Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2021:7300

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
01-09-2021
Datum publicatie
10-09-2021
Zaaknummer
9166295
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Geen opdracht door verhuurder voor uitgevoerde werkzaamheden aan de woning. Verhuurder is ook niet rechtsgeldig vertegenwoordigd door een ander (huurster/makelaar) en heeft niet de schijn van vertegenwoordiging gewerkt

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind

locatie Alkmaar

Zaaknr./rolnr.: 9166295 \ CV EXPL 21-2105

Uitspraakdatum: 1 september 2021

Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid HBD Advies BV, v.h.o.d.n. Debbe b.v.

gevestigd te Hilversum

eiseres

verder te noemen: HBD

gemachtigde: TeRecht deurwaarders

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Rentko Holding B.V.

gevestigd te Hoorn

gedaagde

verder te noemen: Rentko

Samenvatting van de zaak en de beslissing

In deze zaak gaat het om de vraag of een verhuurder de aan een woning uitgevoerde werkzaamheden moet betalen aan de opdrachtnemer. De kantonrechter beantwoordt deze vraag ontkennend. De verhuurder heeft voor deze werkzaamheden geen opdracht gegeven en is niet rechtsgeldig vertegenwoordigd door een ander, de huurster of makelaar. De verhuurder heeft ook niet de schijn gewekt dat de huurster haar mocht vertegenwoordigen.

1 Het procesverloop

1.1.

HBD heeft bij dagvaarding van 14 april 2021 een vordering tegen Rentko ingesteld. Rentko heeft schriftelijk geantwoord.

1.2.

HBD heeft hierop schriftelijk gereageerd, waarna Rentko een schriftelijke reactie heeft gegeven.

2 De feiten

2.1.

HBD heeft een factuur van € 1.711,40 inclusief btw, gedateerd op 26 juli 2018, gestuurd aan Rentko voor diverse werkzaamheden in de woning aan het adres Rading 2a, huisje 5 in Loosdrecht.

2.2.

De woning werd ten tijde van de werkzaamheden door Rentko via een makelaarskantoor verhuurd.

2.3.

Rentko heeft op 27 december 2018 € 700,59 betaald aan HBD.

3 Het geschil

3.1.

HBD vordert dat de kantonrechter Rentko veroordeelt tot betaling van € 1.408,09, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente.

3.2.

HBD legt aan de vordering ten grondslag – kort weergegeven – dat zij in opdracht en voor rekening van Rentko diverse werkzaamheden heeft verricht. De opdracht voor de werkzaamheden werd door verschillende partijen gegeven, namelijk door ID Makelaars en de huurster namens de heer [xxx] en Rentko. Op deze wijze werden ook eerdere opdrachten gegeven. HBD mocht ervan uitgaan dat Rentko op de hoogte was van de door haar huurster gevraagde werkzaamheden. Rentko heeft van de factuur echter € 1.010,81 niet betaald. HBD vordert in deze procedure betaling van dat bedrag en maakt verder aanspraak op de wettelijke handelsrente, die tot 21 januari 2021 € 237,78 is, en de buitengerechtelijke incassokosten van € 159,50.

3.3.

Rentko betwist de vordering. Rentko voert aan – samengevat – dat zij de factuur voor zover deze ziet op werkzaamheden waarvoor zij opdracht heeft gegeven, heeft betaald. Voor de resterende werkzaamheden zoals vermeld op de factuur, is geen opdracht verstrekt aan HBD. Deze werkzaamheden zijn in opdracht van de huurster uitgevoerd. HBD had zich ervan moeten vergewissen of Rentko hiermee akkoord was. Dat heeft Rentko echter niet gedaan. Daarnaast kent Rentko HBD niet. De factuur staat op naam van Debbe B.V.

4 De beoordeling

4.1.

In deze zaak is tussen partijen in geschil of de werkzaamheden in opdracht en voor rekening van Rentko zijn uitgevoerd.

4.2.

Het meest verstrekkende verweer van Rentko is dat de factuur op naam van Debbe B.V. staat en zij HBD niet kent. HBD heeft daartegen ingebracht dat zij haar handelsnaam op 30 januari 2020 heeft gewijzigd van Debbe B.V. naar HBD. Rentko heeft daarop niet meer gereageerd, zodat de kantonrechter uitgaat van de juistheid van het standpunt van HBD dat HBD en Debbe B.V. dezelfde vennootschappen zijn en HBD recht heeft op de vordering.

4.3.

Rentko voert verder als verweer dat zij geen opdracht heeft gegeven voor de niet betaalde werkzaamheden en HBD er niet van uit mocht gaat dat de huurster namens haar de opdracht mocht verstrekken. HBD heeft niet betwist dat de huurster voor deze werkzaamheden opdracht heeft gegeven, dus dat staat vast. Het verweer van Rentko komt er verder op neer dat de huurster niet vertegenwoordigingsbevoegd was om een rechtshandeling in naam van Rentko te verrichten. Ook dit verweer slaagt. HBD heeft namelijk onvoldoende onderbouwd dat de huurster (of de makelaar) bevoegd was namens Rentko opdracht te geven voor deze werkzaamheden. Zo heeft zij geen stukken in het geding gebracht of gewezen op omstandigheden waar dit uit blijkt.

4.4.

Desondanks kan een overeenkomst tussen partijen tot stand zijn gekomen in het geval van schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid die aan Rentko kan worden toegerekend. Voor toerekening van schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid aan de vertegenwoordigde (Rentko) kan plaats zijn als de wederpartij (HBD) daarop gerechtvaardigd heeft vertrouwd op grond van feiten en omstandigheden die voor risico komen van Rentko en waaruit naar verkeersopvattingen zodanige schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid kan worden afgeleid. Dat risicobeginsel gaat echter niet zo ver dat voor toepassing daarvan ook ruimte is in gevallen waarin het tegenover de wederpartij gewekte vertrouwen uitsluitend is gebaseerd op verklaringen en gedragingen van de onbevoegd handelende persoon (de huurster). Er zullen mede feiten en omstandigheden moeten worden vastgesteld die Rentko betreffen en die rechtvaardigen dat deze partij in haar verhouding tot HBD het risico van onbevoegde vertegenwoordiging draagt (HR 3 februari 2017, ECLI:NL:HR:2017:142).

4.5.

HBD heeft geen feiten en omstandigheden gesteld op grond waarvan zij er gerechtvaardigd op mocht vertrouwen dat Rentko de schijn heeft gewerkt dat de huurster haar mocht vertegenwoordigen. Weliswaar stelt HBD dat eerdere opdrachten ook door verschillende partijen (de huurster, makelaar en Rentko) werden gegeven, maar zij heeft dit niet met stukken onderbouwd of uitgelegd onder welke omstandigheden opdrachten in het verleden tot stand kwamen. Ook heeft HBD niet toegelicht waarom zij ervan uit mocht gaan dat Rentko op de hoogte was van de door de huurster gevraagde werkzaamheden. HBD heeft verder geen feiten en omstandigheden gesteld die voor risico van Rentko komen en waaruit naar verkeersopvattingen een zodanige schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid kan worden afgeleid.

4.6.

De conclusie is dat de kantonrechter de vordering van HBD zal afwijzen.

4.7.

De proceskosten komen voor rekening van HBD, omdat zij ongelijk krijgt. Omdat niet is gebleken van kosten van Rentko die voor vergoeding in aanmerking komen, zullen deze kosten tot op heden worden vastgesteld op nihil.

5 De beslissing

De kantonrechter:

5.1.

wijst de vordering af;

5.2.

veroordeelt HBD tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor Rentko worden vastgesteld op nihil.

Dit vonnis is gewezen door mr. I.H. Lips en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter