Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2021:7027

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
11-08-2021
Datum publicatie
23-08-2021
Zaaknummer
9225216
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Verlaten van parkeerterrein zonder te betalen. Verschuldigdheid parkeergeld en boete. Afwijzing incassokosten; gedaagde was nog niet in verzuim op het moment dat de aanmaning werd verstuurd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Prg. 2021/251
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 9225216 \ CV EXPL 21-3347

Uitspraakdatum: 11 augustus 2021

Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:

Parkeerbeheer IJmuiden aan Zee B.V.

gevestigd te IJmuiden, gemeente Velsen,

eiseres

verder te noemen: Parkeerbeheer IJmuiden

gemachtigde: mr. O.J. Boeder (AGIN Boeder Gerechtsdeurwaarders)

tegen

[gedaagde]

wonende te [woonplaats]

gedaagde

verder te noemen: [gedaagde]

procederend in persoon

1 Het procesverloop

1.1.

Parkeerbeheer IJmuiden heeft bij dagvaarding van 12 mei 2021 een vordering tegen [gedaagde] ingesteld. [gedaagde] heeft niet mondeling en ook niet schriftelijk geantwoord.

1.2.

Parkeerbeheer heeft nog een akte vermindering eis genomen.

1.3.

Vonnis is bepaald op heden.

2 De zaak in het kort

De zaak gaat over de (te late) betaling van een bedrag verschuldigd door het zonder te betalen met de auto verlaten van een parkeerterrein en bijkomende incasso- en andere kosten. De kantonrechter concludeert dat [gedaagde] door te late betaling in verzuim is geraakt, maar dat zij dat nog niet was op het moment dat de aanmaning werd verstuurd. Daarom worden de gevorderde incassokosten afgewezen. De kosten voor het opvragen van gegevens bij de RDW en de gevorderde wettelijke rente dient [gedaagde] wel te voldoen. [gedaagde] moet ook de proceskosten betalen, omdat zij bij het uitbrengen van de dagvaarding in verzuim was met betalen en Parkeerbeheer IJmuiden daarvoor een procedure heeft moeten beginnen.

3 Feiten

3.1.

Parkeerbeheer IJmuiden voert het beheer over het parkeerterrein te IJmuiden aan de Kennemerboulevard, hierna te noemen ‘het parkeerterrein’.

3.2.

[gedaagde] is eigenaresse van een auto met kenteken [kenteken] hierna te noemen ‘de auto’.

3.3.

Op 27 februari 2021 is de auto zonder betaling van het parkeerterrein weggereden, als gevolg waarvan parkeergeld ter hoogte van € 10,00 verschuldigd is geworden en een boete van € 300,00.

3.4.

Bij brief van 19 april 2021 heeft de gemachtigde van Parkeerbeheer IJmuiden [gedaagde] gemaand om binnen veertien dagen € 310,00 te betalen, bij gebreke waarvan [gedaagde] onder meer € 46,50 aan incassokosten verschuldigd zou worden.

3.5.

[gedaagde] heeft op of omstreeks 31 mei 2021 € 310,00 voldaan.

4 De vordering (na vermindering van eis)

4.1.

Parkeerbeheer IJmuiden vordert – na eisvermindering – dat de kantonrechter [gedaagde] veroordeelt tot betaling van € 56,05 (€ 46,50 incassokosten, € 8,40 kosten opvragen RDW gegevens en € 1,15 rente), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 12 mei 2021 en met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten.

4.2.

Parkeerbeheer IJmuiden legt aan de vordering ten grondslag – kort weergegeven – dat [gedaagde] haar verplichtingen uit de huurovereenkomst voor een parkeerplaats niet is nagekomen. Parkeerbeheer IJmuiden heeft door de niet-nakoming schade geleden doordat zij te laat is betaald en incassokosten heeft moeten maken en kosten voor het opvragen van gegevens bij de RDW.

5 Het verweer

5.1.

[gedaagde] heeft de vordering niet betwist.

6 De beoordeling

6.1.

Parkeerbeheer IJmuiden heeft onbetwist gesteld dat tussen partijen een huurovereenkomst voor een parkeerplaats tot stand is gekomen. Ook is onweersproken de stelling dat [gedaagde] een overtreding heeft begaan als bedoeld in artikel 5.7 van de op de overeenkomst van toepassing zijnde algemene voorwaarden. Parkeerbeheer IJmuiden heeft dit nader onderbouwd door een foto te overleggen waarop te zien is dat de auto vlak achter een voorganger het parkeerterrein verlaat. Dit zogenaamde ‘treintje rijden’ is volgens artikel 5.7 van de hiervoor bedoelde algemene voorwaarden niet toegestaan. Bij overtreding van dat verbod is volgens artikel 5.8 van de algemene voorwaarden het vastgestelde tarief ‘verloren kaart’ verschuldigd (thans € 10,00) en een schadevergoeding van € 300,00.

6.2.

Aangezien de bij brief van 19 april 2021 gestelde betalingstermijn van 14 dagen is verstreken zonder dat [gedaagde] betaald heeft, is zij in verzuim geraakt. [gedaagde] heeft de hoofdsom van € 310,00 pas betaald nadat de dagvaarding was uitgebracht. Parkeerbeheer IJmuiden heeft haar vordering met dat bedrag verminderd. Nu dient nog de vordering ter zake van de incassokosten, de kosten van opvragen RDW gegevens en de rente te worden beoordeeld.

Incassokosten

6.3.

Parkeerbeheer IJmuiden maakt aanspraak op de vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De kantonrechter stelt vast dat het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is nu het verzuim op/na 1 juli 2012 is ingetreden. Niet gesteld of gebleken is dat [gedaagde] in verzuim verkeerde op het moment dat Parkeerbeheer IJmuiden op 19 april 2021 de aanmaning als bedoeld in artikel 6:96 lid 6 BW verstuurde. Derhalve is niet aan de in deze bepaling gestelde vereisten voldaan, en zullen de buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen.

Kosten RDW

6.4.

Om haar vordering op [gedaagde] te kunnen verhalen, heeft Parkeerbeheer IJmuiden kosten moeten maken om informatie op te (laten) vragen over de tenaamstelling van de auto bij de RDW. Deze kosten zijn aan te merken als redelijke kosten ter vaststelling van aansprakelijkheid als bedoeld in artikel 6:96 lid 2 sub b BW en komenals vermogensschade voor vergoeding in aanmerking. De vordering zal voor dit deel dan ook worden toegewezen.

Wettelijke rente

6.5.

Naast de in de dagvaarding berekende rente, wordt de wettelijke rente vanaf 12 mei 2021 toegewezen over de RDW kosten.

6.6.

De conclusie is dat de kantonrechter de vordering van Parkeerbeheer IJmuiden gedeeltelijk zal toewijzen.

6.7.

De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde] , omdat zij bij het uitbrengen van de dagvaarding in verzuim was met betalen en Parkeerbeheer IJmuiden deze procedure heeft moeten beginnen om haar vordering voldaan te krijgen.

7 De beslissing

De kantonrechter:

7.1.

veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan Parkeerbeheer IJmuiden van € 9,55 te vermeerderen met de wettelijke rente over € 8,40 vanaf 12 mei 2021 tot aan de dag van de gehele betaling;

7.2.

veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van Parkeerbeheer IJmuiden tot en met vandaag vaststelt op:

dagvaarding € 89,44

griffierecht € 126,00

salaris gemachtigde € 75,00 (1x € 75,00);

7.3.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

7.4.

wijst de vordering voor het overige af.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.M. Kruithof en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter