Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2021:7058

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
23-08-2021
Datum publicatie
23-08-2021
Zaaknummer
21.008430
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Rekestprocedure
Inhoudsindicatie

klaagschrfit 552a Sv ongegrond - in het kader van de door de rechtbank aan te leggen toets kan klaagster niet redelijkerwijs als rechthebbende van de auto worden aangemerkt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Team Straf, locatie Alkmaar

Enkelvoudige raadkamer

Registratienummer: 21.008430

Uitspraakdatum: 23 augustus 2021

Beschikking (art. 552a Sv.)

1 Ontstaan en loop van de procedure

Op 7 juni 2021 is op de griffie van de rechtbank Noord-Holland ingekomen een klaagschrift van mr. F.D.W. Siccama, gemachtigde van

[klaagster] , klaagster,

geboren op [geboortedatum klaagster] te [geboorteplaats] ,

domicilie kiezende te (1114 AD) Amsterdam-Duivendrecht, H.J.E. Wenckebachweg 150 D, ten kantore van mr. F.D.W. Siccama, advocaat.

Het klaagschrift strekt tot opheffing van het daarop gelegde beslag, met last tot teruggave aan klaagster van een auto, [merk inbeslaggenomen auto] , kenteken [ kenteken inbeslaggenomen voertuig] .

Op 18 augustus 2021 is dit klaagschrift op een openbare zitting in raadkamer behandeld.

Voor klaagster is verschenen mr. J. Leyten namens mr. F.D.W. Siccama, voornoemd.

Klaagster is niet verschenen, evenmin [belanghebbende] , opgeroepen als belanghebbende.

Wel was aanwezig de officier van justitie, mr. J.A. Reekers.

2 Beoordeling

Uit de stukken en het verhandelde in raadkamer is het volgende gebleken.

De officier van justitie brengt het volgende naar voren.

De politie heeft onderzoek gedaan naar de verblijfplaats van [verdachte] op [adres verdachte] en zijn rol met betrekking tot het gebruik van Encrochat. Op het adres [adres verdachte] staat onder andere ook ingeschreven [belanghebbende] . Tegen [belanghebbende] ligt inmiddels een verdenking van witwassen. Voor deze woning wordt diverse malen voornoemde auto waargenomen, welke auto op naam staat van klaagster, zijnde de moeder van [belanghebbende] . Uit onderzoek van de politie blijkt dat [belanghebbende] de hoofdgebruiker is van voornoemde auto, zo wordt sinds augustus 2017 de auto door haar ter keuring aangeboden bij [naam APK station] voor APK en voor onderhoud bij [naam garagebedrijf] , en worden de facturen door haar betaald. Ook openstaande boetes zijn door [belanghebbende] betaald. Op 19 mei 2021 is onder [belanghebbende] voornoemde auto inbeslaggenomen ten behoeve van de waarheidsvinding.

De raadsvrouw van klaagster heeft in raadkamer ter aanvulling op het klaagschrift aangevoerd dat het klaagschrift gegrond dient te worden verklaard, nu het beslag op de auto buitenproportioneel is. Het is niet aannemelijk dat een rechter – later oordelend – tot de verbeurdverklaring van de auto zal overgaan. Uit de stukken in het dossier blijkt niet dat zij wist of redelijkerwijs had moeten weten dat de auto verkregen is door een strafbaar feit was. Ook de beschikkingsmacht van [belanghebbende] is onvoldoende aangetoond. Klaagster is hoofdgebruiker van de auto en de eigenaar. Zij heeft een legaal inkomen en maakt dagelijks gebruik van de auto. Ook anderen mogen haar auto gebruiken. Dat heeft niets met de verdenking te maken. De in het dossier aanwezige foto’s zijn momentopnamen. Dat [belanghebbende] de autopapieren heeft is logisch, omdat zij de auto heeft geleend.

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het klaagschrift niet-ontvankelijk dient te worden verklaard, nu uit de stukken in het dossier blijkt dat klaagster niet de feitelijke gebruiker van de auto is, welke auto wel stelselmatig in gebruik is bij [belanghebbende] .

De rechtbank overweegt het volgende.

Vooropgesteld moet worden dat het onderzoek in raadkamer naar aanleiding van een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a Sv een summier karakter draagt. Dat betekent dat van de rechtbank niet kan worden gevergd ten gronde in de mogelijke uitkomst van een nog te voeren hoofdzaak of ontnemingsprocedure te treden. Daarvoor is in de beklagprocedure geen plaats, omdat ten tijde van een dergelijke procedure veelal het dossier zoals dat uiteindelijk aan de zittingsrechter in de hoofd- of ontnemingszaak zal worden voorgelegd, nog niet compleet is en omdat voorkomen moet worden dat de beklagrechter vooruitloopt op het in de hoofd- of de ontnemingszaak te geven oordeel. Het beperkte karakter van de beklag-procedure komt tot uitdrukking in enkele van de aan te leggen toetsingsmaatstaven.

Allereerst ziet de rechtbank zich voor de vraag gesteld of klaagster redelijkerwijs als rechthebbende van de inbeslaggenomen Audi kan worden aangemerkt.

De rechtbank gaat uit van de volgende omstandigheden op grond van de inhoud van het dossier en wat er ter zitting naar voren is gekomen. Daaruit blijkt dat de [ kenteken inbeslaggenomen voertuig] op 19 mei 2021 onder [belanghebbende] inbeslaggenomen ten behoeve van de waarheidsvinding (“nodig voor bewijsvoering ter zitting”). Deze auto staat op naam van klaagster.

Uit de stukken in het dossier blijkt voorts dat:

- de politie de woning van [belanghebbende] heeft geobserveerd in de periode 22 maart 2021 tot en met 4 mei 2021

- [belanghebbende] op meerdere momenten wordt waargenomen in de [ kenteken inbeslaggenomen voertuig] en dat zij deze veelvuldig gebruikt;

- de [ kenteken inbeslaggenomen voertuig] wordt sinds augustus 2017 steeds voor onderhoud en keuring aangeboden door [belanghebbende] . De desbetreffende facturen staan ook op naam van [belanghebbende] ;

- klaagster enkele malen voor de woning wordt gezien als bestuurster van een [voertuig] , kenteken [kenteken auto] ;

- klaagster op geen enkel moment als bestuurster wordt gezien in voornoemde [ kenteken inbeslaggenomen voertuig] , wel een enkele keer als bijrijdster

- op 19 mei 2021 werd tijdens de doorzoeking in de woning aan de [adres verdachte] het kentekenbewijs aangetroffen van de [ kenteken inbeslaggenomen voertuig] in de jaszak van [belanghebbende] ;

- op 19 mei 2021 werd tijdens de doorzoeking in de woning aan de [adres verdachte] is er een naheffingsaanslag parkeerbelasting van de gemeente Amsterdam gevonden, die betrekking heeft op de [ kenteken inbeslaggenomen voertuig] . De brief is verstuurd naar klaagster maar aangetroffen in de woning van [verdachte] en [belanghebbende] ;

- daarnaast zijn de ‘gewone’ boetes van het CJIB ook betaald door [belanghebbende] .

De rechtbank is dan ook met de officier van justitie van oordeel dat alles bij elkaar genomen klaagster in het kader van de door de rechtbank aan te leggen toets niet redelijkerwijs als rechthebbende van de auto kan worden aangemerkt.

Het klaagschrift dient daarom ongegrond te worden verklaard.

3 Beslissing

De rechtbank:

verklaart het klaagschrift ongegrond.

4 Samenstelling raadkamer en uitspraakdatum

Deze beschikking is gegeven door

mr. L.J. Saarloos, rechter,

in tegenwoordigheid van M. Dambrink, griffier,

en in het openbaar uitgesproken op 23 augustus 2021

Tegen de beslissing van deze rechtbank staat voor klager beroep in cassatie bij de Hoge Raad open, in te stellen bij de griffie van deze rechtbank, binnen veertien (14) dagen na betekening van deze beschikking.