Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2021:708

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
27-01-2021
Datum publicatie
09-02-2021
Zaaknummer
312556 RK HO 21-65 en 312534 RK HO 21-62
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Whoa-zaak. Bepaling datum zitting van behandeling homologatie en verzoek opzegging overeenkomst.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
INS-Updates.nl 2021-0060
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

Zittingsplaats Haarlem

Beschikking ex artikel 383 lid 4 Faillissementswet (Fw)

rekestnummers: 312556 RK HO 21-65 en 312534 RK HO 21-62

uitspraakdatum: 27 januari 2021

beschikking ex artikel 383 lid 4 Fw in de zaak van:

1. De besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Jurlights B.V.

2. De besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Jurlights Holding B.V.

beiden statutair gevestigd te Haarlem,

verzoeksters,

advocaten: mr. K.C. Mensink en mr. M.M. Dellebeke, beiden kantoorhoudende te Den Haag.

1 De procedure

1.1.

Verzoeksters hebben op 11 januari 2021 ter griffie van deze rechtbank een startverklaring als bedoeld in artikel 370 lid 3 Fw gedeponeerd.

1.1.

Vervolgens hebben verzoeksters op 22 januari 2021 ter griffie van deze rechtbank een verzoekschrift tot homologatie van een akkoord ex artikel 383 Fw, tevens verzoek tot opzegging overeenkomst ex artikel 383 lid 7 Fw, ingediend.

1 De beoordeling

1.1.

De rechtbank stelt allereerst vast dat het onderhavige verzoek het eerste verzoek is dat verzoeksters aan de rechtbank hebben voorgelegd na het deponeren van de startverklaring. Dat betekent dat de rechtbank thans dient vast te stellen welk soort akkoordprocedure als bedoeld in artikel 369 lid 6 Fw door verzoeksters is gekozen bij de voorbereiding van het akkoord. Vervolgens dient de rechtbank te beoordelen of aan haar de rechtsmacht en relatieve bevoegdheid toekomen om van het verzoek kennis te nemen.

1.1.

Blijkens de gedeponeerde startverklaring en het verzoekschrift tot homologatie van een akkoord kiezen verzoeksters voor een openbare akkoordprocedure. Of de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft om verzoeken als het onderhavige in behandeling te nemen wordt in artikel 369 lid 7 Fw bepaald:

a. op grond van de in artikel 5, derde lid, genoemde verordening voor zover het verzoeken betreft die worden ingediend in het kader van een openbare akkoordprocedure buiten faillissement en de genoemde verordening van toepassing is, dan wel

b. artikel 3 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

1.1.

Voor toepassing van de in artikel 5 lid 3 Fw genoemde verordening (hierna: de Insolventieverordening) is vereist dat sprake is van een collectieve insolventieprocedure als bedoeld in artikel 1 lid 1 van de Insolventieverordening en zoals opgesomd in bijlage A bij die verordening. De Wet Homologatie Onderhands Akkoord staat (nog) niet in deze bijlage vermeld, zodat de Insolventieverordening niet van toepassing is op onderhavig verzoek. De rechtsmacht dient daarom te worden ontleend aan artikel 3 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Verzoeksters zijn statutair gevestigd in Haarlem. Hieruit volgt dat aan de Nederlandse rechter rechtsmacht toekomt, en dat de rechtbank Noord-Holland, locatie Haarlem relatief bevoegd is om van het verzoek kennis te nemen.

1.1.

De openbare akkoordprocedure en de bevoegdheid van de rechtbank liggen hiermee voor de volledige duur van de akkoordprocedure vast.

1.1.

Ingevolge artikel 383 lid 4 Fw zal een zitting worden bepaald waarop de rechtbank de homologatie en het verzoek tot opzegging overeenkomst behandelt.

1.1.

Daarnaast zal de rechtbank verzoeksters ingevolge artikel 383 lid 5 Fw opdragen van deze beschikking onverwijld schriftelijk kennis te geven aan de stemgerechtigde schuldeisers en aandeelhouders.

1.1.

Aangezien het akkoord is aangeboden in het kader van een openbare akkoordprocedure wijst de rechtbank verzoeksters er voorts op dat zij ingevolge artikel 370 lid 4 Fw de griffier van de rechtbank Den Haag onverwijld dienen te verzoeken in de registers, bedoeld in de artikelen 19 en 19a Fw, en in de Staatscourant melding te maken van de gegevens, bedoeld in artikel 24 van de Insolventieverordening.

1 De beslissing

De rechtbank

  • -

    bepaalt dat de rechtbank de homologatie en het verzoek opzegging overeenkomst ter (digitale) openbare terechtzitting zal behandelen op 2 februari 2021 te 14.30 uur,

  • -

    draagt verzoeksters op van deze beschikking onverwijld schriftelijk kennis te geven aan de stemgerechtigde schuldeisers en aandeelhouders,

  • -

    wijst verzoeksters er op dat zij ingevolge artikel 370 lid 4 Fw de griffier van de rechtbank Den Haag onverwijld dienen te verzoeken in de registers, bedoeld in de artikelen 19 en 19a Fw, en in de Staatscourant melding te maken van de gegevens, bedoeld in artikel 24 van de Insolventieverordening.

Deze beschikking is gegeven door mr. M. Wouters (voorzitter), mr. A.E. de Vos en mr. H.J. Idzenga, rechters, en in het openbaar uitgesproken door mr. M. Wouters op 27 januari 2021 in tegenwoordigheid van de griffier.

De griffier is buiten staat deze beschikking mede te ondertekenen.