Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2021:6992

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
26-05-2021
Datum publicatie
07-09-2021
Zaaknummer
9004122 \ CV EXPL 21-608
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Compensatie proceskosten. Hoofdsom is voor het uitbrengen van de dagvaarding voldaan. Opdracht tot dagvaarden was wel al gegeven. De kantonrechter acht het redelijk dat partijen ieder de eigen proceskosten dragen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind

locatie Alkmaar

Zaaknr./rolnr.: 9004122 \ CV EXPL 21-608 (AH)

Uitspraakdatum: 26 mei 2021

Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

CE Medical Factoring B.V., h.o.d.n. Anders Medical Factoring

gevestigd te Vianen

eiseres

verder te noemen: Medical Factoring

gemachtigde: Webcasso B.V.

tegen

[gedaagde]

wonende te [woonplaats]

gedaagde

verder te noemen: [gedaagde]

procederend in persoon

1 Het procesverloop

1.1.

Medical Factoring heeft bij dagvaarding van 22 december 2020 een vordering tegen [gedaagde] ingesteld. [gedaagde] heeft schriftelijk geantwoord.

1.2.

Medical Factoring heeft hierop schriftelijk gereageerd en haar eis op [gedaagde] verminderd. Hoewel daartoe in de gelegenheid gesteld, heeft [gedaagde] niet meer gereageerd.

2 De vordering

2.1.

Medical Factoring vordert, na vermindering van eis, dat de kantonrechter [gedaagde] te veroordeelt tot betaling van € 57,97. Medical Factoring heeft de vordering gecedeerd gekregen van de medisch behandelaar (hierna: [behandelaar]) die in opdracht van [gedaagde] tandheelkundige diensten heeft verleend. [gedaagde] heeft hiertoe met [behandelaar] een behandelingsovereenkomst gesloten.

2.2.

Medical Factoring legt aan de vordering – kort weergegeven – het volgende ten grondslag. [gedaagde] dient de betalingsverplichting uit hoofde van de tussen [behandelaar] en [gedaagde] gesloten behandelingsovereenkomst na te komen. In verband met de verleende tandheelkundige diensten is aan [gedaagde] een viertal facturen gezonden op 23 april 2020, 6 juni 2020, 23 juli 2020 en 18 september 2020 voor een totaalbedrag van € 636,55. Alle facturen zijn na afloop van de uiterste betaaltermijnen voldaan. De laatste factuur ter hoogte van € 120,88 heeft [gedaagde] betaald op 11 december 2020. Medical Factoring had toen al opdracht aan de deurwaarder gegeven om tot dagvaarden over te gaan. Deze betaling is daarom niet in de dagvaarding opgenomen. Medical Factoring vermindert haar vordering op [gedaagde] met een bedrag van € 120,88. [gedaagde] is wel de wettelijke rente van € 3,26 en de buitengerechtelijke incassokosten van € 54,71 verschuldigd.

3 Het verweer

3.1.

[gedaagde] betwist de vordering. Hij voert aan – samengevat – dat het door zijn financiële situatie lastig is om alle openstaande rekeningen te voldoen. [gedaagde] stelt dat hij op 11 december 2020, dus voor het uitbrengen van de dagvaarding, de laatste openstaande factuur van Medical Factoring heeft voldaan. [gedaagde] maakt bezwaar tegen de kosten.

4 De beoordeling

4.1.

Naar aanleiding van het verweer van [gedaagde] heeft Medical Factoring de vordering verder onderbouwd. Daarbij is ook ingegaan op het verweer van [gedaagde].

4.2.

[gedaagde] heeft geen conclusie van dupliek genomen en niet meer gereageerd op de nadere uiteenzetting van Medical Factoring bij conclusie van repliek. Het verweer van [gedaagde] is in het licht van de nadere uiteenzetting die Medical Factoring bij conclusie van repliek heeft gegeven onvoldoende gemotiveerd en feitelijk onderbouwd, zodat daaraan voorbij zal worden gegaan.

4.3.

De gevorderde wettelijke rente over de hoofdsom is toewijsbaar, omdat vaststaat dat de facturen te laat zijn betaald en [gedaagde] daarmee in verzuim is gekomen.

4.4.

Verder vordert Medical Factoring een bedrag van € 54,71 voor buitengerechtelijke incassokosten. Medical Factoring heeft op 15 juni 2020 een aanmaning aan [gedaagde] verstuurd die voldoet aan de eisen van artikel 6:96 van het Burgerlijk Wetboek (BW). Hoewel in de aanmaning een hoger bedrag is genoemd, is [gedaagde] niet in zijn belangen geschaad. De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten van € 54,71 worden dan ook toegewezen.

4.5.

De kern van het geschil is in feite de vraag of [gedaagde] moet worden veroordeeld in de proceskosten. Uitgangspunt is dat de proceskosten voor rekening komen van de partij die ongelijk krijgt. Dat is in deze zaak [gedaagde]. [gedaagde] heeft echter ruim voor betekening van de dagvaarding, te weten op 11 december 2020, de volledige hoofdsom betaald. Medical Factoring heeft deze betaling niet in de dagvaarding van 22 december 2020 opgenomen. Dat zij reeds voor 11 december 2020 de deurwaarder opdracht had gegeven een dagvaarding uit te brengen, doet daar niet aan af. Onder deze omstandigheden had van Medical Factoring verwacht mogen worden [gedaagde] een laatste keer aan te schrijven alvorens tot dagvaarding over te gaan. Dit heeft Medical Factoring niet gedaan. De kantonrechter is dan ook van oordeel dat het redelijk is dat partijen ieder de eigen proceskosten dragen.

5 De beslissing

De kantonrechter:

5.1.

veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan Medical Factoring van € 57,97;

5.2.

bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt;

5.3.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

5.4.

wijst de vordering voor het overige af.

Dit vonnis is gewezen door mr. B. Voogd en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter