Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2021:6892

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
11-08-2021
Datum publicatie
03-09-2021
Zaaknummer
9030950 \ CV EXPL 21-928
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

koop op afstand, consument, (pre)contractuele informatieverplichtingen, bestelling niet ontvangen

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Prg. 2021/250
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind

locatie Alkmaar

Zaaknr./rolnr.: 9030950 \ CV EXPL 21-928 (TB)

Uitspraakdatum: 11 augustus 2021

Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:

de besloten vennootschap Billink Financial Solutions B.V.

gevestigd te Rotterdam

eiseres

verder te noemen: Billink

gemachtigde: E.A.P. van Lith

tegen

[gedaagde]

wonende te [woonplaats]

gedaagde

verder te noemen: [gedaagde]

procederend in persoon

1 Het procesverloop

1.1.

Billink heeft bij dagvaarding van 1 februari 2021 een vordering tegen [gedaagde] ingesteld. [gedaagde] heeft schriftelijk geantwoord.

1.2.

Billink heeft hierop schriftelijk gereageerd, waarna [gedaagde] een schriftelijke reactie heeft gegeven.

2 De feiten

2.1.

Op of omstreeks 9 juli 2020 heeft [gedaagde] via de website van Polyestershoppen een bestelling geplaatst met artikelomschrijving “Resion UV Epoxy resin”. [gedaagde] heeft er voor gekozen om de aankoop achteraf te betalen aan Billink.

2.2.

Billink heeft [gedaagde] een factuur gestuurd ten aanzien van deze bestelling van € 41,94 inclusief btw. Deze factuur is door [gedaagde] niet voldaan.

3 De vordering

3.1.

Billink vordert dat de kantonrechter [gedaagde] veroordeelt tot betaling van € 82,37, vermeerderd met de wettelijke rente over € 41,94, met veroordeling van [gedaagde] in de kosten van deze procedure.

3.2.

Billink legt aan de vordering ten grondslag – kort weergegeven – dat Polyestershoppen en [gedaagde] een koopovereenkomst hebben gesloten op grond waarvan Polyestershoppen een artikel heeft geleverd aan [gedaagde] . [gedaagde] heeft gekozen voor achteraf betalen aan Billink. [gedaagde] heeft de verschuldigde prijs van € 41,94 echter niet betaald. Billink maakt naast de hoofdsom aanspraak op de wettelijke rente en de buitengerechtelijke incassokosten.

3.3.

Bij repliek voert Billink aan dat [gedaagde] op 9 juli 2020 een artikel bij de webshop van Polyestershoppen heeft besteld. Uit het afleverbewijs van Red je Pakketje blijkt dat op vrijdag 10 juli 2020 om 19.53 uur het pakket is bezorgd op het adres [adres] . Conform de Basisregistratie personen is dit het adres van [gedaagde] .

4 Het verweer en de tegenvordering

4.1.

[gedaagde] is het niet eens met de vordering van Billink. [gedaagde] erkent wel dat zij een bestelling heeft gedaan bij Polyestershoppen maar zij betwist de bestelling te hebben ontvangen. Zij en haar gezin waren thuis op het moment dat het pakket geleverd zou zijn. Er is echter geen pakketbezorger aan de deur geweest met een pakket van Polyestershoppen. In de week na de bestelling heeft [gedaagde] hiervan melding gemaakt bij Polystershoppen en laten weten de bestelling nog te willen ontvangen. Vervolgens heeft [gedaagde] zowel na ontvangst van een herinnering van Billink als na ontvangst van verschillende verzoeken van het Centraal Invorderings Bureau (CIB) om de factuur te betalen, meerdere malen zowel telefonisch als per e-mail contact opgenomen met Billink als het CIB om hiervan melding te maken. [gedaagde] vindt daarom dat zij de factuur niet hoeft te betalen.

4.2.

Bij dupliek voert [gedaagde] aan dat uit het afleverbewijs niet kan worden opgemaakt dat het pakket bij haar is afgeleverd op het adres [adres] . Zowel Billink als Polyestershoppen kunnen geen afleverbewijs met handtekening overleggen waaruit blijkt dat het pakket door [gedaagde] is aangenomen. Op het afleverbewijs staat dat door Billink is overgelegd staat geen naam en geen bezorgadres en kan ook van iemand anders zijn. [gedaagde] verwijst nog naar artikel 13 van de algemene voorwaarden die door Billink als productie 5 bij dagvaarding zijn overgelegd. Daarin staat dat het risico van beschadiging of vermissing van producten berust bij de ondernemer tot het moment van bezorging. Daarnaast heeft [gedaagde] bij dupliek een tegenvordering ingesteld waarin zij een schadevergoeding vordert ter hoogte van de vordering van Billink.

5 De beoordeling

(pre)contractuele informatieverplichtingen

5.1.

De vordering is gebaseerd op een koopovereenkomst op afstand met betrekking tot een zaak tussen een handelaar en een consument. Bij het sluiten van dergelijke overeenkomsten moet ter bescherming van de consument onder meer aan de wettelijke (pre)contractuele informatieverplichtingen van de artikelen 6:230m en 6:230v Burgerlijk Wetboek (BW) worden voldaan. De kantonrechter moet er ambtshalve op toezien dat die voorschriften worden nageleefd, dus ook als er op dit punt geen verweer is gevoerd.

5.2.

Ingevolge deze bepalingen dient de handelaar de consument op duidelijke en begrijpelijke wijze te informeren over de voornaamste kenmerken van de zaak, de identiteit van de handelaar, waar en hoe de handelaar kan worden bereikt, de totale prijs en eventuele verdere kosten, de mogelijkheid van herroeping en de kosten van retournering. Uitdrukkelijk zij er op gewezen dat dit slechts een samenvatting is van de kern van deze bepalingen. De kantonrechter verwijst voor het overige naar hetgeen in die bepalingen verder is vermeld en attendeert erop dat afhankelijk van de aard van de zaak meer of minder informatie wordt verlangd.

5.3.

Waar het in artikel 6:230m BW gaat om de vraag welke informatie moet worden verstrekt, bepaalt artikel 6:230v BW de wijze waarop die informatie moet worden gegeven. Ook de wijze waarop de informatie gegeven moet worden, verschilt naar gelang de aard en de inhoud van de overeenkomst.

5.4.

Wat de wijze van verstrekking van de informatie betreft kan de handelaar naar het oordeel van de kantonrechter niet volstaan met het opnemen daarvan in algemene voorwaarden. Tijdens het verkoopproces dient de consument stap voor stap langs deze informatie te worden geleid, zodat er geen enkel misverstand kan ontstaan over de vraag of de gemiddelde consument deze informatie bewust onder ogen heeft gekregen. Het gebruik van ‘kleine lettertjes’, zo blijkt uit de kamerstukken, is in dat verband niet aanvaardbaar.

5.5.

Als sluitstuk heeft de wetgever bepaald dat de handelaar binnen een redelijke termijn na het sluiten van de overeenkomst, maar in ieder geval bij de levering van de zaken, de consument op een duurzame gegevensdrager een bevestiging van de overeenkomst verstrekt waarin alle verlangde informatie is opgenomen, voor zover de handelaar deze niet voor het sluiten van de overeenkomst op een duurzame gegevensdrager heeft verstrekt. Zo’n duurzame gegevensdrager kan, bijvoorbeeld, een brief zijn, een e-mailbericht, een pdf-bestand of zelfs een factuur, mits daarin alle informatie is opgenomen.

5.6.

In geval van een procedure dient de eisende partij te stellen dat aan al deze verplichtingen is voldaan, daargelaten of de eisende partij zelf de verkopende partij is of via een cessie of anderszins in de rechten van de verkopende partij is getreden. Deze stellingen moeten ook worden gesubstantieerd met bewijsstukken, zoals algemene voorwaarden, de duurzame gegevensdrager en een in printscreens vastgelegd verslag van het bestelproces dat de consument doorloopt, waaruit blijkt hoe en waar de betreffende informatie is verstrekt. Kort gezegd, de eisende partij dient inzichtelijk te maken wat de klant te zien heeft gekregen en dat daarmee aan de wettelijke verplichtingen is voldaan.

5.7.

In deze zaak heeft Billink gesteld dat de koopovereenkomst is gesloten in een webwinkel (www.polyestershoppen.nl) en dat de verkoper (de webwinkel) de vordering op [gedaagde] aan haar heeft verkocht. Verder heeft Billink gesteld dat de vordering niet gebaseerd is op bepalingen in de algemene voorwaarden.

5.8.

Daarnaast is gesteld dat voldaan is aan de precontractuele en contractuele informatieverplichtingen. Hierbij heeft Billink verwezen naar de algemene voorwaarden van de webwinkel waarin deze informatie is opgenomen en die in de vorm van een link worden aangeboden dan wel te raadplegen zijn op de website van de webwinkel. Billink heeft voorts het bestelproces toegelicht en daarbij gesteld dat [gedaagde] een factuur heeft ontvangen met daarop de specificatie van het gekochte artikel en wat er in rekening is gebracht. Deze factuur heeft Billink overgelegd.

5.9.

De kantonrechter kan niet vaststellen dat aan [gedaagde] op duidelijke en begrijpelijke wijze de in artikel 6:230m BW bedoelde informatie is verstrekt en/of op een duurzame gegevensdrager ter beschikking is gesteld. In deze zaak is met name van belang dat geen aan [gedaagde] verzonden bestelbevestiging is overgelegd die voldoet aan artikel 6:230v lid 7 onder a BW.

5.10.

De vraag is welke consequenties dit voor de vordering van Billink moet hebben. De rechtspraak over de vraag of en op welke wijze de naleving van de informatieverplichtingen moet worden getoetst en bij niet naleving daarvan moet worden gesanctioneerd is op dit moment nog niet uitgekristalliseerd. Bovendien heeft [gedaagde] niet betwist dat zij de bestelling heeft geplaatst. Daarom zal aan de tekortkomingen in deze zaak op dit moment geen sanctie worden verbonden.

het geschil

5.11.

Allereerst wordt opgemerkt dat het indienen van een tegenvordering (eis in reconventie) op grond van artikel 137 Rv dadelijk bij (de conclusie van) antwoord moet worden ingesteld. Later kan dus niet meer. [gedaagde] heeft pas bij dupliek een tegenvordering ingesteld. Zij wordt daarom ambtshalve niet-ontvankelijk verklaard in haar tegenvordering. Daarnaast zou de tegenvordering zijn afgewezen omdat dit deel van de vordering niet is gemotiveerd of op andere wijze is onderbouwd.

5.12.

Tussen partijen is in geschil of [gedaagde] een bedrag aan Billink verschuldigd is uit hoofde van de koopovereenkomst.

5.13.

Op grond van artikel 7:26 lid 2 BW dient de koopsom in beginsel te worden betaald ten tijde van de aflevering. [gedaagde] betwist dat zij de bestelling heeft ontvangen. Daarmee betwist zij de opeisbaarheid van de koopsom. Het ligt daarom op de weg van Billink om haar stelling dat [gedaagde] de bestelling wel ontvangen heeft en dat de vordering dus opeisbaar is, nader te onderbouwen.

5.14.

Naar aanleiding van hetgeen partijen over en weer hebben aangevoerd overweegt de kantonrechter als volgt. Uit het afleverbewijs van Red je Pakketje blijkt niet dat de bestelling is bezorgd op het adres [adres] Hoewel de postcode en plaatsnaam zichtbaar zijn en gelijk zijn aan het adres van [gedaagde] , geldt dat niet voor de straatnaam en het huisnummer nu deze als ‘- cleared -’ zijn weergegeven in de verzendbevestiging. Daarnaast blijkt ook niet uit het afleverbewijs dat door [gedaagde] getekend is voor de ontvangst van het pakket. Deze verzendwijze brengt het risico met zich mee dat de daadwerkelijke aflevering van het pakket niet kan worden bewezen. Zo kan het pakket bijvoorbeeld afgegeven zijn bij de buren of buiten zijn achtergelaten en meegenomen door een ander. Ook kan het zijn dat de bezorger de gegevens onjuist heeft ingevuld. Dit geldt te meer nu [gedaagde] van begin af aan de gestelde levering heeft betwist. Dit risico komt voor rekening van de afzender van het pakket. Billink heeft onvoldoende feiten en omstandigheden gesteld om te kunnen vaststellen dat de bestelling bij [gedaagde] is afgeleverd. Op basis van de door Billink overgelegde stukken kan de opeisbaarheid van het gevorderde bedrag van € 41,94 niet vast komen te staan. De vordering wordt daarom afgewezen.

5.15.

De conclusie is dat de kantonrechter de vordering van Billink zal afwijzen.

5.16.

De proceskosten komen voor rekening van Billink, omdat zij ongelijk krijgt.

6 De beslissing

De kantonrechter:

6.1.

wijst de vordering af;

6.2.

veroordeelt Billink tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor [gedaagde] worden vastgesteld op nihil.

Dit vonnis is gewezen door mr. B. Voogd en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter