgelegd tussen [naam 2] en de gemachtigde van verweerder ter zitting die ook de behandelaar van het bezwaar was. Deze e-mailberichten zien op de periode van 8 juni 2020 tot en met 24 juni 2020. Uit deze e-mailberichten komt duidelijk naar voren dat [naam 2] namens eisers optrad als hun gemachtigde in de bezwaarfase. Zo ziet het e-mailbericht van 8 juni 2020 op de naderhand ingetrokken beslissing op bezwaar van 3 juni 2020 en in het e-mailbericht bevestigt de gemachtigde van verweerder aan [naam 2] dat de bezwaarprocedure wordt heropend. Als bijlage bij het e-mailbericht is de brief van 8 juni 2020 gevoegd waarin verweerder eisers meedeelt dat het besluit op bezwaar van 3 juni 2020 wordt ingetrokken. Voorts vermeldt de gemachtigde van eisers in zijn beroepsgronden van 23 juli 2020 ook dat [naam 2] namens eisers optrad. De rechtbank heeft dan ook geen reden om te twijfelen aan datgene wat verweerder in het bestreden besluit over het afzien van de hoorzitting heeft vermeldt. Omdat artikel 7:3, aanhef en onder c, van de Awb voorts niet vereist dat de verklaring omtrent het afzien van het horen schriftelijk moet worden vastgelegd, slaagt deze beroepsgrond van eisers niet.

3.1.

Volgens verweerder heeft hij terecht en op de juiste gronden eisers een maatregel opgelegd van 50% voor de duur van één maand. Uit de eindrapportage van Thobs blijkt dat eiseres zich schuldig heeft gemaakt aan een verwijtbare gedraging. Zij is zeer weinig verschenen op de trainingen van Thobs en is de afspraken niet nagekomen. Vanuit Thobs is eiseres meermalen de mogelijkheid geboden om het in het vervolg beter aan te pakken maar daarop is zij niet ingegaan. Zij heeft onvoldoende gebruik gemaakt van een door verweerder aangeboden voorziening gericht op de arbeidsinschakeling, waaronder sociale activering. Het is verweerder niet gebleken dat eiseres hiervan geen verwijt kan worden gemaakt. In het kader van de re-integratie bestaan er mogelijkheden tot kinderopvang van de zoon van eisers en vanuit Thobs is actief geprobeerd eiseres ertoe te bewegen mee te werken. Dat eiser werkt en eiseres taallessen volgt, maakt niet dat eiseres haar verplichtingen niet na dient te [naam 2] . Ook zijn er volgens verweerder geen dringende redenen om af te zien van het opleggen van een maatregel dan wel om toepassing te geven aan de hardheidsclausule.

3.2.

Eisers betwisten dat sprake zou zijn van een verwijtbare gedraging aan de zijde van eiseres. Haar beheersing van de Nederlandse taal was volstrekt onvoldoende om in enigermate mate zinvol te kunnen deelnemen aan het traject. Zij kende slechts een paar woorden Nederlands. Eiseres heeft zich ingespannen om de Nederlandse taal te leren in het kader van haar inburgering. Daartoe kreeg zij drie keer per week drie uur les. Bij Thobs is zij vier van de zes bijeenkomsten geweest, ook al kon ze niet volgen wat er werd gezegd. Verweerder heeft eisers opgezadeld met een schier onmogelijke opdracht: zonder de beheersing van de Nederlandse taal moest eiseres vaardigheden verwerven om deel te kunnen nemen aan (vrijwilligers)werk. Eisers hebben nog geen schulden. Dit wordt mogelijk anders indien verweerder vasthoudt aan de opgelegde maatregel. Dat is het paard achter de wagen spannen.

4. Op grond van artikel 9, eerste lid, aanhef, en onder b, van de PW is de belanghebbende verplicht gebruik te maken van een door het college aangeboden voorziening, waaronder begrepen sociale activering, gericht op arbeidsinschakeling.

Op grond van artikel 18, tweede lid, van de PW verlaagt het college de bijstand overeenkomstig de verordening indien de belanghebbende de verplichtingen voortvloeiende uit deze wet niet nakomt. De verlaging vindt plaats bij wijze van maatregel.

Op grond van artikel 8, aanhef en het derde lid, onder b, van de Verordening is het onvoldoende gebruik maken van een door het college aangeboden voorziening gericht op arbeidsinschakeling, waaronder sociale activering, een gedraging van de derde categorie.

Op grond van artikel 10, eerste lid, aanhef en onder c, van de Verordening wordt de verlaging bij een gedraging van de derde categorie vastgesteld op 50% van de norm gedurende één maand.

Op grond van artikel 5, eerste lid, aanhef en onder b, van de Verordening ziet het college af van het toepassen van een verlaging als de gedraging meer dan één jaar vóór constatering van die gedraging door het college heeft plaatsgevonden.

5.1.

Eiseres is in beginsel verplicht om gebruik te maken van een door verweerder aangeboden voorziening gericht op arbeidsinschakeling. Niet in geschil is dat het traject bij Thobs een dergelijke voorziening is. In deze zaak is in geschil of verweerder terecht aan eisers een maatregel heeft opgelegd op de grond dat eiseres onvoldoende gebruik heeft gemaakt van de aangeboden voorziening en dat haar dat te verwijten is.

5.2.

Een besluit tot het opleggen van een maatregel is een voor de betrokkene belastend besluit. Dat betekent dat het op de weg van verweerder ligt om aannemelijk te maken dat eiseres niet heeft voldaan aan de verplichtingen van artikel 9, eerste lid, aanhef, en onder b, van de PW.

5.3.

De rechtbank stelt vast dat verweerder de eindrapportage van Thobs van 11 december 2019 op 7 januari 2020 heeft ontvangen. Het VIP-trajectplan en de twee rapportages van Thobs zien op de periode van 11 oktober 2018 van 11 december 2019 en beslaan dus ruim een jaar. Uit deze rapportages valt echter niet op te maken wanneer eiseres in gebreke zou zijn gebleven en hoe vaak zij verzuimd heeft deel te nemen aan trainingen. Volgens eiseres heeft zij aan vier van de zes trainingen deelgenomen en heeft zij zich afgemeld voor de overige twee omdat zij toen geen oppas had voor haar zoon. In het kader van artikel 5, eerste lid, aanhef en onder b, van de Verordening valt naar het oordeel van de rechtbank niet vast te stellen wanneer welke gestelde verwijtbare gedraging heeft plaatsgevonden.

5.4.

Ook stelt de rechtbank vast dat uit het VIP-trajectplan op maat van Thobs dat op 11 oktober 2018 is opgemaakt blijkt dat eiseres in haar thuisland geen opleiding of werk heeft genoten en geen enkele ervaring heeft met het betreden van de (Nederlandse) arbeidsmarkt. Het maximaal haalbare einddoel van het traject van eiseres acht Thobs het vinden van een vrijwilligersbaan. Ook blijkt uit het trajectplan dat tijdens het kennismakingsgesprek met eiseres duidelijk is te merken dat eiseres de Nederlandse taal nog niet goed beheerst en op vragen geen duidelijk antwoord kan geven. Daarom zal het traject zich alleen richten op module 1 en 2 en niet op module 3. Naast het traject bij Thobs kreeg eiseres drie keer per week drie uur les in het kader van haar inburgering. Thobs heeft in december 2019 het traject met eiseres afgesloten maar ook daarna heeft Thobs eiseres extra taalhulp aangeboden. Bij de afsluiting van het traject had eiseres alle doelen behaald behalve het verrichten van vrijwilligerswerk. Maar ten aanzien van dat doel had Thobs bij aanvang van het traject ook al twijfels of het doel wel gehaald zou worden. Naar het oordeel van de rechtbank lijkt het hele traject bij Thobs een overvraging van eiseres te zijn gelet op haar taalniveau en het feit dat ze pas zeven maanden na afloop van dat traject haar inburgeringsdiploma heeft gehaald. Ook is gebleken dat Thobs in juli 2019 aan verweerder heeft aangegeven dat er nog een laatste actie richting eiseres en eiser zou worden ondernomen en dat de medewerker van Thobs anders bij verweerder “aan tafel gaat zitten voor het belemmeren van de procesgang”. Uit de stukken blijkt echter niet dat dat vervolgens ook is gebeurd of dat verweerder naar aanleiding van die melding in de voortgangsrapportage eiseres heeft uitgenodigd voor een gesprek over haar verplichtingen in het kader van de PW. Wel blijkt uit de stukken dat eiseres bijeenkomsten heeft gemist en niet valt uit te sluiten dat zij ook steken heeft laten vallen. Verweerder heeft naar het oordeel van de rechtbank evenwel onvoldoende concreet gemaakt welke verwijtbare gedraging, van wanneer, eiseres kan worden tegengeworpen. Hetgeen in de eindrapportage van Thobs van 11 december 2019 over de houding en inzet van eiseres is gesteld is daarvoor onvoldoende.

6. Al het hiervoor vermelde leidt ertoe dat het beroep tegen het bestreden besluit gegrond is. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit II en ziet aanleiding zelf in de zaak te voorzien door het primaire besluit te herroepen. Daarbij is in aanmerking genomen dat de gemachtigde van verweerder ter zitting heeft aangegeven niet over meer informatie te beschikken.

7. De rechtbank veroordeelt verweerder in de proceskosten van eisers. De rechtbank stelt de kosten van de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht vast op € 1.496,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, 1 punt voor het verschijnen ter zitting, met een waarde per punt van € 748,- en een wegingsfactor 1). Omdat het beroep tegen het bestreden besluit gegrond verklaard wordt, moet verweerder het griffierecht van € 48,- aan eisers vergoeden.

Beslissing

De rechtbank:

  • -

    verklaart het beroep gegrond;

  • -

    vernietigt het bestreden besluit en bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit;

  • -

    herroept het primaire besluit;

  • -

    veroordeelt verweerder in de proceskosten van eisers tot een bedrag van € 1.496,-;

  • -

    bepaalt dat verweerder aan eisers het griffierecht van € 48,- vergoedt.

Deze uitspraak is gedaan door mr. P.H. Lauryssen, rechter, in aanwezigheid van

D.M.M. Luijckx, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 31 augustus 2021.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening.