Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2021:7220

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
24-08-2021
Datum publicatie
24-08-2021
Zaaknummer
5917691
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Tekortkoming in de nakoming van de overeenkomst

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling Privaatrecht

Sectie Kanton - locatie Alkmaar

Zaaknr./rolnr.: 5917691 \ CV EXPL 17-3426 (PA)

Uitspraakdatum: 13 december 2017

Vonnis in de zaak van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Drenth Fijnmetaal B.V.

gevestigd te Andijk

eiseres

verder te noemen: Drenth

gemachtigde: mr. B.R. Capaan

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Bultsma Automatisering B.V.

gevestigd te Andijk

gedaagde

verder te noemen: Bultsma

gemachtigde: mr. J. Veninga

1 Het procesverloop

1.1.

Drenth heeft bij dagvaarding van 10 april 2017 een vordering tegen Bultsma ingesteld. Bultsma heeft schriftelijk geantwoord.

1.2.

Op 12 oktober 2017 heeft een zitting plaatsgevonden. Partijen hebben hun standpunt naar voren gebracht, Drenth mede aan de hand van pleitaantekeningen. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen ter toelichting van hun standpunten naar voren hebben gebracht. Voorafgaand aan de zitting heeft Bultsma bij brief van 29 september 2017 nog stukken toegezonden.

2 De feiten

2.1.

Bultsma is een automatiseringsbedrijf dat aan Oppedijk V.O.F. (hierna te noemen: Oppedijk) soft- en hardware heeft geleverd. Oppedijk had met Bultsma een overeenkomst ter zake het onderhoud- en beheer van het ICT-systeem. Sinds mei 2014 is Bultsma het ICT-systeem gaan beheren en onderhouden op basis van een Service Level Agreement (SLA).

2.2.

Begin 2015 heeft de heer [XX] de onderneming van Oppedijk overgenomen en heeft [XX] de onderneming ondergebracht in Drenth.

2.3.

Vanaf februari 2015 heeft Drenth de SLA met Bultsma voortgezet. Drenth betaalde aan Bultsma een vaste vergoeding van laatstelijk € 853,05 per maand.

2.4.

In maart 2016 heeft Drenth aan Bultsma kenbaar gemaakt dat zij de overeenkomst met Bultsma wilde beëindigen en dat zij met Biesenbeek IT (hierna: Biesenbeek) een nieuwe overeenkomst zou gaan sluiten.

2.5.

Bultsma is vanaf maart 2016 de overdracht van het beheer- en onderhoud van het ICT-systeem gaan voorbereiden.

2.6.

Op 21 juni 2016 is de SLA met Bultsma beëindigd en heeft Bultsma het systeembeheer overgedragen aan Biesenbeek.

2.7.

Op 19 juli 2016 is Drenth getroffen door een ransomsoftware-blokkade.

2.8.

Op 26 juli 2016 heeft Drenth via Stichting Mollie Payment € 1.371,21 aan bitcoins gekocht en losgeld betaald.

2.9.

Op 28 juli 2016 heeft Drenth de de-encryptie-code ontvangen en op 29 juli 2016 is het ICT-systeem van Drenth weer opgestart en gecontroleerd.

2.10.

Biesenbeek heeft op 1 augustus 2016 een aanvang gemaakt met haar werkzaamheden.

2.11.

Naar aanleiding van de hack heeft Bultsma in opdracht en voor rekening van Drenth werkzaamheden verricht. De factuur d.d. 1 augustus 2017 ad € 236,55 heeft Drenth onbetaald gelaten.

3 De vordering

3.1.

Drenth vordert dat de kantonrechter Bultsma veroordeelt tot betaling van € 18.209,89.

3.2.

Drenth legt aan de vordering ten grondslag – kort weergegeven – dat Bultsma ernstig tekortgeschoten is in de uitvoering van de onderhoud- en beheerovereenkomst en dat Bultsma aansprakelijk is voor de door Drenth geleden schade. Drenth stelt dat er geen bruikbare back-ups waren waardoor zij het in juli 2016 gegijzelde systeem niet kon herstellen. Drenth vordert een bedrag van € 17.262,27 aan geleden schade. Daarnaast vordert Drent een bedrag van € 947,62 aan buitengerechtelijke kosten en de wettelijke handelsrente.

4 Het verweer, de tegenvordering en het verweer tegen de tegenvordering

4.1.

Bultsma betwist de vordering. Zij voert aan – samengevat – dat het beheer van het ICT-systeem niet meer bij haar lag en dat de nieuwe beheerder, Biesenbeek, moet zorgen voor back-ups. Er is derhalve geen sprake van een tekortkoming van Bultsma. Indien er wel sprake is van een tekortkoming, dan is Bultsma nimmer in gebreke gesteld en daarom niet in verzuim geraakt. Ook is niet tijdig geklaagd door Drenth. Verder ontbreekt het causaal verband tussen de door Drenth gevorderde schade en de tekortkoming door Bultsma.

4.2.

Bultsma vordert bij wijze van tegenvordering dat de kantonrechter Drenth veroordeelt tot betaling van € 236,55. Zij legt aan de tegenvordering ten grondslag – kort weergegeven – dat Drenth naar aanleiding van de hack Bultsma heeft gevraagd om enkele werkzaamheden te verrichten. Bultsma heeft een factuur van € 236,55 voor de door haar verrichte werkzaamheden verstuurd, welke Drenth onbetaald heeft gelaten. Daarnaast maakt Bultsma aanspraak op de wettelijke handelsrente.

4.3.

Drenth betwist de verschuldigdheid van de factuur.
5. De beoordeling
de vordering

5.1.

Kern van het geschil is of Bultsma tekortgeschoten is in de nakoming van de overeenkomst en zo ja, of Bultsma de door Drenth geleden schade dient te vergoeden.

5.2.

Drenth legt aan haar vordering tot schadevergoeding wegens tekortkoming in de nakoming ten grondslag dat Bultsma het computersysteem gebrekkig heeft onderhouden door sinds juni 2013 geen back-ups meer te maken, waardoor na de hack op 19 juli 2016 geen gebruik meer kon worden gemaakt van het systeem. Drenth heeft daarbij verwezen naar mapjes op de server die op 22 juni 2013 voor het laatst zijn gewijzigd. Bultsma heeft daarentegen gemotiveerd betwist dat zij voor het laatst in juni 2013 een back-up heeft gemaakt. Zo heeft Bultsma onbetwist ter zitting gezegd dat zij nog in 2015 bij Drenth langs is geweest om een back-up terug te zetten. Drenth heeft dit erkend en gezegd dat het voor haar een raadsel is hoe Bultsma dit destijds heeft gedaan, omdat zij zelf na de hack op 19 juli 2016 niets kon terugvinden op de server. Gelet hierop heeft Drenth naar het oordeel van de kantonrechter haar stelling dat Bultsma voor het laatst een back-up in juni 2013 heeft gemaakt, niet voldoende gemotiveerd onderbouwd, zodat de kantonrechter hieraan voorbij gaat. Het had op de weg van Drenth gelegen om haar stellingen nader te onderbouwen, hetgeen zij heeft nagelaten. De kantonrechter gaat daarom uit van de juistheid van de stellingen van Bultsma.

5.3.

Tussen partijen is niet in geschil dat Drenth de samenwerking met Bultsma heeft opgezegd en dat de overeenkomst tussen hen is geëindigd op 21 juni 2016. Evenmin is in geschil dat Biesenbeek vanaf april 2016 betrokken was bij de overdracht van het ICT-systeem van Bultsma naar Biesenbeek. Desgevraagd ter zitting heeft Drenth immers gezegd dat Biesenbeek weliswaar de codes pas bij de overdracht op 21 juni 2016 heeft ontvangen maar dat Biesenbeek feitelijk al in april 2016 begon mee te lopen. Verder staat vast dat Biesenbeek per 1 augustus 2016 is begonnen met de werkzaamheden voor Drenth. Tot slot zijn partijen het erover eens dat gangbaar is dat dagelijks een back-up van het systeem werd gemaakt en dat volledige back-ups wekelijks worden gemaakt.

5.4.

De kantonrechter is van oordeel dat het feit dat Drenth ervoor heeft gekozen om de overeenkomst met Biesenbeek niet op 21 juni 2016 te laten ingaan maar op een later moment, een omstandigheid is die voor rekening en risico van Drenth dient te komen. Immers de gebruikelijke gang van zaken was dat dagelijks een back-up werd gemaakt. Door de overeenkomst met Biesenbeek op een later moment te laten ingaan dan op 21 juni 2016, heeft Drenth de situatie gecreëerd dat er geen dagelijkse back-ups meer werden gemaakt.
Zonder nadere toelichting, die ontbreekt, valt niet in te zien waarom Bultsma verantwoordelijk zou moeten blijven voor het onderhoud en beheer van het ICT-systeem terwijl de overeenkomst met Bultsma al was geëindigd. Aan de stelling van Drenth dat Bultsma nog extra werkzaamheden in rekening heeft gebracht en zij daarom mocht verwachten dat het systeem een paar weken zonder beheerder prima kon blijven werken gaat de kantonrechter voorbij. Naar het oordeel van de kantonrechter is dat een risico die voor rekening van Drenth dient te blijven.

5.5.

De conclusie van het bovenstaande is dat geen sprake is van een tekortkoming van Bultsma in de nakoming van haar verplichtingen. Dat betekent dat er geen grond is voor schadevergoeding. De vorderingen van Drenth zullen derhalve worden afgewezen.

5.6.

De proceskosten komen voor rekening van Drenth, omdat zij ongelijk krijgt. Daarbij wordt Drenth ook veroordeeld tot betaling van € 100,00 aan nasalaris, voor zover daadwerkelijk nakosten door Bultsma worden gemaakt. De gevorderde rente over de proceskosten zal worden toegewezen ingaande de 15e dag na de datum van betekening van dit vonnis.

de tegenvordering

5.7.

Nu de voorwaarde die Bultsma aan haar tegenvordering heeft gesteld, is vervuld, komt de kantonrechter toe aan de behandeling van de tegenvordering.

5.8.

Bultsma vordert betaling van de factuur van 1 augustus 2016 ad € 236,55. Bultsma stelt dat zij in opdracht en voor rekening van Drenth enkele werkzaamheden heeft verricht, met name het benaderen van een oude server voor het terughalen van oude bestanden en dat zij deze werkzaamheden in rekening heeft gebracht. Drenth heeft volgens Bultsma de factuur voor deze werkzaamheden onbetaald gelaten en zij vordert betaling daarvan. Drenth betwist de verschuldigdheid van de factuur. Zij stelt zich op het standpunt dat Bultsma geen netwerk heeft hersteld dan wel dat een server is geconfigureerd. Het in rekening gebrachte online-support ziet volgens Drenth op een telefoontje en het controleren van de back-up-script ziet slechts op het vaststellen van de omstandigheid dat er sinds 2013 geen back-ups meer zijn gemaakt, aldus Drenth.

5.9.

De kantonrechter stelt vast dat Drenth niet heeft betwist dat Bultsma de in rekening gebrachte werkzaamheden heeft verricht. Drenth is echter, zo begrijpt de kantonrechter, ontevreden over het resultaat van de door Bultsma verrichtte werkzaamheden. De kantonrechter overweegt dat de betalingsverplichting van Drenth niet komt te vervallen louter op grond van een gestelde ondeugdelijkheid van een geleverde prestatie. Daarbij komt dat wat door Drenth op dit punt is aangevoerd onvoldoende onderbouwd is om tot de gevolgtrekking te kunnen komen dat sprake is van een tekortkoming in de nakoming van de overeenkomst. Drenth is dan ook gehouden tot betaling daarvan.

5.10.

Op grond van het bovenstaande ligt de gevorderde betaling van de factuur van 1 augustus 2016 ad € 236,55 voor toewijzing gereed. Nu Drenth in verzuim is met de betaling daarvan, ligt eveneens de gevorderde wettelijke handelsrente voor toewijzing gereed.

5.11.

De proceskosten komen voor rekening van Drenth, omdat zij ongelijk krijgt. Daarbij wordt Drenth ook veroordeeld tot betaling van € 15,00 aan nasalaris, voor zover daadwerkelijk nakosten door Bultsma worden gemaakt. De gevorderde rente over de proceskosten zal worden toegewezen ingaande de 15e dag na de datum van betekening van dit vonnis.

6 De beslissing

De kantonrechter:


de vordering

6.1.

wijst de vordering af;

6.2.

veroordeelt Drenth tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor Bultsma worden vastgesteld op een bedrag van € 600,00 aan salaris van de gemachtigde van Bultsma, vermeerderd met de wettelijke rente over de proceskosten vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling;

6.3.

veroordeelt Drenth tot betaling van € 100,00 aan nasalaris, voor zover daadwerkelijk nakosten door Bultsma worden gemaakt;

6.4.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

de tegenvordering

6.5.

veroordeelt Drenth tot betaling aan Bultsma van € 236,55 te vermeerderen met de wettelijke handelsrente over dat bedrag vanaf 31 augustus 2016 tot aan de dag van de gehele betaling;

6.6.

veroordeelt Drenth tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor Bultsma worden vastgesteld op een bedrag van € 30,00 aan salaris van de gemachtigde van Bultsma, vermeerderd met de wettelijke rente over de proceskosten vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling;

6.7.

veroordeelt Drenth tot betaling van € 15,00 aan nasalaris, voor zover daadwerkelijk nakosten door Bultsma worden gemaakt;

6.8.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.C. van Rijn en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter