Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2021:6801

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
04-08-2021
Datum publicatie
26-08-2021
Zaaknummer
C/15/311028 / HA ZA 20-768
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Financieel medewerker erkent op grote schaal gelden van de werkgever te hebben verduisterd. Onrechtmatig handelen. Geen eigen schuld van werkgever. Geen sprake van toepasselijkheid van artikel 7:661 BW. Overweging ten overvloede over opzet obv dit artikel

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2021-1077
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind

Zittingsplaats Alkmaar

zaaknummer / rolnummer: C/15/311028 / HA ZA 20-768

Vonnis van 4 augustus 2021

in de zaak van

de vennootschap naar Zwitsers recht

VACANCESELECT INTERNATIONAL AG,

gevestigd te Genève, Zwitserland,

eiseres,

advocaat mr. G.P. Poiesz te Heemskerk,

tegen

[gedaagde] ,

wonende te [woonplaats],

gedaagde,

advocaat mr. J.S. van Daal te Amsterdam.

Partijen zullen hierna “Vacanceselect” en “[gedaagde]” genoemd worden.

Samenvatting van de zaak en het vonnis

[gedaagde] heeft van 2009 tot en met 2019 gewerkt bij de moedervennootschap van Vacanceselect. Hij werkte op de (financiële) administratie. Tijdens dit dienstverband heeft [gedaagde] op grote schaal gelden van Vacanceselect overgeboekt naar zijn eigen rekening. Dit is een onrechtmatige daad. [gedaagde] stelt dat dat er sprake is van eigen schuld aan de zijde van Vacanceselect , maar de rechtbank is van oordeel dat Vacanceselect niets verweten kan worden. [gedaagde] wordt veroordeeld om het geld dat hij aan zichzelf heeft overgemaakt aan Vacanceselect terug te betalen.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding (met producties 1 tot en met 9),

  • -

    de conclusie van antwoord,

  • -

    het tussenvonnis van 24 maart 2021, waarin is bepaald dat er een mondelinge behandeling zal plaatsvinden,

  • -

    de mondelinge behandeling op 23 juni 2021. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen ter toelichting van hun standpunten naar voren hebben gebracht. De advocaten van Vacanceselect en [gedaagde] hebben gebruik gemaakt van pleitaantekeningen, die zijn overgelegd.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 Feiten

2.1.

[gedaagde] heeft van 1 februari 2009 tot 1 juni 2019 op basis van een arbeidsovereenkomst gewerkt bij (de rechtsvoorganger van) Vacanceselect Europe B.V. (hierna: Vacanceselect Europe). [gedaagde] was financieel medewerker op de afdeling Finance en Control (boekhouding). De werkzaamheden van [gedaagde] bestonden – onder meer – uit het behandelen van de inkomende facturen, het overboeken van gelden en het verzorgen en voorbereiden van financiële cijfers voor de gehele groep waarvan Vacanceselect Europe deel uit maakt.

2.2.

Vacanceselect Europe is de moedervennootschap van Vacanceselect (gezamenlijk aangeduid als de Vacanceselect groep).

2.3.

Begin september 2019 heeft Vacanceselect Europe van de belastingdienst (FIOD) een verzoek ontvangen om medewerking te verlenen aan een onderzoek naar transacties van de Vacanceselect groep aan derden. Uit dat onderzoek is gebleken dat [gedaagde] in de periode van 2013 tot 2019 een bedrag van € 713.425,39 aan zichzelf heeft overgemaakt.

3 Het geschil

3.1.

Vacanceselect vordert – samengevat – veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 671.891,23, vermeerderd met rente en kosten.

3.2.

Ter onderbouwing van deze vordering voert Vacanceselect aan dat [gedaagde] een onrechtmatige daad heeft gepleegd en ongechtvaardigd is verrijkt omdat hij zonder toestemming gelden van de bankrekening van Vacanceselect heeft overgeboekt naar zijn eigen bankrekeningen. Vanwege eventuele verjaring heeft Vacanceselect haar vordering in deze procedure beperkt. Vacanceselect heeft beslag gelegd op de onverdeelde helft van de woning die [gedaagde] samen met zijn ex-partner in eigendom heeft. Vacanceselect heeft ook beslag gelegd op de bankrekeningen van [gedaagde].

3.3.

[gedaagde] voert verweer. Hij erkent dat hij geld heeft verduisterd. Hij stelt dat dit het gevolg was van een persoonlijkheidsstoornis en van een ernstige gokverslaving. [gedaagde] stelt dat zijn handelen hem niet dan wel in verminderde mate kan worden toegerekend omdat zijn stoornis zijn handelen in overwegende mate beheerste. Hij was als gevolg van zijn stoornis niet, of in mindere mate, in staat in vrijheid zijn wil te bepalen. Er was dan ook geen sprake van opzet in de zin van artikel 7:661 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW). Ook stelt [gedaagde] dat er sprake is van eigen schuld van Vacanceselect. Verwacht had mogen worden dat er checks en balances in de organisatie waren ingevoerd om het misbruik te voorkomen of tijdig(er) op te sporen. [gedaagde] heeft aan zijn schuldeisers een regeling aangeboden.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Ambtshalve overweegt de rechtbank dat de Nederlandse rechter bevoegd is om over het geschil te oordelen op grond van artikel 2 van het Verdrag betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken van 30 oktober 2007 (EVEX II Verdrag) omdat [gedaagde] in Nederland woont.1 Op grond van artikel 4, eerste lid, van de Rome II-Verordening is Nederlands recht op de rechtsverhouding van partijen van toepassing, waarvan partijen ook zijn uitgegaan.2

4.2.

[gedaagde] erkent dat hij geld heeft verduisterd van Vacanceselect. De vordering van Vacanceselect is dan ook toewijsbaar. De rechtbank is van oordeel dat de verweren van [gedaagde] tegen de vordering van Vacanceselect niet slagen. De rechtbank baseert zich daarbij op de volgende overwegingen.

4.2.1.

[gedaagde] stelt dat er bij hem geen sprake is geweest van opzet zoals vereist is om aansprakelijk te kunnen worden gesteld op grond van artikel 7:661 BW. De primaire grondslag van de vordering van Vacanceselect betreft echter onrechtmatig handelen op grond van artikel 6:162 BW. Op grond van lid 3 van artikel 6:162 BW kan een onrechtmatige daad aan de dader worden toegerekend indien deze is te wijten aan zijn schuld of aan een oorzaak welke krachtens de wet of de in het verkeer geldende opvattingen voor zijn rekening komt. Om tot toerekening van een onrechtmatige daad te komen is dus niet vereist dat er sprake is van opzet. Door geld van Vacanceselect te verduisteren heeft [gedaagde] frauduleus gehandeld. Dergelijk frauduleus gedrag komt zowel op grond van de wet als krachtens verkeersopvattingen voor rekening van [gedaagde]. De rechtbank is daarnaast van oordeel dat ook sprake is van schuld waardoor het onrechtmatige handelen aan [gedaagde] kan worden toegerekend. [gedaagde] kan immers worden verweten dat hij geld van Vacanceselect heeft verduisterd.

4.2.2.

De rechtbank is van oordeel dat artikel 7:661 BW in deze zaak niet van toepassing is, nu de rechtbank in het vonnis in het incident van 10 maart jl. heeft geoordeeld dat de vordering van Vacanceselect geen betrekking heeft op de arbeidsovereenkomst en Vacanceselect deze bepaling ook niet aan haar vordering ten grondslag heeft gelegd. Ten overvloede overweegt de rechtbank in dit verband dat de aanwezigheid van een psychische stoornis niet uitsluit dat er sprake kan zijn van opzet. Dit geldt te meer in de onderhavige zaak waarin er geen sprake is geweest van een incidentele handeling van [gedaagde] maar van een systematisch en planmatig verduisteren van gelden gedurende een periode van zeven jaar. Dat van een psychische stoornis bij [gedaagde] sprake was staat voor de rechtbank overigens niet vast. [gedaagde] heeft zijn stellingen hieromtrent niet met stukken onderbouwd terwijl een en ander door Vacanceselect is betwist.

Verder is de rechtbank van oordeel dat hier geen sprake is van een fout die verband houdt met de uitvoering van de arbeidsovereenkomst die tussen Vacanceselect Europe en [gedaagde] heeft bestaan. De aan [gedaagde] opgedragen taken en werkzaamheden en het frauderen staan los van elkaar. Dit wordt niet anders doordat [gedaagde] heeft kunnen frauderen vanwege de aard en inhoud van zijn functie. Daarbij komt dat onvoldoende is gesteld om te kunnen beoordelen of Vacanceselect heeft te gelden als partij bij de arbeidsovereenkomst tussen Vacanceselect Europe en [gedaagde]. De rechtbank gaat voorbij aan wat namens [gedaagde] tijdens de mondelinge behandeling naar voren is gebracht tegen het vonnis in het bevoegdheidsincident. Dit vonnis was anders dan [gedaagde] meent een eindvonnis en geen tussenvonnis.

4.2.3.

Ook het verweer van [gedaagde] dat er sprake is van eigen schuld aan de zijde van Vacanceselect slaagt niet. Door [gedaagde] is immers niet bestreden dat er sprake was van een intern controlemechanisme. De manager van [gedaagde] diende crediteurenbetalingen eerst fysiek te controleren. Daarna moest de manager digitaal toestemming verlenen voordat crediteurenbetalingen daadwerkelijk konden worden gedaan. [gedaagde] wijzigde tussen de fysieke controle en de digitale goedkeuring de bankgegevens in het systeem. De feitelijke afschrijving kwam daardoor, wat betreft het rekeningnummer, niet overeen met het bestand dat de manager fysiek had gekregen. Daarbij kwam dat [gedaagde] ook verantwoordelijk was voor het verwerken van bankafschriften waardoor hij de onjuiste gegevens kon inboeken in de administratie en deze misleiding niet of nauwelijks nog traceerbaar was. In een dergelijke situatie kan van eigen schuld van Vacanceselect geen sprake zijn. Bovendien is onweersproken door Vacanceselect gesteld dat er bij haar jaarlijks een audit werd uitgevoerd door een gerenommeerd accountantskantoor. Tijdens deze audits, waarbij steekproefsgewijs controles werden uitgevoerd, is het verduisteren van geld door [gedaagde] nooit aan het licht gekomen. Onder deze omstandigheden komt de stelling van [gedaagde] dat hij op een knullige manier te werk is gegaan die snel had moeten opvallen bepaald niet overtuigend over. Tot slot dient te worden benadrukt dat de relatie tussen werkgever en werknemer is gebaseerd op vertrouwen, zeker als aan de betreffende werknemer de behartiging van financiële kwesties is toevertrouwd.

4.2.4.

[gedaagde] heeft tijdens de mondelinge behandeling aangegeven dat uit de dagvaarding niet blijkt dat Vacanceselect de groepsvennootschap is die schade heeft geleden. Deze stelling is door Vacanceselect gemotiveerd weersproken. De rechtbank gaat daarom dan ook verder aan dit verweer voorbij.

4.3.

Tijdens de mondelinge behandeling is gesteld en erkend dat [gedaagde] tot op dat moment een bedrag van € 3.106,84 in mindering op de vordering van Vacanceselect heeft betaald. De rechtbank gaat ervan uit dat Vacanceselect dit bedrag in mindering zal brengen op het in het dictum toegewezen bedrag.

4.4.

Vacanceselect vordert [gedaagde] te veroordelen tot betaling van de beslagkosten. Deze vordering is gelet op het bepaalde in artikel 706 Rv toewijsbaar. De beslagkosten worden begroot op € 1.588,11 voor verschotten (griffierecht € 656,00 en explootkosten € 932,113) en € 3.214,00 voor salaris advocaat (1 rekest X € 3.214,00), tezamen € 4.802,11.

4.5.

[gedaagde] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Vacanceselect worden begroot op:

- dagvaarding € 102,96

- griffierecht € 3.475,00 (het betaalde griffierecht voor het beslagrekest is hierop in mindering gebracht)

- salaris advocaat € 6.428,00 (2 punten × tarief € 3.214,00)

Totaal € 10.005,96

4.6.

De gevorderde veroordeling in de nakosten is in het kader van deze procedure slechts toewijsbaar voor zover deze kosten op dit moment al kunnen worden begroot. De nakosten zullen dan ook worden toegewezen op de wijze zoals in de beslissing vermeld.

5 De beslissing

De rechtbank

5.1.

veroordeelt [gedaagde] om aan Vacanceselect te betalen een bedrag van € 671.891,23 (zeshonderdéénenzeventig duizendachthonderdéénennegentig euro en drieëntwintig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over dit bedrag met ingang van de data van overboekingen door [gedaagde] tot de dag van volledige betaling,

5.2.

veroordeelt [gedaagde] in de beslagkosten, tot op heden begroot op € 4.802,11, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over dit bedrag met ingang van de vijftiende dag na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,

5.3.

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, aan de zijde van Vacanceselect tot op heden begroot op € 10.005,96, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over dit bedrag met ingang van de vijftiende dag na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,

5.4.

veroordeelt [gedaagde] in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 163,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat [gedaagde] niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 85,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak, en te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over de nakosten met ingang van de vijftiende dag na de betekening van dit vonnis tot aan de voldoening,

5.5.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.C. Haverkate en in het openbaar uitgesproken op 4 augustus 2021.4

1 https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX%3A22007A1221%2803%29

2 EUR-Lex - 32007R0864 - EN - EUR-Lex (europa.eu) en http://pi.rechtspraak.minjus.nl/deeplink/ecli?id=ECLI:NL:GHSHE:2019:4663

3 € 85,41 + 85,41 + 87,48 + 211,45 + 211,45 + 250,91

4 type: MKG coll: AH